Maandag 06/12/2021

InterviewAlice Cooper

‘Tegenwoordig ben ik verslaafd aan nuchter zijn’

null Beeld EPA
Beeld EPA

Alice Cooper woont al jaren in Arizona, maar bracht dit jaar Detroit Stories uit, een rock-’n-roll-liefdesbrief aan de stad waar het voor hem allemaal begon. Hij nam de plaat op met de hulp van Detroit-grootheden als Wayne Kramer van MC5, Mike Farner van Grand Funk Railroad en leden van Motor City Horns en de originele Alice Cooper Band. Bob Ezrin, zijn vaste producer, zat aan de knoppen.

De afgelopen jaren bracht Alice Cooper (73) ook twee platen uit met Hollywood Vampires, een supergroep met Johnny Depp en Joe Perry van Aerosmith genoemd naar Coopers befaamde drinkersclub uit de jaren 70, waarin ook John Lennon, Ringo Starr, Keith Moon, Harry Nilsson, Bernie Taupin en Micky Dolenz zitting hadden. De man die shockrock uitvond, is zelf al enkele decennia geheelonthouder, lid van een Bijbelstudiegezelschap en een fervent golfer en kerkganger. We krijgen hem aan de lijn vanuit Phoenix.

Meneer Cooper, hoe hebt u zich het afgelopen jaar beziggehouden?

Alice Cooper: “Zoals iedere muzikant die ik ken, heb ik een studio in mijn kelder. Daar heb ik, ook al zoals iedere muzikant die ik ken, druk zitten schrijven en opnemen. We hebben de tijd genomen om platen voor de toekomst te maken. Sinds Detroit Stories is uitgekomen, ben ik met drie verschillende projecten bezig geweest.”

Wat hebt u tijdens de pandemie het meest gemist?

Cooper: “Met grote voorsprong: optreden. In die vijf decennia dat ik nu al op de planken sta, heb ik me nog niet één seconde verveeld. Elke avond is anders, elke song is anders. Dat ik me omring met de allerbeste muzikanten, die dan ook nog eens mijn beste vrienden zijn, helpt ook een heel eind. Touren is een waar plezier.”

Zou u een geweldige muzikant met een groot ego uit uw band trappen?

Cooper: “Zo iemand komt er simpelweg niet in! Ozzy Osbourne, Steven Tyler van Aerosmith, ikzelf: we kennen alle muzikanten in het wereldje intussen wel. We weten wie de lastpakken zijn, en we zijn nu op een leeftijd gekomen dat we geen gezeik meer willen. Je kiest voor mensen met wie je ook naast het podium kunt opschieten. Je bent er tenslotte zes, zeven maanden per jaar mee op de hort.”

Detroit Stories is een liefdesbrief aan Detroit, maar u opent de plaat met ‘Rock & Roll’ van The Velvet Underground, een onvervalste New York-song.

Cooper: “Dat is een beetje een strikvraag. Of een striksong, zo je wilt. Een jaar na The Velvet Underground, in 1971, hebben Mitch Ryder & The Detroit Wheels die song ook opgenomen: onze versie leunt daar dichter bij aan. Maar er zijn nog linken: Bob Ezrin, de producer van Detroit Stories, was ook de producer van Berlin en Rock ‘n’ Roll Animal van Lou Reed. En Lou en ik waren vrienden. Ik heb hem leren kennen in de tijd dat we samen in het Chelsea Hotel in New York rondhingen, en we zijn altijd close gebleven. Ik heb onze versie aan Laurie Anderson laten horen, zijn weduwe, en ze zei: ‘Lou zou er dol op zijn geweest.’”

Johnny ‘Bee’ Badanjek van The Detroit Wheels speelt mee op Detroit Stories, Mitch Ryder niet.

Cooper: “Ik had er ook Motown-zangers en -zangeressen bij kunnen halen, mensen als Smokey Robinson, maar ik wilde er geen revue van maken. Het moest een Alice Cooper-plaat blijven. Toen we wisten dat het een ode aan Detroit ging worden, was Johnny ‘Bee’ wel de eerste naam die Bob en ik opschreven. Hij blijft de beste drummer uit Detroit en omstreken. Luister maar naar wat hij doet op het einde van ‘Rock & Roll’: zó goed!”

Hoe was het om Wayne Kramer de riff van ‘Sister Anne’ van MC5 nog eens van dichtbij te zien spelen?

Cooper: “Ik had hem al niet meer gezien of gehoord sinds de jaren 70, toen we geregeld de planken deelden. Ik wist dat hij problemen had gehad met drugs, in de gevangenis had gezeten, en ik vroeg me af of hij het vuur van vroeger nog wel in de vingers had. Maar hij had nog geen tien seconden gespeeld of ik wist het al: hij is nog veel béter dan toen! Ik ben enorm tevreden met onze versie van ‘Sister Anne’. Wayne Kramer, Steve Hunter, Joe Bonamassa, ik op mondharmonica… Het was de song waarbij ik zei: ‘Zet de microfoons klaar en laat de band maar loosgaan.’ Een pure livetrack.”

