Dinsdag 20/04/2021

NieuwsExpo

‘The Brusseler’ brengt hulde aan ‘The New Yorker’ en aan onze hoofdstad

Enkele covers van ‘The Brusseler’. Beeld DM
Enkele covers van ‘The Brusseler’.Beeld DM

The New Yorker scoort niet alleen met de inhoud, ook de covers oogsten steeds bewondering. Geïnspireerd op het Amerikaanse tijdschrift mochten 120 illustratoren hun visie op onze hoofdstad verbeelden in The Brusseler, een fictief weekblad.

Manneken Pis, het Atomium, Kuifje, het Justitiepaleis, Toots Thielemans, bruine kroegen en Brusselse ketjes. Het zijn de meest voorkomende figuren en thema’s die opduiken op de meer dan honderd covers van The Brusseler. Maar de expo in het Huis van het Beeld gaat verder dan het tonen van klassieke toeristische plaatjes. Het is ook: twee Atomium-bollen die zichtbaar in iemands broek afgetekend zijn als waren het stalen testikels, Pietje de Dood die zich samen met zijn uit coronavirus gemuteerde hond in de toeristische straatjes ophoudt, of een noeste, in kostuum gewurmde draak die een pint bier naar binnen kapt met de woorden “Ich bin ein Brusseler”.

“Iedereen kreeg carte blanche”, stipuleert Johnny Bekaert, een van de curatoren. “De ene leverde een surrealistisch beeld, de andere een realistisch of humoristisch. Nog anderen toonden zich kritisch tegenover Brussel, zoals Nicolas Vadot en Max Wilgenkamp, die respectievelijk het fileleed en de openbare dronkenschap aankaarten. Het kon allemaal.”

Het Atomium. Beeld The Brusseler
Het Atomium.Beeld The Brusseler

Het resultaat mag er zijn: 120 beeldenmakers die op hun geheel eigenzinnige wijze de Belgische hoofdstad onder handen nemen. Onder hen zijn zowel onbekende als bekende namen: Ever Meulen, Joost Swarte, Philippe Geluck, Picha of Tom Schamp. Bekaert: “We benaderen steeds een grote selectie tekenaars om ook nieuwe en jonge tekenaars een kans te geven.”

Befaamde typografie

Het concept is niet nieuw. Aan The Brusseler gingen wereldwijd vijf gelijkaardige expo’s vooraf: The Parisianer, Le Montréaler, The Tokyoiter, The Shanghairen en The Milaneser. Voor elk van die expo’s werd een klein leger van illustratoren, stripauteurs, cartoonisten, animatoren en hier en daar zelfs een fotograaf opgetrommeld. Ieder van hen stond het vrij om hun hoofdstad naar believen te interpreteren. Elk van die prenten werd dan gefotoshopt alsof het echte The New Yorker-covers betrof – inclusief de aloude, befaamde typografie die het Amerikaanse tijdschrift nu al bijna honderd jaar smoel geeft.

“Het was een in België residerende Canadese tekenaar die ons attent maakte op die internationale hommage-expositie. Hij had ze in Montreal gezien en vroeg zich af of ook Brussel geen goede insteek zou zijn. Pas toen beseften we dat nog vier andere bekende hoofdsteden zulke expo’s hadden georganiseerd. Parijs was de eerste. Hun expo dateert van 2013. Hen contacteerden we als eerste, later spraken we ook met The New Yorker. Want hoe zat dat eigenlijk met het copyright en beeldrecht van hun naam, opmaak en typografie? Het antwoord was dat ze geen copyright vroegen en dat we naar eigen goeddunken hommages mochten brengen.”

Pietje de Dood. Beeld The Brusseler
Pietje de Dood.Beeld The Brusseler

Niet elk beeld is speciaal voor deze expo gemaakt, ook niet iedere beeldenmaker is een Belg. Of sterker: leeft nog. Bekaert: “Bekende illustratoren als François Schuiten, Jan Bosschaert, Delphine van Saksen-Coburg of Herr Seele hadden geen tijd om nieuw werk te maken, maar hadden wel massa’s tekeningen over Brussel liggen. En ja, voor het werk van stripauteur Yves Chaland, die veel over Brussel tekende en niet kon ontbreken in deze opzet, kregen we toestemming van zijn weduwe.” Van de 120 deelnemers zijn er 100 Belgen, klinkt het. “Sommigen buitenlandse auteurs verdienden hun plek omdat ze of in Brussel wonen of er erg mee vertrouwd zijn.”

Stromae

Ook opvallend: alle deelnemers en curatoren werken onbezoldigd. Waarom? Illustrator-tekenaar Johan De Vrome, die een opvallende cover tekende waarop Stromae een Kuifje-kapsel aanbindt, een pull draagt waarop het Atomium staat afgebeeld en net niet lurkt aan Margrittes pijp, doet voor de veertiende keer mee.

“Ja, zo’n prent neemt tijd in beslag, maar het blijft leuk om én tussen bekende beeldenmakers te staan én deel te mogen uitmaken van de hommage-expo’s van het Huis van het Beeld. Ik doe tweemaal per jaar mee. In het verleden tekende ik voor expo’s rond Jacques Tati, superhelden, Robbedoes, Philippe Geluck… Interessante thema’s, vind ik. Soms is er ook een maatschappelijk relevant thema zoals de expo Boobs Art, rond borstkanker. Daar doe je het voor. Elke expo is een nieuwe uitdaging.

“Ik durf zelfs te beweren dat ik voor al die expo’s een soort van stijl creëerde waar mijn dada’s uit de kunstgeschiedenis samenkomen. Het woord ‘gratis’ is dus relatief; je krijgt er iets anders voor terug. Alleen al met gelijkgezinden samenkomen en elkeen op zijn eigen manier één thema zien uitwerken…”

Anders dan bijvoorbeeld bij de expo The Parisianer, waarbij diverse catalogi verschenen en zelfs een opvallende nevenreeks werd gepubliceerd met als thema Parijs in 2050, kreeg The Brusseler geen catalogus. Alle werken staan wel op hun site waardoor, volgens Bekaert, de expo perfect virtueel te bezichtigen valt. “Los daarvan is het in deze tijden misschien nog goed om te vermelden dat onze exporuimte groot en hoog is.”

Nog tot eind augustus. Info: www.thebrusseler.eu

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234