Zaterdag 21/09/2019

De wending

Tamino: "Een banaal bestaan leiden is mijn grootste angst"

Tamino. Beeld Diego Franssens

Hits, lovende recensies, festivalweides vol bewonderaars: het was het jaar wel voor Tamino, de Belgisch-Egyptische muzikant die met ‘Habibi’ zijn naam vestigde. Maar dit was slechts de start, zegt hij. Volgend jaar komt er een album en veel meer. "Vanaf nu begint het pas."

Zijn laatste concerten van het jaar speelt hij niet in eigen land, waar hij roem oogstte en woorden zoals broeierig en mysterieus werden geschreven in pogingen om zijn muziek te definiëren. Nee, het laatste podium van wat voor hem een schakeljaar was, wordt in Nederland bestegen. Bitterzoet heet de zaal in Amsterdam, en ook dat woord lijkt speciaal voor hem bedacht.

Het is 17 december en over enkele uren zal Tamino (21) hier zijn vierdaagse tournee bij de bovenburen afsluiten. Net als in Utrecht, Rotterdam en Eindhoven is ook dit concert uitverkocht. Toch lukt het nog om hier naast hem te wandelen zonder dat hij wordt herkend, bespied of aangeklampt. Zelfs een fotosessie midden in een drukke straat doet weinig mensen opkijken.

De stad mag hem dan nauwelijks herkennen, hij kent Amsterdam wel. Na het atheneum in Mortsel kwam Tamino-Amir Moharam Fouad hier op zijn zeventiende aan het conservatorium studeren. “Erg cool was dat, maar ook hard wennen. Mortsel was heel klein. Een bubbel waar ik nooit zo graag in heb gezeten. Ineens ging in Amsterdam de wereld open. Met de vrijheid kon ik goed om. Discipline heb ik altijd gehad. Omdat ik maar net genoeg studeerde om geslaagd te zijn, dachten sommige leerkrachten in het middelbaar dat ik geen harde werker was. Maar voor wat ik graag doe, werk ik keihard.

“Het moeilijkste aan Amsterdam was dat de bekende kaders er niet meer waren. Mijn nieuwe klasgenoten wisten niets over mijn achtergrond. Een gek idee, vond ik. Beangstigend vooral. Elke keer als ik met de trein naar hier kwam, had ik het gevoel dat ik door een onzichtbaar gordijn reed en dat de mensen aan de andere kant van dat gordijn geen flauw idee hadden van wie ik was. Na verloop van tijd is die angst weggevallen, omdat ik me stilaan ook hier geworteld begon te voelen.”

Iets meer dan twee jaar woonde, speelde en studeerde hij in Amsterdam, maar toen werd het allemaal te groot en moest hij stoppen met zijn studies. Nadat hij eind 2016 een Radio 1-sessie gespeeld had met Het Zesde Metaal, schopte hij het begin dit jaar tot laureaat van Stubru’s De Nieuwe Lichting. Zijn naam was gemaakt. ‘Habibi’ werd een hit, op Werchter en Pukkelpop kon hij tienduizenden concertgangers beroeren, ‘Cigar’ sloeg aan, er volgde een ep met vijf nummers.

“Er is zo veel gebeurd in zo’n korte periode. Mensen hebben me dan ook vaak geadviseerd om mezelf te blijven. Gek, vind ik. Je wilt toch niemand toewensen om zijn leven lang hetzelfde te blijven? Nee, ik besef meer dan ooit dat je als mens voortdurend verandert. Omdat ik mezelf de hele tijd heb moeten bijstellen.

"Als je altijd in cafés gespeeld hebt en je mag ineens op Werchter staan, moet je zot hard geloven in jezelf. Er is geen ruimte meer voor onzekerheid. Dat is veranderd het voorbije jaar. Ik ben veel zelfverzekerder geworden. Met arrogantie heeft dat niks te maken. Ik vind het nog altijd een mirakel wat er allemaal gebeurd is. Elke dag kan ik nog verbaasd zijn dat mijn muziek een plek op de radio gekregen heeft. En dat ik een hit gemaakt heb. Crazy. Ik schreef dat nummer op mijn kamer toen ik achttien was.”