Ik heb ooit gelezen dat tijdens de vroege concerten van Alice Cooper altijd een hoop Motown-muzikanten in de zaal stond.

Cooper: “Kleur bestond niet in Detroit. Toen wij in de seventies in het voorprogramma van pakweg The Who speelden, stond de zaal vol langharige rock-’n-rollkids in zwarte leren jassen, en daartussen: Smokey Robinson, Stevie Wonder, twee leden van The Supremes… Niemand die dat ongewoon vond. Zelf gingen wij ook naar Four Tops en Marvin Gaye, en niemand die zich afvroeg wat die langharige rockers op een soulconcert kwamen doen. Muziek wordt altijd in hokjes onderverdeeld, en wij deden ons uiterste best om dat onmogelijk te maken. Zeker, we waren een harde rockgroep, maar we hebben ook rare dingen gemaakt. Zelfs Frank Zappa kon er geen touw aan vastknopen (lacht).”

U hebt onlangs gezegd dat het onmogelijk is om tegenwoordig nog een publiek te choqueren. Wat zou u nu doen om de aandacht te trekken?

Cooper: “Het is altijd goed om een imago te hebben. Als wij vroeger ergens binnenkwamen, wist iedereen meteen: dat zijn die gasten van Alice Cooper. We hadden een look, ónze look. Net zoals The Beatles en de Stones er één hadden. Of de groepen van de jaren 80: Guns N’ Roses, Mötley Crüe… Je wist: dat zijn die kerels van Cinderella. Later had je Jane’s Addiction, Nirvana, The White Stripes, The Strokes, Green Day, allemaal groepen die wisten dat fantastische songs niet volstaan om de aandacht te trekken.

“Veel groepen van vandaag zijn gezichtloos. Ze lijken vies te zijn van glamour, willen geen rocksterren meer zijn. Iedereen ziet er hetzelfde uit en wil hetzelfde klinken.”

U bent al bijna veertig jaar gestopt met drinken. Hebt u het weleens gemist?

Cooper: “Nog geen seconde. Ik heb een verslavingsgevoelige persoonlijkheid, en tegenwoordig ben ik verslaafd aan nuchter zijn (lacht).”

Hoe gaat dat dan in Hollywood Vampires? Johnny Depp en Joe Perry lusten volgens mij wél nog altijd een stevige neut.

Cooper: “Johnny houdt van wijn, maar ik heb hem nog nooit dronken gezien. Joe Perry ook niet. We hebben een ode opgenomen aan onze overleden drinkebroers, maar iedereen in de studio was nuchter. O ironie.”

Wie bleef in de originele Hollywood Vampires het langst overeind?

Cooper: “Er hing wel een sfeertje van: wie wordt vanavond de last man standing? En toch kan ik me niet herinneren dat ze ooit iemand naar buiten hebben moeten dragen. Nilsson, Moon, Dolenz, Lennon als hij in de buurt was: we konden allemaal wel wat verdragen. Misschien was ik zelf nog de wankelste, omdat ik niet ’s avonds naar The Rainbow in West Hollywood trok en daar mijn eerste pint bestelde. Nee, ik begon ’s morgens al te drinken. Eigenlijk was ik nooit écht dronken. Ik leefde in een soort golden buzz.”

Om af te ronden: klopt het dat u ooit een Andy Warhol in uw garage hebt teruggevonden?

Cooper (lacht): “Ja, een werk dat ‘Little Electric Chair’ heet. Ik had het cadeau gekregen voor mijn verjaardag toen ik nog in New York woonde. Het kwam rechtstreeks uit Warhols Factory, als ik mij niet vergis hadden de schenkers er 2.500 dollar voor betaald. Jarenlang heeft het aan mijn muur gehangen, maar toen ik naar Los Angeles verhuisde, heb ik al mijn schilderijen in tubes laten opbergen. En zo belandde die Warhol in mijn garage.

“Op een dag hoorde ik acteur Dennis Hopper vertellen dat hij één van zijn Warhols had verkocht voor 12 miljoen dollar, en ik dacht: wacht eens even… Ik ben naar mijn garage gegaan, en welwel: daar was mijn Warhol! Dertig jaar had hij daar gelegen. Hij hangt nu in de Rock & Roll Hall of Fame in Cleveland, naast de originele elektrische stoel die we in de jaren 70 met Alice Cooper op het podium gebruikten. Geen idee wat die waard is.”

Als u wilt, kom ik volledig gratis uw garage eens opruimen.

Cooper: “Ik ben even van plan geweest om een garageverkoop te organiseren: 500 dollar entreegeld (lacht). Misschien ligt er nog wel ergens een Dalí. En mijn grasmaaier is ook best wel wat waard.”

Detroit Stories van Alice Cooper is uit bij earMUSIC.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234