Zaterdag 24/08/2019

Interview

Tanja en Saskia de Coster: “Onze ouders denken dat wij lesbisch geworden zijn om hen te koeioneren”

Saskia (l) en Tanja de Coster: “Wij zijn allebei papa-mama’s, zot als het kan, streng als het moet.” Beeld Tim Dirven

Met Nachtouders schreef Saskia de Coster (42) een prachtig boek over de niet-biologische moederliefde. Praten over haar roman doet ze voor één keer samen met haar zus Tanja (44): net als zij een lesbische ‘meemoeder’, net als zij afgekeurd door ouders met een voorkeur voor hetero­seksuele kinderen. “Wij hebben ons echt aan elkaar vastgeklampt.”

Saskia woont in Antwerpen, Tanja in Amsterdam. Saskia is schrijfster bij uitgeverij Das Mag, Tanja topadvocate bij internetbedrijf Airbnb. Saskia is strijdvaardig, Tanja diplomatisch. Saskia’s gedachten proberen elkaar op weg naar de uitgang voorbij te steken, die van Tanja wachten geduldig hun beurt af.

Tot zover de verschillen.

De gelijkenissen dan.

Ze hebben allebei zwart haar. Ze zijn allebei lesbisch. Ze mogen zich allebei de niet-biologische mama van een vierjarig kind noemen. En ze zijn allebei speciaal voor mij naar een Borgerhoutse bar gekomen om te praten over Nachtouders, de nieuwe roman van Saskia die onrechtstreeks ook over het leven van Tanja gaat.

In Nachtouders reizen Saskia en haar partner Juli naar een hippie-eiland voor de kust van Vancouver om de biologische vader van hun éénjarige zoontje te bezoeken. Tussen de Canadese oer­bomen wordt Saskia achternagezeten door een stoet van ongemakkelijke vragen. Mag een niet-biologische mama zich wel een échte mama noemen? Hoe doe je dat, ‘een bloedeigen niet bloedeigen zoon’ grootbrengen? Is het moederschap compatibel met het schrijverschap? En is het wel een goed idee om je beste vriend tot sperma­donor te promoveren?

Nachtouders is een warmbloedige roman over een vrouw die al een kind had, maar nog een moeder moest worden. Al mag u er ook een liefdevol pleidooi in zien voor minder krap bemeten opvattingen over het ouderschap. Of een ode aan de vriendschap. Of een afrekening met de schortdragende, Libelle-blogposts likende moederkloek. Of zelfs een poging tot rehabilitatie van de aandoening genaamd zwangerschapsfobie. Nacht­ouders is het allemaal. En nog meer.

Tanja de Coster

• 44 jaar

• studeerde rechten aan de KU Leuven en de universiteit van Namen

• is associate general counsel EMEA bij internetbedrijf Airbnb

• werkte eerder bij eBay, Capgemini en advocatenkantoor Loyens & Loeff

• woont in Amsterdam

• heeft één dochter, Nora (4)

Saskia de Coster

• 42 jaar

• studeerde Germaanse talen en literatuurweten­schappen aan de

KU Leuven

• schrijfster bij uitgeverij Das Mag

• haar nieuwe roman, Nachtouders, verscheen op 26 januari

• woont in Antwerpen

• heeft één zoon, Amos (4)

Terwijl de eigenaar van Bar Bakeliet veertigersdoping serveert – muntthee, spuitwater, wortelsap – vraag ik Saskia waarom ze het hoofdpersonage van haar boek naar zichzelf heeft ver­noemd. Ik verwacht een wat schizofrene uitleg over het verschil tussen het schrijvers-ik en het reële ik. Maar ze voelt niet de minste behoefte om achter haar gelijknamige personage dekking te zoeken.

“De Saskia in Nachtouders, dat ben ik. Haar verhaal is mijn verhaal. Maar niet enkel dat van mij. Nachtouders is de kroniek van élke ouder die weleens gewankeld heeft. Dat de hoofdpersonages twee lesbische mama’s zijn, is al bij al een anekdotisch gegeven. Waar het boek écht over gaat, is: wat betekent het om een ouder te zijn? Kun je het ouderschap leren? Is ouderliefde een bedreiging voor romantische liefde? Dat zijn vragen die niet enkel voor lesbische mama’s interessant zijn. En ook de bloedbandkwestie – kun je wel de ouder zijn van een kind dat je genen niet draagt? – is voor veel mensen relevant. Denk maar aan al die ouders die zich in nieuw-samengestelde gezinnen over niet-biologische kinderen ontfermen.”