Tamino De Wending 2017 Beeld Diego Franssens

Maak je je nummers nu op een andere manier dan vroeger?

Tamino: “Op zich is er niet veel veranderd, maar ik ben wel gegroeid als songwriter. Een goed geschreven song vind ik het fijnst om naar te luisteren en het is ook wat ik zelf het liefst wil maken. De afgelopen maanden heb ik de grote songwriters bestudeerd: Bob Dylan, Leonard Cohen, Nick Cave, Elliott Smith. Naar John Lennon luisterde ik al als kind, hem heb ik via mijn moeder leren kennen en hij was mijn eerste idool.

“Als ik naar mijn ep luister, die werd opgenomen toen ik 19 was, hoor ik echt een jonge muzikant, romantisch en getormenteerd. Ondertussen ben ik toch wat rationeler geworden in mijn schrijven. Zonder het gevoel kwijt te raken, want romantiek en gevoel zijn mijn essentie.”

In interviews klink je heel bescheiden. Ben je dat ook?

“Ik heb eens gelezen dat ik een niet-pretentieus voorkomen heb, en dat men dat uniek vindt. Ik heb een grote dankbaarheid, en die zal er altijd zijn, omdat ik het niet vanzelfsprekend vind wat er allemaal gebeurd is. Ik besef heel goed dat alles beslist wordt door de mensen die naar je muziek luisteren. Je mag de nieuwe Mozart zijn, als de mensen het niet lusten, gebeurt er niets.

“Maar ik ben niet bescheiden over mijn werk. Ik weet wat ik waard ben. Ik weet ook dat ik een goed optreden kan geven. Natuurlijk moet ik wel op de juiste plek staan. Op Tomorrowland moet je mij niet zetten, denk ik. (glimlacht)

Vanwaar die noodzaak om songs te maken?

“Als ik het niet doe, mis ik iets in mijn leven. Weet je wat zalig is aan je kindertijd? Tot je elf of twaalf jaar bent, leef je gewoon. Je kunt weleens verdrietig zijn, maar er is nog geen leegte of groot leed. Dat leer je pas kennen als je adolescent bent. Zo ging het bij mij ook. Ik miste iets en dat is dan opgevuld door muziek. Ineens moest ik nummers maken. Nog altijd. Het geeft zin aan mijn leven.”

Veel adolescenten zullen die fundamentele leegte toch niet ervaren. Bij jou zitten de diepte en de gekweldheid ontegensprekelijk in je songs. Waar komt dat vandaan?

“Goh. (denkt lang na) Ik kan misschien wel enkele minder toffe dingen uit mijn kindertijd bedenken, maar ik weet niet of dat nu de grote trauma’s zijn geweest. Ik heb me die vraag eerlijk gezegd ook al vaak gesteld, maar ik heb er geen duidelijk antwoord op. Het zal een combinatie zijn van context en karakter.

“Ik kan heel romantisch naar de wereld kijken, maar ook heel kil, nuchter en koud. Noem het een tweestrijd die in mij zit. Die trouwens volop tot uiting komt in de nummers die ik nu aan het schrijven ben. Het zijn zelfs bijna twee verschillende soorten songs. Enerzijds de romantische jongeling die alles voor de eerste keer beleeft en het prachtig vindt. Anderzijds de zeurderige oude vent die ervan overtuigd is dat de wereld lelijk is en niets uiteindelijk zin heeft.

“Die tegenstelling trekt de hele tijd aan mij. Combineer dat met de liefde, die elke songwriter kent of heeft gekend, en dan denk ik dat je bij de diepte uitkomt waar je naar verwijst.”

Het is een dankbare basis voor iemand die creatief bezig is, maar is het niet moeilijk om zo als mens in het leven te staan?

