Zaterdag 07/12/2019

Interview Tamino

Tamino beantwoordt lezersvragen: ‘Applaus is niet genoeg’

Tamino: ‘Ik voel me vandaag nergens echt thuis. Ik ben een kerel uit Mortsel, maar mijn Egyptische roots voel ik toch ook sterk aan.’ Beeld Tim Coppens

In negen afleveringen stellen lezers de vragen aan bekende Belgische muzikanten die deze zomer het festivalseizoen kleuren. Deze week: Tamino. Waar is hij bang voor? Is hij hetero of homo? En is een broze artiest die voor zoveel mensen speelt soms niet liever alléén? 

Besef je dat je voor veel jongeren met een Arabische achtergrond een grote inspiratie bent? Ik heb mijn roots leren aanvaarden dankzij jouw muziek. Een dikke merci om het deurtje van mijn kooi op een kier te zetten. (Amalia Jaidi, Antwerpen)

“Wow... fuckin’ wów. (na een lange stilte) Dat raakt me echt. Als jonge tiener was ik niet echt bezig met mijn achtergrond. Ik stak die weg. Ik wilde er gewoon bijhoren op school. Ik wou een gewone Antwerpse jongen zijn zoals de rest. (lacht)

“Maar ik ben blij dat ik desondanks vandaag zo’n brug kan slaan. Want je mag dat probleem echt niet onderschatten: als je iets wil leren over de Arabische cultuur, moet je heel bewust zélf op zoek gaan. Op tv zie je hooguit beelden van revoluties en geweld, terwijl er zoveel schoonheid is te rapen. Maar als je geen Arabisch kent, is het redelijk moeilijk om de juiste dingen te vinden op het internet.

“Ik hoop binnenkort avondlessen te gaan volgen, omdat ik de taal altijd al heb willen leren. Een bijkomend voordeel zal zijn dat ik de romantische teksten in Arabische muziek volledig ga kunnen verstaan. De emoties in de muziek komen hard aan, maar ik zou graag ook in detail weten wat er gezongen wordt.”

Hoop je op een doorbraak in het Midden-Oosten? (Marie Verschuren, Kontich)

“Mijn Engelse agents proberen op dit moment shows te boeken voor mij in het Midden-Oosten. Dat is best ongezien: de meeste artiesten spelen wel in Israël, maar nooit in Egypte of Libanon. Een zware logistieke uitdaging, kennelijk. (lacht) Maar in die landen wachten er ook veel mensen op artiesten uit het Westen om daar te komen optreden. Dat is dus een van mijn grote dromen die uitkomt.

“In Turkije heb ik onlangs een fantastische ervaring gehad. Dat publiek is zo enorm dankbaar. Je krijgt er bijzonder veel van terug als artiest. Ze zingen élke song mee die ze kennen en achteraf kwam iemand me zelfs vertellen dat hij aanvoelde hoe belangrijk het is wat ik doe. Hij was geraakt door de versmelting van twee werelden, de Arabische en de westerse.

“Twee werelden die in de media en de publieke opinie toch altijd worden gezien als gescheiden entiteiten, en onmogelijk te verenigen zouden zijn. Ik ben daar wel trots op, ja, dat mijn muziek íéts kan betekenen in de gedachte dat beide culturen kunnen samensmelten.”

Ken je het boek De alchemist van Paulo Coelho? Ik vind dat verschillende van jouw nummers heel goed bij dit boek passen. (Sigrid Verhaeghe, Diksmuide)

“Ik ken dat boek helaas niet (‘De alchemist’ gaat over een jonge herder die één grote wens heeft: de wereld bereizen tot in alle uithoeken om zo uit te vinden hoe die in elkaar zit. Zijn dromen over een verborgen schat zetten hem aan tot een zoektocht. Na veel omzwervingen ontmoet hij in Egypte de alchemist, die over grote spirituele wijsheid beschikt. Hij adviseert de jongen: ‘Luister naar je hart, GVA). Maar het staat bij deze op mijn to-do­lijstje.

“Een goed boek lezen stimuleert mijn creatief brein veel meer dan naar goede muziek luisteren. Het heeft zowel invloed op mijn teksten als op de muziek.

“Bij het lezen van een boek trekt dat gevoel door mijn hele lichaam. Een boek dat op die manier heel belangrijk voor mij is geweest, was Paleis van verlangen, van Nagieb Mahfoez. Die heeft daar overigens nog de Nobelprijs mee gewonnen. Dat boek heeft mij veel geleerd over mijn vaderland Egypte.

“Op dit ogenblik lees ik vooral non-fictie, omdat ik geïntrigeerd raakte in theologie. Op school heb ik indertijd zedenleer gevolgd, en ik kom uit een vrijzinnig gezin. Maar een groot deel van mijn familie is dan weer religieus, en over hun moslim­cultuur weet ik veel te weinig, merk ik nu. Ik verwacht niet ineens een openbaring, nee. (lacht) Maar ik hoop wel meer te leren over hun beweegredenen om te geloven.

‘Dat ze Kurt Cobains dagboek lieten verschijnen na zijn dood, vind ik hallucinant: dat is toch zot persoonlijk?’ Beeld Tim Coppens

“Ik voel me vandaag nergens echt thuis, en misschien speelt dat ook mee. Ik ben een kerel uit Mortsel, maar mijn Egyptische roots voel ik toch ook sterk aan. Mijn Syrische oed-leraar (een peervormig snaar­instrument dat veel gebruikt wordt in muziek uit het Midden-Oosten; GVA) merkte dat ook: blijkbaar speel ik een typisch Egyptische kwartnoot, terwijl ik niet eens wist hoe die in godsnaam zou moeten klinken.

“Toen ik mijn debuut opnam, las ik vooral Kahlil Gibran. Ik heb nu zelfs een boek met al zijn verzameld werk: die kortverhalen en gedichten vind ik altijd geweldig. Een gedicht zou je inderdaad met een songtekst kunnen vergelijken, maar in mijn beleving is dat toch anders. Er zijn maar een paar artiesten bij wie de songteksten even goed als poëzie zijn. Maar dan moet je algauw gaan kijken in de richting van iemand als Leonard Cohen. Een van de vele genieën met wie ik me nooit zal kunnen meten.”

Een detailvraag misschien, maar ze houdt mij al twee jaar bezig. Wat moeten we ons in godsnaam voorstellen bij ‘a sound vile and yet devout’. ‘Kies maar iets’ of ‘vrij in te vullen’ vind ik geen geldig antwoord. (Lazer Huppeldepup, Gent)

“Die regel komt uit... ‘Sun May Shine’? Sorry dat ik er even over moest nadenken, ik vergeet soms mijn eigen teksten. (lacht) In die song wou ik op een heel droge, zelfs koude manier twee tegenovergestelde karakters voorstellen. De één is erg romantisch, de andere nihilistisch. Ik had heel lang het gevoel dat ik daar ergens tussen schipperde. Om níét nihilistisch te zijn, moet je een vuil ego laten bovendrijven, dacht ik. Dénk ik soms nog steeds. Hoe kun je anders voor jezelf verklaren dat je leven grote waarde heeft, en dat het wél betekenisvol is wat je doet.

“Waarom ik die gedachte vuil vind? Als je jezelf even de moeite getroost om uit te zoomen, zie je dat we eigenlijk niets betekenen in het licht van de eeuwigheid, of in deze wereld van zeven miljard individuen die komen en gaan. De gedachte van een zinvol leven is tegelijkertijd van heilige waarde, omdat het net hetgene kan zijn wat je doet blijven geven.

“Ik moet wel zeggen dat ik daar vandaag minder zwart-wit tegenaan kijk. Het leven heeft misschien geen zin, maar wel voor de mensen rondom jou. En dat alléén maakt al iets uit.

