Vrijdag 03/02/2023

InterviewBoudewijn de Groot

‘Stoppen? Stoppen vind ik problematisch’

null Beeld Maarten Delobel
Beeld Maarten Delobel

Al wordt hij ‘gewoon ouder’ en hakte de dood van collega’s Henny Vrienten en Jan Rot erin: Boudewijn de Groot (78) bruist nog van ideeën, getuige zijn nieuwe album Windveren.

Menno Pot

Het laatste lied op Windveren, het nieuwe Boudewijn de Groot-album dat op vrijdag 4 november is verschenen, hoort tot de ontroerendste die hij opnam. Het heet ‘Hoe meer ik dichterbij kom’ en gaat over zijn moeder, Sophie Elisabeth Saueressig, die in mei 1945 stierf in het ‘jappenkamp’ Tjideng in Batavia, Nederlands-Indië, toen haar zoontje net een jaar oud was.

De Groot kent haar alleen van enkele foto’s. Hij zong eerder over haar in liedjes als ‘Moeder’ (1975) en ‘Ik ben een zoon’ (2015). Hoe meer ik dichterbij kom verwijst naar ‘het hemels Paradijs’ waarvan Sophie Elisabeth heilig geloofde dat het bestond. Zou ze daar op hem wachten?

‘Hoe meer ik dichterbij kom, hoe meer ik aan je denk / Misschien zal het gebeuren, ik weet het niet / En zul je blij verrast zijn als je ziet / Dat ik naar je wenk’.

“In eerdere teksten over mijn moeder haalde ik haar naar me toe”, zegt De Groot in zijn favoriete restaurant in de Haarlemse buurt waar hij woont. “In deze tekst ga ik voor het eerst naar háár toe. Volgens haar eigen gedachtegang zou ik haar kunnen ontmoeten. Als het klaar is.”

null Beeld BELGAIMAGE
Beeld BELGAIMAGE

Hij zwijgt even, werpt een blik op zijn fiets met fietstassen die voor het raam geparkeerd staat, lijkt zichzelf dan tot de orde te roepen.

“Het is wel de laatste tekst over mijn moeder. Over haar, ouder worden en het einde dat in zicht komt, heb ik de voorbije jaren vaker gezongen. Je moet op zeker moment ook ophouden met zeuren daarover.” Met een grijns: “Zo veel valt er ook weer niet over te zeggen.”

Dat resolute herpakken, die scherpe bocht terug naar de nuchterheid, het typeert De Groot en het zij gezegd: op het afwisselende, levendige Windveren zingt hij over van alles en is de veelheid aan sferen en stijlen groot.

Er is natuur (‘Wilde ganzen’, ‘Raven boven Wales’), er is een kille Hollandse straat met veel beton, waar de lente kansloos is (‘Lente’), er is liefde (‘Piazza Di Chirico‘) en er is, jawel, protest! In ‘Enge mannen’, bijvoorbeeld, gericht tegen ‘enge mannen door de eeuwen heen’. En in ‘Aarde’, de opener van het door Gordon Groothedde geproduceerde album.

“De componist van dat lied, Christon Kloosterboer, zei tegen me: ‘Ik vind het zo jammer dat jij nooit meer protestsongs schrijft. Zullen we er samen een maken?’”

En dus deden ze dat, over de klimaatcrisis en de manier waarop we onze planeet naar de ratsmodee helpen: ‘De aarde is heel lief en zoet / Terwijl de mens zich mateloos uitleeft / Geen eerbied en respect heeft / De aarde is te goed’.

Boudewijn de Groot is nog niet klaar, of nee, laten we de slag om de arm houden die hij zelf ook formuleert: het zou best eens kunnen dat hij nog niet klaar is. Muziek schrijven valt hem de laatste jaren wat zwaarder, teksten schrijven gaat des te beter. Zijn stem heeft wat aan soepelheid ingeboet en de falset “werkt niet meer zoals vroeger”, maar de technische beheersing is er nog. Praat een uurtje met hem en het gaat over liedjes die nog op de plank liggen, “misschien iets voor een volgend album”.

Of hij vertelt over Christon Kloosterboer, de componist van ‘Aarde’, die graag eens een stemmig, kaal album met alleen gitaar van hem zou horen, zoals de fragiele Johnny Cash ze op zijn oude dag maakte.

“Nou, dat vind ik wat al te mager, maar ik zou wél eens een album willen maken met heel sobere, spaarzame begeleiding. Misschien is dat wel het volgende wat ik doe.”

