Zaterdag 20/07/2019

Achtergrond Uitgezongen

The Beach Boys: zwendelaars in zon, zee en zand

The Beach Boys in 1962 in Los Angeles, Californië? V.l.n.r. Dennis Wilson, David Marks, Mike Love, Carl Wilson en Brian Wilson. Alleen Dennis kon daadwerkelijk surfen. Beeld Michael Ochs Archives

Als elk raam zou uitkijken op een oceaan en een zandbak, dan surften we ons elke dag suf op ‘Surfin’ U.S.A.’ van The Beach Boys, zinnebeeld van Californ-I-Ay.

Laten we elkaar geen Brian Wilson noemen: het bloedmooie ‘God Only Knows’ blijft voor ­eeuwig en een dag het onbetwiste meesterwerk van The Beach Boys. Maar deze kustspecial is ­natuurlijk meer gediend van een maritieme toets. Laat u dus door de kracht van aanrollende golven van de branding naar het strand drijven, op het bijna even onsterfelijke ‘Surfin’ U.S.A.’.

In de sixties waren The Beach Boys zowat het ­prototype van de geblondeerde en gebronzeerde all-American boys die over de Pacific Coast Highway cruisden, mooie meisjes achternazaten, en de golven bedwongen met hun surfplank. Saillant detail: op Dennis Wilson na, de middelste van de drie broertjes, kon niemand in deze boyband surfen.

Dennis kwam in 1983 trouwens aan zijn eind, toen hij verdronk… tijdens het duiken. Een tikkeltje ironisch voor een popgroep die jarenlang haar songs strandjutte aan de oceaan. Een kleine bloemlezing? ‘Surfin’, Surfin’ Safari’, ‘Surfer Girl’, ‘Noble Surfer’, ‘Surf Jam’, ‘Surfers Rule’, ‘The Rocking Surfer’, ‘The Surfer Moon’, ‘Catch a Wave’ en ‘Girls on the Beach’. The Beach Boys waren charlatans van de surfplank. Maar ook zalige zeezwendelaars.

Het was Dennis die Brian Wilson – het brein van de band – de surfhype aanpraatte. Die kwam overgewaaid vanuit Hawaii naar Californië, dat op zijn beurt het nirwana van de naoorlogse wereld was: het embleem van een hedonistische toekomst onder een azuurblauwe lucht. De perfecte voedingsbodem voor een Amerikaanse band dus die wilde wedijveren met die kekke Beatles uit het killige en druilerige Liverpool.

Zoals wel vaker in de popgeschiedenis, speelde ook bij ‘Surfin’ U.S.A.’ de liefde een rol. “Ik was aan het daten met een meisje dat Judy Bowles heette”, vertelt Brian Wilson over zijn inspiratie. “Haar broer Jimmy was een surfer en kende alle hotspots. Dus vroeg ik hem om alle surfplekjes die hij kende op te lijsten. Van Del Mar over Santa Cruz tot Doheny Way.”

What the hell

Wilson begon te kauwen op een melodie, en neuriënd stootte hij onverwacht op ‘Sweet Little Sixteen’ van Chuck Berry. “Ik was gek op het ritme en de sound van die song. Dus ik dacht bij mezelf: ‘God! Zou ik ermee wegkomen om surflyrics te plaatsen onder de melodie van ‘Sweet Little Sixteen’?”

Californ-i-ja! Zij het niet zonder slag of stoot. Voor een eerbetoon aan Berry was het wel zo handig geweest om eerst toestemming te vragen. Quod non. De rock-’n-rollpionier zat op dat ogenblik een straf uit omdat hij een minderjarig meisje over de grens had gesmokkeld – sweet little sixteen, weet u wel. Daardoor was elk contact met hem vrijwel onmogelijk. Berry dreigde evenwel om The Beach Boys aan te klagen, waarop de popgroep braafjes bijna alle ­royalty’s zijn richting uitschoof. Hij werd bovendien vermeld als songschrijver, wat zijn reputatie – ook achter tralies – zou bestendigen.

Carl Wilson bleek al net zo’n jatmoos, en plunderde de gitaarintro deels bij Duane Eddy’s ‘Moving and Groovin’. “Ik was al bang dat ik die riff op een ander album had gehoord, maar ik dacht: what the hell”, grinnikt Carl. “Het was de eerste keer dat we ons ervan bewust waren een heel krachtige song te kunnen schrijven. Heel upbeat en vrolijk. Eindelijk wisten we dat de groep goed genoeg klonk om op de radio te worden gespeeld.”

Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden