Donderdag 22/08/2019

Interview

The National speelt twee keer op Pukkelpop: ‘No pressure, maar onze toekomstige setlists hangen van jullie af’

The National. Beeld rv Graham MacIndoe

Het had een sabbatjaar moeten worden, maar met een nieuw album, een kortfilm van de hand van een Oscar-genomineerde regisseur en een wereldtour langs de grootste podia is er weinig rusten bij voor The National. In dat boerenjaar krijgt België een speciale behandeling: op Pukkelpop tekent de band twee keer present. Naast hun reguliere show spelen ze er ook een set waarbij de fans de nummers kiezen, een primeur voor de groep.

Hun achtste album, I Am Easy To Find, had er eigenlijk niet moeten zijn. Nog niet, althans. Na een drukke tour met het Grammy-winnende Sleep Well Beast had The National het wel even gezien. Goed, er lagen wel al een paar nieuwe ideeën en demo’s klaar, maar het plan van de bandleden was om eerst wat tijd voor zichzelf te nemen en andere projecten na te jagen. 

Dat was echter buiten Mike Mills gerekend. De Amerikaanse regisseur is namelijk niet iemand die je zomaar negeert; doorheen zijn carrière maakte Mills clips voor onder andere Air, Moby en Yoko One, ontwierp hij hoezen voor Beastie Boys, Sonic Youth en Elliot Smith en haalde hij in 2017 een Oscarnominatie binnen voor zijn film 20th Century Women’ Hij zocht toenadering tot de band in de hoop voor hen een videoclip op te mogen nemen maar kreeg in de plaats een map vol onafgewerkte muziek met de nota: ‘Doe hier maar iets mee’.

“We wisten helemaal niet wat Mike zou aanvangen met onze demo’s”, vertelt bassist Scott Devendorf. “Hij sprak over een kortfilm waarin ‘de vrouw’ centraal zou staan en onze muziek gedeconstrueerd als ondersteuning zou dienen voor het verhaal. Dat klonk wel goed, maar wij konden ons dat moeilijk voorstellen. Toen we de eerste ruwe versie doorgestuurd kregen, waren we met verstomming geslagen.” 

Het 24-minuten durende kleinood waarin actrice Alicia Vikander de levensloop van een vrouw van geboorte tot dood doorloopt, raakte een creatieve ader en The National trok de studio in om de onafgewerkte demo’s uit de film onder handen te nemen en nieuwe muziek bij te schrijven. De verhaallijn van de film legt onverwachts wel een bom onder iets waar de groep vroeger nooit bij stilgestaan had: zanger Matt Berningers rol als vertolker van de lyrische content. 

“Sinds Boxer (hun vierde album, uit 2007, PDH) schrijft Carin Besser, Matts vrouw, mee aan de teksten van de band. Haar invloed was nog nooit zo groot als nu. Voor I Am Easy To Find kwam daar ook nog input van Mike bij, want hij had natuurlijk de verhaallijn van de kortfilm ontwikkeld. Matt voelde zich niet de juiste persoon om de vrouwelijke inhoud juist over te brengen, dus besloten we om bevriende zangeressen als Kate Stables, Sharon Van Etten en Gail Ann Dorsey uit te nodigen om zanglijnen van Matt over te nemen. Dat voelde als een revelatie, alles viel op organische wijze op zijn plaats.”

Zanger Matt Berninger. Beeld BELGAIMAGE

Invloeden

Het is volgens Devendorf een van de redenen waarom The National het na twintig jaar nog steeds goed doet. “We staan heel open voor invloed van buitenaf; we werken graag samen met andere muzikanten en laten heel wat mensen toe in ons creatief proces. Deze keer hadden we met Mike iemand die het maken van een plaat op een heel andere manier benaderde. Als regisseur ging hij op zoek naar aanpassingen aan kleine details, die zo het grotere plaatje versterkten. Zelfs als het volledig het tegenovergestelde was van hoe wij het zagen, gaf hij eerlijk en vrijuit zijn mening. Over de teksten maar ook de muziek, de opbouw en de arrangementen, allemaal op gevoelsbasis, want hij is natuurlijk geen muzikant. Dat leidde uiteindelijk tot interessante inzichten en experimenten.” 

Een band als The National heeft een heel herkenbare sound. De uitdaging zit erin om niet saai te worden, niet telkens een doorslagje van zichzelf te zijn. “Op onze eerste twee platen sprongen we van americana naar folkrock met uitstapjes naar country. Ik vind dat je kunt spreken van een ‘The National-sound’ vanaf Alligator (derde plaat uit 2005, PDH). Toen voelden we dat we een goeie balans gevonden hadden. 

“We beloofden we onszelf wel dat we nooit twee keer dezelfde plaat zouden maken. Het is belangrijk om getriggerd te blijven, en actief en zonder oogkleppen aan de slag te gaan met nieuwe invloeden. Daarnaast wil ik ook even benadrukken hoe belangrijk het voor ons altijd is geweest om een eigen studio te hebben (sinds 2017 is dat Long Pond Studios, ervoor was dat Aarons Garage, PDH). Daar kunnen we zonder geld- en tijdsdruk experimenteren, aftoetsen en opnemen.”

Op Pukkelpop komen ze I Am Easy To Find voorstellen aan het Belgische publiek op vrijdag. “Het is een erg fijne plaat om live mee aan de slag te gaan. De nummers zijn heel gelaagd en lenen zich tot verdere ontwikkeling tijdens de optredens. Sommige tracks kunnen we verlengen, terwijl we bij andere doorheen de tour al nieuwe ideeën implementeerden. Toch is er ook een uitdaging aan de muzikale diepgang van de plaat: we staan met heel wat muzikanten op het podium, er gebeurt altijd wat en in the end is het aan ons om het overzicht te behouden en ervoor te zorgen dat alle puzzelstukjes in elkaar vallen.”

Vertrouwen

Al een geluk dat het vijftal alvast blindelings op elkaar kan vertrouwen. Doorheen hun carrière kende de groep nog geen enkele bezettingswissel. “Waaraan dat juist ligt? Het helpt alvast dat er heel wat familiebanden zijn, al is dat niet per se een garantie op succes als ik naar sommige andere bands kijk,” lacht Devendorf. “Nee, serieus, het belangrijkste is dat we onze vriendschap boven onze muziek stellen. De band is een katalysator, maar niet de reden. 

“We zijn ons heel bewust van het geluk dat we hebben, maar ook van de fragiliteit van dit alles, dus zorgen we goed voor elkaar. Ten slotte geven we elkaar ook heel wat creatieve vrijheid. Alle ideeën die aangebracht worden, krijgen aandacht en soloprojecten worden ondersteund. Dat laatste is erg belangrijk: als je met een artistiek ei zit dat je niet kwijt kunt, is dat vragen om problemen. De opgedane ervaringen van zo’n zijproject vloeien trouwens ook terug naar de band als interessante invloed. Het is een win-win.”

Bassist Scott Devendorf. Beeld ISOPIX

Nog zoiets waar The National al twintig jaar op kan vertrouwen: hun fans. En die beschouwen ze niet als vanzelfsprekend. “Elke band gaat uiteraard zeggen dat de connectie met hun publiek belangrijk is maar het is wel echt zo”, overtuigt Devendorf ons. “De muziek die wij maken is emotioneel en weinig vrijblijvend. Er gaat een soort van noodzaak tot deelname of overgave van uit, zou ik durven zeggen. Ik wil niet zo pedant zijn om te claimen dat dat ons doel is, maar alle bandleden zijn wel gevoelsmensen en dat laat zich ook wel merken in de muziek. Mocht dat niet zo overkomen bij het publiek, zou dat jammer zijn, want dan waren wij gewoon vijf huilebalken op een podium.” (lacht)

Die connectie met de fans onderhoudt de Amerikaanse groep dan ook met grote zorg. Wij dachten dat het gegeven ‘fanclub’ blijven hangen was in het begin van het millennium, maar met zijn communitysite Cherry Tree bewijst The National dat zoiets wel degelijk nog bestaansrecht heeft. Exclusieve interviews, merchandise en vinyls zijn het deel van wie lid wordt.

Pukkelpop 2

Toch is het niet altijd nodig om extra te betalen voor exclusieve zaken: The National durft al eens te verrassen met een of ander concept. Zo organiseerden ze vorig jaar in Cincinnati, hun thuisstad, een eigen festival, cureerden ze in 2017 een avond op Pitchfork Music Festival in Parijs en speelden ze in datzelfde jaar Boxer integraal in Vorst Nationaal. Het zijn allemaal hoogtepunten volgens Devendorf, die het geheel liever in ere houdt dan er aparte momenten uit te kiezen. 

Na dit weekend kunnen hij en zijn kompanen weer iets toevoegen aan die aaneenrijging van highlights: hun tweede set op Pukkelpop waarmee ze op zondag de Marquee afsluiten, is een ‘fan-curated set’, een optreden waarbij de setlist vastgelegd werd via stemming door de fans. De band was meteen gewonnen voor het idee. “Het is eigenlijk ideaal. We reiken de hand naar de fans maar tegelijk is het een moment voor ons om terug te kijken naar waar we vandaan komen,” zegt Devendorf. “De laatste paar dagen zijn we al heel druk aan het speculeren geweest over welke nummers gekozen zouden worden.”

Als het van hem afhangt, komen de nummers ‘Humiliation’ van Trouble Will Find Me (2017) en ‘Runaway’ en ‘Anyone’s Ghost’ van High Violet (2010) als winnaars uit de bus. Het antwoord komt snel na de vraag, al geeft de Amerikaan grif toe dat drie nummers erg weinig is, iets wat de band zelf ook merkt bij het opstellen van hun eigen setlists. 

“We touren nu met een nieuwe plaat dus uiteraard komt het leeuwendeel van de set daaruit. Maar we willen elke avond toch variëren in de nummers uit ons ‘archief’. Het is vanzelfsprekend dat we daar proberen te kiezen uit songs waarvan we denken dat het publiek ze graag hoort, en daarvoor wordt deze avond op Pukkelpop dus ook leerrijk. Wie weet is er een favoriet van de fans die we uit het oog verloren zijn, en moeten we die weer meer beginnen spelen.” Devendorf besluit: “No pressure Belgium, maar de verantwoordelijkheid voor wat er op onze toekomstige setlists staat, ligt bij deze bij jullie.(lacht)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden