Woensdag 29/01/2020

Hiphop

The Streets staan vanavond in de AB. Maar hoe groot moet uw liefde voor hen vandaag nog zijn?

Mike Skinner, of The Streets, in de Londense Brixton Academy in 2003, een jaar na de release van zijn baanbrekende debuutplaat Original Pirate Material. Beeld PA Archive/Press Association Ima

The Streets zijn terug van weggeweest. Na zeven jaar radiostilte staat de amoureus getroubleerde Mike Skinner in de AB. Op Valentijnsavond, nota bene. Maar hoe groot moet uw liefde voor The Streets vandaag nog zijn?

De beste herinneringen aan The Streets hebben wij alleszins niet. Drie concerten staan ons nog haarscherp voor de geest. Twee op Pukkelpop, het andere op Werchter. De eerste keer was in 2004, waar we met royale genegenheid en jeugdige onbezonnenheid de mantel der liefde drapeerden over zijn passage. Een passage die achteraf bekeken eigenlijk een pure aanfluiting was. Knetterhigh en stomdronken waggelde Mike Skinner – de facto The Streets – toen door zijn eigen show. Een schim van zichzelf, die zich bovendien lafjes in de schaduw van zijn gastzanger stelde. Een dieptepunt dat achteraf werd vereeuwigd in ‘Fake Street Hats’ op The Hardest Way to Make an Easy Living

“Op Pukkelpop hebben we wat mij betreft ons slechtste optreden aller tijden gespeeld”, tastte hij achteraf in eigen boezem, tijdens een gesprek met deze krant. “Ik zat zwaar aan de coke, had mijn drankgebruik niet onder controle en was fysiek compleet uitgeput na een zware tournee. Bovendien heb ik me daar aangesteld als de eerste de beste idioot. De dag nadien was zelfs nog erger: toen stonden we op Lowlands en zag ik allerlei namaakmerchandise van The Streets in het publiek, waarna ik de fans vanaf het podium begon uit te schelden. Achteraf bleken de hoedjes die ze droegen toch officieel. Heel gênant. Ik was een wrak. Mijn manager heeft me na dat incident een mep in het gezicht gegeven en daar ben ik hem nog steeds dankbaar voor.”

Het tweede concert van Mike Skinner op Werchter was stukken beter. Alleen zal het voor ons dan weer de geschiedenis ingaan als de show waarbij wíj in ons blootje werden gezet. Eerder die dag had de onnavolgbare (kv) van Humo een gesprekje gehad met Skinner, en die bleek zo tuk op haar gezelschap dat wij het moesten ontgelden tijdens de show. We stonden lachend en dansend naast elkaar in de frontstage, toen Skinner haar plots opmerkte. En ons helaas ook. “Is he your boyfriend?”, smaalde hij voor alle liplezers in de tent naast zijn microfoon, waarna hij vanaf het podium onbeschroomd met haar begon te flirten. Vanaf dat ogenblik werden wij dan weer zijn mikpunt van spot in de set. Niet veel later kregen we zelfs nog een flinke geut brandy in het gezicht geflikkerd. Wel zo jofel van hem: achteraf reed Skinner ons voorbij in de backstage, waarbij hij een verontschuldigend gebaar maakte. “Het was maar om te lachen.” Dat was Skinner ten voeten uit: een balorig straatschoffie met een piepklein hartje.

Mike Skinner.

Uiteindelijk kon je ook nooit kwaad worden om zijn geintjes: even hard was hij voor zichzelf. In ‘Prangin Out’ had hij het ooit over zijn alcoholverslaving. “It doesn’t seem like much fun/to be off my face at quarter to 11 AM.” En in ‘Dry Your Eyes’ of ‘It’s Too Late’ stak hij zowel een dolk in eigen hart als een hart onder de riem van alle losers van de wereld.

De derde herinnering dateert van 2007. Lijkbleek en het ene blik bier na het andere in de wei keilend, bracht Skinner tamme odes aan Muse (‘Time Is Running Out’) en The Prodigy (‘Out Of Space’), en hoorde je ook een vermolmde versie van ‘When You Wasn’t Famous’ terwijl ‘Blinded By The Lights’ gruwelijk nonchalant ten berde werd gebracht. Dat was Skinner net zo goed ten voeten uit: een balorig straatschoffie dat zijn zaakjes niet op orde kreeg. Succes en Skinner allitereerden kennelijk toch niet zo fraai.

Naarmate het optreden vorderde, ging Skinner zich toch iets beter voelen: hij amuseerde zich kostelijk met een strandbal en een frisbee uit het publiek en liet een ijzersterk ‘Fit But You Know It’ horen. En passant toonde de hiphopper ook zijn blote kont aan het publiek: “Dit is wat ik denk van The Smashing Pumpkins!” Na zijn eigen ondermaatse concert gunden we Skinner evenwel ook graag een gulle blik op onze bips.

Trainingsbroek met ketchupvlekken

Het maakt je nauwelijks een graad warmer voor deze comebacktour. De tickets voor de show in de AB gingen echter in geen tijd over de toonbank. Het zegt iets over nostalgie, maar evenzeer over de nood aan de confessionele hiphop van Skinner. Hartenleed en een straatwijze bellettrie blijven de belangrijkste aanknooppunten bij The Streets.

