Zaterdag 04/02/2023

InterviewTahmina Akefi

Tahmina Akefi over haar relatie met de vermoorde journalist Peter R. de Vries: ‘Toen hij niet opnam, wist ik: dit is foute boel’

Tahmina Akefi: ‘Je hoort nabestaanden altijd zeggen: geen straf is zwaar genoeg. Die uitspraak begrijp je eigenlijk pas als je zelf in die situatie zit.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
Tahmina Akefi: ‘Je hoort nabestaanden altijd zeggen: geen straf is zwaar genoeg. Die uitspraak begrijp je eigenlijk pas als je zelf in die situatie zit.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Ze stonden op het punt naar buiten te komen als koppel, toen misdaadjournalist Peter R. ­de Vries vorig jaar werd geliquideerd. Zijn verloofde Tahmina Akefi (39) brengt nu een boek uit over hun bijzondere liefdesrelatie. ‘Zou er meer respect zijn als ik blond was?’

Eline Bergmans

Tahmina Akefi (39) was goed op tijd vertrokken voor de bezichtiging van een appartement in Montfoort – een stadje vlak bij Utrecht – dat ze op het oog hadden. Ze zou, na een relatie van zes jaar, gaan samenwonen met haar verloofde Peter R. de Vries toen de bekende misdaadjournalist op 6 juli 2021 werd geliquideerd.

“Twaalf over zeven appte ik hem: ‘Ik ga nu vertrekken.’ Hij schreef terug: ‘Ok!’” Toen ze om 19.50 uur in Montfoort was aangekomen, belde zijn zoon Royce. ‘Ik hoor dat mijn vader is neergeschoten, Tahmina.’ “Ik begon meteen te schreeuwen. Toen ik Peter belde en hij niet opnam, wist ik: dit is foute boel. Hij nam altijd op als ik belde.”

Tahmina Akefi werd geboren in de Afghaanse hoofdstad Kaboel. In 1995 vluchtte het gezin naar Nederland. Ze is journaliste en publiceerde twee romans. Pas na de dood van Peter R. de Vries leerde Nederland haar ook kennen als zijn geliefde. Zes jaar lang hielden ze hun liefde discreet. Deze week brengt Akefi Mijn grote liefde uit, een boek over de bijzondere relatie die ze sinds 2015 had met De Vries.

Waarom wilde u dit boek schrijven?

“Het was Peter die al heel vroeg in onze relatie voorstelde om een boek te schrijven over onze liefde. We wilden absoluut vermijden dat ons verhaal in handen van de roddelpers zou vallen. Daar is het veel te mooi voor. Ik werk zelf in de media en heb een lange weg afgelegd om te komen waar ik ben. Ik wilde niet dat mensen zouden zeggen dat Peter dat voor mij had geregeld.

“Een boek is een heel waardige manier om naar buiten te komen als koppel, maar ook om onze liefde te vereeuwigen. Peter was daar heel sterk mee bezig, met het vereeuwigen van ons. Dat deed hij op vakantie in Praag door een slotje met onze namen aan een brug te hangen, maar ook door onze armbanden te laten graveren. Op 7 juni 2021, een maand voor de aanslag op hem, hebben we dat samen gedaan met de letters ‘MGL’. Die staan voor ‘mijn grote liefde’, wat ook de titel van het boek is geworden.”

Het was een allesoverheersende liefde, schrijft u. Wat maakte ze zo bijzonder?

“We hadden een connectie op zielsniveau die alle verschillen tussen ons wegveegde. Door het leeftijdsverschil – Peter was 26 jaar ouder – zag iedereen problemen. Maar de liefde wiste die allemaal uit. Toch was ons verhaal zeker niet alleen rozengeur en maneschijn. Ik heb mijn kinderwens laten varen voor hem. Peter vond dat een te groot offer. Hij was gesteriliseerd, maar had voorgesteld dat ik zwanger zou worden via een anonieme donor. Dat was geen optie voor mij. Een leven met Peter zou voor mij een leven zonder kinderen zijn. Dat heeft me doen twijfelen, maar op een gegeven moment kom je tot een punt dat er geen andere weg is dan samen. Het kon niet anders.

“Toen we elkaar ontmoetten in een tv-studio – we waren allebei uitgenodigd bij Pauw, een praatprogramma van Jeroen Pauw – zagen we elkaar voor het eerst in een spiegel terwijl de visagiste mijn gezicht aan poederen was. Na die eerste blik waren we kansloos. We waren overgeleverd aan de liefde. Het was alsof we elkaar al heel ons leven kenden. We zijn ook heel snel begonnen met het voeren van heel intieme gesprekken over de meest kwetsbare zaken in het leven. Dat was heel bijzonder.”

