Dinsdag 21/05/2019

interview

Tamino: “Verdriet met rechte rug: dat is mijn Egyptisch DNA”

Beeld rv

Hij breekt graag een lans voor melancholie en tristesse, maar een gekwelde ziel? Nee, dat is Tamino niet. “Ik denk dat ik vooral diepte en gelaagdheid opzoek. Of dat nu in muziek of een doodgewoon gesprek is.” Pel de diepere lagen van zijn debuut Amir gerust als een ajuintje, en huilen zult u.

Amir betekent ‘prins’ in het Arabisch, vertelt hij over de titel van zijn langverwachte debuut. Die is meteen ook de tweede naam van Tamino-Amir Moharam Fouad. Een hele mond vol, dus het is niet eens zo onbegrijpelijk dat Tamino van het eerste deel zijn roepnaam maakte. “Ik noemde de plaat zo omdat het de perfecte omschrijving is van wat ik doe, van wie ik in wezen ben. Een prins heeft eigenlijk geen keuze, hij wordt zo geboren. Dat geldt net zo goed voor de meeste muzikanten. Je kunt niet weglopen van wie je bent. Als ik geen muziek kon maken, zou ik vast doodongelukkig zijn.”

Dat een prins doorgaans jong is, speelt ook in de kaart van de net geen 22-jarige boy wonder. Hij heeft nog veel te leren voor hij koning kan worden, zegt Tamino. Maar op zijn glansrijke debuut toont hij toch vooral een oude ziel. En een in ijltempo na te komen Europese belofte.

Lees ook onze review van ‘Amir’: van deze prins geen kwaad ★★★★✩

Egyptisch DNA

Vorige maand mocht hij samen met Faces On TV bijvoorbeeld nog de Anchor Award voor aanstormend talent in ontvangst nemen op het Reeperbahn Festival in Hamburg. “Zo’n award maakt mij eigenlijk niet zoveel uit”, schokschoudert hij. “Ik vond het belangrijker dat ik achteraf een praatje kon slaan met Tony Visconti (producer van o.a. David Bowie, Thin Lizzy en Morrissey, GVA). Een lieve, enthousiaste gast. Als iemand zoals hij oprecht zegt dat je groot zult worden, en je zelfs vergelijkt met Bowie… Wow. Hij vertelde me toen dat Bowie een virtuoze, heel wendbare stem had. Visconti raadde aan om net als hij zoveel mogelijk variatie in mijn werk te steken, mezelf voortdurend te blijven uitdagen en vernieuwen.”

Die woorden had Tamino zichzelf evenwel al in de oren geknoopt bij het opnemen van zijn eersteling. “De songs moesten groots klinken, majestueus, trots. Je kunt het vergelijken met de oude Arabische muziek waar ik van hou: daar zit vaak verdriet in, maar ze worden steeds met rechte rug gebracht. Dat doe ik ook. Waarschijnlijk ligt dat aan mijn Arabische erfenis. Ik heb dat Egyptische DNA beter leren omarmen. Vroeger was ik daar schuw voor, omdat ik eigenlijk niets met mijn roots heb. Maar in die traditie hebben we Amir wel aangepakt. Ik leg mijn hart bloot, zonder gêne, maar ik zeg nooit ‘ocharme ik’. Ik ben geen slachtoffer, geen gekwelde ziel.”

Geen woord Arabisch

Wat ook bijdraagt aan de sfeer op de plaat: Tamino liet zich door een Brusselse firqa begeleiden. “Zo'n uitgebreid Midden-Oosters orkest wilde een avondvullend programma maken met de muziek van mijn grootvader (Moharam Fouad, de ‘Egyptische Frank Sinatra’, GVA) en ze vroegen of ik die nummers wilde komen zingen. Dat heb ik beleefd geweigerd. Gewoon omdat het niet juist aanvoelde. Ik spreek in de eerste plaats al geen woord Arabisch – ik werd in Mortsel opgevoed door een Belgische moeder – dus ik zou de nummers fonetisch hebben moeten instuderen. Maar een paar weken nadien heb ik de tafels gedraaid: ‘Willen jullie op mijn plaat meespelen?’ Sommige opnames hebben de final cut niet gehaald – in ‘Verses’ hebben we hun bijdrage zelfs bijna helemaal geschrapt – maar ze bepaalden wel subtiel mee de klankkleur.”