Toen je in Canada was, werd je omringd door biologische verwanten van je zoon. De vraag ‘Ben ik als niet-biologische mama wel een volwaardige mama?’ drong zich plots in alle meedogenloosheid aan je op.

Saskia de Coster: “Die vraag stond natuurlijk al langer op de uitkijk, maar ging in Canada pal voor me staan. Voor ik moeder werd, vergeleek ik een niet-biologische moeder altijd met een droge zee. Of met een natte woestijn. Iets onmogelijks, een leugen. Gedurende de eerste maanden van mijn moederschap werd dat idee alleen maar bevestigd: telkens als mijn partner onze zoon borstvoeding gaf, voelde ik me volslagen nutteloos en overbodig.

“Maar gaandeweg heb ik geleerd dat niet DNA, maar wel tijd en aanwezigheid de echte ingrediënten van het moederschap zijn. Het feit dat mijn zoontje en ik – onder meer in Canada – steeds meer tijd met elkaar zijn gaan doorbrengen, heeft ons langzaam maar zeker samengevoegd.

“Sterker nog: door veel samen te zijn, heb ik het gevoel dat er tussen ons haast iets ‘biologisch’ gegroeid is. Als hij lichamelijke pijn voelt, is het alsof ik die pijn zelf ook ervaar. En als iemand iets lelijks over hem zegt, borrelt er in mij een verontwaardiging op die je gerust onder de noemer ‘oerkracht’ mag catalogeren. Ik heb mijn zoon niet gebaard, maar ik heb wel degelijk een moederinstinct.”

Heb jij ooit aan de waarde van je niet-biologische moederschap getwijfeld, Tanja?

Tanja de Coster: “Nee. Voor mij is het moederschap een rol die je speelt. En is de biologische band totaal onbelangrijk. In mijn ogen ís mijn dochter ook mijn biologische dochter: ze zou niet méér op mij kunnen lijken, mocht ze wél mijn DNA hebben. Ik denk dus niet dat het biologische ouderschap wezenlijk verschilt van het niet-biologische. Al weet ik dat uiteraard niet zeker: ik heb nog nooit een kind op de wereld gezet.”

Saskia: “Volgens mij voelt een biologische mama zich toch nog op een andere manier met haar kind verbonden dan een niet-biologische. Een kind in je lichaam laten groeien: dat is bijna het equivalent van extra ledematen aanmaken. Het geeft je moederschap allicht een bijkomende, lichamelijke dimensie. Als ik naar mijn zoon kijk, zie ik hoe nadrukkelijk zijn biologische verwekkers in hem aanwezig zijn. Terwijl ik mijn eigen genen níét in hem gereflecteerd zie. Maar dat wil uiteraard niet zeggen dat ik minder van hem hou. Of een minder goeie mama ben.”

Tanja (r): “Lange tijd waren kinderen niet eens een optie. Uit de kast komen was al moeilijk genoeg.” Beeld Tim Dirven

Nog niet zo lang geleden was je er nochtans van overtuigd dat je fundamenteel ongeschikt was voor het moederschap. Je durft het in Nachtouders nauwelijks te schrijven, maar toen je partner aanvankelijk twee miskramen kreeg, was je stiekem opgelucht.

Saskia: (knikt) “Ik dacht gewoon niet dat ik het in me had om een moeder te worden. En ik dacht ook: ‘We hebben het zo goed samen, Juli en ik, waar is zo’n gezinnetje in godsnaam voor nodig?’ Je moet weten: wat Tanja en ik vroeger qua gezin hebben meegemaakt, was niet van dien aard om te zeggen: ‘Jáá, dat willen wij later ook!’ Maar Juli had me van in het begin van onze relatie duidelijk gemaakt dat ze ooit een kind wilde. Stap voor stap ben ik haar in die droom gevolgd.”

Tanja: “Ik heb kinderen lange tijd niet eens als een optie beschouwd. Het was al moeilijk genoeg om uit de kast te komen. Om mezelf ervan te overtuigen dat het me ooit zou lukken om gelukkig te zijn met een vrouw. Aan kinderen dacht ik helemaal niet. Pas een jaar of zes geleden hebben mijn vrouw en ik tegen elkaar gezegd: ‘Eigenlijk kunnen wij ook kinderen krijgen. Dat is niet zo moeilijk.’”

