Zondag 26/01/2020

Cd van de week

The National - 'Trouble Will Find Me' ****

The National zoekt zijn vertrouwde geluid op, dit keer met uitdrukkelijk orkestrale elementen. Beeld kos

'They say love is a virtue, don't they?', twijfelt een sombere bariton op de zesde plaat van The National. De liefde, een deugd? Op 'Trouble Will Find Me' lijkt die zekerheid meer dan ooit te wankelen.

Matt Berninger, de frontman en grafstem van The National, vertelde ons bij de release van High Violet (2010) al hoe zijn songs in twee kampen uiteenvallen: de ene helft gaat over hoe hij een beter man zou moeten zijn. Die song wentelen zich in hulpeloze mea culpa's. Maar net zo goed kunnen vrouwen hem ten gronde richten, vertelde hij erbij. Daar gaat de andere helft van zijn oeuvre dan weer over.

Op dat vlak bleef alles bij het oude. Op 'Trouble Will Find Me' laten de songtitels alleen al een loodzwaar anker zakken in je gemoed: 'Demons', 'Graceless', 'Humiliation', 'Slipped' - nee, op een dronken polonaise zul je The National niet gauw betrappen.

In de openingssong trekt Berninger spontaan het boetekleed aan. "I should live in salt for leaving you behind", bekent hij. Liefde is een behoedzaam sluipend venijn op deze plaat: alleen wie de gifmenger is, wil al eens afwisselen. In 'Sea of Love' maakt het overigens niet uit wie schuldig is: "If I stay here trouble will find me, if I stay here I'll never leave", verzucht hij.

Zelfs wanneer romantiek voorzichtig binnenkronkelt in 'This Is the Last Time' word je nog tot aan je nek in melancholie begraven. "I'm in trouble", wanhoopt de zanger stil, terwijl een strijkersorkest preventief een requiem inzet. In 'Pink Rabbits' - zelden zo bedrogen door een songtitel - verbijt hij de tranen dan weer met "You didn't see me I was falling apart / I was a television version of a person with a broken heart". Een pianist en strijkersorkest bijten intussen mee op hun lip.

Niet alleen tekstueel, maar ook muzikaal zocht The National alweer vertrouwd grondgebied op. Geen bezwaar: het New Yorkse vijftal is er nooit de groep naar geweest om het roer een onnatuurlijke kwartslag te geven. Met elke plaat schaafden ze liever hun eigen geluid bij. Dit keer ligt de nadruk duidelijk op de orkestrale arrangementen. Melodrama wordt gelukkig vermeden. Eerder stelt het orkest zich discreet in dienst van Berningers confessies.

Verkwikkende hartslag
De eeuwige zwartkijker mag dan in de put zitten, maar zijn stem zoekt wel voor het eerst hogere regionen op. In de openingssong en 'Heavenfaced' worden verrassend hoge noten gecroond. Het helpt net genoeg om je aan een verstikkende droefenis te ontworstelen.

Vooral drummer Bryan Devendorf zorgt voor een verkwikkende hartslag op deze plaat: het eigenzinnige ritme waarmee 'I Should Live in Salt' met de deur in huis valt, doet denken aan een walsje voor vier linkerbenen. Maar net zo opmerkelijk is de strakke pas van 'Don't Swallow the Cap' of het langzame crescendo in 'Humiliation', waarbij de kristallen gitaren van de broers Aaron en Bryce Dessner voor een grandioze finale tekenen.

Of deze plaat de notoire voorgangers 'Alligator', 'Boxer' of 'High Violet' overtreft, daar hoeft niemand zich niet het hoofd over te breken. Leg liever alle vier platen na elkaar op, op een druilerige dag of een zwaarmoedige nuit blanche. Met een groep als The National in de buurt, lijkt zonlicht schromelijk overschat. Stay down with your demons.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234