Donderdag 07/07/2022

InterviewArcade Fire

Terugkeer van een fenomeen: Arcade Fire verbindt verleden met toekomst in nieuw album

Van links naar rechts: Jeremy Gara, Régine Chassagne, Tim Kingsbury, Win Butler en Richard Reed Parry. Beeld NYT
Van links naar rechts: Jeremy Gara, Régine Chassagne, Tim Kingsbury, Win Butler en Richard Reed Parry.Beeld NYT

Na een bliksemstart die hen een vurige fanschare opleverde, was de interne magie een beetje zoek op de laatste plaat van de Canadese band Arcade Fire. Hun jongste, We, verbindt het verleden van de groep met haar hoop voor de toekomst.

Jeremy Gordon

Win Butler, zanger, gitarist en frontman van rockband Arcade Fire, is iemand die opvalt: borsalino met platte beige rand op het hoofd, afgebleekt blond haar dat tevoorschijn komt als hij zijn hoed afneemt. Hij is ook bijzonder groot, een eigenschap die hem in 2016 de onderscheiding van Most Valuable Player bezorgde na een sterrenwedstrijd in de NBA, voor acteurs Jason Sudeikis en Nick Cannon.

Op een warme dag in maart wandelden Butler en zijn vrouw, zangeres en multi-instrumentalist Régine Chassagne, over Times Square toen Butler gestrikt werd om deel te nemen aan een act waarbij straatartiesten over een groep mannen zouden springen. Butler was zonder twijfel de enige onder hen die ooit een Grammy voor Plaat van het jaar in de wacht gesleept had. Uiteindelijk opteerden de artiesten ervoor over iemand anders te springen.

“Grote mensen worden dus wel degelijk gediscrimineerd”, zei Butler schertsend toen hij terug bij Chassagne was, die wat bankbiljetten in de collectehoed stopte.

Het tripje was een soort muzikale thuiskomst, als je wil. De avond tevoren hadden Butler, Chassagne en Arcade Fire, een band die ooit voor 100.000 mensen optrad op Glastonbury, voor het eerst sinds 2004 opgetreden in de Bowery Ballroom, waar 600 mensen binnen kunnen. Achttien jaar geleden zaten David Bowie en David Byrne in het publiek, en die gezamenlijke patronage van twee rocklegendes katapulteerde de band toen mee tot The Next Big Thing.

“We wisten meteen: ‘Hm, ons leven gaat ietwat veranderen’”, zegt Butler terugblikkend.

Opgang

Wat volgde, was een van de steilste opgangen uit de recente rockgeschiedenis. Het debuut van Arcade Fire, Funeral, werd de snelst verkopende plaat in de geschiedenis van het indielabel Merge Records. The Suburbs kwam in 2010 binnen op nummer één, en deed als verrassend ‘Album of the Year’ beter dan werk van onder anderen Lady Gaga, Katy Perry en Eminem.

De groep combineert subtiele introspectie met uitdijende Springsteen-achtige rock-’n-roll en put inspiratie uit klassieke muziek, disco, kamermuziek, tot zelfs Haïtiaanse rara toe. Live staat de uit de kluiten gewassen band voor extatische optredens die weleens doen denken aan christelijke tentbijeenkomsten, met een geluid dat elementen in zich draagt van een schuifelende fanfare, een strakke ritmemachine en een superrockband die zo voetbalstadions uitverkoopt.

Maar toen in 2017 Everything Now uitkwam, een elpee die een verzoening moest bewerkstelligen tussen de dance- en de rocksound van de band, veranderde er iets. De lancering ging gepaard met een trollerige perscampagne waarbij de groep verscheidene websites creëerde die bewust foutieve informatie over hun activiteiten verspreidden, een soort commentaar op het ontluikende fake-newstijdperk. Dat viel nogal slecht. Om welke reden ook – het duistere politieke klimaat, de kwaliteit van de plaat zelf – flopte Everything Now, commercieel, maar ook in de kritiek.

We, het zesde album van de groep, is een reset. De single, ‘The Lightning I & II’, knoopt opnieuw aan met de monumentale rock en de oude existentiële bekommernissen van de band. (“I heard the thunder and I thought it was the answer”, zingt Butler. “But I find I got the answer wrong.”)

‘Age of Anxiety I’ en ‘Age of Anxiety II (Rabbit Hole)’ gaan van start als plechtstatige op piano drijvende ballads, om vervolgens langzaam op te bouwen naar een explosieve, ritmische ontlading. Andere songs betreden uitgekleed singer-songwriter-territorium. ‘End of Empire I-IV’ is een meerdelige verhalende song over het leven tijdens de Amerikaanse teloorgang, terwijl ‘Unconditional I (Lookout Kid)’ perfect kan functioneren als kampvuurlied.

Gedaanteverandering

Toen de groep een paar van die nummers bracht in de Bowery, sloten die naadloos aan bij vroegere hits zoals ‘Rebellion (Lies)’ en ‘Ready to Start’. Maar de band die We maakte heeft wel degelijk een aanzienlijke gedaanteverandering ondergaan.