“Leonard Cohen heeft eens gezegd dat het een gevaarlijke piste is voor een artiest om zich belangrijk te voelen. Dat is nefast voor je creatieve ambities. Wie in die val trapt, maakt geen goede kunst meer. Dat geloof ik ook, maar ik durf intussen wel te beweren dat ik veel van mezelf gééf als ik op het podium sta, en daardoor wél aan belang win. Ik zie performen of songs schrijven niet als een vorm van narcisme, maar als een ambacht waarin ik nooit zal excelleren. Ik schrijf songs sinds mijn veertiende, en ik weet dat het een emplooi is waar ik over dertig jaar wellicht nog stééds geen meester in zal zijn. Die gedachte is soms ondraaglijk, ja. Maar uitdagend tegelijk.”

Waarom klinkt je muziek zo verschrikkelijk depressief, alsof je je elk moment van een rots gaat storten? (Marc Poppe, Kapellen)

(lacht) “Ik denk dat ik vooral diepte en gelaagdheid opzoek. De songs moeten voor mij vooral groots klinken, majestueus, trots. Je kunt het vergelijken met de oude Arabische muziek waar ik van hou: daar zit vaak verdriet in, maar ze wordt steeds met rechte rug gebracht. Dat doe ik ook.”

Ik had graag geweten of Tamino hetero of homo is? (Marc Vancraybex, Zonhoven)

(lichtjes spottend) “Jij weet dat niet? Ik vind dat een rare vraag. Alsof dat er iets toe zou dóén. Nu ja, ik besef ook wel dat er veel verwarring rond bestaat, zelfs al wordt het in mijn teksten héél duidelijk dat ik op vrouwen val. (lacht)

“Weet je: als ik homo zou zijn, denk ik dat het misschien een mooie inspiratie voor mensen zou zijn. Ik ben dus ook niet beledigd door die vraag. Zelfs als iedereen in mijn publiek denkt dat ik homo ben, zou mijn reactie zijn: en dán? Al vind ik het vreemd hoeveel belang iemand hecht aan het idee of ik homo dan wel hetero zou zijn. Ik ben hetero, maar seksualiteit zou geen definiërende factor van iemands persoonlijkheid mogen zijn. Dat is waanzin. Daar kan ik écht niet bij.

“Het maakt mij alleszins geen biet uit op wie iemand valt. Wat die vraag aantoont, is dat er nog altijd een stigma hangt rond iemand die enorm houdt van mode, zoals ik. Of rond iemand die zijn gevoelens zonder problemen blootgeeft, zoals ik: dat wordt volgens mij nog vaak aan seksuele voorkeur gelinkt.

“Of die vraag relevant is? Bwah… Er waart effectief een heel vrouwelijke energie rond in mijn muziek, dus de vraag verrast me niet zo erg. Maar tegelijkertijd is het in mijn teksten ook zonneklaar dat ik vrouwen bewonder, dat ik ze op een piëdestal zet zelfs. Alleen vind ik niet dat ik zoiets zou moeten uitleggen.

“Onlangs coverde ik een geweldige song van Mac DeMarco, ‘My Kind of Woman’. Toen ik die song postte, schreef iemand: ‘Does that mean he is nót gay?’ De enige vraag die ik me stel, is hoe ik zelf iets kan bijdragen aan dat onderwerp. Want ik vind het een heel belangrijk onderwerp en belangrijk dat er genoeg over gepraat wordt, zodat uiteindelijk iedereen kan houden van wie hij of zij houdt zonder dat je daar voor scheef bekeken of uitgesloten wordt, of erger.”

‘Applaus is niet genoeg. Ik moet een sluis openzetten, en wanneer die energie zich met de ruimte mengt, voel ik me gelukzalig opgelucht, dan wel compleet op.’ Beeld Tim Coppens

Als muziek niet je carrière was geworden, waar was je dan nu mee bezig? (Femke Soetens, Stekene)

“Acteren. Dat was mijn eerste passie. Muziek heeft me helemaal van dat pad afgeleid. Tussen mijn achtste en zestiende heb ik zelfs avondschool gevolgd om acteur te worden. Wat vandaag dan weer grappig is: zelfs op een podium heb ik geen seconde het gevoel dat ik acteer. Soms ga ik écht diep tijdens een concert. De intensiteit kan van avond tot avond verschillen, maar ik speel nooit een rolletje.

