Zondag 26/09/2021

InterviewBoeken

Tabitha Lasley interviewde mannen die op boorplatformen in de Noordzee werken. Met de eerste begon ze een affaire

Tabitha Lasley
 Beeld Matt Thomas / The Times
Tabitha LasleyBeeld Matt Thomas / The Times

In haar debuut Zeespiegel onderzoekt Tabitha Lasley (40) wie de kerels zijn die op boorplatformen in de Noordzee werken. Met de eerste die ze daarvoor interviewde begon ze een affaire. ‘35 is de leeftijd waarop de meeste vrouwen radicaliseren.’

Ze was 34, woonde in Londen, had een job in de media en een lief, maar toen werd er ingebroken in hun appartement en besliste ze alles achter zich te laten en naar het Schotse Aberdeen te verhuizen. Alleen. Om een boek te schrijven. Een boek over mannen die op boorplatformen in de Noordzee werken.

Veel meer dan een troosteloze havenstad in het noordoosten van Schotland is Aberdeen niet, maar het was precies waar Tabitha Lasley naar op zoek was: een plek waar veel mannen vertrekken voor hun tijd offshore, en waar ze weken of maanden later weer landen als hun werk erop zit. Met die mannen praten, onderzoeken wat ze denken van het saaie en gevaarlijke werk op een boorplatform, hoe ze zich gedragen als er lang geen vrouwen in de buurt zijn, en in welke staat ze daarna weer naar hun gezin gaan: dat was het plan van Lasley. Maar terwijl de schrijfster haar veldwerk deed, bleek ze tegelijkertijd zichzelf te exploreren. Zeespiegel is dan ook een intrigerende mix geworden van een journalistieke reportage, een treurig liefdesverhaal en een bildungsroman van een vrouw in haar dertiger jaren.

Een eerste uitgever geloofde nochtans niet in haar idee. De tweede wilde dat ze een keuze maakte: of schrijven over de boorplatformen, of over haar liefdesleven, maar niet allebei. De derde zag het potentieel van dit boek, en sinds Sea State begin dit jaar verscheen, is het een succes. Het kreeg lovende recensies in The Guardian en London Review of Books, bijvoorbeeld, en verscheen in de VS, Italië, Duitsland en nu ook België en Nederland. Daarnaast heeft een Britse televisiezender de rechten gekocht om een serie van het boek te maken, en zijn er ook plannen voor een toneelstuk. Niet slecht voor een debuut.

Een half jaar woonde Tabitha Lasley in Aberdeen. Ze sprak met meer dan honderd oliewerkers. Met de eerste die ze interviewde, begon ze een affaire. Hij was getrouwd en had kinderen. Ze noemt hem in haar boek Caden.

De wereld van de boorplatformen was geen compleet onbekend terrein voor Lasley toen ze aan haar project begon. Opgegroeid in een voorstadje van Liverpool, kende ze veel mannen uit haar omgeving die dit smerige werk deden, omdat het een van de weinige sectoren is waar mannen zonder diploma nog behoorlijk geld kunnen verdienen. Ze vroeg hun altijd de kleren van het lijf als ze weer thuiskwamen, vertelt ze in een gesprek via Zoom. “Blijkbaar had ik me erin vastgebeten en moest ik ooit met het thema aan de slag.”

Opstaan, ontbijten, werken, avondeten, naar je kamer gaan, wat op je telefoon kijken, misschien naar een film, slapen, opnieuw opstaan, en dat weken aan een stuk: in het beste geval is werk offshore enorm eentonig, schrijft Lasley. Wanneer er toch iets spannends gebeurt op een boorplatform, eindigt het meestal in een ramp. Zeespiegel herinnert de lezer aan de explosie in 1988 op boorplatform Piper Alpha in de Noordzee, waarbij 167 mensen stierven. Of aan de explosie in 2010 op de Deepwater Horizon in de Golf van Mexico. Elf bemanningsleden lieten toen het leven, en de olievlek die daarna ontstond, leidde tot een ongeziene natuurramp.

Boorplatform voor de kust van Aberdeen. Beeld BELGAIMAGE
Boorplatform voor de kust van Aberdeen.Beeld BELGAIMAGE

Voor een boek dat zo geworteld is in de realiteit, lijkt het motto op de eerste pagina des te vreemder. Het is ontleend aan The Journalist and the Murderer, een boek van de Amerikaanse schrijver en journalist Janet Malcolm, en luidt: ‘Elke journalist die niet te stom of zelfgenoegzaam is om te merken wat er in de wereld gebeurt, weet dat wat hij doet moreel onverdedigbaar is.’ In het boek van Malcolm gaat het citaat verder als: ‘Een journalist aast op de ijdelheid, onwetendheid of eenzaamheid van mensen, wint hun vertrouwen en verraadt hen dan zonder wroeging.’

Is dit wat u ook over uw eigen boek denkt?

“Ja. Het probleem met non-fictie is dat de waarheid vaak moeilijk in een narratieve vorm te passen is. Je moet altijd een beetje liegen of verdraaien om het leesbaar te maken. Elke beginnende journalist is een idealist. Maar hoe ouder je wordt, hoe meer je geconfronteerd wordt met de compromissen die je moet sluiten, op ethisch en esthetisch vlak, waardoor je wel wat van dat idealisme verliest.”

Uw tactiek om contact te leggen met de mannen was deze: u betaalde hen drank, u was vriendelijk en bood een luisterend oor. Was het echt zo simpel als het klinkt?

“Ja hoor. (lacht) Ik denk dat je als journalist alles gebruikt wat binnen je mogelijkheden ligt. Ik was 34 toen ik mijn research deed en ik speelde mijn looks uit. Dus ja, het was echt gemakkelijk. Mensen willen vaak ook gewoon hun verhaal vertellen en gehoord worden. Als je bereid bent te luisteren, zijn mensen een open boek.

“Anderzijds wist ik nooit zeker of de mannen de waarheid spraken. Achteraf heb ik me bedacht dat ze me best veel leugens verteld zullen hebben. Maar dat deed ik zelf ook. Als ze vroegen hoe ik heette, verzon ik altijd een andere naam.”

Als je mensen interviewt, weet je inderdaad nooit helemaal zeker of ze de waarheid spreken. Misschien weten ze het zelf niet eens.

“Dat is helemaal juist. Mensen vertellen zichzelf voortdurend verhalen. Zoals ik daarnet zei, heb ik een narratieve vorm en een tijdskader moeten bedenken om alles in te passen. Soms heb ik ook quotes van de ene man in de mond van een andere man gelegd, omdat de rest van die eerste man te saai was om te gebruiken. Had ik alles geschreven zoals het echt gebeurd was, zou het een onleesbaar boek geworden zijn.

“Het gevolg is wel dat het mij ondertussen al veel moeite kost om me de dingen te herinneren zoals ze echt gebeurd zijn, in plaats van in de volgorde waarin ik ze heb opgeschreven. Soms lukt het me zelfs niet. Zo zijn de namen van de mannen ook allemaal veranderd, en hun echte namen weet ik soms gewoon niet meer. De versie van het boek is ondertussen de waarheid geworden.”

Maar uw boek is toch geen leugen? U bent toch echt in Aberdeen geweest?

(lacht) “Natuurlijk. De disclaimer in het begin van het boek doet het ook meer fictief klinken dan het is (‘Elke gelijkenis met echte personen, levend dan wel dood, is puur toeval’, SMU). Dat hebben we toegevoegd om ons juridisch te beschermen. Vlak voor de publicatie had iemand namelijk contact opgenomen met de uitgeverij om te klagen over het boek.”

Wie was dat?

“Zijn vrouw (Lasley bedoelt de vrouw van Caden, smu.). Ik weet niet hoe ze erachter is gekomen dat mijn boek klaar was, want we wonen in tegenovergestelde delen van Groot-Brittannië. Ze zal me blijven googelen zijn, denk ik. Maar we moesten dus extra voorzichtig zijn. Vandaar de disclaimer, om het minder waar te laten klinken dat het was.”

Ergens schrijft u: ‘Dat is wat mannen nooit schijnen te begrijpen aan vrouwen. We zijn bang voor ze, vooral als ze drinken.’ Zelf was u toch niet te bang om samen met hen te drinken. Of drugs te nemen in hun gezelschap.

“Ik was bang hoor. De hele tijd. Maar je moet nu eenmaal leren om je angst te beteugelen. Anders had ik geen verhaal gehad.

“Weet je, als mannen een date hebben via Tinder, klagen ze dikwijls dat de vrouw er in het echt anders uitziet dan op haar profielfoto. De grootste bezorgdheid van vrouwen is dat ze niet vermoord of verkracht worden als ze afspreken met een onbekende man, niet dat hij wat dikker of kaler is dan zoals hij op de foto stond. Dat is een groot verschil, niet?

“Probeer je dit uit te leggen aan mannen, dan is hun antwoord altijd: zeg, niet alle mannen zijn zo. Nee, natuurlijk niet, maar een vrouw moet altijd voorbereid zijn op die mogelijkheid. Voor haar eigen veiligheid moet een vrouw zich gedragen alsof elke man een klootzak is.

“Met dat gegeven groei je op als vrouw. Maar het is pas op een bepaalde leeftijd dat je erover begint na te denken. 35 jaar is meestal het kantelpunt. Het is de leeftijd waarop de meeste vrouwen radicaliseren. Vaak hebben ze dan kinderen, en moeten ze vaststellen dat zij nog altijd voor het leeuwendeel van de opvoeding en het huishouden instaan. Komt daarbij dat mannen dan steeds minder hoffelijk tegen je beginnen te doen.

“Tegenover een mooie vrouw gedragen mannen zich galant. Als je jong bent, verwar je die galanterie nog met respect, en besef je niet dat het twee verschillende dingen zijn. Maar dan ben je plots 35 en minder aantrekkelijk, en merk je dat mannen zich onbeschoft en boertig beginnen te gedragen. Op die leeftijd heb je meestal ook genoeg zelfvertrouwen gekweekt om mannen niet meer te pleasen en kun je je veel assertiever opstellen tegenover hen.”

Op een gegeven moment wordt u door een van de mannen in een pub een hoer genoemd. Bent u ooit fysiek lastiggevallen?

“Er was een incident waarbij twee mannen me de hele tijd bleven aanraken, maar ik heb het niet opgenomen in het boek, omdat het gesprek met hen geen interessant materiaal had opgeleverd. Mijn werk was op den duur wel bijna exposure-therapie geworden voor mijn angst: hoe meer ik me in mogelijk onveilige situaties bevond, hoe meer de angst ging liggen. En mijn instinct werd steeds beter. Ik voelde snel aan wanneer een situatie té gevaarlijk ging worden.”

Een van de redenen om dit boek te maken was dat u wilde achterhalen hoe mannen zich gedragen zonder dat er vrouwen in de buurt zijn, schrijft u. Wat is het antwoord op die vraag?

“Mannen hebben een slechte invloed op elkaar als er geen vrouwen bij zijn. Hun gedrag is behoorlijk verschrikkelijk dan. Het slechtste in hen komt naar boven. Het zijn de vrouwen die voor beschaving zorgen.”

Mannen in Londen zijn wel anders, lijkt u te impliceren in uw boek.

“Mensen in Londen zijn anders. Alles is er anders. De city is een land in een land, met een andere politiek, ethiek en maatschappelijke visie dan de rest van het Verenigd Koninkrijk. De brexit heeft dat wel duidelijk gemaakt. Iedereen die ook wel eens buiten Londen kwam, wist dat de brexit ging gebeuren. Ik, bijvoorbeeld. Ik was de enige journalist die er niet verbaasd over was. De meeste journalisten komen nooit buiten de city.

‘Je geslacht zal je leven voor een deel bepalen, maar de meest bepalende factor is de klasse 
waarin je bent geboren.’ Beeld Matt Thomas / The Times
‘Je geslacht zal je leven voor een deel bepalen, maar de meest bepalende factor is de klasse waarin je bent geboren.’Beeld Matt Thomas / The Times

“Niettemin zijn mannen in Londen even seksistisch als de mannen in de rest van het land. Alleen kunnen ze het beter verbergen.”

Bent u na uw avontuur in Aberdeen terug naar Londen verhuisd?

“Nee, ik woon opnieuw in Liverpool. Ik ga nooit meer in Londen wonen. De city is te hard veranderd. Het is een plek geworden waar mensen hun rijkdom parkeren. Steeds meer creatieve mensen trekken er weg omdat het er onbetaalbaar is geworden.”

Nu u het over de bubbel van Londen hebt: in een interview met The Guardian sneerde u naar de Amerikaanse schrijfster Rebecca Solnit en wat ze zei over de bestorming van het Capitool in de VS begin dit jaar.

“Solnit schreef dat het over witte mannen ging die te lang te veel macht hadden gehad, en nu boos zijn omdat ze die macht moeten delen met vrouwen en mensen met een andere huidskleur. Dat klopt niet. Die mensen hebben economisch gezien geen enkele macht. Witte mensen die in het parlement zitten, zijn niet dezelfde witte mensen als die het Capitool bestormden.

“Nee, sociale klasse is de meest bepalende factor in een mensenleven. Je geslacht zal je leven voor een deel bepalen, je ras ook, maar het meest determinerende is de klasse waarin je wordt geboren. Daar houdt identity politics geen rekening mee. Toch zeker niet de identity politics van Rebecca Solnit.”

Heeft iemand als Caden geen enkele economische macht? Hij verdient veel geld door te werken op het boorplatform. Hij heeft bijvoorbeeld acht televisies in huis.

(lacht) “Die televisies, dat was bijzonder, ja. Hij heeft inderdaad macht. In zijn eigen huis. Over zijn eigen vrouw. Maar als ik met hem op restaurant ging, durfde hij niet met de ober te praten of wilde hij de naam van de wijn niet uitspreken. Dat gaat over sociale klasse. Hoeveel geld hij ook verdient, hij zal zich altijd op zijn ongemak voelen in restaurants. Of als hij met een leerkracht over zijn kinderen op school moet praten. Of met een dokter of een advocaat. Zelfs als die mensen minder verdienen dan hij, zou hij zich nog bedreigd voelen.

“De arbeidersklasse gaat in dit land bovendien gestaag achteruit. De sociale mobiliteit van in de jaren tachtig, toen ik kind was, is verdwenen. Je kunt vandaag de sprong niet meer maken die mijn ouders hebben gemaakt. Zij waren arbeiders, maar konden vrij snel een huis kopen. Voor een jong koppel uit Liverpool lukt dat vandaag niet meer.”

In het boek blijkt duidelijk dat u weinig gemeen had met Caden. Waarom bleef u zo verknocht aan hem?

“Omdat ik uit een slechte relatie kwam. Ik had jarenlang in de woestijn gezeten, en Caden was de man die me een glas water kwam brengen. Al vijf of zes jaar had ik geen affectie of zorg gehad, al mijn grenzen waren aangevreten, ik had geen idee meer wat fatsoenlijk gedrag was. En toen was daar plots Caden, die aardig en lief was tegen mij.”

Gedurende een half jaar was u de minnares van een getrouwde man. Hoe kijkt u daarop terug?

“Ik ben er niet trots op. Ik zou het in elk geval niet opnieuw doen. Als een man bereid is om zijn vrouw en kinderen overboord te gooien zonder al te veel aansporing, wat zegt dat dan over hem? En waarom zou hij na enkele maanden niet hetzelfde met jou doen?

“Anderzijds ben ik ook niet beschaamd. Ik vind dat het zijn verantwoordelijkheid was om trouw te blijven aan zijn vrouw, niet de mijne. Vrouwen hebben al genoeg taken op hun to-dolijst staan om ook nog eens de seksualiteit van mannen te moeten beteugelen.”

Zes jaar zijn er verstreken tussen uw verhuizing naar Aberdeen en het uitbrengen van het boek begin dit jaar. Hoe komt dat?

“Ha, omdat het echt veel tijd vraagt om een deftig boek te schrijven. (lacht) Na die zes maanden in Aberdeen dacht ik: nog eens een half jaar, en het boek is af. Dat had misschien ook wel gekund, maar dit is mijn eerste boek en ik wilde dat het goed was. Schrijven deed ik in de openbare bibliotheek. Elke keer nam ik enkele willekeurige romans uit de rekken. Alles, van John Updike tot Katie Price. En op het moment dat ik mijn werk beter vond dan de helft van de boeken die ik uit de rekken had genomen, wist ik dat het klaar was.” (lacht)

Hebben de mannen met wie u sprak uw boek gelezen?

“Geen idee. We hebben nooit namen of gegevens uitgewisseld, opdat ze vrijer konden spreken. Maar ik veronderstel van niet. De meeste mannen die op boorplatformen werken zijn geen grote lezers. Ik vraag me trouwens af of ze zich mij zouden herinneren. Het is zes jaar geleden, en meestal waren ze dronken als ik met hen praatte.” (lacht)

Dit boek begon als een zoektocht naar het leven van mannen op een boorplatform, maar het werd ook een queeste naar uzelf, toch?

“Absoluut. Een mens kent zichzelf vaak niet. Tot je in een crisissituatie belandt. Dan moet je gaan onderzoeken: wat bracht me hier, waar ging het mis? Ik deed dus heel wat denkwerk.”

Wat is het resultaat daarvan?

“Een van de zaken waar ik achter ben gekomen, is dat ik altijd te bang ben geweest om mijn eigen ambities na te jagen. Ik zette ze altijd opzij ten voordele van de man in mijn leven. Enerzijds omdat vrouwen nu eenmaal zo gesocialiseerd zijn. Maar ook uit angst. Want als ik mijn eigen dromen zou volgen, zou ik kunnen falen. Nu verschuil ik me niet meer achter een man.”

Dat lijkt me een grote verandering.

“Klopt. Ik focus nu op mezelf en op mijn eigen ambities. Beangstigend, hoor. Je staat overal alleen voor. Maar het was hoog tijd.”

Hebt u nu een relatie?

“Nee, maar tijdens het schrijven had ik wel een vriend. Het beeld dat weleens van me wordt opgehangen in interviews of recensies – alsof ik zes jaar lang al schrijvend getreurd heb om Caden – klopt dus niet. Mijn toenmalige vriend steunde me volop tijdens het schrijven. We begonnen iets toen ik het eerste hoofdstuk af had. Maar eigenlijk kon ik mijn boek pas voltooien nadat we uit elkaar gingen. Ook bij hem was het dus weer als vanouds verlopen: opnieuw had ik me achter een man en zijn ambities verstopt.”

U zei daarnet: vrouwen zijn gesocialiseerd om zichzelf niet op de eerste plaats te zetten?

“Ja, om altijd te denken dat de carrière van onze partner belangrijker is dan de onze. De man met wie ik brak vlak voor ik naar Aberdeen vertrok, gedroeg zich altijd alsof mijn job maar een hobby was in vergelijking met de zijne, ook al zaten we in dezelfde sector en hadden we hetzelfde loon. Hij schreef onlangs trouwens ook een boek, en ik heb ontdekt dat hij maar een tiende heeft gekregen van het voorschot dat ik van mijn uitgever ontving. Dat was een fijn moment.” (lacht)

Aan vrouwen zonder kinderen wordt altijd gevraagd hoe ze zich daarbij voelen. Excuus, maar dat ga ik nu ook aan u vragen.

(lacht) “Ik heb geen probleem met die vraag. Mijn laatste lief en ik hebben wel even aan kinderen gedacht, maar we gingen uit elkaar voor het ervan kwam. Ik was toen 37, en als je op die leeftijd nog altijd twijfelt of je kinderen wilt of niet, denk ik niet dat je er heel erg op gebrand bent. Voor een vrouw is het überhaupt moeilijk om een onderscheid te maken tussen wat ze zelf echt wil, en wat de maatschappij dicteert dat ze wil. Er wordt ons voortdurend ingepeperd dat we kinderen moeten hebben, want anders zal ons leven triest en oppervlakkig zijn. Het is moeilijk om dat soort boodschappen niet te laten binnensijpelen.

“Mijn twee nichten hebben kinderen, en ik zie hen bijna elke dag, dus veel mis ik niet, vind ik. Ik zie vooral ook dat het heel hard werken is. En hoe ondankbaar en saai dat werk is. Mensen die het ouderschap romantiseren, hebben het meestal niet van dichtbij gezien, denk ik.

“Mijn zus heeft ook kinderen, en als er op hen gebabysit moet worden, zijn het altijd ik of mijn moeder die gevraagd worden, nooit de broers van haar man. Enkel en alleen omdat wij vrouwen zijn. Er wordt gewoon verondersteld dat een vrouw voor kinderen zorgt, zelfs al zijn het niet de hare.”

Het klinkt niet alsof u vindt dat er veel ten goede is veranderd voor vrouwen.

“Ik denk dat het erger geworden is voor vrouwen. Mijn moeder werkte niet meer buitenshuis nadat ze mij en mijn zus had gekregen. Ze had één job: moeder zijn. Nu gaan vrouwen werken, en doen ze het leeuwendeel van het huishouden en de opvoeding. Vaak kan een vrouw pas rekenen op een gelijkwaardige verdeling van de kinderzorg door van haar man te scheiden en voor co-ouder­schap te kiezen.”

Dat is heel cynisch.

“Dat ben ik met je eens. Maar het is wel de realiteit.”

Bent u op dit moment een gelukkige vrouw?

(lacht) “Ik snap je vraag. Ik ben gelukkig, ja. Vroeger dacht ik van mijn moeder: waarom is ze zo verbitterd? En nu ben ik 40, en begin ik hetzelfde te zeggen als zij. (lacht) Help.

“Nee, ik wil niet bitter klinken, want dat ben ik niet. Maar met de leeftijd zie ik de dingen wel zoals ze zijn. Niet zoals ik wil dat ze zijn.”

Tabitha Lasley, Zeespiegel, De Bezige Bij, 272 p., 20,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234