Maandag 14/10/2019

Expo

Tentoonstellingen die het goed doen op foto lokken volk

Het drijvende paviljoen van het Spaanse architectenduo Selgascano, tijdens de Brugse Triënnale. Beeld Daniil Lavrovski

Wilt u vandaag een succesvolle expo organiseren? Zorg dan voor een fotogeniek hoekje, wat kunstwerken die schreeuwen om een selfie en nodig een paar influencers uit. Dat hadden ze goed gezien in Kortrijk en Brugge. “Je bereikt er een nieuw publiek mee.”

Ze hadden op 30.000 bezoekers gehoopt, uiteindelijk telden ze er zo’n 175.000. Het gloednieuwe PLAY-kunstenfestival in Kortrijk was een schot in de roos. Hetzelfde verhaal in Brugge, ook deze zomer: drie jaar geleden lokte de Triënnale over hedendaagse kunst en architectuur 60.000 mensen naar de binnenstad, dit jaar klokten ze af op 380.000. 

Puike cijfers dus, en wat nog meer opvalt, is hoe aanwezig beide expo’s waren op Instagram. #tribru2018: goed voor 2.452 posts, met als blikvanger Skyscraper (the Bruges Whale), een stevige walvis gemaakt uit plastiekafval, die uit de Brugse reien gesprongen komt. Ook het knalrode, drijvende paviljoen van het Spaanse architectenduo Selgascano, bleek bijzonder fotogeniek.

De curator van PLAY, Patrick Ronse, keek ook met grote ogen naar de animo op Instagram. “Op de finissage hebben we alle Instagram-foto’s met commentaar laten zien. We kwamen toch aan een kleine 2.000 beelden. Voor mij was dat iets compleet nieuw.” Zou iemand hem al verteld hebben over het bestaan van Instagram Stories? 

Roze ijs en groen bos

In de Verenigde Staten is Instagram inmiddels net als de vestiaire en de museumshop: het hoort erbij als je naar een tentoonstelling gaat kijken. De laatste tijd duiken daar zelfs steeds meer pop-up art experiences op, tijdelijke tentoonstellingen die speciaal ontworpen zijn om te scoren op sociale media. 

Zoek maar eens op: het snoepjesroze Museum of Ice Cream in San Francisco, of The Museum of Feelings vol kleurrijke projecties, kamers die eruitzien als Drakes videoclip van ‘Hotline Bling’ of een ruimte waar duizenden groene optische vezels van het plafond hangen om soort magisch bos te creëren. Heel fotogeniek. 

De kritiek ligt voor de hand: dit zijn geen echte tentoonstellingen, laat staan musea. Doet er niet toe, vinden ze bij het Amerikaanse onlinemagazine Vox, want deze pop-ups weerspiegelen een reële verandering in de museumwereld: tentoonstellingen die het goed doen op foto, en dus op Instagram, lokken volk. Vraag dat maar eens na in Brugge, of in Kortrijk.

Het is ook geen toeval dat net vandaag de Japanse kunstenares Yayoi Kusama zo in de smaak valt. Negenentachtig is Kusuma, maar wel de best verkopende vrouwelijke kunstenaar en fotogewijs gesneden koek voor millennials. #yayoikusama levert 730.000 foto’s op op Instagram. Voor haar Infinity Mirror-installaties, spiegelkamers met lichtgevende voorwerpen zoals pompoenen, staan mensen wereldwijd aan te schuiven, haar kamers vol polkadots schreeuwen om een selfie. 

'With all my Love for the Tulips, I Pray Forever' (2011) van Yayoi Kusama, in de Marciano Art Foundation in Los Angeles. Beeld Robin Broos

Daarom heffen steeds meer musea het aloude verbod op fotograferen op en denken ze bij de inrichting van een nieuwe tentoonstelling aan een fotogeniek hoekje. “De plastic walvis hebben we doelbewust aan het Jan van Eyckplein gezet”, vertelt Griet De Prest van Triënnale Brugge. “Die combinatie van het oude Brugge en hedendaagse kunst: we wisten dat die mooi tot haar recht zou komen op foto.” 