Beeld rv

‘Verses’ lijkt wel een liefdesliedje pur sang, waardoor het haast een witte raaf lijkt op een plaat die schippert tussen donker gemoed en in sepia gedrenkte melancholie. “Ik ben geen donker persoon”, weerlegt Tamino. “Maar er heerst wel een conflict tussen apathie en melancholie bij mij. ‘So It Goes’ leunt dichter aan bij die apathie, bij nihilisme. Hoe je helemaal niets lijkt te merken van de schoonheid rondom je. Maar dat mocht je niet in de muziek horen, en dat hoef jij als luisteraar dus ook niet zo aan te voelen. 

“Ik hou meer dan wat ook van gelaagdheid in muziek. In ‘Indigo Night’ vechten die twee het bijvoorbeeld tegen elkaar uit. Romantiek is mijn protest tegen nihilisme, tegen de gedachte dat niets zin heeft. Ik rebelleer ook niet zozeer tegen een kille, koude wereld. Eerder tegen mijn eigen nihilisme. Ik wil me graag overgeven, maar soms voel ik helemaal niets.”

Niet wegvluchten

Zijn drie jaar jongere broer komt er even bij staan. Ramy is de huisfotograaf, regisseur en creative director die het internationale imago van zijn broer mee helpt uitdragen. Pas op zijn vijftiende ging hij zich in fotografie interesseren – hij verzorgde toen het artwork voor Tamino’s toelatingsproef aan het Conservatorium van Amsterdam – en later ook in regie. Onlangs stond hij zelfs achter de schermen voor de clip van ‘Persephone’, waarin Tamino in de gedaante van Hades zijn geliefde toezingt. 

De twee zijn het er roerend over eens: het succes van Tamino heeft hen dichter bij elkaar gebracht. Ramy en Tamino vertellen – elkaar doorlopend aanvullend – hoe ze de Persephone-mythe subtiel wilden weergeven in de clip, “omdat het nummer sowieso al heel heftig is, en vol symboliek zit”.

Die symboliek of weelderige beeldspraak is evenwel geen smoke and mirrors voor zijn echte gevoelens of een melodramatische stijlfiguur. “Mijn hart heeft al gebloed”, verzekert Tamino me. “Na een lange relatie. ‘Habibi’ vloeide rechtstreeks uit dat verlangen en die eenzaamheid. Toen ik even in Amsterdam ging wonen, is het niet altijd makkelijk geweest. Maar mijn songs zie ik niet als loutering of zelfs maar een verwerkingsproces. Eerder als het omarmen, verkennen en oproepen van gevoelens die ik al kende. Door daar niet van weg te vluchten word ik een betere artiest, denk ik. Iemand die mijn muziek niet snapt of voelt, zal me vast een blèter vinden. (grinnikt) Maar dat zijn volgens mij juist mensen die steeds wegvluchten van hun gevoelens. Dat doe ik niet. Ik heb al vaak gehoord dat ‘Habibi’ mensen heeft geholpen bij het verwerken van de dood van een familielid of vriend. Dat vind ik belangrijker.”

Abstract

De clip voor ‘Tummy’ – ook gemaakt door Ramy – verbeeldt dan weer een bijzonder abstracte tekst, zeggen we. “Maar het is een abstracte tekst voor een basic idea, dat in de video duidelijker wordt”, corrigeert Tamino. “De clip vertelt een lusverhaal. Ik sta op, helemaal in het goud, en weet: zo kan ik nooit achter de kassa gaan staan. Om geld te verdienen, zet ik mezelf te kijk terwijl mensen me op handen dragen. Die aandacht kan verstikkend werken, maar het personage dat ik speel, kan zichzelf niet ontvluchten. De volgende dag gebeurt precies hetzelfde.”

Een persoonlijke connotatie hoeven we er – voorlopig toch – niet achter te zoeken. “Ik voel mezelf geen slachtoffer van mijn succes. Al weet ik dat heel wat artiesten vroeg of laat worstelen met succes. Mij lukt het nog altijd. Ik ben voornamelijk dankbaar. Ik geniet vooral. Het ergste wat mij kan overkomen, is dat mensen babbelen tijdens het concert. (lacht) Als dat stoort, speel ik ‘Habibi’ trouwens niet. Die song is gewoonweg te intens om daar onder ondankbare omstandigheden volledig in te kunnen kruipen.”

Amir verschijnt op 19/10 bij Communion / Caroline. Tamino speelt op 30/11 in Ancienne Belgique.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.