“Ik begin er meer en meer aan te wennen. Songs erover schrijven helpt. Ik ben ook niet ongelukkig. Integendeel, eigenlijk ben ik heel gelukkig. Misschien is het soms moeilijker voor mijn omgeving, dat ik op het ene moment heel enthousiast kan zijn over iets, en niet veel later nihilistisch kan reageren.

(denkt na) Weet je, op de een of andere manier heb ik me nooit helemaal thuis gevoeld. Heb ik me anders gevoeld. Mijn gemixte roots (hij is de zoon van een Belgische moeder en een Egyptische vader, red.) zullen daar wel mee te maken hebben.”

Over die roots gaat het vaak in gesprekken met jou, maar in welke mate speelt het mee? Goed, je hebt een Egyptische vader, maar is dat zo bepalend?

“Ik denk van wel. Vroeger dacht ik dat vooral de buitenwereld poespas zou maken over mijn roots. (lacht) Wat dan natuurlijk niet helpt, is een nummer uitbrengen met een Arabische titel. Maar ik besef steeds meer dat het muziek is waar ik mij verwant mee voel. Het zijn de eerste klanken die ik vroeger heb gehoord. Toen ik nog een kind was, zong mijn vader Arabische liedjes voor mij terwijl hij op de oed (een Arabische luit, red.) speelde, en ik zong mee. Mijn Arabisch ben ik ondertussen wel verleerd.

“Ik heb ook veel opgezocht over mijn grootvader (Moharam Fouad, 1934-2002, een bekende en erg populaire zanger in de Arabische wereld, red.). Nu ik zelf meer optreed en een groter publiek krijg, wil ik meer over hem weten. Hoe ging hij er bijvoorbeeld mee om dat hij zo’n grote ster was? Die vragen stel ik nu aan mijn vader. (Tamino’s ouders zijn gescheiden, hij groeide op bij zijn moeder en zijn vader woont in Egypte, red.)

Kan je vader op je vragen antwoorden?

“Mijn grootvader was uiteraard vaak van huis weg. Mijn vader heeft hem niet veel gezien, maar kan wel veel over hem vertellen. Wat ik ook wil weten: hoe vond mijn grootvader zichzelf opnieuw uit? Hij was bijvoorbeeld de eerste die in zijn band de elektrische gitaar gebruikte. En wat bracht hij teweeg bij de mensen, welke gevoelens weekte hij los?

“Hoe meer ik zelf evolueer, hoe belangrijker ik dat erfgoed vind. Omdat ik het in mij voel. Ik ben nu zelf begonnen met de oed. En in september ben ik een week naar Libanon gegaan. Mijn achternicht woont in Beiroet en had er zangles geregeld bij een oed-speler. In de Arabische muziek zingen ze met kwarttonen, en dat heeft een heel speciaal effect. Het zijn klanken die niet blij zijn, maar ook niet triestig. Het was de eerste keer dat ik bewust zulke tonen zong, want naar het schijnt deed ik het af en toe wel onbewust. Nu ben ik het aan het studeren.

“Die muzikant wist natuurlijk wie mijn grootvader was. Over mij zei hij dat ik een natuurtalent ben. Het klinkt raar om dat te zeggen, maar het was zo fijn als bevestiging. Van het moment dat ik met die man toonladders zat te zingen, voelde het aan als thuiskomen.”

De Arabische wereld is vaak op een negatieve manier in het nieuws. Is dat iets waardoor je je aangesproken voelt?

“Een beetje wel. Ik vind het bijna gestoord hoe weinig positieve dingen over de Arabische wereld worden verteld, terwijl er zo veel moois te vinden is. Je moet gewoon met de mensen spreken. Die willen ook maar hun leven leiden. En ze zijn modern. Het is absurd dat ik dat moet zeggen, maar vaak denkt men blijkbaar het tegendeel.