“Dat vond ik onlangs ook mooi, toen ik Nick Cave in de Roma ging bekijken. Iemand uit het publiek vroeg hem of hij ooit acteerde op de bühne, en zijn antwoord was zo treffend: volgens hem waren er verschillende niveaus Nick Cave, en haalt hij het extreemste niveau uit de kast op het podium. Dat is bij mij eigenlijk net zo: wat je ziet, is de meest gecondenseerde, spirituele versie van mezelf.

“Dat is soms zwaar, ja. Maar – en ik ga Leonard Cohen waarschijnlijk nog vaak aanhalen tijdens dit interview (lacht) – hij zei ooit ook veel moeite te hebben om zijn liedjes elke avond te spelen. Hij schreef die songs in een bepaalde context of voor één iemand. Om die liedjes elke avond te spelen... dat voelde bijna aan als het vulgariseren van een bepaald gevoel. Ik heb om die reden een zekere rem ingebouwd, zodat elke song over iemand in het bijzonder ook over iederéén anders zou kunnen gaan.

“Maar tegelijk hoop ik bij elke performance dat zo’n nummer me weer achtervolgt, dat die intensiteit me ook dan weer overmant. Applaus is niet genoeg. Ik moet een sluis openzetten, en wanneer die energie zich met de ruimte mengt, voel ik me gelukzalig opgelucht, dan wel compleet op. Met beide gevoelens kan ik vrede nemen. Het is de beste drug die je kunt nemen. (lacht) Ik moet een staat van bewustzijn vinden, waardoor ik vrede neem met alles wat gebeurt, met alle gevoelens die me dan kunnen overvallen.

“In het begin was ik bijzonder perfectionistisch, en dan kon ik me een concert lang storen aan die ene song waarin ik de juiste intensiteit niet vond. Gelukkig kan ik dat vandaag beter relativeren, want anders was het podium onleefbaar.”

Je speelt vaak voor duizenden enthousiaste mensen, maar ik kan me voorstellen dat je je op sommige van die dagen niet zo geweldig of happy voelt. Hoe ga je daarmee om? (Yves Vanmarcke, Antwerpen)

“Ik voel me vaak de grootste fraudeur van de eeuw. (lacht) Ik geloof gelukkig ook wat ik zíé, dus wanneer ik blije gezichten opmerk in het publiek, kan ik met een gerust hart gaan slapen. Weet je wat het is? Als je optreedt, creëer je bewust of onbewust een mythe rond je. Mensen zien je alleen op je allerbest. Ik besef daarmee dat ik in een heel manipulatieve job zit, waarin ik alleen zicht gun op de spannende zaken die ik doe. Niet op de eenzaamheid, de onrust of de zorgen.

“Maar ik wil daar nu ook niet te erg over zeuren: ik trek me echt op aan de bemoedigende woorden die ik na elk concert hoor. Die positieve commentaren hou ik echt bij in mijn bovenkamer. Vroeger bleef ik te lang hangen bij kritiek, maar dat is niet langer zo. Wanneer ik hoor dat iemand uit Zweden naar Duitsland reisde om mij te zien, en helemaal van zijn melk is na mijn optreden... dat maakt me oprecht gelukkig. Dan voel ik mezelf even géén fraudeur.”

Wanneer heb je je prachtige stem ontdekt, die zowel heel lage als heel hoge tonen meester kan? En wat was de aanzet om deze met de wereld te delen? (Sigrid Verhaeghe, Diksmuide)

“Ik hield in het begin niet van mijn eigen stem. Nog stééds niet eigenlijk: ik ben blij dat ik dit interview gewoon kan lezen, en niet gedwongen word om naar mezelf te moeten luisteren. (lacht) Dat plat Mortsels alléén al: gruwelijk. Maar zingen heb ik altijd graag gedaan. Als kind al zong ik voortdurend in huis.