U verzamelde zelfs de haartjes van hem die u in de zetel van hem vond.

“Dat was een idee van Peter. De eerste keer dat ik bij hem thuis was geweest, had hij haartjes van mij gevonden. Die bewaarde hij tussen mijn boeken, die hij van mijn uitgever had gekregen bij onze eerste ontmoeting. Ik heb dat voortgezet.”

“Als hij bij mij kwam, lag hij steeds op dezelfde plek op de bank. De haartjes die bleven liggen tussen de voegen van de bank, verzamelde ik. Nadien hebben we er vaak mee gelachen. Soms stuurde hij een foto van mijn boek met het haar erin. Dan zei ik: ik heb er veel meer. Zover ging het.”

Er was niet alleen het leeftijdsverschil. Ook met zijn bekendheid had u het moeilijk.

“Ja, die zat ons in de weg. Zelf merkte ik gelukkig heel snel dat er naast Peter R. de Vries ook Peter was, en dat die twee heel verschillend waren. Maar die R. de Vries was iets speciaals. Daardoor konden we nooit hand in hand over straat lopen. Hij werd steeds aangesproken. Op een keer waren we in Turkije aan het eten en kwamen Nederlanders letterlijk in de rij aan onze tafel staan om een foto te maken. Mensen adoreerden hem zodanig, dat het hen niet interesseerde wat de situatie was. Ze zagen Peter R. de Vries en moesten hun verhaal kwijt. In België gebeurde dat ook. Belgen wilden wel minder op de foto. Ze zagen hem, kwamen kort de hand schudden, en gingen weer verder.”

Zelf hebt u een mooie carrière uitgebouwd. Bent u niet bang om voor de rest van uw leven als partner van Peter R. de Vries bekeken te worden?

“Nu is dat even onvermijdelijk, maar het is niet zo dat ik over vijf jaar nog de partner van Peter R. de Vries ga uithangen in de media. Peter zal altijd onderdeel blijven van wie ik ben. Wat hij me heeft meegegeven, zal ik voor de rest van mijn leven meedragen. Maar met dit boek wil ik ook iets afsluiten. Het was het enige wat ik nog voor hem kon doen. Ik wil ook niet zwichten voor angst of druk van buitenaf. Dat heeft Peter ook nooit willen doen. Zijn vrienden zeiden: ‘Juist nu zou hij nooit jullie liefde hebben verraden door zich terug te trekken.’”

Uw verloofde was niet iemand die met zijn privéleven te koop liep. Zou hij op deze ­manier in de aandacht willen komen?

“Als je een boek schrijft, waar wij samen aan begonnen zijn, maak je eerst een plan. Het doel was om te schrijven over de bijzondere relatie die wij hadden en het mooie daarvan te vereeuwigen. Als je een boek schrijft over de liefde, moet je ook wel persoonlijke dingen beschrijven. Ik beschrijf uiteraard niet alles. Toen Peter Schouten (advocaat, red.), een goede vriend van Peter, het boek las, vroeg hij waarom het zo snel ophield. Maar voor mij is het verhaal nu verteld. Het doel dat Peter en ik hadden bepaald, is bereikt. Het klopt dat Peter over zijn andere relaties niet uitweidde in de media, maar over die relaties wilde hij ook geen boek schrijven.”

U schreef het boek in samenspraak met zijn twee beste vrienden. Waren zijn kinderen ook betrokken bij het boek?

“Zijn kinderen wisten dat hun vader en ik bezig waren met een boek en ik heb hun verteld dat ik het boek zou afronden. Ze hebben het ook gelezen. Officieel hebben ze de auteursrechten van hun vader, over de hoofdstukken die hij heeft geschreven. Ze hadden het kunnen tegenhouden, maar dat hebben ze niet gedaan. Als geen ander begrijpen zij ook dat een niet-afgewerkt boek afgerond moet worden.”

Er kwam voor de publicatie heel wat kritiek. Dat u het alleen doet voor het geld en de aandacht. Als ik uw namen ingeef bij Google, verschijnt bovenaan een artikel dat jullie geen relatie hadden. Hoe gaat u daarmee om?

“Dat doet me niet zoveel, maar het is wel een trap na. Ik ken de waarheid. Er ligt een boek, iedereen kan lezen dat Peter de eerste hoofdstukken heeft geschreven. Waarom zou hij een boek willen schrijven? Heeft hij ooit eerder een boek geschreven over zijn relatie? Waarom zou hij dat dan in dit geval willen? Het antwoord daarop is het antwoord op alle roddels. Meer woorden wil ik er niet aan vuil maken.”

