Zondag 25/07/2021

BoekenInterview

Succesauteur Édouard Louis: ‘Hoe meer ergernis ik opwek, hoe liever’

Édouard Louis: ‘Als mijn boeken hard of gewelddadig overkomen, is het omdat ze aan de gevestigde orde tornen.’ Beeld NYT
Édouard Louis: ‘Als mijn boeken hard of gewelddadig overkomen, is het omdat ze aan de gevestigde orde tornen.’Beeld NYT

Zijn moeder was twintig jaar lang doodongelukkig. Maar toen verliet ze plots zijn tirannieke vader. De Fransman Édouard Louis (28) schrijft in zijn nieuwe boek over haar ‘bevrijding’ en zijn eigen onfraaie gedrag. ‘Ik droeg zelf bij aan haar onderdrukking.’

Pullover losjes over de schouders, sportief T-shirt, smalle jeans, platte sneakers. Onopvallender en braver kun je er in Parijs haast niet bijlopen. Is deze frêle ogende man echt de schrijver die met zijn pijnlijk openhartige boeken over zijn rauwe Noord-Franse arbeidersjeugd, vol beschimping en homofobie, de Franse literaire wereld op zijn grondvesten liet daveren?

Ik wacht Édouard Louis op in Le Sélect, legendarische Parijse art-­deco­brasserie in hartje Montparnasse. Ernest Hemingway en F. Scott Fitzgerald streken hier ook ooit neer. Een paar tafels verderop herken ik die andere bestsellerauteur: Emmanuel Carrère. Le Sélect is Louis’ favoriete afspreekplek. Beetje bobo, beetje ouderwets chic, in contrast met waar hij zelf voor staat, zo lijkt het. De obers lopen het vuur voor hem uit de sloffen, “het is een tijdje geleden, hein”, terwijl ze bliksemsnel een koffie op de marmeren tafel zetten. “Sorry dat ik een kwartier te laat ben”, zegt Louis. Hij heeft een wat angelieke uitstraling.

BIO • Franse auteur, geboren in 1992 • groeide op in een arbeidersmilieu in Noord-Frankrijk • debuut: Weg met Eddy Bellegueule (2014) een afrekening met het seksisme en de homofobie in zijn jeugd • schreef in 2016 Geschiedenis van geweld, over zijn verkrachting, en in 2018 Ze hebben mijn vader vermoord, een aanklacht tegen de Franse staat

Meteen in ons gesprek katapulteert hij zich terug naar de grauwe wereld van het Noord-Franse Hallencourt. Want ook in zijn zopas vertaalde Strijd en metamorfose van een vrouw wroet hij nietsontziend in zijn familiale achtergrond. Nu reconstrueerde hij ‘de twintig geruïneerde en verminkte levensjaren’ van zijn moeder. Tot ‘Monique’ zich ontworstelt aan de uitzichtloosheid. Ze zet haar dwingeland – Louis’ vader – aan de deur en verhuist naar Parijs. Weer tilt Louis deze individuele geschiedenis naar een hoger, ideologisch niveau.

Want spreken met Édouard Louis is een beetje alsof de klassenstrijd weer is losgebarsten en de barricaden van mei ’68 elk moment weer kunnen worden opgetrokken. De termen ‘dominantie’, ‘bevrijding’ en ‘woede’ vallen om de haverklap. Ook ‘bourgeois’ vonkt regelmatig door zijn spervuur van zinnen. Hij spreekt het woord met veel afschuw uit, alsof er een schijfje citroen op zijn tong ligt. Maar hier, in dit vermoedelijke sluitstuk van zijn familietrilogie, merken we ook hoe hij zijn moeder – ooit zo geschoffeerd door zijn debuut Weg met Eddy Belle­gueule (2014) – de hand reikt én verzoenender, welwillender taal spreekt.

Het is een haast onschuldig ogende foto waar­uit dit boek ontkiemde. Een zelfportret van uw moeder waarin ze licht frivool naar de lens kijkt. Hoe anders draaide het uit.

“Dat mag je wel zeggen. Toen ik wat familiepapieren doorzocht, stuitte ik op die foto uit de jaren 80. Een selfie, al bestond dat woord toen nog niet. Ze is dan ongeveer 20 jaar, ik was zelf nog niet geboren. Er gloorde verwachting in haar gezicht. Ze leek de toekomst met open armen te verwelkomen. De foto frappeerde me. Omdat hij in tegenspraak was met de vrouw die ik in mijn jeugd heb gekend.”

U beschrijft ‘Monique’ als een al vroeg verbitterde, harde, soms agressieve vrouw.

“Ze was vooral een doodongelukkige vrouw, besef ik nu. Gegijzeld door het terreurbewind van mijn vader. Maar dat weerspiegelde zich ook in haar ­eigen gedrag.

“Mijn vader was een tiran die wilde dat zij uitsluitend voor het huishouden en de kinderen opdraaide. Tot ze er op een bepaald moment, na twintig jaar, niet meer tegen kon om uitgescholden te worden voor ‘dikke koe’. Wat was er gebeurd tussen het moment van die foto en mijn jeugdjaren, waarin ik haar als een bijna volledig uitgewiste vrouw kende? Alsof haar bestaan van geen tel was. Ik probeer dat vernietigde leven te begrijpen.”

Dat gebeurt milder, verzoenender dan in uw eerdere boeken, zoals het politiek fellere Ze hebben mijn vader vermoord.

“Het klopt dat dit moederboek een tederder teneur heeft. Voor mij is het een experiment: ik begeef mij op onbekend terrein, ik wilde nu ook wat licht toelaten. Al is er natuurlijk weer dat huiselijke geweld. Haar leven werd gedicteerd door een kleine perimeter, gedomineerd door de mannelijkheid, door mijn vader, die na een tijd ook aan huis gekluisterd was door zijn ongeval. Ze offerde zich op. Haar droom om kokkin te worden, bijvoorbeeld, kon ze nooit waarmaken. En op vakantie gaan werd gedwarsboomd. Maar van de ene dag op de andere wierp ze de zwaarte af, heeft ze zich bevrijd, al kostte dat haar in feite twintig jaar.

“Het is onthutsend: de verliezers van de geschiedenis zijn de winnaars geworden, en de winnaars de verliezers”, vertelt Louis met panache. Hij redeneert graag in termen van these en antithese en wil individuele levens universele dimensies meegeven. “De jongens die me lastigvielen in mijn jeugd, mijn vader: zij hebben nu de meest pijnlijke en gebroken levens. Terwijl mijn moeder en ik ons als het ware wisten te bevrijden. Dat is de hele paradox van de dominantie. Wie gedomineerd wordt, ziet uiteindelijk de zaken scherper. Hoe meer afstand, hoe meer je beseft wat er wordt aangericht. Al raken sommigen nooit meer uit de houdgreep. Een wonder dat het mijn moeder wel gelukt is.”

Terwijl uw geboorte er lang mee voor zorgde dat ze voorgoed geïmmobiliseerd was.

“Dat is inderdaad nog een van die talloze paradoxen in dit boek. Moederschap is in gezinnen met weinig geld vaak een kruis. Op haar 23ste had ze al twee kinderen met haar eerste man, en met mijn vader – haar tweede man – besefte ze dat ze in hetzelfde straatje zou belanden. Mijn geboorte moest haar mooiste ervaring worden. Uiteindelijk had ze vijf kinderen als een blok aan het been onder haar hoede. Vluchten kon niet meer. Tegenwoordig lees je wel eens romans waarin moederschap als een manier van emancipatie wordt voorgesteld. Maar dat geldt absoluut niet voor de lagere klassen.”

U windt trouwens geen doekjes om uw eigen onfraaie gedrag. Er zijn periodes waarin u zich volop schaamt voor uw moeder, bijvoorbeeld op school. ‘Het hele eerste deel van mijn leven was ik bang dat je me zou kennen.’ U noemt zich ook een ‘sociale dissident uit wraak’.

“Ik schaamde me voor de armoede, zeker als ik naar het college in Amiens ging. Ik schaamde me voor de meisjesmanieren waarmee ik geboren was. Door mijn studies verwijderde ik mij van de sociale klasse van mijn kindertijd, door de taal nam ik afstand. Maar ik besefte ook dat ik als zoon zelf aan de onderdrukking van mijn moeder bijdroeg. Het machogedrag van mijn vader had zich blijkbaar ook in mij genesteld. Door mijn houding of mijn stilzwijgend afkeuren steunde ik zonder het te beseffen mijn vader tegen mijn moeder.”

Op haar beurt was uw moeder vaak bijzonder ontgoocheld in u.

“Zij begreep me niet: ‘Waarom praat je als een meisje, waarom gedraag je je als een pédé (scheldnaam voor homo, red.)?’ Ze had de homofobie van haar gemeenschap blindelings overgenomen. Haar grootste wens was een normale zoon te hebben. En ik wilde mijn affectie voor haar niet tonen. Anderzijds werd zij door de mannelijke dominantie somber en zwaartillend. Juist daardoor werd ik nog bozer op haar. Raak daar maar eens uit. Terwijl mijn moeder mijn bondgenoot had moeten zijn.”

‘Mijn moeders grootste wens bestond eruit een normale zoon te hebben. En ik wilde mijn affectie voor haar niet tonen.’ Beeld ©Christopher Anderson / Magnum
‘Mijn moeders grootste wens bestond eruit een normale zoon te hebben. En ik wilde mijn affectie voor haar niet tonen.’Beeld ©Christopher Anderson / Magnum

Het is een gevaarlijk fenomeen, benadrukt Louis. “Structurele dominantie verdeelt mensen die eigenlijk bij elkaar horen. Zoals veel arbeiders stemmen voor extreemrechts of voor Trump, terwijl dat totaal tegen hun eigen belang is. Of ze ageren tegen migranten, die nochtans net hetzelfde geweld als hen te verduren krijgen. Die kapitalistische mechanismen sijpelen ook in familierelaties door.”

Pas door de afstand – zij in Hallencourt en u in Parijs – ontstaat er langzaam weer begrip. ‘Het verhaal van onze verstandhouding begon op de dag dat we uit elkaar gingen’, lezen we.

“Ja, het kon wellicht niet anders gaan. De scheiding en de tijd waren noodzakelijk om tot een begrip te komen. Nu pas beseft ze hoe slecht ze behandeld is. Ik had haar al vaak ingepeperd hoe ze een ander leven verdiende. Maar er waren te veel conflicten tussen ons, het leek niet door te dringen. Op een dag belde ze me en zei: ‘Ik heb je vader verlaten.’ Was het mijn emancipatie die de hare mogelijk maakte? Ik besef nu ook wel hoe moeilijk het voor haar was om te vertrekken. Want waar moest ze heen? Pas als ze een perspectief had, kon ze weg.”

Ze kwam in Parijs wonen. En u beschrijft hoe haar metamorfose ook in de details schuilt, zoals het gebruik van make-up.

“Het eerste wat ze deed was zich maquilleren, ja. Het was voor haar een symbool van de emancipatie. ‘Kijk eens hoe mooi ik eruitzie’, zei ze. Ze fleurde helemaal op. Maar van mijn vader mocht dat absoluut niet. ‘Het zijn hoeren die zich maquilleren’, zei hij altijd. Wist je trouwens dat voor Marilyn Monroe schmink ook een symbool van onderdrukking was? Ook in Parijs wordt er in veel jonge milieus op neergekeken, als onderdeel van een voorbijgestreefd schoonheidsideaal. Het hangt dus écht af van de context of iets emancipatorisch is of niet.”

‘Waarom heb ik de indruk dat ik een treurig verhaal schrijf, terwijl het mijn bedoeling is het verhaal van een bevrijding te vertellen?’, staat er ook.

“Dit boek moest een sentiment van schoonheid bevatten voor de vrouw die zich bevrijdt. Maar tijdens het schrijven over haar emancipatie kon ik het geweld en de woede niet zomaar verdonkeremanen. Het idee van een selfmade woman lijkt ingebakken in onze cultuur, dat lokt waardering uit. Maar het ontheft je ook van verantwoordelijkheid: kijk, ze redt het wel, we hoeven niks te doen. Terwijl er iets structureel fout zit. Dat wilde ik tonen. Vandaar dat treurige.”

En toch. Het lijkt erop dat uw moeder, net als u, het geluk vond in Parijs? U vertelt bij­voor­beeld hoe ze met Catherine Deneuve een sigaretje rookt op de stoep, nadat u haar toevallig met haar in contact bracht.

“Ja, ze is zeer gelukkig. Ze is van mijn vader losgekomen, ze is veel ontspannener, niet meer die grimmige moeder die ik kende. Al betaal ik nu mee aan haar huisvesting en ben ik blij dat ik haar kan helpen. Want het blijft voor een alleenstaande vrouw in Parijs zeer moeilijk om zich staande te houden. Steeds meer mensen zijn afhankelijk van megaplatformen als Deliveroo of Uber, voor een bij elkaar geschraapt inkomen. Met kleine contracten, beetje hier, beetje daar. Dat is bij haar niet anders.”

‘Twintig geruïneerde en verminkte levens­­jaren’ waren het, die u al bij al vrij beknopt samenvat. Waarom koos u voor die compacte vorm?