Wanneer Juli in Nachtouders op het punt staat om te bevallen, denkt Saskia: ‘Het is zover, we gaan de sekte van het Moeder­schap betreden.’ Moeders zijn baardloze Bhagwans?

Saskia: “Met de zin die je citeert wilde ik de figuur van de traditionele moederkloek hekelen. Je weet wel: de overbezorgde, cupcakes bakkende moeder die haar armen spreidt en met een brede smile ‘kom maar bij mama’ zegt. Moederkloeken hébben iets sectairs. Ze zijn heel betrokken en bulken van de goeie intenties, maar ze zijn ook enorm verstikkend en bezitterig. Ze gaan ervan uit dat ze intuïtief weten wat het beste is voor hun kinderen en vergeten dat ook vaders een zorgende rol kunnen spelen. En ze hebben de hardnekkige neiging om het leven van hun nageslacht volledig over te nemen: ‘Doe nu maar gewoon wat mama zegt, dan komt alles goed.’

“Dat is een vreselijk ouderwetse invulling van het moederschap. Een goeie opvoeding vertrekt bij het kind, niet bij de ouder. Je moet ook luisteren naar je kinderen. Hoe kan je hen anders geven wat ze nodig hebben?”

Je wantrouwt ouders die zich bedienen van een setje onwrikbare principes?

Saskia: “Ja. Daarom verzamel ik op sociale media ook getuigenissen van ouders die net als ik weleens met het ouderschap worstelen (onder de hashtag #nachtouders, red.). Ik wil de mythe van het perfecte ouderschap ontmantelen. Ouders die precies weten hoe ze hun kinderen moeten opvoeden, bedriegen zichzelf. Je moét als ouder twijfelen, dat is net gezond.”

Delen jullie gelijkaardige opvattingen over het moederschap?

Tanja: “Ik ben wat soepeler dan Saskia. Eén of twee snoepjes: wat maakt het uit? (lacht) Saskia is dan weer speelser.”

Saskia: “Zeg maar gerust dat ik bij momenten nog kinderachtiger ben dan mijn eigen zoon. (lacht) Maar over het algemeen denk ik dat wij allebei papa-mama’s zijn: zot als het kan, streng als het moet.”

Tanja: “We zijn ook uitsloof­mama’s, vrees ik. We willen heel graag dat onze kinderen zich goed in hun vel voelen. Het zou fijn zijn, mochten de psychologen van onze kinderen later niet naar dezelfde verhalen moeten luisteren als onze therapeuten.” (lacht)

Zijn niet-biologische mama’s betere mama’s? Omdat ze hun moederschap bij gebrek aan een bloedband moeten ‘verdienen’?

Saskia: “Dat zou best kunnen. Zelf heb ik in ieder geval lange tijd het gevoel gehad dat ik extra mijn best moest doen. Een beetje zoals wanneer je een kind van vrienden onder je hoede krijgt voor één nacht. Dan denk je ook: er mag met dit kind echt niks gebeuren, want ík ben er verantwoordelijk voor.”

Tanja: “Ik ben sowieso een overachiever, dus ook als mama. (lacht) Al heeft mijn bewijsdrang meer te maken met het feit dat ik lesbisch ben dan met mijn niet-biologische moeder­status. Ik wil de wereld tonen dat ook lesbische mama’s goeie mama’s kunnen zijn.”

Hoe beledigend is het om als zogeheten meemoeder te moeten horen: ‘Maar jij bent óók een mama, hoor!’?

Tanja: “Heel beledigend. Ik weet dat het goed­bedoeld is, maar het klinkt als: ‘Maar jij mag ook meespelen, hoor!’”

Saskia: “Mensen zeggen me soms dat mijn zoontje zo hard op mij lijkt. Ook dat is lief bedoeld, maar het klopt natuurlijk niet: een jongetje met blond haar en blauwe ogen kán gewoon niet op mij lijken.” (lacht)

Waarom hebben jullie het biologische moederschap overgelaten aan jullie partner?