“En ik was me al vroeg bewust van wat een stem kan teweegbrengen. Die hoge stem: dat is zweven en wenen, hè. Het is ook heel vrouwelijk en teder. Die lage stem is trots en… waarschijnlijk ook vol van valse zelfverzekerdheid. Ik voel me meer gegrond als ik laag zing. Op zo’n moment heb ik het ook niet moeilijk om mijn publiek recht in de ogen te kijken. Wanneer ik de hoge noten haal, zit ik in een andere wereld.”

‘Je kunt mijn songs vergelijken met de oude Arabische muziek waar ik van hou: daar zit vaak verdriet in, maar ze wordt steeds met rechte rug gebracht.’ Beeld Alex Vanhee

Voor mij heb jij zonder twijfel de mooiste mannen­stem van België. Wie is jouw favoriete Belgische artiest? (Pippa De Kinder, Leuven)

“Dat is een te moeilijke vraag. Welke namen nu toch door mijn hoofd gaan? Pieter-Paul Devos van Kapitan Korsakov, Tom Barman van dEUS, Trixie Whitley. Als je het hebt over getalenteerde mensen, verbleekt iedereen meteen in vergelijking met Trixie. Haar groove is niet van deze wereld, dat is wáánzin. Als ik haar hoor, denk ik steeds: verdomme, ik kan er beter gewoon mee kappen. (lacht) Nee, écht.

“Toen ik 16, 17 was, luisterde ik dagelijks naar ‘In the Shade of the Sun’ van Kapitan Korsakov: als tiener had ik dat nummer nodig. Ik ken Pieter-Paul intussen ook zo’n beetje. Een fantastische, beetje timide kerel, helemaal anders dan dat ongeleide projectiel op het podium bij Raketkanon. (lacht)

“Wat ik belangrijk vind in een stem? Muzikaliteit en oprechtheid. Dat hoeft niet samen te hangen met strakheid, maar eens te meer met intensiteit. Gaat het dáár niet altijd om? Een belcantozanger zal me niet zo snel raken. Wél iemand die wat te vertellen heeft, en je dat hoort in zijn stem.”

Waar ben je bang voor? (Liesbet Portier, Gentbrugge)

“Ik herberg best wel veel angsten. Maar er zijn gradaties in angst. Stel dat ik van de ene dag op de andere zou doodvallen, páf... die gedachte vind ik ondraaglijk. Dat ik niet de kans zou krijgen om iedereen vaarwel te zeggen, of hun te vertellen hoeveel ze voor me betekend hebben. Om nog te zwijgen over alle onafgewerkte werk dat ik zou nalaten. Dat er post mortem iets zou uitgebracht worden waarover ik geen controle meer heb... die gedachte is afschuwelijk. Dat ze Kurt Cobains dagboek lieten verschijnen na zijn dood, vind ik dan ook hallucinant: dat is toch zot persoonlijk? Alleen daarom al wil ik écht oud worden. Niet dat ik in de waan leef dat er veel mensen wakker zouden liggen van mijn gedachten als ik te vroeg sterf, maar toch. Je kunt nooit weten wat ze met je onafgewerkte erfenis aanvangen.”

Wat is het moeilijkste punt in het creatie­proces? (Lieve Kwanten, Heverlee)

“Een song komt zoals die komt. Dat kan ik onmogelijk sturen. Dat mijn leven een roller­coaster is geworden, heeft niet echt invloed op wat ik maak. Om te schrijven heb ik wel ruimte, privacy en stilte nodig. Die heb ik tussen alle drukte door wel kunnen afdwingen.”

Ben je graag alleen? (Ana Brabants, Gent)

“Ja, eigenlijk wel. Is het dan nu gedaan met die vragen?” (lacht) 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234