Maandag 20/01/2020

achtergrond

Talentprogramma's voor jonge theatermakers: "Laat niemand je vertellen hoe je het moet doen"

Lobke Leirens (foto) danst in een productie van de jonge theatermaker Lisaboa Houbrechts. Beeld rv Ester Torres Falcato Simões

Vier jonge theatertalenten krijgen de komende jaren structureel steun van Toneelhuis. Het P.U.L.S.-traject is niet het enige Antwerpse initiatief rond ontwikkeling, maar de vraag is: wat wordt er precies ontwikkeld? En op welke manier?

Eigenlijk is er maar één vraag relevant bij het opzetten van trajecten voor emerging artists: wat heeft de kunstenaar nodig? Die noden zouden het vertrekpunt moeten vormen van elk initiatief. Probleem: er bestaat niet zoiets als dé jonge kunstenaar. Zijn profiel is fluïde zoals een hele generatie youngsters sowieso niet vast te pinnen is in één cultuur of lifestyle. Sommige makers bewegen zich in netwerken die disciplines overstijgen, andere sluiten zich het liefst op alleen met zichzelf. Ook de behoeften zijn paradoxaal: er is nood aan vrijheid én coaching, aan bevestiging én kritiek. En eigenlijk is dat geen probleem. De crux zit hem in het feit dat de organisaties en instituten die hen omarmen niet zo fluïde (kunnen) zijn, al was het maar omdat ze beschikken over een dwingend stukje infrastructuur - een schouwburg, bijvoorbeeld.

Twee Antwerpse huizen nemen sinds vorig seizoen de uitdaging aan om theatertalent te ondersteunen, elk op hun manier. Ze doen dat niet alleen omdat minister van Cultuur Sven Gatz (Open Vld) meermaals de verantwoordelijkheid van de (middel)grote organisaties tegenover startende kunstenaars benadrukte, maar ook omdat er een vraag uit het veld was, zegt An-Marie Lambrechts van Toneelhuis.

Ex-Montignards Bartel Jespers en Reynout Dekimpe stomen zich klaar voor het Love at First Sight-festival. Beeld rv

Lambrechts: "Het was al langer duidelijk dat er een nood is aan ontwikkelingskansen voor makers. Wij hebben die ingevuld op een manier die logisch is voor ons: door een traject uit te zetten waarin jonge regisseurs kunnen doorgroeien naar de grote zaal."

P.U.L.S. (Project for Upcoming Artists for the Large Stage) ondersteunt Timeau De Keyser, Bosse Provoost, Lisaboa Houbrechts en Hannah De Meyer de volgende vier jaar. Als bondgenoten voorziet Toneelhuis een aantal coaches met een serieuze staat van dienst: Jan Lauwers, Jan Fabre, Alain Platel, Ivo Van Hove en Toneelhuis-leider Guy Cassiers zelf.

In de Montignystraat is intussen de tweede lichting 'Montignards' aan het werk - een groep theatermakers die gedurende acht maanden wordt ondersteund door kunstencentrum Monty in een 'deskundigheidstraject'. Artistiek leider Denis Van Laeken: "Jonge gasten die net van school komen, moeten geboost worden met zoveel mogelijk ervaringen, maar veel talenten liggen te lang stil. Je moet dus een systeem bedenken om hen in no time voldoende vaardigheden te laten verwerven. Dat kan alleen door voorstellingen te maken."

De Montignards krijgen een stoomcursus contact en confrontatie: elke drie weken staan ze op scène met een toonmoment. Van Laeken: "Je moet je niet alleen verhouden tot wat je zelf te vertellen hebt, maar ook tot de andere makers en tot het publiek. En als je er niet uitgeraakt met je groep moet je dat oplossen. Want het publiek zit er." In Toneelhuis pruttelen de makers lang op het fornuis, in Monty springen ze in een snelkookpan.

Over beide modellen valt wat te zeggen, maar om te beginnen dit: sowieso zetten de huizen een stap in de richting van een meer coherente ondersteuning van talenten waarvoor uitdrukkelijk wordt gekozen. Dat was nodig om de versnippering van inspanningen en middelen een halt toe te roepen. Hulde dus, maar tegelijkertijd blijft elk groeiproces "ondoorgrondelijk", zegt Elsemieke Scholte van detheatermaker, een Antwerpse werkplaats met talentontwikkeling als core. Flexibiliteit is dus het sleutelwoord. De vraag is in hoeverre dat vereiste maatwerk botst met het DNA van de huizen. Monty is bijvoorbeeld een presentatieplek met een vlakkevloerzaal, daarop moet dus regelmatig iets getoond worden. Het format van de Montignards garandeert dat, maar oogt ook behoorlijk dwingend: een groep collega's waarvoor je niet hebt gekozen, een driewekelijks toonmoment, en gáán. "Niet iedereen is hiermee geholpen," knikt Van Laeken, "maar voor degenen die geschikt zijn gaat er een wereld open."