Aan ideeën geen gebrek. Zó zag hij zijn muzikale oude dag voor zich toen hij in 2016 stopte met solo optreden: ruim baan voor andere projecten, muziek maken zoals híj het wilde en wannéér hij het wilde. Zijn oude hits zingen tijdens lange theatertournees; hij had er geen zin meer in.

Slapeloze nachten

“Ik heb vanaf 1997 zulke tournees gedaan, maar ik werd steeds nerveuzer voor het volgende programma, omdat dat natuurlijk minstens even goed moest worden als het vorige. De vraag of ik nog wel aan die eis kon voldoen, begon me steeds meer parten te spelen. Ik heb geen onuitputtelijke hoeveelheid hits en om nu elke keer weer ‘Testament’ te zingen... als toeschouwer zou ík op zeker moment denken: ach man, doe toch eens iets anders. Ik werd daar steeds onzekerder van. Nervositeit. Slapeloze nachten zelfs. De oplossing was eenvoudig: stoppen met optreden.”

Dat wil zeggen: solo. De Groot richtte de Nederlandstalige ‘supergroep’ Vreemde Kostgangers op met zijn oude vrienden George Kooymans en Henny Vrienten, met wie hij wél weer langs alle theaters ging. De songs sprankelden, er was veel lol, maar De Groot bleef die stress maar voelen.

null Beeld BELGAIMAGE
Beeld BELGAIMAGE

“Het was een steeds verder toenemende gespannenheid, vooral voor de eerste optredens van een reeks. Misschien is het de ouderdom. Daar komt bij dat ik een ontzettende hekel aan repeteren heb. En ook aan het urenlange wachten in wéér een kleedkamer. Ik zag er steeds meer tegen op.”

En dus besloot hij dat de Vreemde Kostgangers-tournee van voorjaar 2020 zijn definitieve afscheid van het podium moest worden. Dankzij het coronavirus eindigde die al na een handjevol optredens in februari 2020. Lockdown. Van een hervatting of inhaaldata zou het niet meer komen: in februari 2021 maakte Golden Earring-frontman George Kooymans bekend dat hij aan de slopende zenuwziekte ALS lijdt en al niet meer kon optreden. In september bleek ook Doe Maar-collega Vrienten ernstig ziek. Longkanker, zo werd bekend bij zijn overlijden op 25 april van dit jaar.

“Het kwam allemaal erg onverwacht”, zegt De Groot. “Dat was eigenlijk nog het ergste: dat abrupte. Het brak iets af. George en Henny waren nog niet klaar, ze waren volop bezig. Twee fantastische componisten, songschrijvers met een enorme gedrevenheid.”

Het noodlot heeft fors huisgehouden in De Groots omgeving. In de uitbraakmaand waarin de Kostgangers-tournee strandde, februari 2020, overleed Simon Posthuma, de kunstenaar die de beroemde albumhoes van De Groots legendarische album Picknick (1968) ontwierp.

Drie dagen vóór Henny Vrienten overleed Jan Rot, met wie De Groot liedjes schreef en podia deelde. Ook Rot had kanker. Collega Rob de Nijs, die van De Groot zijn liedjes over illustere figuren als Malle Babbe, Jan Klaassen de trompetter en Zuster Ursula aangereikt kreeg, heeft parkinson en moest in juni bij zijn afscheidsconcert al in zijn rolstoel blijven.

null Beeld V2 - Maarten Delobel
Beeld V2 - Maarten Delobel

Een generatie geeft de geest. Windveren is het krachtige nieuwe wapenfeit van de last man standing, een der laatste Mohikanen van de Nederlandse popscene van de jaren 60.

“Tja, wat moet je erover zeggen? Het is een hopeloze toestand om nog zo graag muziek te willen maken, maar het niet meer te kunnen. Jan Rot en Henny Vrienten hoeven in elk geval niet langer getuige te zijn van hun eigen aftakeling. George Kooymans en Rob de Nijs maken hun achteruitgang bij hun volle verstand mee. Dat is afschuwelijk. En ik? Ik ben vooralsnog gezond, maar word ook gewoon ouder. Op zeker moment zal ik het ook niet meer kunnen. That’s life. Ongeneeslijke ziekten zijn ellendig, maar ‘gewoon’ ouder worden, is de natuurlijke gang van zaken.”

Hij heeft zich uitgeleefd sinds hij in 2016 aan zijn gefaseerde afscheid van de podia begon: twee albums met Vreemde Kostgangers (2017), daarna een Nederlands americana-album met tribute-groep The Dutch Eagles als eenmalige begeleidingsband (Even weg, 2018).

Windveren is zelfs zijn tweede studioalbum in amper zes weken tijd. Eind september verscheen ook Soms als ik een vlinder zie: twaalf kinderliedjes van De Groot en Jaco van der Steen, met vrolijke rollen voor eekhoorns, merels, muizen, uilen, giraffen, zebra’s en vlinders.

Bietgroep

Nooit werd De Groot eenkennig. Altijd verwelkomde hij jongere muzikanten in zijn muzikale universum. De Nederlandse ‘bietgroep’ The Kik bracht hem in 2018 en 2019 een spetterend saluut door de albums Voor de overlevenden (1966) en Picknick (1968) integraal uit te voeren. Op Windveren duikt de voltallige band op in ‘Als je huilen wilt’.

De muziek voor dat liedje werd geschreven door Jaco van der Steen, met wie De Groot ook ‘de kinderplaat’ maakte. Kleindochter Aysha de Groot, zelf aan de weg timmerend onder de artiestennaam Meis én als achtergrondzangeres van Eefje de Visser, zingt op het kinderalbum Het lied van de merel en voegde op Windveren betoverende vocalen toe aan ‘Sheherazade’.

“Ik liet Aysha dat nummer horen, met traag slagwerk achter de melodie. Het was wat lang. ‘Best een mooi nummer,’ zei ze, ‘maar er moet een beat onder.’ Een beat? Zoals in rap? ‘Het tempo moet gewoon omhoog,’ zei ze, ‘het is zo langzaam.’ Dus ik heb er een zachte beat in dubbel tempo onder gezet en ja, ze had dus gelijk.”

Hij probeert maar te genieten van de huidige situatie, die hij op montere toon “ideaal” noemt: platen maken zonder te hoeven optreden.

null Beeld rv
Beeld rv

“Als de belangstelling voor die platen ontzettend afneemt en mijn werk totaal niet meer verkoopt, zou dat eventueel reden kunnen zijn om te stoppen, maar tegelijkertijd vind ik stoppen problematisch. Stel dat ik dat aankondig en een tijdje later ineens een geweldig creatief idee krijg? Dan kan ik dat niet meer uitwerken omdat ik al beloofd heb dat ik weg zal blijven.”

Hij beleeft “ontzettend veel plezier” aan het schrijven van nieuw werk, zoveel staat vast.

“Je moet iets positiefs doen. Zo’n lied over mijn moeder is stemmig en melancholiek. Het besef dat de eindstreep in zicht komt, zit er duidelijk in. Maar het gaat ook over verbinding zoeken, elkaar vasthouden. Dat is liefdevol. Het is zo’n lied waardoor je geëmotioneerd kunt raken, maar je zult je er niet somber of verdrietig door voelen. Daar is de boodschap domweg te positief voor.’

Volgend jaar verschijnt wéér een nieuw De Groot-album: de zwanenzang van Vreemde Kostgangers, die al klaarlag toen het noodlot Kooymans en Vrienten trof.

“Het moet alleen nog gemasterd worden. Dan is het klaar. En dan zijn de Vreemde Kostgangers ook klaar.”

De laatste hap appelgebak. “Ach. Zo is het nu eenmaal.”

Daar is Lennaert Nijgh weer

Twintig jaar na zijn dood duikt tekstdichter Lennaert Nijgh (1945-2002) weer op een album van zijn oude kompaan Boudewijn op. De Groot vond kort na Nijghs overlijden een schriftje met sonnetten, door Nijgh geschreven op de middelbare school. “Lennaert viel altijd op onbereikbare meisjes en schreef daar dan heel volwassen sonnetten over.”

Bij een ervan, ‘Als je stil bent’, schreef De Groot rond 2009 muziek, maar het lied bleef onvoltooid op de plank liggen.

“In 2020 trad mijn zoon Jim op. Plotseling hoorde ik dat sonnet, met muziek van Herman van Veen. Hé, dacht ik, die tekst ken ik, maar ik vond mijn muziek eerlijk gezegd mooier. Toen heb ik dat nummer maar eens afgemaakt.”

Lennaert Nijgh schreef de teksten bij zowat alle De Groot-klassiekers uit de jaren 60 en 70, van ‘Meisje van zestien’ tot ‘Testament’, van ‘Welterusten, mijnheer de president’ tot ‘Prikkebeen’ en ‘Het Land van Maas en Waal’. Ze bleven met enkele onderbrekingen samenwerken tot Nijghs dood.

De Groot zong op zijn albums Het eiland in de verte (2004) en Lage Landen (2007) ook al nagelaten teksten van Lennaert Nijgh.

Boudewijn de Groot:  Windveren Beeld
Boudewijn de Groot: Windveren

Windveren van Boudewijn de Groot is uit bij Universal (cd + boek met interviews over De Groot door Robert Haagsma).

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234