Vrijdag 18/10/2019

Concertrecensie

Strand of Oaks doet z’n stinkende best in Trix, maar overtuigt niet ★★★☆☆

‘I feel connected to all of you’, riep Timothy Showalter, net voor hij met Strand of Oaks een uitverkocht Trix inpakte. Goedkoop gefleem? Nope. De man heeft écht een speciale band met het Belgische publiek, dat zijn passionele ‘heartland rock’ al jaren aan boezem én oren drukt.

Zes jaar geleden, toen Strand of Oaks voor het eerst in de bar van het Antwerpse muziekcentrum speelde, kwamen er amper tachtig toeschouwers opdagen. Jawel, all-round sympathieke peer Showalter heeft inmiddels een lange weg afgelegd. Toch scheelde het geen haar of hij had zijn gitaar vorig jaar naar het pandjeshuis gebracht. Na ‘Hard Love’ werd hij namelijk overvallen door een joekel van een midlifecrisis. De man, die volgende maand 37 wordt, raakte zijn bezieling en enthousiasme kwijt en werd verteerd door twijfels en depressies. Gelukkig waren er zijn vrienden van My Morning Jacket om hem uit het dal te trekken. Door zich spontaan als begeleiders aan te bieden, motiveerden ze hem alsnog tot het schrijven van een nieuwe plaat.

‘Eraserland’ luidt dus een wedergeboorte in, maar dat de zanger diep zat, hoor je aan zo goed als iedere song. De zesde langspeler van Strand of Oaks opent, niet toevallig, met de vaststelling ‘I don’t feel it anymore’. Maar Timothy Showalter, die eerder al zijn huis in vlammen op zag gaan en ternauwernood een zwaar verkeersongeval overleefde, vond ook nu zijn veerkracht terug. Op ‘Eraserland’ verwijst hij expliciet naar de organische folkrock en alt.country uit vroege platen als ‘Leave Ruin’ en ‘Pope Killdragon’, al hanteert hij dit keer een breder palet aan emoties en laat hij de claustrofobische sound van het twee jaar oude ‘Hard Love’ achterwege. Showalter draagt het hart meer dan ooit op de tong: zijn nummers klinken rauw en emotioneel, direct en eerlijk, maar zijn in al hun transparantie zeker niet gespeend van dramatiek.

Mainstream

Strand of Oaks, uit Philadelphia, appelleert dezer dagen aan hetzelfde classic rockpubliek dat ook zijn stadsgenoten van The War on Drugs groot heeft gemaakt. In Antwerpen hoorden we bijvoorbeeld echo’s uit het werk van Ryan Adams, Tom Petty & The Heartbreakers en The Replacements ten tijde van ‘Don’t Tell A Soul’ of ‘All Shook Down’. Toch miste het optreden aanvankelijk de nodige scherpte. Showalter, bijgestaan door een vierkoppige band, schurkte zich soms iets te comfortabel tegen de mainstream aan. Een op zich mooie, euforische popsong als ‘Ruby’ kreeg door die springerige synths een banaal randje, het oudere ‘Plymouth’ had iets te lang naast Dylans ‘Chimes of Freedom’ gelegen en de melodie van het als pianoballad ingezette ‘Wild and Willing’ was al even schatplichtig aan Bawbs ‘Love Minus Zero/No Limit’. De keltische gitaarmotiefjes in ‘Shut In’ herinnerden dan weer aan The Waterboys. Het was dus een verademing toen de groep met ‘For Me’ een uit de kluiten gewassen garagerocker inzette en enkele witgloeiende riffs de zaal in mikte.

Zoals bekend groeide Timothy Showalter op in een negorij in Indiana waar geen donder te beleven viel. Op zijn doorbraakplaat HEAL, tegelijk een dagboek van zijn geïsoleerde jeugd en een ode aan zijn muzikale helden, beschreef hij overtuigend hoe rock-’n-roll zijn leven redde, en het waren precies díe nummers die in Trix tot de absolute hoogtepunten uitgroeiden. Het gebalde ‘Goshen ‘97’ (sleutelzin: ‘I was lonely but I was having fun’) en het onontkoombare ‘Radio Kids’ (uit Hard Love) gaven allebei aan hoeveel troost en energie er te putten valt uit een goede plaat. Of hoe een uitstekend radioprogramma als reddingsboei dienst kan doen wanneer je, als adolescent, zo vereenzaamd bent dat niets in het leven je nog kan schelen.

Zoals bij vorige gelegenheden piekte de set met ‘JM’, een ode aan wijlen Jason Molina en Showalters hoogst eigen ‘Cortez the Killer’: traag opgebouwd en versierd met epische gitaarsolo’s die eerst nog smeulden maar, naarmate de song vorderde, steeds harder gingen schroeien. Het even druilerige als slepende ‘Visions’ klonk, dank zij de snarenduels tussen Showalter en zijn medegitarist, haast even intens en met het tussen postpunk en powerpop bungelende ‘Rest of It’ trok de groep tot een geluidsmuur op waar zelfs met een volwassen scudraket niet doorheen te boren viel.

Bescheiden lichtje

Tijdens de eerste bis mocht Frankie Lee, die eerder het voorprogramma had verzorgd, als gastzanger zijn eigen ‘Into the Blue’ komen opdiepen. Maar eerlijk: zelf hadden we liever één van Timothy Showalters eigen nummers gehoord. Vooral omdat afsluiter ‘Forever Chords’ zo geweldig was. Het kwam rechtstreeks uit de stal van Crazy Horse: knagend, uitgesponnen en met aan het eind een deraillerende, tussen jazz en lounge bewegende pianosolo van dezelfde familie als die in ‘Mia’ van Gorky. ‘If you believe you can be loved / You’ll outlive your past / And you hope it never ends’klonk het, terwijl aan het eind van de tunnel weer een bescheiden lichtje gloorde.

Mocht het hele concert van dit hoge niveau zijn geweest, dan hadden we met plezier een ster méér aan het firmament gekleefd. Timothy Showalter was zo gegrepen door de warme ontvangst van het publiek dat hij het op een zeker moment zowaar enkele tranen weg diende te pinken. ‘I love you, that’s all I can say’, fluisterde hij. Dat gevoel was geheel wederzijds, Tim.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234