Woensdag 26/02/2020

Muziek

The Colorist Orchestra kleurt songs van Gabriel Ríos in: ‘Het moet een beetje schuren en botsen’

Aarich Jespers en Kobe Proesmans van The Colorist Ochestra gaan in zee met Gabriel Ríos. ‘Ik voel de vonk.’ Beeld RV Charlie de Keersmaeker

Het is alweer zes jaar geleden sinds Gabriel Ríos een volwaardige langspeler uitbracht, en een opvolger zit niet meteen in de pijplijn. Maar wie de Puerto Ricaanse Gentenaar een nieuw geluid wil horen brengen, kan terecht bij The Colorist Orchestra. Zij kleuren zijn bekende en minder bekende songs live in met surrealistische en avontuurlijke arrangementen. Te beginnen vanavond in de AB.

“Wanneer gaan jullie míj nu eindelijk eens bellen?” Zo klonk de passief-agressieve bede die een paar jaar geleden brandde op de lippen van Gabriel Ríos (41). Vandaag doen ze er alledrie lacherig over, maar voor Ríos was het indertijd wel menens. “Ik vind het misschien een beetje self-indulgent, een tikje genotzuchtig. Maar ik wilde oprecht al lang met deze mensen samenwerken. Een goeie song draagt meerdere levens in zich. En dat wilde ik met hen ontdekken. Ik ken Kobe (Proesmans) natuurlijk al langer, omdat we zo vaak het podium deelden. We waren altijd al een vreemd duo, trouwens. Ik herinner me dat Jef Neve gek werd van ons, toen we met zijn drietjes samen optraden. We zaten elkaar voortdurend in de haren, als een oud, getrouwd koppel (lacht). Maar we kunnen perfect op elkaar vitten zonder elkaar naar het leven te staan. We zijn de beste vrienden, en daarvoor hoeven we zelfs niet altijd op dezelfde golflengte te zitten. Deze samenwerking stond dus in de sterren geschreven.”

“De timing zat voordien gewoon niet goed”, sust Proesmans. “Meestal had Gabriel het te druk, en een andere keer liet onze agenda het niet toe. Pas na onze Colorist-tour met Howe Gelb (bekend van Giant Sand, GVA) vonden we enige tijd voor elkaar.” Voordien golden ook bij Lisa Hannigan en Emilíana Torrini dezelfde Belgische link: The Colorist Orchestra. Zij vormen al jaren het Belgisch klankenkabinet rond de slagwerktandem Aarich Jespers en Kobe Proesmans, met geluidsman Jo Francken als sound wizard. Een collectief dat – net als de naam doet vermoeden – zijn werk doet als strip- en filmcoloristen. Binnen bestaande contouren vulden zij de ruimte in met kleur, terwijl ze stilistisch andere nuances aanbrengen bij de artiesten met wie ze in zee gaan. Vandaag bundelt The Colorist op die manier de illustratieve krachten met Gabriel Ríos, de ghostboy die zweeft tussen Puerto Rico, Gent, New York en Amsterdam. Zijn bijzondere voorliefde voor ritmiek zou de grootste drijfveer voor deze exclusieve samenwerking worden.

“Artiesten die echt ballen aan hun lijf hebben, zouden hun oeuvre verplicht door The Colorist onder handen moeten laten nemen”, zei Kurt Overbergh van de AB onlangs over hun collaboraties. Daar is zeker iets van aan. Muzikanten die geen lefgozers zijn, vallen meteen af bij dit orkest. “Ik sta gelukkig voor alles open”, zegt Ríos met een kamerbrede grijns. “Ik ben vrij neurotisch als het op mijn eigen muziek aankomt, maar er is iets enorm excentrieks aan deze jongens dat ik niet kan, wil of mag negeren. Ze hebben hun eigen taal ontwikkeld: alles klinkt surrealistisch en soundtrackachtig. Ze spelen met tempo’s en verrassen je voortdurend. Toen we de afspraak maakten om samen te werken, besliste ik meteen: I have to let it all go. Dat is niet makkelijk voor mij, inderdaad (lacht). Ik ben een controlfreak, maar dat is een waardeloze eigenschap in dit geval. Als zij zich geen weg zouden weten met ‘Gold’ of ‘Broad Daylight’, mochten ze die zelfs gewoon weer schrappen. Geen greintje pijn, hoewel ik die songs ook nog altijd echt graag speel. In het begin was ik vooral blij dat ik me nergens van moest aantrekken. I didn’t wanna touch it too much. Deze muzikanten hebben zoveel talent en verbeeldingskracht, dat ik rustig op de achtergrond kon en wilde blijven. Ze remixen niets, hè. Het is re-arrangeren. Het enige waarmee ik me moeide, is met de opbouw van de setlist. Ik had alleen geen zin om willekeurig wat bekende songs in een nieuwer jasje voor te stellen. Dat leek me zo banaal. Er moet een verhaallijn in zitten. Of toch op zijn minst een waarin ik me kon vinden.”

Dubbeltje op zijn kant

Proesmans: “Daar hielden we sowieso ook rekening mee. In de set moet genoeg dynamiek steken – als we in elke song de violen bovenhalen, lijkt het ook al gauw een trucje. Dat proberen we te allen tijde te vermijden. Wat de grote hits van Gabriel betreft: dat is altijd een dubbeltje op zijn kant. Meestal worden songs net een hit omdat alles perfect zit, hè. Waarom dan nog nodeloos sleutelen aan die formule? Bij Emilíana Torrini beten we onze tanden stuk op ‘Jungle Drum’. Uiteindelijk hebben we het live toch gespeeld omdat het gewoon zo amusant was om te doen. Toen hebben we – met alle respect voor onszelf en haar natuurlijk – ons goedkoopste arrangement gebruikt om het toch maar te brengen. Daar viel weinig trots uit te halen, maar goed: het was tenminste leuk. Daar is niets mis mee.

“The Colorist is nooit ontstaan omdat we ons wilden opdringen aan bepaalde artiesten. Al zijn we ook weer niet zo gedwee. Gabriel noemde zichzelf daarnet een controlfreak, maar je mag evenmin onderschatten hoe koppig wij zijn (lacht). We zijn geen ruziemakers, maar discussiëren graag. Dat leidt ook tot de mooiste resultaten: The Colorist mag geen product van vleierij zijn. Het mag – nee – móét af en toe eens een beetje botsen. Het mag zelfs een beetje schuren. Anders kunnen we niet het onderste uit de kan halen. Het moeilijkste nummer in deze samenwerking vond ik trouwens heel ironisch een dat niet eens echt van Gabriel is: ‘El Raton’. Ik wilde dat die song respect opbracht voor het origineel, omwille van de latin traditie, maar het moest ook The Colorist-achtig klinken. Alleen: we hebben die rootsy achtergrond niet in dit orkest. We vogelpikken meestal op heel andere genres (lacht). Maar tegelijk kijk ik er ontzettend naar uit. Hoe verder we uit onze comfortzone kunnen treden, hoe mooier de resultaten.”

Zita Swoon

Gabriel Ríos had er meer vertrouwen in. “De meeste groepsleden ken ik ook al tijden. Ik was altijd een grote fan van Moondog Jr. en Zita Swoon. Aarich was de percussionist van de band die later Zita Swoon zou heten. En die bandleden bleken op hun beurt zwaar onder de indruk van The Nothing Bastards, de groep waar ik heel lang geleden in speelde. Ze kwamen na onze show op SXSW in Texas met me praten, en ik was bloednerveus. Starstruck, zelfs. Hun goedkeuring betekende de wereld voor me. Ik zie hen nog steeds als mijn grote broers. Het klinkt misschien allemaal wat gladjes, maar ik hou van deze jongens.”

Aarich Jespers staat erom bekend om zijn eigen instrumenten te bouwen. We willen dan ook graag weten of dat nu net zo goed het geval was. Jespers weifelt even. “Het is mogelijk dat ik een bepaalde klankkleur in mijn hoofd heb, en dat ik daarom mijn eigen instrument moet bouwen. Anders voel ik me te gelimiteerd. Maar bij deze muziek had ik vooral het idee dat we de percussie vuiler moesten laten klinken, meer dan we anders doen. Het moest niet zozeer anders klinken, maar het mocht wel bonter. ”

Zorgen over de toekomst

Dat Ríos nog steeds geen opvolger voor A Marauder’s Midnight (2014) heeft uitgebracht, maakt de samenwerking weliswaar dankbaar. Maar tegelijk baart het ook zorgen over de toekomst van Ríos. Hij zucht even. “Ik heb nog altijd niet de juiste songs gevonden. Ik sprak er daarnet nog met Kobe over. Na mijn vorige plaat is er een knop omgedraaid in mijn hoofd, en ik kan onmogelijk terug naar hoe het vroeger was. Als er nu nog iets verschijnt, zou het iets moeten zijn waar ik volslagen wild van ben. Alleen: dat gebeurt niet. En hoe langer ik wacht, hoe hoger de druk wordt, natuurlijk. Maar anderzijds: als ik het niet voel, dan moet ik het niet meer doen. Dat besef ik ook heel goed. Om het zo duidelijk mogelijk te stellen: geef me nu een gitaar, en ik speel je een nieuwe song. Maar als ik er niet gek op ben, zal die nooit het daglicht mogen zien. Ik weet niet hoe ik uit deze impasse kom, want ik heb al een halve plaat af die ik oprecht goed vind. Maar ik kan op dit ogenblik alleen maar zeggen: ik werk heel hard. Alleen haalt het niet genoeg uit. Mijn volgende plaat moet alles zijn, of het zal niets zijn.”

Hoe dat komt? “Er is heel veel gebeurd in mijn familie. Veel ziektes. Mijn vader heeft alzheimer, en er was de orkaan in Puerto Rico... Die dingen hebben me verlamd. Ineens geloof ik niet meer in Sinterklaas (glimlacht). Ik geloof nog altijd in mijn muziek, maar de magie en de opwinding zijn zo’n beetje verdwenen. Je noemt het moedig wat ik zeg? Daar ben ik het niet mee eens. Als het over moed zou gaan, dan impliceerde dat tenminste dat ik kon beslissen. Dat is niet zo. De beslissing ligt uit mijn handen. ’s Ochtends kan ik heel enthousiast zijn over een nieuwe song, en een paar uur later voel ik niets meer. Dat is nu anders met The Colorist: de vonk voel ik wel.”

Projectsubsidies

Op het ogenblik dat we elkaar spreken, is net de hele hetze over projectsubsidies losgebarsten. Proesmans weifelt even om er in detail over te treden. “We werken zonder projectsubsidies. Dat is niet van kunnen, maar van willen. We willen op eigen benen kunnen staan. Voor de Braziliaanse Cibelle en Howe Gelb moesten we subsidies aanvragen, omdat dat niet zo’n evidente namen waren. Maar we proberen het anders zonder. We willen zoveel mogelijk onafhankelijk en zelfbedruipend zijn, zowel qua smaakpalet als organisatorisch. Vergis je niet: dit is verschrikkelijk moeilijk. Maar ik wil niet dat The Colorist in deze als een van de vaandeldragers naar voren wordt geschoven. Alleen: als we relevant willen zijn, moeten we independent kunnen zijn. 

“Wat de regeringsbeslissing betreft, is het weer een ander verhaal: eigenlijk zie ik maar één slachtoffer. De samenleving. Daar moeten we alert voor blijven. Het gaat niet puur om onze inkomsten. Ik bekijk het eerder op een afstand: de samenleving gaat de volgende jaren op een heel andere manier cultuur beleven, en ik denk dat die politieke afstraffing – want ik geloof niet dat het een louter financiële beslissing is – ons allemaal duur te staan zal komen.”

The Colorist Orchestra met Gabriel Ríos speelt vanavond in Brussel (AB) 24/1 in Gent (Handelsbeurs), 30/1 Antwerpen (De Singel), 1/2 in Hasselt (Schouwburg) en 3/2 in Roeselare (De Spil). 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234