“De man die me lesgaf in Beiroet was een gevluchte Syriër. Een ongelooflijk getalenteerde en intelligente muzikant. Toen hij een eigen compositie speelde over de situatie van zijn thuisland, moest hij huilen. Verschrikkelijk is het.

“Het is niet mijn doel de Arabische wereld te vertegenwoordigen, maar ik ben wel trots dat een nummer als ‘Habibi’ op de radio in België is geweest. Ik hoop toch dat het op de een of andere manier een effect heeft gehad.”

Je leest ook graag en veel. Wie zoal?

De profeet van Kahlil Gibran is mijn favoriete boek (een filosofisch werk met levenslessen, red.). Hij is een Libanees die naar Amerika verhuisd is, waar zijn Arabische romantische ziel geconfronteerd werd met de westerse nuchterheid. Hij schreef De profeet in het Engels, maar koos toch bewust voor de romantische aanpak in plaats van de koele observatie. Dat heeft mij enorm geïnspireerd. Ik noem het romantiek met een vuist. Als ik teksten schrijf, probeer ik in zijn buurt te komen. Zelf blijf ik vaak nog worstelen met die kilheid.”

Enkele weken geleden zei Stijn Meuris in deze krant dat hij niet begrijpt dat de jonge generatie over liefde ‘en tralala’ zingt in deze tijden. Waar blijft de geëngageerde muziek, vroeg hij zich af.

“Ik heb veel respect voor Meuris, maar ik ben het niet met hem eens. Pas op, ik heb me zelf ook weleens afgevraagd of ik niet egoïstisch bezig was. Zeker toen ik naar Dylan luisterde. Maar actuele problemen zetten me op dit moment niet aan tot schrijven. Misschien komt dat nog.

“Anderzijds weet ik niet of het echt zal helpen als ik een lied maak over een maatschappelijk probleem. Bovendien is muziek maken op zich al een vorm van engagement, want ik breng mensen samen met verschillende achtergronden, nationaliteiten en politieke voorkeuren. Ik denk dat mijn kracht dus eerder ligt in mensen kunnen ontroeren. Zo heb ik vaak gehoord dat ‘Habibi’ mensen heeft geholpen bij het verwerken van de dood van een familielid of vriend. Dat is ook belangrijk.”

Als je over jezelf praat, lijkt er een groot streven naar vrijheid in jou te zitten.

“Ik voel steeds meer dat ik nu vrijheid heb. Ik heb heel lang moeite gehad met het stramien waarin veel mensen zitten: geboren worden, een uitgetekend pad volgen, en dan is het gedaan. Ik heb ervoor gestreden om zo’n leven niet te hebben.”

Je bedoelt om geen banaal bestaan te leiden?

“Ja. Dat is misschien mijn grootste angst. Bekend zijn was eigenlijk nooit mijn doel. Ik was ook blij geweest met een klein publiek, zolang ik maar kon maken wat ik wou en ervan kon leven. Dat is voor mij vrijheid.”

Voor elke kunstenaar, schrijver of muzikant die ineens bovenaan staat, is het de kunst om er te blijven. Ben je daar bang voor?

"(direct) Totaal niet. Ik heb die ep gemaakt omdat ik graag eens iets van mij wilde laten horen. Ik was negentien en had al dertig nummers geschreven. Toch denken veel mensen dat ik maar vijf liedjes heb. Blijkbaar word ik meer als zanger dan als songwriter beschouwd. Daar heb ik me over moeten zetten, want voor mij is het omgekeerd. Ik heb er nood aan om te zingen, maar ik heb een nog grotere nood aan schrijven. 

"Niet erg, hoor, en het zal wel bijgesteld worden als mijn volledig album er binnenkort is. Trouwens, ook in het buitenland staat de komende tijd veel te gebeuren. Dus hoe ongelooflijk 2017 ook geweest is, ik zie het voorbije jaar niet als hoogtepunt. Nee, vanaf nu begint het pas.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234