“Het is minder een fysiek gemeenschapsleven dan het ooit was, en dat mag je interpreteren zoals je wilt”, zegt Richard Reed Parry, een van de multi-instrumentalisten in de band, met een veelbetekenend lachje tijdens een videogesprek. “Een heel, heel ander leven dezer dagen.”

Gezeten in restaurant Pantsy’s in het centrum van New York, de plek waar Butlers grootvader Alvino Rey optrad met zijn jazzcombo, is Butler spraakzamer dan Chassagne, al maken ze regelmatig elkaars gedachtegang af en wisselen ze over de tafel veelzeggende blikken uit.

“Ik ben gaan geloven dat muziek letterlijk een geest is”, zegt Butler. “Niet figuurlijk. Er is iets dat bezit van je neemt, en het gaat over op andere mensen.”

In de vroege jaren van de band kwamen en gingen groepsleden. Uiteindelijk bleef een bezetting over met Parry, bassist Tim Kingsbury en Butlers broer Will op diverse toetsen, strijkinstrumenten en footballhelmen. Drummer Jeremy Gara begon als tourmanager en kwam in 2004 voltijds bij de band. Arcade Fire oogde opvallend onafhankelijk en leek te weerstaan aan de typische externe druk die vaak gepaard gaat met snel succes.

“Als de dingen groter worden, komen de haaien in actie”, zegt Chassagne lachend. “We weten waar we heen willen, en dus ben je niet onder de indruk van cheques en beloften.” (Butler merkt op dat ze “na het succes van Funeral waarschijnlijk zowat twintig mensen zijn tegengekomen die beweerden dat ze Nirvana een contract hadden bezorgd”.)

Regine Chassagne en Win Butler. ‘Ik ben gaan geloven dat muziek letterlijk een geest is. Niet figuurlijk. Er is iets dat bezit van je neemt, en het gaat over op andere mensen’, zegt Butler. Beeld NYT
Regine Chassagne en Win Butler. ‘Ik ben gaan geloven dat muziek letterlijk een geest is. Niet figuurlijk. Er is iets dat bezit van je neemt, en het gaat over op andere mensen’, zegt Butler.Beeld NYT

Verhuis

Na Reflektor, een album uit 2013, verhuisden Butler en Chassagne naar New Orleans, omdat ze verliefd waren geworden op de plaatselijke cultuur (en op de relatieve nabijheid van Haïti, waar Chassagnes familie vandaan komt). De rest van de band bleef in Montreal.

Dat leidde niet tot “enorme interne veranderingen” voor opvolger Everything Now, zegt Parry. Maar hij merkt op: “Het was de eerste keer dat we ons op meer dan een armlengte van elkaar bevonden, en dat had wel een serieuze impact op de band.”

Kingsbury beaamt dat. “Het viel samen met het feit dat we allemaal halverwege de 30 waren en er kinderen begonnen op te duiken”, zegt hij tijdens een videogesprek. (Butler, 42, en Chassagne, 45, hebben een 9-jarige zoon.) Het resultaat, zegt hij, is dat meer recente albums “op bepaalde vlakken minder over ons allemaal gaan en een beetje meer over hen”.

Bij het begin van de covidpandemie maakten reisverboden het onmogelijk elkaar in levenden lijve te zien. Zoom-gewijs werken wierp geen vruchten af. Butler zegt dat hij en Chassagne zichzelf uitdaagden om elke song op te vatten in ongeproducete vorm en zonder drums, voor als ze gedwongen zouden zijn de plaat zonder inbreng van de andere bandleden te maken. (In de beginfase kwam Josh Tillman, alias Father John Misty, over uit Los Angeles om te fungeren als klankbord.)

In de herfst van 2020 lukte het om iedereen bij elkaar te brengen in El Paso, Texas. In de zomer van 2021 deden ze dat nog eens over in Maine.

Butler en Chassagne werken continu aan nieuwe muziek. “Het is ons leven”, zegt Butler, en hij voegt eraan toe dat Chassagne te weinig naar waarde wordt geschat voor haar bijdrage. “Régine heeft het merkwaardige talent om zich alles wat we eerder deden te herinneren. Het loopt allemaal door elkaar heen; over sommige songs doe je twintig jaar om ze te schrijven, voor sommige songs heb je maar twintig minuten nodig.”

Snertalbums

Tijdens ons gesprek heeft Butler het vaak over tijd. Hij vraagt zich af wat je als restaurant moet doen om honderd jaar lang te bestaan. En hij klaagt over de strenge normen waarmee nieuwe artiesten beoordeeld worden (“Ik hoop dat er nog ruimte is in de wereld voor bands om een paar snertalbums te maken, om vervolgens een briljante vijfde plaat uit te brengen.”)

“Het pad dat bijna alle artiesten die ik respecteer bewandelen, is sterk cirkelvormig – het is geen rechte lijn, en het gaat gepaard met veel ups en downs”, zegt hij in een apart videogesprek. “Het duurt hoe dan ook twintig jaar om erachter te komen of iets goed of slecht is.”

