Donderdag 27/06/2019

Filmrecensie

'The Meg': spektakelhaai met bloedarmoede

Jason Statham in 'The Meg.' Beeld Adam Dalton

The Meg beloofde hersenloos zomervertier te worden. Met 'hersenloos' kunnen wij best leven, maar met 'braaf', 'rommelig' en 'lui' veel minder. En toevallig zijn dat ook allemaal adjectieven die van toepassing zijn op The Meg.

Van een originele plot kun je The Meg moeilijk betichten, maar daarover vallen we niet: dat een team van maritieme onderzoekers zich vastrijdt in het diepste punt van de oceaan en er de verbitterde reddingsduiker Jonas Taylor (Jason Statham) moet bijhalen, is wat ons betreft de perfecte aanleiding om een prehistorische megahaai wakker te maken. En dat is ook wat er gebeurt. Dus moet Taylor niet alleen de onderzoekers, maar ook onschuldige vakantiegasten redden van een ontmoeting met een diepzeemonster.

Mega Shark vs. Jason Statham: zeg ervan wat je wil, maar een aantrekkelijke pitch is het wel. Maar dan moet je 'm wel nakomen. Als je Statham cast, moet je hem laten doen wat hij goed doet. Dat is niet: zoete broodjes bakken met de brave Chinese onderzoekster (Li Bingbing) en zich als een stiefvader ontfermen over haar dochtertje (Sophia Cai), maar wel: vloeken als een ketter, en niet tevreden zijn tot het bloed van z'n tegenstander aan z'n handen kleeft.

En als je een haai van dik 20 meter laat rondzwemmen, dan geef je die toch wat te doen? Je wil zien hoe dat beest zijn tanden in het vlees van de irritante, zelfingenomen miljardair (Rainn Wilson) zet, hoe onschuldige zwemmers uiteen worden gereten, hoe geen enkel dier, laat staan een mens, in de oceaan nog veilig is voor de 250 moordmachines die in zijn muil staan.

Behapbaar

Maar van dat alles krijg je bitter weinig te zien in The Meg, een Chinees-Amerikaanse coproductie die een PG-13-rating heeft gekregen, in plaats van een R-rating. Om de film behapbaar te maken voor een jong publiek, zijn er geen vloekwoorden te horen  terwijl niemand "fuck" zo sappig uitspreekt als Jason Statham – en is er nauwelijks gruwel te zien. Aan het einde komt er toch wat bloed aan te pas, maar alle slachtoffers die de megahaai maakt, worden netjes in één stuk of offscreen naar binnen gespeeld. 

Beeld Photo News

Voor een haaienfilm heeft The Meg een acuut gebrek aan bloed. Zelfs wanneer het meest irritante personage van de film aan z'n einde komt, toont regisseur Jon Turteltaub (Cool Runnings, National Treasure) enkel hoe de haai aanvalt, maar voor het moment van toeslaan wordt er netjes weggeknipt.

Een geweldig gevoel voor montage heeft Turteltaub overigens niet. De actiescènes zijn vaak slordig en rommelig aan elkaar geknipt en geplakt, waardoor je nauwelijks zicht krijgt op wat er gebeurt: alles tezamen heb je na een kleine twee uur bijzonder weinig van die haai gezien. Niet omdat Turteltaub ervoor kiest om
suspense boven spektakel te stellen – integendeel – maar omdat hij niet over het filmisch vernuft beslist om die haai op een geloofwaardige manier tot leven te brengen. Daarvoor tonen overigens ook de scenaristen van The Meg zich veel te lui. Lui bij het schrijven van boeiende personages, lui bij het schrijven van een angstaanjagende slechterik, en lui bij het bedenken van een bevredigend slot.

Aan het einde van de film blijf je over (spoileralert!) met één scène, waarin Statham besluit om in zijn eentje op de boosdoener af te zwemmen, en één quote – "Man versus Meg isn't a fight. It's a slaughter" – die de originele premisse een beetje eer aandoen. Maar dat is wel een heel magere balans. 

The Meg speelt nu in de bioscoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden