Vrijdag 28/02/2020

Literatuur

Stilte in tijden van Pokémon: de opmerkelijke opmars van de natuurschrijver

Beeld BELGAIMAGE

Peter Wohlleben schreef een bestseller over bomen, James Rebanks over het herdersbestaan. Natuurboeken met een literair-informatief tintje zijn hot. "Mensen proberen te onthaasten door virtueel de natuur in te trekken."

Je kunt er niet naast kijken in de boekhandel: natuur- en wandelschrijvers hebben hun eigen stek veroverd en de lezer sluit ze welwillend in de armen. Vogeltuurders, kluizenaars, fervente wandelaars en zelfs schrijvende schaapherders palmen de planken in, met boeken die zich in de schemerzone tussen fictie en non-fictie bewegen. Ook dit najaar.

"We hebben intussen een volledig rek met zulke boeken", bevestigt Hilde Seys van de Gentse boekhandel Limerick. "En dat loopt lekker. Blijkbaar is de lezer volop op zoek naar verstilling in de natuur. Of in een boek dat die illusie belooft. Vooral veertigers en vijftigers grijpen ernaar, bij jongeren is dat minder het geval."

Is er een trend geboren? Ja, vermoedt ook Steven Van Ammel, programmator en boekhandelaar bij het Brusselse Passa Porta. "Toch komt het niet zomaar uit de lucht vallen, het is een fenomeen dat de voorbije twee jaar geleidelijk meer armslag kreeg. Na de wandel- en flaneerboeken zijn nu de natuurboeken volop aan de beurt." Komend najaar speelt het Leuvense cultuurcentrum 30 CC uitdrukkelijk in op deze ecoliteratuur. Op 11 november organiseert het een avond die helemaal in het teken staat van bevlogen natuurschrijvers en literatoren die de stilte prefereren.

Heritage-traditie

Het was de Franse auteur Sylvain Tesson die mee aan de wieg stond van een opmerkelijke trek richting ongerepte natuur, met een dipsausje avontuur erbovenop. Met zijn Zes maanden in de Siberische wouden kreeg de sympathieke macho in 2012 de halve wereld aan zijn voeten. Tessons relaas over zijn geïsoleerde leven in een blokhut aan het Bajkalmeer was niet gespeend van een portie dweperige natuurromantiek. Wat onthielden we van zijn Siberische kluizenaarschap? Dat met hectoliters wodka binnen handbereik het barre Russische sneeuwlandschap er best draaglijk uitziet.

Toch tieren vooral in de Angelsaksische wereld de 'terug naar de natuur'-schrijvers welig. De 'heritage'-traditie is diep geworteld in Groot-Brittannië. Niet voor niets wordt natuurdocumentairemaker David Attenborough er op handen gedragen.

Het nieuwste boegbeeld is ongetwijfeld de bedaarde Brit Robert Macfarlane, die met boeken als De laatste wildernis enDe oude wegen de banden met de woeste natuur weer aanhaalde en op zoek ging naar de laatste resten wildernis. Horden Engelsen joeg hij zo weer bosschages en hooglanden in.

Daarmee zette hij paradoxaal genoeg de stilte weer een pad in de korf. "Paden verbinden. (...) Ze brengen contact tussen plaatsen tot stand, en bij uitbreiding brengen ze contact tussen mensen tot stand", aldus Macfarlane.

Ook de Britse Helen MacDonald heeft een solide longseller te pakken met H is voor havik, waarin ze de plotse dood van haar vader verwerkte via het temmen van een felle, wilde havik.

En dit jaar viert James Rebanks triomfen met Het herdersleven. Hij stelde zijn ervaringen als intellectuele schaapherder te boek, op het ritme van de vier seizoenen. Op Twitter brengt hij dagelijks verslag uit vantussen de mekkerende meute en kluistert hij zo 83.000 volgers aan zijn lippen.

Maar ook de rest van West-Europa smult van natuurboeken. De Duitse boswachter Peter Wohlleben realiseerde een onverwacht succes met Het verborgen leven van bomen, boordevol weetjes over hoog- en laagstammen.

"Grofweg zie je twee stromingen bij die zogenaamde natuurschrijvers", doceert Steven Van Ammel. "Enerzijds heb je die focus op de natuur zelf, met nogal wat boeken over vogels, bijen, bomen en zelfs walvissen. Andere auteurs leggen dan weer de klemtoon op de mens in de natuur: Tesson die in zijn hut zit te piekeren, Robert Macfarlane die door Groot-Brittannië banjert en James Rebanks en zijn schapen in het Lake District. Maar die schrijvers hebben natuurlijk voorlopers: W.G. Sebald, Bruce Chatwin of Jon Krakauer (Into the Wild). Merkwaardig genoeg is bij Passa Porta bijvoorbeeld Wanderlust van Rebecca Solnit - in het Engels - op kousenvoeten een longseller geworden, gewoon door mond-tot-mondreclame. Het is een filosofisch getinte geschiedenis van het wandelen."

Ander succesnummertje: de relatie tussen mens en dier. "Being a Beast van Charles Foster is het ultieme voorbeeld", vult Seys aan. "De auteur besliste een jaar te leven als een otter, vos en bever, om zo beter hun leven en het onze te begrijpen."

Literatuur uit de achtertuin

"Het natuurboek is een rustpunt voor de dolende ziel. Een strohalm voor de wanhoop. We koesteren wat kwijt dreigt te raken, met monumenten van taal", schreef Jean-Pierre Geelen onlangs treffend in de Volkskrant over het fenomeen. Ook in Nederland is de stroom 'groene' boeken niet aan te slepen. Zo maken roofvogelkenner Rob Bijlsma, trekvogelbioloog Theunis Piersma en wandelaar John Jansen van Galen grote sier.

Met de Jan Wolkersprijs voor het beste natuurboek, goed voor 5.000 euro, krijgt het genre al een paar jaar een flinke por in de rug. "Dit voorjaar had de prijs liefst tachtig inzendingen te verwerken", zegt NRC-redacteur en auteur Kester Freriks, die met zijn De kleuren van het wadop de longlist prijkte.

"Hoe ik de natuurboekenhausse verklaar?", vraagt hij. "Ik denk dat mensen veel bewuster zijn geworden van wat zich in hun nabije omgeving afspeelt. Ze voelen zich stukken verantwoordelijker voor de natuur, wellicht ook door de klimaatopwarming. Natuur is veel minder abstract geworden. Pakweg twintig jaar geleden ontfermden vooral beleidsmakers en natuurmonumentenverenigingen zich erover. En dat was dat. Sinds de jaren 80 hebben we het utiliteitsprincipe inzake natuur - haar ongeremd aanwenden voor economisch gewin - gelukkig losgelaten. Natuur heeft nu een intrinsieke waarde. In Nederland wakkerden fenomenen als de Nationale Tuinvogeltelling dat bewustzijn aan."

Volgens VRT-journalist en radiomaker Kristien Bonneure gaan auteurs het tegenwoordig sowieso veel dichter bij de deur zoeken. "Reisliteratuur hoeft niet noodzakelijk over de Himalaya te gaan om interessant te zijn. In je achtertuin en het dichtbije bos valt evengoed van alles te ontdekken." Bonneure publiceerde in 2013 het boek Stil leven bij Lannoo. Daarin hield ze een warm pleidooi voor rust en ruimte en wandelen als stiltetherapie.

"De laatste tien jaar stond de mens wel erg centraal in de hedendaagse literatuur. In een doorsnee roman vormt de natuur slechts een kleurrijk decor, zonder impact op het hoofdpersonage. Dat zat meestal verzonken in zijn introspectieve wereld, in de context van de grootstad. Misschien hebben lezers stilaan genoeg van dat eindeloze gepsychologiseer en willen ze liever hun muizenissen en relatieproblemen laten wegwaaien door te gaan stappen? Ga op zondag maar eens kijken in de natuurgebieden, daar is het bijna file. (lacht) Wandelen is bovendien therapeutisch en stimuleert de creativiteit, dat wisten veel filosofen al. Natuurboeken vergen ook een andere manier van lezen. Je hebt meer beschrijvingen, het ritme is logischerwijze trager."