“Ik wilde aan dit verhaal eerst een klassieke snit geven, ik had een tragedie in gedachten à la Antigone. En op dat moment besefte ik dat tragedies tegenwoordig niet meer gedirigeerd worden door de goden maar door de politiek. Door de Chiracs, de Sarkozy’s en de Macrons. In die atmosfeer zocht ik lang naar de juiste vorm om haar leven te grijpen én de lezer te raken.”

Als successchrijver hebt u nu toegang tot de meest diverse sociale milieus. Hoe fascine­rend is het om die contrasten in literatuur om te zetten?

“Ik zie het leven van de bourgeoisie in Parijs en merk vooral de onverschilligheid. Politiek is voor hen geen zaak van leven of dood, zoals dat bij de arbeidersklasse wel is. Terwijl ik intieme herinneringen aan de politiek heb. Toen de medicijnen- en voedselprijzen de hoogte in gingen, voelde ons hele gezin de politiek in ons lijf en in onze buik.

“Ik wil de volksklassen niet mythologiseren. Ze bestaat, hoor, dat soort literatuur, met de hardwerkende, drinkende vader, afgeschilderd als authentiek. Maar er is seksisme, homofobie... Ik moest me tegen de normen van de Franse literatuur afzetten, mijn eigen ding doen.

“Bon, als je een te rauw en triest boek schrijft, krijg je het verwijt van miserabilisme. Als je emoties tentoonspreidt, mopperen critici dat het vol pathos zit. Maar wat als je nu eenmaal levens hebt gekend die je doen huilen?”

‘Hoe meer mensen me aanvallen, hoe beter’, hebt u weleens gezegd. Bent u gebrand op polemiek?

(met een schalkse grimas) “Hoe meer ergernis ik opwek, hoe liever, il faut déranger. Je kunt het belang van een schrijver misschien wel afmeten aan het aantal aanvallen dat hij te incasseren krijgt. Toch betwijfel ik of ik mij echt een polemist zou noemen. Ik ben er niet op uit, nee. Maar als je de normen van de gevestigde literatuur aanvalt, of te veel over politiek of over emoties schrijft, dan zorgt dat automatisch voor weerwerk in Frankrijk. Als mijn boeken hard of gewelddadig overkomen, is het omdat ze aan de gevestigde orde tornen.”

Soms worden uw boeken in de hoek van de autofictie geduwd. Maar ook dat zint u niet?

“Nee, omdat ik expliciet autobiografisch schrijf. Fictie interesseert me in wezen niet. Let op, dat is een zeer belangrijke nuance. Want voor mij is uitgesproken autobiografisch schrijven juist ontregelend. Vaak krijg ik te horen, na lezingen of bij signeersessies: ‘Je hebt er toch zeker wel een beetje fictie aan toegevoegd?’ Alsof het dan minder hard aankomt en men niet kan geloven wat ik schrijf.

“Nee, geen fictie. Want als mijn geschiedenis fictie is geworden, kunnen mensen ze zomaar wegwuiven met de woorden: ‘Ach, het is verzonnen wat hij heeft meegemaakt.’ Dat klinkt geruststellender, natuurlijk. Maar het mag juist niet geruststellend zijn.”

Overvleugelt het autobiografische schrijven tegenwoordig niet de fictie? Kijk maar naar wat La familia grande van Camille Kouchner, met haar incestgetuigenis, losmaakte.

“O, (smalend) maar dat noem ik geen literatuur, hoor. Ik herinner me wel dat de Poolse Nobelprijswinnares Olga Tokarczuk destijds bij haar aanvaardingsspeech betreurde dat er tegenwoordig zoveel in de eerste persoon wordt geschreven. Ik wil dat nuanceren: als je naar de tien recente Prix Goncourt- of Nobelprijs­winnaars kijkt, is het toch vooral de fictie die triomfeert. In Frankrijk is de kloof tussen fictie en autobiografie groot. Fictie verkoopt ook veel beter. Autobiografisch schrijven wordt minder au sérieux genomen in de media. Conservatieve stemmen vinden het navelstaarderij. Terwijl het veel confronterender is dan fictie. Lees maar de boeken van Karl Ove Knausgard of Claudia Rankine, dat is anarchisme. Dat laat normen ontploffen.”

Het blijft niet zonder risico’s. U brengt uw leven en dat van uw familie naar het publieke forum, altijd maar opnieuw. U schreef al dat uw vader tegenwoordig fier is op uw boeken. Maar uw moeder begreep des­tijds totaal niet waarom u hen van racisme en homofobie beschuldigde en uw afkomst wilde uitwissen.

“Het is het verhaal van mijn leven. Ik heb het volste recht om het te vertellen. Toen ik Weg met Eddy Bellegueule schreef, was er een grote, radicale afstand én woede. De verwijdering uit mijn milieu door de homoseksualiteit gaf mij een geschiedenis. En de vrijheid om zonder reserve over hen te schrijven. Als ik toen van hen had gehouden, was het veel moeilijker geweest.”

“Mijn moeder is nu veel relaxter over mijn boeken”, vervolgt Louis. “Al praten we niet vaak over mijn literaire ondernemingen.” Misschien, denkt hij, is hij toch een soort woordvoerder van hen geworden. “De tragiek van mijn jeugd was ook de tragiek van de onzichtbaarheid. Niemand bekommerde zich om ons of praatte over onze levens.”

En hij herinnert zich plots een scharniermoment. “Aan het college bestudeerden we Emile Zola, de naturalistische schrijver. Toen zag mijn moeder me met een boek van hem in mijn handen. Ze had nooit de kans of tijd gehad om Zola te lezen. Maar ze zei me wel, terwijl de tv luid stond te schetteren én de frietjes sudderden: ‘Ah, Zola, die staat aan onze kant.’ Dat onthutste me. Terwijl ze Zola nooit had gelezen, besefte ze dat er ergens in de literatuur iemand was die aan haar strijd dacht, dat iemand voor haar vocht, voor haar lichaam! Die kleine anekdotische zin heb ik tot de ethiek van mijn literatuur gemaakt. En dat is wat ik opnieuw wil losmaken. Zelfs als mensen geen tijd hebben om mijn boeken te lezen, mogen ze het gevoel krijgen dat ik aan hun zijde sta.”

‘Het schrijven gaat soms slopend traag. Ik heb er een pijnlijke verhouding mee.’ Beeld Joel Hoylaerts / Photo News
‘Het schrijven gaat soms slopend traag. Ik heb er een pijnlijke verhouding mee.’Beeld Joel Hoylaerts / Photo News

Louis is voortdurend op zoek naar bondgenoten in zijn heel uiteenlopende combats – zoals hij het noemt. Er is de intense samenwerking met theaterwonderboy Milo Rau, al is de voorstelling die daaruit voortvloeide, de lecture-performance The Interrogation, voorlopig uitgesteld. Hij stond deze week op de planken op de Biënnale in Venetië, in een regie van Thomas Ostermeier, in Qui a tué mon père. Hij vertelt over zijn dialoog met de intussen 86-jarige regisseur Ken Loach, sociaal filmer bij uitstek, dat ook al in een boekje uitmondt.

Regisseur James Ivory gaat dan weer aan de slag met Weg met Eddy Bellegueule om er een tv-serie van te maken. Op politiek vlak is er zijn engagement voor de fel linkse Jean-Luc Mélenchon en zijn misprijzen voor Emmanuel Macron. “Zijn politiek is een mengelmoes van thatcherisme en socialisme, maar in wat hij doet is hij vrij traditioneel. Macron staat voor de status quo.”

Tot slot, hoe zien uw nakende schrijfplannen eruit?

“Mijn volgend boek gaat over de vriendschap, maar ik wil vooral verdergaan met de seksuele exploratie van mijn verleden. Zoals ik eerder de politiek, het seksuele geweld, de kindertijd analyseerde. En het doordenken van klassetheorieën. Een voorbeeld: mijn vader haatte het Franse schoolsysteem en gaf er de brui aan, om per se zijn mannelijkheid te tonen. Om te laten zien dat hij een harde was, een echte doorzetter. Hij hoefde geen diploma, maar belandde vervolgens wel in slechtbetaalde jobs. Als kind keken wij neer op de bourgeoisie omdat ze vrouwelijke trekjes hadden, zo vond mijn vader. Ze aten kleine porties, dat was iets feminiens. Terwijl wij grote hoeveelheden op ons bord schepten. Zo zie je dat in veel genderkwesties sociale connotaties meespelen. En dan grijp ik eigenlijk terug naar Balzac. Ik heb de ambitie een cartografie van vergeten levens te construeren.”

Het lijkt alsof schrijven u makkelijk afgaat?

“Ik moet je ontgoochelen, dat is helemaal niet zo. Het schrijven gaat soms slopend traag. Ik heb er een pijnlijke verhouding mee. En het stemt me melancholiek, omdat ik zoveel in dat verleden zit te graven. Maar ik heb geen keuze, zo moet het en niet anders.”

Édouard Louis, Strijd en metamorfose van een vrouw, De Bezige Bij, 80 p., 17,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234