Het debuut van The Streets,
Original Pirate Material, werd ooit door muziekblad Rolling Stone verkozen tot plaat van het jaar. De tweede leverde Skinner dan weer een superieure nummer één op met ‘Dry Your Eyes’, waarna de plaat vlot drie miljoen keer over de toonbank ging.

Op de derde,
The Hardest Way to Make an Easy Living, deed Skinner op zijn beurt verslag van zijn nieuwe status als superster. Daarmee heeft de gewone sterveling natuurlijk niet zo veel op, maar hij wist het wel in universele teenage angst te vermommen. “Als ik de stem van Skinner hoor, hoor ik ontoegankelijke laagdrempeligheid”, schreef de Amsterdamse blogger en journalist James Worthy onlangs nog. “Een angstige jongen met het kraagje van zijn polo omhooggestoken. Een doorsnee jongen met een accent dat hem dommer laat klinken dan hij is, maar juist dat accent is zijn allergrootste kracht. Hij klinkt als kleurpotloden, maar alles wat hij schrijft is met een ganzenveer geschreven. Mike Skinner is Dostojevski in een trainingsbroek met ketchupvlekken erop.”

Beeld rv
Beeld rv

Everything Is Borrowed ging op zijn beurt over religie, dood, geschiedenis en wetenschap. De nieuwe songs misten dan wel vaak de dwingende ritmes van de vorige platen, maar muzikaal zette Skinner een moedige stap voorwaarts met disco, funk en laatavondjazz.

Het leverde hem de koosnaam ‘Pablo Picasso van de geezer garage’ op. Een vergelijking waar Skinner duidelijk hoog mee opliep: “Mijn teksten zijn abstract, maar duidelijk. In een paar pennenstreken kun je diep in mijn ziel kijken. Héél diep. Want de hoogtepunten in mijn leven worden steeds hoger, de laagtes steeds dieper. Bekendheid wakkert je paranoia aan. Ik ben zeer afstandelijk geworden tegenover mensen die ik niet ken.”

Beeld rv

Jarenlang hield hij zich op in het verborgene, na een interview in The Guardian waarbij de kop zei: ‘Why I’m killing off The Streets’. De reden? “Het meest interessante aan The Streets is de dood. Dus als we toch over de groep gaan spreken, is het eind van die band een goed gesprekspunt.”

Maar goed: vanavond verrijst hij in Brussel met een zelfverklaarde ‘greatest hits’-tour, en een paar maanden geleden bevestigde hij die reeks concerten omdat hij de “tourbus zo erg miste. And it’s been long enough.

Zeven jaar stilte

Daar valt wat voor te zeggen. In november werd Skinner veertig. Misschien heeft hij na zeven jaar stilte eindelijk voldoende afstand kunnen nemen van zijn voormalige zelf. Makkelijk zal het niet zijn geweest om indertijd avond na avond je meest persoonlijke sores te blijven herhalen. Zijn teksten gingen over bekvechten in een gokkantoor, straalbezopen raken met de vrienden in de pub om de hoek en je aanstellen als een stuk verdriet. Skinner schetst in zijn nummers een even scheermesscherp als tragikomisch beeld van hoe het was om jong te zijn in de Britse buitenwijken aan het begin van de 21ste eeuw. Een verhaal dat jarenlange trauma’s met zich meebracht: “Ik spendeerde een goed deel van mijn tienerjaren als angstig vogeltje”, bekende hij in The Daily Mail. “En met reden. De jongeren in mijn buurt hadden messen op zak en ik werd om de haverklap beroofd. Vandaag zou ik absoluut niet meer in Peckham willen wonen.”

Later gingen songs vaak over zijn grootgebruik, wat ook niet meteen zo’n goede reden was om die open wonde elke avond uit te smeren tegenover een breed publiek: “Op een gegeven moment zat ik in mijn flat in Zuid-London, overwegend om zelfmoord te plegen. ik kon niet voelen hoe goed alles ging omdat ik fysiek door cocaïne werd vernietigd. Als je het niet hebt gedaan, doe het dan niet.”

Skinner in 2011. Beeld WireImage

Muzikaal namen heel wat artiesten niettemin een voorbeeld aan hem. Just Jack vertelde ons ooit: “Ik voel me nooit beledigd wanneer mensen mij met The Streets vergelijken. Mike Skinner heeft deuren geopend voor mc’s die niet noodzakelijk goede rappers zijn. That’s me. Zonder The Streets zou ik nooit het lef hebben gehad om hiphop te brengen.”

Vooral Britse artiesten kijken vandaag nog enorm op naar The Streets. Niet onlogisch. The Streets zijn Britser dan Brits. Iets waar Skinner graag mee koketteerde: “Spit jewels like Eastern riches, junkie fixes / Around here we say birds, not bitches”, ginnegapte hij indertijd over de eigenzinnigheid van de Britse taal. De platenfirma wilde hem samenwerkingen met Amerikaanse schrijvers opdringen, maar Skinner lachte hen vierkant uit. Die eigenheid is vandaag weleens zoek in de muziekwereld, zelfs in de hiphop – nochtans een genre dat uitgesproken op straat wordt beleefd, in plaats van in dure kantoren van labels.

Daarmee alleen al is de rentree van The Streets meer dan welkom. Niemand fileerde en analyseerde zichzelf of de buitenwacht meedogenlozer en grappiger dan Mike Skinner. Nu maar hopen dat hij ver weg blijft van de drugs, de drank, en ons in de frontstage. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234