Maandag 27/01/2020

Muziek

The Sound of the Belgian Underground: een Nieuwe Lichting van buitenbeentjes en brokkenpiloten

Wolvennest vulde de zaal met een doordringende geur van wierook, die opsteeg uit een zilverkleurige schedel. De rest van de vulling bestond uit een buikige, bezwete neanderthaler, loeiende harde sludge, psychedelische mantra-grooves en geflirt met de duisterste variant van de metal. Beeld Lien Peters (In Utero Concerts)

Zondag drilden Subbacultcha! en Ancienne Belgique in de wondergrond van het alternatieve circuit. De aangeboorde linksmarcheerders kregen meteen een bovengronds platform in de Brusselse concerttempel. Stijlbreuk won het daarbij van stroomlijn, en sfeer ging boven song. 

1. Obsequies

Wie de artiestennaam van deze debutant ingeeft op Facebook, komt vreemd genoeg uit bij een kledingmerk voor wufte Lolita’s. Voor alle duidelijkheid: dààr heeft de elektronische dwarsligger Obsequies dus helemààl niets mee op. Vestimentaire hoogstandjes leken sowieso niet besteed aan de gelijknamige Brusselse artiest. En onschuldige sensualiteit was evengoed ver zoek.

In een vale onesie - of was het thermisch ondergoed? - stuurde deze jonge ket futuristische, dystopische en onstuitbare elektronica de zaal in. Kop noch staart kregen we aan zijn kronkelende en grimmige trip. Maar het klònk wel lekker. Zelf beschouwt hij zijn debuutplaat Organn als een ode aan “love & duality”. Met wat verbeeldingskracht was je daar zondagavond inderdaad getuige van.

Met stuiterende beats, atmosferische passages en dreigende drones doorkruiste Obsequies holderdebolder een mijnenveld tussen intimiteit en intimidatie, terwijl we een koppeltje in het publiek een Rosas danst Rosas-achtige paringsdans met elkaar zagen opvoeren.

Halverwege de set liet Obsequies dramatische pijnkreten opstijgen boven zijn batterij elektronica, en leek de sfeer gevaarlijk te kantelen. Net alsof je de geluidsband van Arca’s nachtmerries of Aphex Twins dagdromen te horen kreeg: een claustrofobische bovenkamer waarin hoarders hun verzameling angsten bewaren.

Weirde set. Goéie set.

2. Le 77

Bruxelles, ça bouge, schreven we onlangs nog: vorig jaar gaf de hoofdstad onze contreien een flinke injectie Stikstof, werd Zwangere Guy gepromoveerd tot nachtburgemeester van de hiphop, bleek geen rapper zo Duivels als Damso, terwijl Roméo Elvis tot de vaderlandse hiphop-heiland uitgroeide.

In navolging van hun succes zou Le 77 wel eens grote sier kunnen maken. Deze vijf kameraadjes van Roméo Elvis, Zwangere Guy en l’Or du Commun zijn flatgenoten die eerder de chillaxe en jazzy compilatie C’est le 77 maakten. Na die introductie moet eind deze week de coup de grâce volgen. In de AB kreeg je alleszins een aardig voorsmaakje.

"Vous êtes chauds?” polste het gezelschap, waarna ze een straatwijze serenade brachten aan het adres van ene Jessica, of rapten over de West Side: het Brusselse equivalent van Sint-Jans-Molenbeek, veronderstellen we dan maar. Halfweg in de set kende de set even een dipje, maar de gastenlijst in de set bracht reddin: Zwangere Guy en zijn protégée Blu Samu (afgekondigd als “the Queen Blu Samu”) tekenden mee voor het wildste feestje van de dag. Die eindigde op de parterre, waar tout le monde aangespoord werd om “Le 77” te scanderen.

3. Sale Gosse

Het vunzigste familiebedrijfje in de geschiedenis? Dat blijven voorlopig onveranderd de Pandy's en het acrobatische gezin uit de beruchte Aristocrats-grap. Google die verwijzingen gerust, als je even vrolijk over je nek wil gaan.

Sale Gosse tilt vunzigheid evenwel naar een ander niveau. The First Dick I Ever Saw, was Iggy Pop’s zou de titel van hun aankomende debuut zijn. Die zin vat al zo’n beetje de huisstijl van de groep samen, die bestaat uit moeder Agathe die de drumvellen een pandoering geeft, zoon Nino die elke gitaar uit zijn hengsels ramt en adoptiedochter Randa die op bas voor een solide ruggengraat zorgt én in de AB alle puberharten deed smelten, of de jonkies vooraan aanspoorde tot een slungelige pogo.

Het rammelrocktrio klonk rommeliger dan een tienerkamer, en hun songs roken afwisselend naar verschaald bier, vervilte truien, zurige oksels en gerafelde jeans. Klònken ze dan op zijn minst goed? Niet echt. Maar voor hun geintjes tekenden we net zo graag op een festivaldag in een verduisterde zaal vol bloedserieuze muzikanten. Nino twijfelde voortdurend tussen zingen, blaffen, schreeuwen en krijsen, terwijl de harmonieuzere zang van moeder en dochter wat deed denken aan Kim Gordon.

De feesthoedjes op hun vrolijke koppie, veelkleurige ballonnen in het decor en een serpentine-handkanon hoorden trouwens niet bij hun reguliere act: Nino bleek die dag achttien jaar te zijn geworden, wat zijn lieve moedertje meteen noopte tot een onthulling over het kraambed. Het was een bijzonder moeizame bevalling, vertrouwde ze het publiek toe, terwijl je haar gebroed door de grond zag zakken van schaamte. Charmant, genânt en lawaaierig? Zo hebben we onze gruizige garagerock-groepjes kennelijk ook wel graag.

4. Golin

De Amerikaans-Japanse zangeres en producer Golin wordt de rijzende ster binnen de Brusselse elektronische muziekscene genoemd. “Denk aan het middenveld tussen Grimes en Die Antwoord,” werd ons op voorhand beloofd. Daar viel met wat goede wil iets voor te zeggen. Een heliumstemmetje à la Yolandi Vi$$er en een verfrissende aanpak met oosterse melodieën, die bizar en heerlijk tegendraads overkwam, zoals bij Claire Boucher - u mag Grimes zeggen - definieerde ook Golin.

Het jonge meisje blikte u vanaf het podium zelfverzekerd aan, in een trenchcoat die ze met zoveel swag droeg dat het een bontjas had kunnen betreffen. Zonde dat ze de avond moest afsluiten, en daarmee voor een uitdunnende zaal speelde. Maar wij hoorden alleszins een jonge, dansbare belofte.

5. Crowd of Chairs

Uit de stoelendans die Youff met Deer opvoerde, werd Crowd Of Chairs gevormd. Een trio uit Gent dat in Brussel wervelende postpunk bracht, met prikkeldraadgitaren, vonkende drums, en een bas die klonk zoals een gelooide balzak er uit ziet. Volgens de bio kwam er ook een disclaimer bij kijken: Crowd of Chairs geven kennelijk geen fuck om wat je denkt.

Verklaart allicht waarom ze - ongehinderd door veel zin voor dynamiek - een helse furie ontbonden, waar demonen, kwelgeesten en jaloerse exen nog een puntje aan konden zuigen. Tegen het eind van hun set hoorden we de drummer als de spinnijdige tweelingbroer van Shane McGowan a cappella “somewhere’s the blind” reutelen in de microfoon. Na die kwaaie dronk volgde in de laatste rechte lijn nog een rondje waanzin, waarbij de gitarist met een tijgersprong in het drumstel dook. 

In de jaren ’90 hadden we dus wellicht de nieuwste redders van de rock gezien. Nu? Een groep die zweert bij nostalgische gitaren, die je onderkaak geen moment naar het zuiden deden verhuizen, maar tenminste het oorsmeer uit je gehoorgang konden blazen. Ook niet kwaad.

6. Wolvennest

Stond er één groep op de affiche die zichzelf ernstiger nam dan Wolvennest? Dat was werkelijk onmogelijk. Maar hun melodramatische hoogmis sorteerde wél enig effect. Een spoor van uitgevreten karkassen leken ze achter te laten met hun zwartgeblakerde metal.

De zaal vulde zich meteen met een doordringende geur van wierook, die opsteeg uit een zilverkleurige schedel. Op de backdrop werd dan weer geflirt met Indiase mystiek, terwijl de zeskoppige wolvenroedel - roédel, geen nest, jézus! - je onherstelbare gehoorschade bezorgde met loeiende harde sludge, psychedelische mantra-grooves en geflirt met de duisterste variant van de metal.