Butler ontkent dat de band door de reactie op Everything Now worstelde met zijn identiteit. Toch heb je bij het beluisteren van We het gevoel dat er sprake is van een subtiele herijking die zowel teruggrijpt naar het verleden als vooruitblikt op de toekomst.

De groep “mengt voortdurend oude en nieuwe dingen”, vindt Parry. “Dingen blijven opnieuw naar de oppervlakte opborrelen.” Stukken van ‘The Lightning I en II’ grijpen terug naar Funeral-tijden. Chassagne zegt dat een deel van ‘End of Empire I-IV’ werd geschreven toen zij en Butler elkaar leerden kennen aan de universiteit. Het wordt meteen gevolgd door iets wat ze schreven in de week van de opnames.

Parry zegt dat veel van de muziek ook achterbleef op de vloer van de montagestudio. “We waren tezelfdertijd aan het werken aan andere platen die ik ook een bestaan gunde.”

Dystopisch

Arcade Fire engageerde de Britse producer Nigel Godrich voor We, bekend van zijn werk voor Radiohead. De titel verwijst naar Butlers kindertijd, toen zijn grootmoeder hem voorlas uit een boek met het woord ‘We’ op de cover. Dat boek was de autobiografie van Charles Lindbergh, maar de titel van de plaat verwijst ook naar de gelijknamige dystopische roman van de Russische auteur Jevgeni Zamjatin, die zich afspeelt in een toekomstige samenleving waarin iedereen constant in het oog wordt gehouden.

Butler zegt dat hij een fysiek moodboard met inspirerend materiaal maakte en dat hij zich aangetrokken voelde tot “dystopsiche beelden van een laars die op iemands gezicht stapt, iedereen met maskers, echt beangstigende dingen, zoals in een koortsdroom”, en “beelden van onze zoon, familie, oude foto’s van de band, en het stuk beton voor ons oud appartement in Montreal waarop we in 2003 onze naam schreven”. (Het is er nog, merkt hij trots op.)

“Het duurde even om erachter te komen waarom die twee verband hielden met elkaar”, zegt hij. “Maar toen beseften we dat het zoals licht en schaduw is. Je bent geneigd ze te scheiden, maar eigenlijk gaat het om hetzelfde.”

De eerste helft van We is doordesemd met afkeer van deze moderne tijd, waarbij Butler klaagt over palliatieve dingen – televisie, medicatie, door algoritmes gegenereerde content – die ons niet gelukkiger lijken te maken. Maar dat gevoel ruimt plaats voor een zachter perspectief, waarbij Butler en Chassagne over hun zoon Eddie zingen (die credits krijgt voor zijn ‘fluisteringen’ op ‘End of Empire’), en over de manier waarop liefde betekenisvolle relaties smeedt.

Peter Gabriel zingt op ‘Unconditional II (Race and Religion)’. Volgens hen was het heel fijn om te praten met een artiest met dezelfde verbeten muziekbenadering. “Het was zo bijzonder om dat te horen omdat ik…”, zegt Chassagne, terwijl haar gedachten wegdwalen.

“We zijn soms ver weg”, maakt Butler haar gedachtegang af. “Het is leuk om mensen tegen te komen die begrijpen waar je het over hebt.”

Einde van een tijdperk

We markeert ook op meer formele manieren het einde van een tijdperk voor Arcade Fire. Na het eerste van vier concerten in de Bowery kondigde Will Butler aan dat hij de band verlaat. “Er was geen acute reden, behalve dat ik veranderd ben – en de band veranderd is – in de voorbije bijna twintig jaar”, meldde hij in een statement.

De getalsterkte van Arcade Fire was altijd al wat groter bij liveoptredens. In de herfst staat er een tournee op stapel, en voor die gelegenheid kwamen ook Dan Boeckner van Wolf Parade en de Haïtiaanse multi-instrumentalist Paul Beaubrun aan boord. “Ook al is het een van de grootste bands in de wereld, toch voelt het altijd aan alsof we de underdog zijn”, zegt Beaubrun. “We moeten tot het uiterste gaan, constant. Dat heb ik nergens anders gevoeld.”

De ambities van de groep reiken nog altijd verder dan gewoon platen uitbrengen. Chassagne sprak de intentie uit om de komende jaren vooral bezig te zijn met haar liefdadigheidswerk in Haïti. Butler zegt dat hij en Beaubrun een label uit de grond aan het stampen zijn dat Haïtiaanse artiesten zal promoten.

En hij verwijst naar zijn grootvader Alvino, die muziek is blijven spelen tot hij in de 90 was. Hij wil blijven doorgaan, zegt hij, wat de toekomst ook brengt. “Dat hele proces van mensen die gaan oordelen over een plaat - is ze goed, is ze slecht... Het kan me echt niet schelen”, zegt hij. “Ik speel muziek om in leven te blijven.”

© The New York Times

Arcade Fire, We, komt op 6 mei uit bij Columbia Records

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234