Tanja: “Het eerlijke antwoord is dat ik geen zin had om zwanger te worden. Het leek me gewoon niet zo leuk. Mijn vrouw zou het trouwens ook niet opnieuw willen doen. Als we nog een tweede kind willen, is het aan mij, zegt ze.”

Saskia: “Een kind dragen: ik zou het echt niet kunnen. Alleen al het idee dat er in mij een levend wezen met een bewustzijn en een ziel zou groeien, zou mij volledig doen flippen. En ik zou doodsbenauwd zijn dat dat kind niet meer uit mijn lichaam zou geraken. Maar voor je gaat denken dat ik een nutcase ben: zwangerschapsfobie is een officieel erkende aandoening. Ik heb een ziekte, mijnheer.” (lacht)

Over wie de biologische vader van jullie kind moest worden, hadden jullie duidelijk andere opvattingen. Saskia, jij koos voor je beste vriend; Tanja, jij voor een anonieme donor.

Tanja: “Correctie: een half-anonieme donor. Als mijn dochter 18 is, kan ze contact opnemen met die man. Maar mijn vrouw en ik kennen hem niet, nee. Al weten we wel dat hij donker haar en donkere ogen heeft. Net als ik. Ik wou genetisch toch een béétje vertegenwoordigd zijn.” (lacht)

Waarom moest jullie donor voor jullie naamloos blijven?

Tanja: “Omdat we niet wilden dat er nog een derde ouder zou zijn. Dat leek ons veel te complex.”

Is de biologische vader van jouw zoon een derde ouder, Saskia?

Saskia: “Toch niet. Hij is een donor, geen papa. Al moet ik daaraan toevoegen dat we hem wel als een potentieel vangnet beschouwen. Als onze zoon begint te puberen, sturen we hem gewoon naar Canada. Kan hij wat hout gaan hakken. (lacht) Het is dus niet uitgesloten dat zijn biologische vader in zijn leven ooit een rol zal spelen. Maar welke rol, dat weten we nog niet.”

We bespreken hoe de almachtige buitenwereld anno 2019 oordeelt over twee vrouwen die samen een kind opvoeden. Tanja vertelt dat ze ooit een Amsterdamse taxi­chauffeur in verwarring bracht door hem te vertellen dat ze samenleefde met een vrouw. “Die kerel moest daar erg lang over nadenken. Pas na een minuut of tien zei hij: ‘Ah! Ik begrijp het. Jouw man heeft gewoon twéé vrouwen.’ (lacht)

“Het goeie nieuws is: over het algemeen vinden veel mensen ons verhaal – en bij uitbreiding dat van álle lesbische moeders – heel bevrijdend. Ze leren eruit dat er niet één weg is naar het geluk. Niet iedereen moet dezelfde template volgen. Het is toegestaan om onconventioneel te leven en te denken.”

Dat de zussen De Coster een onorthodox bestaan mochten nastreven, was tijdens hun jeugd nochtans een goed bewaard geheim. Ze groeiden op in het Vlaams-Brabantse Linden, als dochters van West-Vlaamse immigranten met een voorliefde voor regels van het ijzervaste type.

In
Nachtouders omschrijft Saskia haar ouderlijke nest als volgt: ‘Wij mochten thuis niks. Wij wisten van niks. Wij geloofden in traditie. Wij lieten meters afstand tussen elkaars lichamen. Wij praatten over niks. Wij zeiden niks.’

Saskia (r): “Een kind dragen: ik zou het echt niet kunnen. Ik zou doodsbenauwd zijn dat het niet meer uit mijn lichaam zou raken.” Beeld Tim Dirven

En zo omschrijven Saskia en Tanja hun gezins­verleden in Bar Bakeliet:

Saskia: “Wij waren niet de dochters waarop mijn ouders gehoopt hadden.”

Tanja: “We waren te anders.”

Saskia: “Ze hadden heel strikte verwachtingen van ons.”

Tanja: “Waaraan we niet konden en niet wilden voldoen.”

Saskia: “Gevolg: we liepen compleet verloren.”

Tanja: “Terwijl onze thuis net onze haven had moeten zijn.”

Saskia: “Ik was de artistieke. Degene die altijd alles vuil maakte.”

Tanja: “Ik was de diplomatische. Degene die altijd probeerde te bemiddelen.”

Saskia: “Ik werkte mezelf voortdurend in de nesten. Alles wat ik thuis aanraakte, ging kapot.”

Tanja: “Er waren zoveel regels dat we permanent gestresseerd waren.”

Saskia: “Gelukkig hadden we elkaar.”

Tanja: “Wij waren een nest op zich.”

Saskia: “Jij hebt mij gered.”

Tanja: “Je hebt jezelf gered. Ik heb je alleen maar in de goeie richting geduwd.”

Een hartverscheurende passage uit Nachtouders: nadat Saskia haar ouders het heuglijke nieuws heeft gebracht dat ze lesbisch is, zegt haar moeder: ‘Nog een geluk dat jij nooit kinderen zal hebben. Dat is het enige goeie dat ik eraan kan zien.’ Die woorden hebben in een Lindense huiskamer ooit écht in de lucht gehangen, zegt Saskia. “De periode van onze coming-out was een heel nare tijd. Mijn ouders waren razend.”

Tanja: “Ik was als eerste uit de kast gekomen. Toen Saskia een jaar later volgde, gaven mijn ouders mij de schuld. Ik had zogezegd ‘reclame’ gemaakt voor mijn geaardheid. ‘Gij zijt ermee begonnen, gij hebt Saskia besmet.’ Ik heb ge­antwoord: ‘Lesbisch zijn, is óf een kwestie van nurture óf een kwestie van nature. In geen van beide gevallen ben ik verantwoordelijk.’”

Saskia: “Mijn ouders denken dat wij lesbisch geworden zijn om hen te koeioneren. Om contrair te doen. Ze geloven niet dat homoseksualiteit echt bestaat. ‘Jullie zijn tegen­natuurlijk. Word maar rap opnieuw normaal of ge hangt uzelf nog op.’ In hun ogen vallen wij hun manier van leven aan. Bedreigen we hun normen en waarden.”

Tanja: “Nadat we ons geout hadden, schaamden mijn ouders zich kapot ten opzichte van de buren. In de buurt waarin wij zijn opgegroeid, was homoseksualiteit not done, om het zacht uit te drukken.”

Saskia: “Ons overbuurmeisje was een onversneden butch (lesbienne met masculiene eigenschappen, red.). Maar haar ouders hadden een sprookje rond haar geweven: ‘Binnen een maand trouwt ze met een diamantair’, zeiden ze trots. En toen dat huwelijk vervolgens niet plaatsvond: ‘Ze heeft haar trouwfeest met een half jaar uitgesteld. Maar hij komt eraan, haar diamantair.’ Het was vreselijk om te zien hoe dat meisje gebukt ging onder de dwang om zichzelf anders voor te doen dan ze was. Wanneer we haar tegen het lijf liepen op homo- en lesbienne­fuiven, zei ze altijd: ‘Ik kom hier gewoon als sympathisant.’ Het was in het Linden van de jaren 90 niet evident om uit de kast te komen.”

Tanja: “We hebben allebei vrij lang gewacht met onze coming-out. Ik was al 23, Saskia 22.”

Saskia: “Ik ging kapot van de zenuwen toen ik het thuis ging vertellen. Ik belde aan, haalde diep adem en hield mijn handen tegen mijn buik geklemd. Toen mijn moeder de deur opendeed, zei ze vrijwel meteen: ‘Ik weet wel wat ge mij komt vertellen. Ge zijt zwanger.’ Dat was, denk ik, een geval van wishful thinking: ze had het allicht minder erg gevonden als ik zwanger was geweest.”

In Nachtouders zeggen je ouders over je zoon: ‘Het is niet jouw kind en dus ook niet ons kleinkind.’

Saskia: (knikt) “Mijn ouders konden al niet aanvaarden dat Tanja en ik met een vrouw samen­leefden. Dat we met die vrouw ook nog eens naar een laboratorium waren gegaan om een kind te maken, kon er helemáál niet in.”

Tanja: “Veel mensen kunnen nauwelijks geloven dat mijn ouders het zo moeilijk hebben met wie wij zijn. Maar homofobie is nog altijd een realiteit. En niet eens een uitzonderlijke. In Nederland is het meest gebruikte scheldwoord op school ‘homo’. En in België zijn er sinds een aantal jaren wel vooruitstrevende lgbtq-wetten, maar dat wil nog niet zeggen dat ook de mentaliteit van de mensen geëvolueerd is.”

‘Mensen kunnen veranderen. Maar ouders ook?’, vraagt Saskia zich in Nachtouders af. Is er een kans dat jullie ouders nog tot een vorm van voortschrijdend inzicht komen? Na het lezen van Nachtouders misschien?

Tanja: “Ik heb de hoop allang opgegeven dat mijn ouders tot inkeer zullen komen. En dat heeft mijn leven een stuk gemakkelijker gemaakt. Blijven hopen op iets wat toch niet zal gebeuren, is heel pijnlijk en frustrerend.”

Saskia: “Diep in mij zit er nog altijd een kleine Saskia die hoopt dat ze haar ouders op een dag zal horen zeggen: ‘We zijn trots op jou. We staan achter je.’ Maar als ik eerlijk ben, denk ik niet dat ze ons ooit nog met andere ogen zullen bekijken. Tenzij ze zelf nog eens een crush krijgen op iemand van hetzelfde geslacht, natuurlijk. (lacht)

“In
Nachtouders schrijf ik: ‘Het is een keuze: je principes boven je kinderen stellen.’ Wel, hoe langer ik zelf een kind heb, hoe minder ik begrijp dat mijn ouders die keuze gemaakt hebben. De liefde die ik voor mijn zoontje voel, is zó overweldigend, zó onvoorwaardelijk. Hoe kun je dat nu ondergeschikt maken aan iets anders?”

“We zijn ook uitsloofmama’s. We willen heel graag dat onze kinderen zich goed in hun vel voelen.” Beeld Tim Dirven

Tanja: “Ik vind het nog altijd heel erg dat mijn ouders mij niet aanvaarden. Maar sinds ik zelf een kind heb, kan ik het gemakkelijker loslaten. Ik heb nu mijn eigen gezin. Ik hoef niet meer zo nodig achterom te kijken. Maar dat wil nog niet zeggen dat ik de houding van mijn ouders begrijp. Dat doe ik, net als Saskia, steeds minder.”

En toch, Saskia, lijk je in je boek soms te twijfe­len tussen woede en begrip: ‘Mijn ouders proberen. Het is ook absurd wat we doen. Twee vrouwen gaan even, tegen alle natuur­wetten in, een kind maken terwijl de wereld ten onder gaat door de over­bevolking.’

Saskia: (zucht) “Een ouder-kind­relatie is heel ingewikkeld. Hoe hard je ouders ook zijn, je blijft je soms afvragen: ‘Ligt het aan mij?’ En zoals ook uit Nachtouders blijkt: de opvattingen van mijn ouders hebben me onvermijdelijk mee gevormd. Ik ben zelfs een tijdlang homofoob geweest. Ik walgde van mijn eigen geaardheid. Ik keek in de spiegel en dacht: ‘Wat voor iemand ben ik nu toch? Ik haat mezelf.’ Allemaal het resultaat van de conservatieve, heteroseksuele moraal die mijn ouders in ons gepompt hebben.”

Hebben jullie nog contact met jullie ouders?

Saskia: “We zien elkaar één keer per jaar. Maar ik sluit niet uit dat we na dit interview uit elkaars leven zullen verdwijnen.”

Jullie hebben nog een oudere zus en een jongere broer. Steunen zíj jullie?

Saskia: “Onze zus niet, onze broer wel. Hij mag dan wel in de voetsporen van mijn ouders getreden zijn, hij heeft ons nooit veroordeeld. Dat vind ik groots.”

Bij wijze van afzakkertje vraag ik Tanja of ze Nachtouders al gelezen heeft. “Nee”, antwoordt ze. “Ik lees de boeken van Saskia niet. Ze zijn voor mij too close to home. Te persoonlijk, te herkenbaar. Maar dat neemt niet weg dat ik ze principieel briljant vind. Ik steun Saskia onvoorwaardelijk.”

“Ik begrijp heel goed dat je mijn boeken niet leest”, zegt Saskia. “En ik vind het ook helemaal niet erg. Zo kun je tenminste niet kwaad zijn om iets wat ik wel of niet geschreven heb.” (lacht)

Waarna ze allebei hun zwarte jas aantrekken, met een perfect gesynchroniseerde glimlach afscheid nemen en arm in arm de avond induiken. Ook zussen met een verschillende fabricatie­datum kunnen eeneiig zijn.

Saskia de Coster, Nachtouders, Das Mag, 427 p., 24,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden