Maandag 27/01/2020

The Roots strooit zijn liefdeszaad over het openluchttheater ****

Beeld Alex Vanhee

Noem The Roots nooit zomaar een hip hopband. Met steekjes naar soul, R&B, jazz en zelfs hardrock maakte de zevenkoppige band uit Philadelphia een ware jukejoint van het Openluchttheater Rivierenhof.

Sla er de recensies van de concerten in het Openluchttheater er even op na en u zal kunnen vaststellen dat woorden als 'idyllisch', 'feeëriek' en 'magisch' vaste prik zijn. Maar waar die adjectieven doorgaans vastgekoppeld worden aan usual suspects en hun genre (dromerige americana of intieme singer-songwriters) of hun algemeen uitgestraalde sfeer (Portishead), had The Roots op papier net zo goed alle troeven in huis om voor hun concert die maandagavond in het amfitheater van het Rivierenhof met een legendarisch aureool bedacht te worden.

We hebben ondertussen al voldoende uitstekende live hip hopshows achter de rug om het cliché dat zegt dat rappers live altijd tegen vallen met een stelligheid van tafel te vegen. Maar waar de kritiek die die dooddoener gevormd heeft zich vooral centraliseert rond de barre kwaliteit van de beats en/of de muziek, had The Roots op dat gebied altijd al een streepje voor. Het gaat hier niet zomaar om de zoveelste rapper. The Roots is een collectief van de allerbeste geschoolde muzikanten. Dat er een MC op de voorsteven staat, is louter een toevalligheid.

Misschien profileerde The Roots zich in het Rivierenhof nog het meeste als een soort urban soulband. Drummer Questlove is eigenlijk al een legende op zich en werkte samen met onder meer Amy Winehouse, Al Green, Jill Scott en zelfs Iggy Pop en Little Richard. Dat hij wel eens de zwarte John Bonham wordt genoemd mocht maandag andermaal duidelijk zijn: de man weet een verdomd vette beat te leggen en wist er zelfs in de naar Georg Kranz' 'Din Da Daa' knipogende drumsolo voor te zorgen dat onze aandacht volledig op hem gericht bleef. Voeg daar nog de funky gitaar van Captain Kirk Douglas, de jazzy bas van Mark Kelley, de tuba van Tuba Gooding Jr. en de soulvolle keys van Kamal Grey aan toe en je kreeg een magistraal swingende versie van Madlib's Shades Of Blue dat bovendien nog eens voorzien was van een aantal steeds opnieuw werkende trucs om een publiek in beweging te houden. Hoewel het geheel jazzy klonk zou het een misdaad zijn om dit eerder willekeurig toonladders afwandelen jazz te noemen, maar swingen deed het zonder ophouden.

Maar The Roots ging nog veel breder. Met een peace-teken voor Chuck Brown en MC Black Thought die te pas en te onpas J Dilla namedropte, bijvoorbeeld. Of een eerbetoon aan MCA in de Beastie Boys-cover 'Paul Revere'. Een stukje 'Sweet Child O' Mine' van Guns N' Roses, zelfs. Of gewoon de riff van Gary Glitter's 'Rock & Roll Part 2'. De absolute climax kwam er - uiteraard - met een aan dubbele snelheid opgevoerde versie van 'The Seed (2.0)', een nummer opgedragen aan de overdracht van liefdeszaad.

Maar The Roots maakte er vooral één gigantisch feest van. Zowel voor de toeschouwers als voor zichzelf, afgaande op hoe ze na afloop met geen stokken van het podium te krijgen waren. En voor wie dan nog geen genoeg had, was er ook nog eens de afterparty met alle leden van The Roots in discotheek Magic.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234