De groep leek voornamelijk opgetrokken uit baardige mannen en een hogepriesteres aan de microfoon, waarbij de gitarist links vooral in het oog sprong: een buikige, bezwete neanderthaler die zich de ziel en zaligheid uit zijn goeddeels ontblote bovenlijf ramde. Onbeschaamd een cartoon willen zijn: dàt vinden we van lef getuigen. 

Wolvennest gaf veruit de meest professionele performance van de avond. Maar kroop ze uiteindelijk ook dieper onder de ribbenkast? Een twijfelgeval. De headbangende fan die vandaag wakker werd met een stramme nek, zal het vast oneens zijn met ons. Maar op zijn overgave na, zagen wij een slepend, maar niet altijd even meeslepend concert.

7. AIR LQD

Air liquide? Vloeibare stikstof, ja. De gifgroene techno en ijsblauwe industrial van Mehdi Kernachi leek zowaar in een Dewarvat gerijpt. Zijn cryogene elektronica golfde onder extreem lage temperatuur over het publiek, en liet je minstens met ijskoude tenen en frostbite in je oren achter.

Hysterische noise, een doodsschreeuw en harde, heftige beats vormden zowat de ruggengraat van de set. Weinig reliëf, coole sound. Het kan altijd erger. 

8. Christine Denamur

Anywhere but here” lazen we op de backdrop tijdens de set van Christine Denamur. Zou die geprojecteerde gedachte ook in haar eigen hoofd opgelicht zijn? Je had het d'r alleszins niet kwalijk kunnen nemen. De visuele artieste beleefde haar vuurdoop als live-artieste meteen in de AB - of all places!

Dat hoorde je er helaas ook wel aan. Terwijl achter haar rechtstreeks doorgestraalde beelden verschenen van de grootstedelijke gekte in Japan, legde zij het wat onhandig aan met de sound van FKA twigs. Maar waar die laatste op een podium het midden houdt tussen een buitenaards wezen en een bovennatuurlijk cartoon, werd je nu geen moment van je sokken geblazen.

Misschien kwam het wel omdat de performance van Denamur zo embryonaal oogde, en ze ook muzikaal niet steeds hetzelfde niveau aanhield. Af en toe klonken de songs zelfs effenaf dreinerig. Nog veel werk aan de winkel, dus. But you roast the ones you love: als we van u waren, zouden we de naam Christine Denamur toch érgens in uw mentale dagboek omcirkelen. Het kan over een paar maanden of jaren van pas komen. 

9. Vaal

Vaal speelde zijn showcase volgens de logica van animatiefilms, waarin de protagonist onoverwinnelijker lijkt naarmate die luider schreeuwt of harder op zijn borst klopt. Met een zanger die klonk alsof Robert Smith een misthoorn voor zijn gestifte lippen hield, werkte de set van Vaal jammer genoeg veeleer op je lachspieren.

Een sfeervol en nachtduistere prelude van de set deden nochtans het beste vermoeden. En ook de binnengesmokkelde sax was méér dan een leukigheidje. Maar te gauw verzandde de set in alle coldwave-cliché’s die je net uit je platenkast had geborsteld.

Af en toe zocht de groep ook onbewust de pijngrens op: de hoogste frequenties in hun elektronica klonken zo schril dat je met een paniekerige blik de exit-bordjes in de zaal afspeurde. En daarvoor hadden we de Miserabele Misthoorn eigenlijk al.

10. Afia

Afia is de artistieke schuilnaam van Thalina Afya Konadu. Een Antwerpse songschrijfster en producer, die zich ophoudt in muzikale boudoirs vol bedroom soul. Ook zij beleefde in de AB haar podiumdebuut.

Niettemin zong ze alsof ze nog steeds in d'r slaapkamer voor de spiegel stond te dromen, en de papieren muren een bedeesder volume vereisten. Eigenlijk klonk ze zelfs een beetje als Skye Edwards op Quaaludes. Wel gedurfd dat Afia nagelnieuw werk durfde spelen. En béter nog: instrumentaal klonk die song niet eens zo onvolgroeid.

Een minder goede keuze maakte ze evenwel door zich te verliezen in onnodig vocaal bochtenwerk: haar zangcapriolen krioelden van de langgerekte klinkers, waarmee ze het trottoir op de Boulevard d’Anspach eigenhandig had kunnen heraanleggen.

Maar goed: Afia verdient het voordeel van de twijfel - wie opent voor een zo goed als lege zaal, en zich niét uit zijn lood laat slaan, heeft altijd een streepje voor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234