Dan zijn er nog de coaches, een woord dat Van Laeken overigens liever niet gebruikt. De Montignards kunnen vissen uit een grote 'expertenpool' van zowel ervaren theatermakers als een brede groep academici. Van Laeken: "We kunnen het ons niet meer permitteren om kunst te maken zoals in de 20ste eeuw - deze eeuw vraagt een versterkte band met de werkelijkheid. Jonge mensen moeten niet alleen skills opdoen als theatermaker maar ook bildung als mens."

Het gaat over 'voeden', niet 'coachen', want de Montignards moeten net loskomen van 'het handje'. Van Laeken: "Wij zeggen: doe het zelf, vind het zelf uit, laat niemand je vertellen hoe je het moet doen. Maar pik wel de ervaring van zij die het het best kunnen."

Zelf coach kiezen

Bij Toneelhuis is de groep bondgenoten beperkt en afkomstig uit een specifieke generatie. Ware het geen idee geweest om de makers zélf hun coach te laten kiezen? Regisseur Bart Meuleman, die P.U.L.S. opvolgt voor Toneelhuis: "Kijk, dit project heeft een geschiedenis. Het begint bij het voorstel van Guy (Cassiers) om het parcours naar de grote zaal, dat zijn generatie met veel omwegen heeft bewandeld, voor jonge mensen te vergemakkelijken. Het leek hem fijn om zijn eigen generatie daarbij te betrekken - zo eenvoudig is het gelopen."

De 'gegevenheid' van deze coaches - die overigens allemaal wit, man en van respectabele leeftijd zijn - wekt op zijn minst de indruk dat zij de na te streven voorbeelden zijn voor de jonkies die bij hen stage lopen. De P.UL.S.'ers worden in de communicatie rond het traject ook geframed als autonome regisseurs, terwijl drie van de vier werken in een breder collectief verankerd zitten (De Keyser bij Tibaldus, Provoost bij de polen, Houbrechts bij Kuiperskaai) - hun kunstenaarschap is in realiteit een vernetwerkte kunstenpraktijk.

Past het 'oude' model van regisseurschap wel nog bij de generatie nu? Lambrechts: "Wij werken niet vanuit een bepaald vooropgesteld model, maar vanuit een gesprek met artiesten." Meuleman: "Bij de kiem van het project dachten we misschien nog in termen van dat regisseurschap, maar hoe meer mensen we zagen, hoe meer die gedachten verdwenen. We zijn een ander soort kunstenaars tegengekomen en op basis van die ontmoetingen hebben de ideeën zich verlegd."

Hannah De Meyer wordt via P.U.L.S. (Project for Upcoming Artists for the Large Stage) de volgende vier jaar ondersteund. Beeld rv bas de brouwer

Maar wat denkt zo'n jonge maker eigenlijk zelf over die vermeende clash aan 'bedrijfsculturen'? Timeau De Keyser: "Ik vind niet dat je de traditie moet omverwerpen, het gaat er net om de vitaliteit van die nieuwe manieren van werken binnen het instituut te brengen."

Vernetwerkte wereld

Nog belangrijker voor De Keyser is dat het bewustzijn rond een vernetwerkte en veelkleurige wereld - waaraan ook Van Laeken refereert - niet alleen zichtbaar is binnen de organisatie, maar ook op de scène zelf. De Keyser: "Ik denk dat toneel nog steeds een heel goed medium kan zijn om je te verhouden tot de realiteit. Er is geen probleem met de toneeltraditie. Het probleem is dat er de laatste jaren zo weinig interessants mee is gebeurd."

Net daarom wil De Keyser met het collectief een plaats bezetten in het hart van het instituut. De Keyser: "Ik stond erop dat de volgende voorstelling van Tibaldus in première zou gaan in de Bourla. Dat die acteurs met hun woeste, vrije manier van spelen net daar, op zo'n beladen plaats, aanwezig zouden zijn."

Uiteindelijk vullen beide Antwerpse huizen hun ontwikkelingstraject in volgens eigen vermogen en DNA. Het resultaat is dat er een zekere logica is, hoezeer daarbinnen ook 'in vrijheid' kan worden gewerkt. Elsemieke Scholte wijst er graag op dat er ook talenten zijn die niet in deze logica kunnen of willen stappen. Scholte: "De vrije ruimte die makers zoeken kan op dit moment binnen of buiten de muren van de huizen liggen, als ze maar niet is ingevuld door een systeem of methodiek. Het is een schottenloze ruimte die door een divers palet aan makers kan worden bezet, gedeeld en opnieuw georganiseerd."

De uitdaging binnen de huizen wordt alvast om de eigen logica niet te laten primeren op die van de makers - iets waarover makers en huizen enkel samen kunnen waken.

De voorstellingen van P.U.L.S.'ers en Montignards zijn van 13/9 tot 17/9 te zien op het Love at First Sight-festival op diverse locaties in Antwerpen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234