U beschrijft de liefde als een soort bliksemschicht die jullie trof bij die eerste kennismaking.

“Misschien past het beeld dat mensen van Peter hebben niet bij dit boek. Misschien kunnen sommige mensen niet aanvaarden dat die grote Peter R. de Vries, die van iedereen is en die altijd van de open relaties was, zo veel van één vrouw heeft gehouden? Misschien is het te confronterend?

“Het verhaal dat onze relatie niet serieus zou zijn, komt van Kees van der Spek (Nederlandse journalist die jarenlang met Peter R. de Vries ­samenwerkte, red.). Ik ken die man niet. Peter heeft mij aan iedereen voorgesteld die op wat voor manier ook met hem te maken had. Zijn vrienden kwamen over de vloer bij ons, wij bij hen. Ook mensen met wie hij tijdelijk samenwerkte, heb ik ontmoet. Oud-collega’s heeft hij aan me voorgesteld. Nooit aan Kees van der Spek; hij heeft hem niet eens mijn naam verteld. Wat zegt dat dan? Zegt dat iets over mijn relatie met Peter of iets over hun zogenaamde vriendschap?”

De weduwe van de burgemeester van Amsterdam, Eberhard van der Laan, schreef ook een boek over hun relatie. Dat werd overal heel goed onthaald. Wat is het verschil?

“Goeie vraag. Er zijn mensen die zeggen dat het te maken heeft met naam en haarkleur. Zou er meer respect zijn als ik blond was? Dat kan.”

‘Misschien kunnen ­sommigen niet aanvaarden dat de grote Peter R. de Vries, die altijd van de open relaties was, zoveel van één vrouw heeft gehouden?’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Misschien kunnen ­sommigen niet aanvaarden dat de grote Peter R. de Vries, die altijd van de open relaties was, zoveel van één vrouw heeft gehouden?’Beeld Thomas Sweertvaegher

In 2020 werd De Vries vertrouwenspersoon van de kroongetuige in het proces tegen de groep rond drugsbaron Ridouan Taghi. Dat zorgde opnieuw voor een lastig moment in uw relatie.

“Eerst was ik vooral bezorgd en bang door wat er gebeurd was met de broer van de kroongetuige en zijn advocaat Derk Wiersum (zij werden in 2018 en 2019 doodgeschoten, red.). We hebben veel gesprekken gevoerd, waarin ik geprobeerd heb hem op andere gedachten te brengen. Maar hoe meer tegenwerking hij kreeg, hoe sterker hij iets wilde.”

Peter R. de Vries werd de afgelopen jaren ­verschillende keren met de dood bedreigd. Maar toen hij de vertrouwenspersoon van kroongetuige Nabil B. werd, was dat voor u helemaal anders. Waarom?

“Dat had alles te maken met de dood van diens advocaat. Peters argument was dat hij nooit iets zou hebben verwezenlijkt als hij zich zou laten leiden door angst. Het ging hem niet om de kroongetuige – hij wist ook wel dat het een crimineel was – of om de drugsbende van Taghi. Voor Peter ging het om justitie die niet doet wat ze hoorde te doen. En natuurlijk wilde hij, daar was hij ook eerlijk in, ook betrokken zijn bij de zaak van de eeuw.”

U schrijft in het boek dat u een afkeer had van Nabil B.. Is dat vandaag veranderd?

“Nee. Zonder hem was Peter er nog.”

Waarom wilde Peter geen persoonlijke ­beveiliging?

“Peter wilde de sleutel van zijn vrijheid niet afgeven aan justitie, maar bij hem was er ook een bepaald punt bereikt waarop hij vond: dit kan zo niet verder. Als er een scooter langsreed, keken we altijd achterom. Hij was heel voorzichtig, keek altijd uit waar hij zijn auto parkeerde. Peter wilde wel beveiliging, maar niet 24/7 een bodyguard naast hem. Maar aan talkshowtafels eindigt ieder gesprek over zijn dood met: ‘Ja, maar Peter wilde geen beveiliging.’ Dat vind ik zo pijnlijk. Daardoor ontstaat het beeld dat Peter onverschillig was, bijna iemand die levensmoe was. Dat was helemaal niet het geval.

“Daar komt nog bij dat er altijd cruciale informatie voor hem werd achtergehouden. Telkens als er sprake was van dreiging, moest hij smeken of ruziemaken om iets los te krijgen, bijvoorbeeld over de dodenlijsten.