Meer influencers

Bij PLAY in Kortrijk hebben ze ook regelmatig influencers uitgenodigd, zoals Sarah Nelissen, een zogenaamde mamablogger die bijna aan 26.000 volgers zit op Instagram en onder de naam Haaikie veel over haar kinderen post. “Inhoudelijk hebben wij niets met het kunstenfestival te maken, maar we zoeken wel naar influencers die we ermee kunnen linken: mensen die geïnteresseerd zijn in cultuur en die kwalitatieve content posten”, vertelt Marie Lemaître van pr-bureau Walkie Talkie. 

Het inschakelen van influencers komt uit de lifestylesector en sijpelt nu door naar de culturele wereld, zegt Lemaître nog. Kinepolis doet het bijvoorbeeld bij avant-premières, ook Oostende nodigt ze uit voor het straatkunstenfestival The Crystal Ship. “Toen we voor PLAY een kinderzoektocht onder de aandacht wilden brengen, was een influencer met kinderen dan wel interessant.” 

En het werkte, zag curator Patrick Ronse: “In de zomermaanden zagen we een lawine aan posts: veel jonge ouders en grootouders met de kinderen. Dus ja, we hebben ons succes ook te danken aan Instagram. We hadden een paar werken die zich uitstekend leenden voor foto’s. Vroeger bestond er natuurlijk ook zoiets als mond-tot-mondreclame en werd er gesproken over tentoonstellingen die je moest gezien hebben. Maar nu gaat het veel sneller.” 

Wie daar alvast niet vrolijker van wordt, is SMAK-directeur Philippe Van Cauteren. “We volgen wel wat er over het SMAK gebeurt op Instagram, maar een strategie? Nee. Je wilt toch niet dat mensen met hun gsm voor hun neus je museum doorlopen?” 

Onlangs nog was hij in het Parijse Musée d’Orsay voor een expo over Picasso. “Het krioelde daar van de mensen die voor de schilderijen poseerden voor selfies. Ik voel dan wat medelijden, het lijkt wel een verplicht nummertje voor die mensen.” Van Cauteren wil niet blind zijn voor nieuwe tendensen, maar hij voelt toch ook enige weerstand. “Zal er nog voldoende ruimte zijn voor de kunstenaar en de kunstwerken, of worden die randverschijnselen in functie van de leuke foto?”

Kunstenaar kopiëren

Terechte bedenkingen, maar er zijn al een paar onderzoeken gevoerd naar dit fenomeen en die suggereren dat voorlopig de voordelen groter zijn dan de nadelen. De Queensland Gallery of Modern Art ontdekte zo dat de bezoekers best creatief aan de slag gingen met wat ze zagen op een expo van Gerhard Richter: ze kopieerden bijvoorbeeld zijn kenmerkende wazige schilderstijl. 

In het Museum of Applied Arts and Sciences in Sydney merkten ze dan weer dat het gaat om de (kunst)objecten zelf, zoals door bij een tentoonstelling over schoenen in te zoomen op het fijne detailwerk. De selfies waren er duidelijk in de minderheid. 

Een installatie op het kunstenfestival PLAY in Kortrijk. Beeld RV - Martin Creed

Los daarvan stelt het onlinetechnologiemagazine Inverse de vraag: is er maar één gepaste manier om kunst te ervaren? Zo ja, is dat dan niet een nogal elitaire visie op kunstbeleving? En gaan we dan niet voorbij aan het potentieel van Instagram voor kunstenaars, curatoren, musea en hun bezoekers? 

De Brugse Triënnale overweegt alvast om de volgende editie ook influencers in te schakelen. En hoewel Ronse benadrukt dat hij er als curator geen rekening mee houdt, hij is wel overtuigd van het nut van sociale media. 

In Brugge zagen ze merkelijk veel tieners, hij kwam in Kortrijk veel mama’s met een hoofddoek tegen. “Doorgaans toch een groep die je weinig ziet bij culturele activiteiten. Dus ja, dankzij Instagram bereik je absoluut zeker een nieuw publiek. Dat doet deugd. Niet elke bezoeker zal het volledige verhaal van de tentoonstelling mee hebben, maar ik ga ervan uit dat er altijd wel iets blijft hangen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234