Bonneure ziet nog een belangrijke functie weggelegd voor de natuurboeken: het verrijken en bewaren van een uniek taalidioom. "Ik las onlangs een heruitgave van Pallieter van Felix Timmermans, welgeteld 100 jaar oud. Het viel me op hoezeer het boek bulkt van de heerlijke natuurevocaties, een ware verademing. We dreigen door gebrek aan kennis een hele natuurwoordenschat kwijt te raken - voor diverse soorten regen heb je wel vijftig woorden. Natuurschrijvers zijn in staat een volstrekt vergeten vocabularium op te duikelen. Vandaar mijn bewondering voor de Britse Sarah Maitland en haar boek Gossip from the Forest, waarin ze alles over bossen en bomen met een ongelooflijk diverse woordenschat optekent."

Freriks sluit zich daarbij aan: "Taal is ontzettend belangrijk bij natuurbeleving. Vandaar dat ik destijds smulde van Nederlandse auteurs als Jac. P. Thijsse of Jan Pieter Strijbos. Waar natuur verloren gaat, delft ook een hele woordenschat het onderspit. Ik merk bij de lezers van mijn boek Vogels kijken dat ze dol zijn op verklaringen van vogelnamen. Etymologisch willen ze weten waar het woord 'spreeuw' of 'slechtvalk' precies vandaan komt."

De Brit Charles Foster leefde een jaar lang als vos, das en bever om de dieren beter te begrijpen.Beeld Felicity McCabe

Uit de ratrace

Nederland en Groot-Brittannië trekken overduidelijk aan de kar op het gebied van het natuurboekengenre. Maar bij ons in Vlaanderen is het verbazend stil. "Je hebt natuurlijk Chris De Stoop met Dit is mijn hof, maar dat heeft toch vooral een geëngageerde politieke boodschap over de landbouw", zegt Bonneure. En bioloog Dirk Draulans schreef met In de putten een natuurdagboek over de Scheldepolders.

"Toch zie ik in de Vlaamse literatuur een behoorlijke lacune. Is er iemand die het werkelijk aandurft?", vraagt Bonneure zich af. "Of roept gedweep met de natuur te rare associaties op met Blut und Bodem-theorieën? Tenzij er in het half verkavelde en verstedelijkte Vlaanderen bijna geen natuur meer is om over te schrijven? Best mogelijk." (lacht)

Volgens Hilde Seys van boekhandel Limerick is het zonneklaar: lezers schaffen de boeken van Macfarlane of Rebanks vooral aan om "even uit de ratrace van hun dagelijks leven te ontsnappen". "Ze willen onthaasten. Niet alleen door letterlijk de natuur in te trekken, maar vooral ook door dat virtueel te doen. Lezen zelf is trouwens al een behoorlijk solitaire bezigheid."

Seys bespeurt ook een ethische dimensie. "Er wordt heel ernstig nagedacht over onze verhouding tot de natuur. Niet enkel vanuit ecologisch oogpunt, maar evenzeer vanuit een filosofisch, ethisch en sociologisch perspectief. Dat merk je bij Macfarlane, die in een artikel het enorme belang van "relations between selfhood, landscape and ethics" benadrukte. Maar ook James Rebanks, Katharine Norbury (en haar boek The Fish Ladder) of Sara Maitland en John Burnside snijden die kwesties aan."

Van Ammel concludeert: "Ik denk dat onze vrijetijdsbesteding in het algemeen onder druk staat, iets wat ze in het Duits zo mooi Freizeitstress noemen. We moeten méér beleven en het moet allemaal spannender. Als tegenbeweging zoeken we een soort verstilling en die vinden we in de literatuur. Je beleeft de natuur, gefilterd door andermans ervaringen. Je hoeft niet zelf in een hut in Siberië te gaan zitten of te marcheren over oude wegen. Je hebt de escapistische ervaring binnen handbereik. Een haalbaar alternatief voor de jaarlijkse retraite, toch?" (lacht)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234