“Waarom was die persoonlijke beveiliging de enige optie? Waarom wilde de overheid niet eens overwegen om hem op een andere manier te beveiligen? Waarom is structureel belangrijke informatie over hem achtergehouden? Toen bleek dat hij bovenaan de dodenlijst van Taghi stond, verstreken er vijf weken zonder dat politie of justitie van zich liet horen. Een week voor de aanslag heeft de garagehouder (van de Amsterdamse garage waar De Vries altijd parkeerde voor opnames van ‘RTL Boulevard’, red.) melding gedaan over een man die zich verdacht gedroeg. Achteraf bleek het te gaan om Kamil E., die op de dag van de aanslag als chauffeur diende. Met die melding werd niets gedaan. Dat is toch niet te begrijpen?”

Bent u door naar buiten te komen als zijn ­geliefde niet bang voor uw eigen veiligheid?

“Ik geef daar liever geen commentaar op.”

Wat verwacht u nog van het proces?

“Ik had gedacht, gehoopt dat de daders deze zomer hun straf zouden krijgen, maar vlak voordat het zover was, kwam het Openbaar Ministerie met nieuwe informatie over mogelijke opdrachtgevers van de moord. Daardoor werd de zaak heropend. Het wordt alleen erger en ingewikkelder. Daardoor kom je niet toe aan je verdriet en aan rouwen. Daarvoor is rust nodig.

“Je hoort nabestaanden altijd zeggen: geen straf is zwaar genoeg. Die uitspraak begrijp je eigenlijk pas als je zelf in die situatie zit. Peter zal nooit terugkomen, maar ik hoop wel op gerechtigheid. Ik zit ook met veel vragen. De schutter was toen 21. Hoe kan iemand op zo’n jonge leeftijd in staat zijn om zo’n gruwelijke moord te plegen? Wat is er misgegaan in zijn leven? Ik vraag me ook af of er ooit twijfel is geweest. Is er een moment geweest dat ze dachten: misschien moet ik het niet doen? Het is natuurlijk onzinnig dat ik me die vragen stel, maar ze spoken wel door mijn hoofd.”

Hebt u al antwoorden gekregen?

“De schutter zegt niets. Alleen in zijn laatste woord zei hij: ik heb te doen met de nabestaanden. De andere praat wel. Die noemde op een bepaald moment ook mijn naam. Dat kwam wel binnen. Hij zei: de partner van Tahmina, alsof hij ineens heel dicht bij me stond of me kende. Dat was heel naar.”

Hoe kijkt u naar de toekomst?

“Vorig jaar kon ik me niet voorstellen dat ik weer zou kunnen lachen. Het verdriet was niet te beschrijven. Eerst ben je verdoofd en wil je niet geloven dat hij dood is. Je weet het, maar je wilt het niet geloven. Toen ik hem op een brancard zag liggen, en de artsen zeiden dat het er heel slecht uitzag, wilde ik dat niet horen. Ik was er negen dagen lang van overtuigd dat het goed zou komen.

null Beeld RV
Beeld RV

“Toen hij in coma lag en ik hem ons liedje ‘The First Time Ever’ liet horen, rolden er twee tranen uit zijn ooghoek. Ik kon niet geloven dat hij zou doodgaan. Ook na zijn dood verkeerde ik in een soort shock. Maar vergeleken met vorig jaar gaat het vandaag wel iets beter. Ik kan opnieuw lachen. Bij de eerste lach – ik was bij mijn nichtje – voelde ik me ook heel schuldig. Nu ben ik zover dat ik opnieuw op reis ben geweest. Ik heb het boek in Spanje afgerond, op een plek die hij ook mooi had gevonden. Hij koos altijd een kamer met zicht op zee, dat heb ik ook gedaan. Als ik niet leef, dan ontnemen ze me dat ook nog. Dat gun ik ze niet.”

U hebt voor het boek uit zijn agenda’s en zijn omvangrijke archief geput. Wat gebeurt er nog mee na zijn dood? Wil u zijn werk voortzetten?

“Ik heb niet de ambitie om in zijn voetsporen te treden. Peter was uniek in hoe hij dingen aanpakte en hoe hij achter de schermen met slachtoffers bezig was. Ook als we op vakantie waren, was hij dag en nacht bereikbaar voor hen. Tijdens onze laatste vakantie in Berlijn heeft hij tussen halfeen en zes onafgebroken getelefoneerd over een dossier waarrond hij werkte. Ik zie hem nog zitten, op een paaltje bij Brandenburger Tor. Geïrriteerd en boos over justitie. Ook dat was Peter. Dat hoorde bij het pakket.”

Tahmina Akefi, Mijn grote liefde, Prometheus, 256 p., 22,50 euro.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234