Donderdag 20/02/2020

InterviewStijn Van de Voorde

Stijn Van de Voorde: ‘Ik heb bij het zien van mijn helden zelden of nooit gedacht: ‘Amai, gij zijt een eikel’’

Beeld Wouter Maeckelberghe

Stijn Van de Voorde gaat in 2020 zijn tweede decennium in als popencyclopedie bij Studio Brussel, en viert dat met een nieuwe theatervoorstelling, For Those About to Rock: I Salute You. Een carrièreoverzicht in tien hoofdstukken.

In zijn nieuwste zaalshow fietst Stijn Van de Voorde (43) door zijn twintigjarige loopbaan als rockjournalist bij de VRT, met links en rechts anekdotes die uit de berm worden gevist. Op de vooravond van de première werpt hij voor De Morgen een blik op zijn carrière.

De eerste ontmoeting

Stijn Van de Voorde: “Ik ben gestart als leraar aardrijkskunde in een school in Beveren – eerst voltijds, later halftijds om de job makkelijker te combineren met mijn eerste werk voor Studio Brussel. Tot ik tijdens een schooluitstap naar Lille telefoon kreeg van Mark Coenen (voormalig nethoofd van de zender, ELV) met het nieuws dat er een plaats was vrijgekomen. Rond 2004 ben ik voltijds bij de radio begonnen.

“Ik heb nooit audities uit mezelf gedaan. Ik was eind jaren 90 eens te gast bij Republica, de radioshow van Lieven Vandenhaute, waar ik een uur lang onzin heb uitgekraamd. Mijn bijdrage was de bazen blijkbaar bevallen, want een week later werd ik gevraagd om testen te komen doen. Ik ambieerde geen job bij de radio, ik ben er eerder per toeval ingerold. Eenmaal ik de smaak te pakken had, wilde ik niet opgeven.”

De eerste opdracht

“Na mijn eerste proef kreeg ik te horen dat mijn uitspraak niet goed genoeg was om een programma te presenteren. Ze zagen wel een reporter in mij. Ik heb toen op vraag van de bazen een lijst samengesteld van bands die ik de moeite vond om over te vertellen. My Morning Jacket stond bovenaan, omdat ze begin april 2000 in de 4AD in Diksmuide speelden. Lieven zei: ‘Ga maar.’ Eén probleem: ik had geen rijbewijs, dus heb ik aan mijn toenmalige buurjongen, Alex Callier, gevraagd of hij mij naar Diksmuide wilde brengen. Ik heb die avond mijn eerste concertverslag gemaakt. Sindsdien probeer ik het verschil te maken met items over muziek.”

Voorbeeldfiguur

“Mijn grote voorbeeld? (droog) Ik heb rockjournalisten altijd zageventen gevonden. Nog steeds trouwens. Als je een plaat of concert bespreekt, moet je dat fair doen. Ik had het gevoel dat sommige journalisten zich vooral wilden laten gelden, en dat ergerde mij aan het vak. Soms hoorde ik concertverslagen op de radio waarvan ik dacht: ‘Zijn wij wel naar hetzelfde concert geweest?’ Je moet mij ook niet naar een show van Niels Destadsbader sturen, want die maakt formulemuziek voor mensen die eens buiten willen komen en van ambiance houden. Dat heeft ook zijn bestaansrecht, maar als je er niets zinnigs over te vertellen hebt, laat je het beter zo.”

“Noel Gallagher zal zich mijn naam niet herinneren, al durf ik wel stellen dat hij een van de weinige sterren is die nog weet wie ik ben.”Beeld Wouter Maeckelberghe

Eerste zenuwen

“Mijn eerste interview was met de Franse artiest Lorca. Ik was vooral zenuwachtig voor mijn Frans en niet omdat fucking Lorca tegenover mij zat, want who cares? Het was alleszins geen cadeau. (lachje) Het voordeel bij zulke interviews is dat je erin kan knippen. In die tijd kreeg ik de interviews waarvoor niemand anders stond te springen. Ik heb trouwens nooit een opleiding gekregen, dus ik klooide maar wat. 

“Mijn eerste interview met een coole artiest was met Paul Weller van The Jam. Hij had een serieus aandeel in de beste concerten die ik in de jaren 90 heb gezien. Als je zulke figuren ontmoet, wordt het toch spannender, al zijn die interviews uiteindelijk altijd goed verlopen. Ik heb bij het zien van mijn helden zelden of nooit gedacht: ‘Amai, gij zijt een eikel.’”

Ultieme held

“De eerste keer met Noel Gallagher, mijn ultieme jeugdheld, wist ik niet waaraan mij te verwachten. Dat was in het Oasis-tijdperk: ik had Liam al eens geïnterviewd, maar Noel nog niet. Ik wist dat hij van comedy hield, maar toen ik achter zijn favoriete grappenmakers vroeg, kwam er geen antwoord – alsof hij niets wílde zeggen. Hij is mij later op de dag een briefje komen brengen met een opsomming van zijn comedyhelden. Dat is een van de coolste dingen die mij ooit is overkomen. 

“Noel Gallagher zal zich mijn naam niet herinneren, al durf ik wel stellen dat hij een van de weinige sterren is die nog weet wie ik ben. Hij heeft ooit vijf foto’s uit mijn boek Pop = Art gedeeld op Instagram, en bij de ontmoeting daarop begon hij er zélf over, omdat zijn vrouw blijkbaar fan was. Natúúrlijk is het cool wanneer dat van de dude komt wiens muziek je vroeger draaide in het jeugdhuis van Sint-Niklaas.

“Ik heb Liam evenveel keer gesproken, en die beweerde ook ooit dat hij mij herkende, hoewel ik met zekerheid weet dat hij dat uit beleefdheid zegt. Logisch ook: mijn interviews zijn echt niet zo bijzonder dat rocksterren zich mij zouden herinneren.”

Fijnste carrièremomenten

“Ik heb altijd veel plezier gehad aan de projecten waarbij je op pad gaat. In De Eburonen trokken Otto-Jan Ham en ik in 2004 langs de nieuwe Europese lidstaten. Dat was voor ons beiden een nieuwe uitdaging.

“Iets recenter denk ik aan Rock ’n Roll High School, Studio Ibiza, Burning Man, enzovoort: de reportagereeksen die we voor VRT NU hebben gemaakt. Ik maak die van begin tot eind met Bram Vandecasteele, die de technische kant verzorgt, en voor bepaalde projecten met Thibault (Christiaensen, Equal Idiots-frontman, ELV) als medepresentator. Dat we zoiets kwaliteitsvol met een klein team hebben kunnen klaarspelen, maakt mij heel trots.

“Ik heb ook geweldige herinneringen aan de ochtendshow met Siska (Schoeters, presentatrice, ELV), wat tot op heden het best beluisterde ochtendblok is in de geschiedenis van Studio Brussel. Daar heeft mijn bijdrage voor alle duidelijkheid niets mee te maken. (lacht) Ook die show is met een geweldig ploegje gemaakt. Ik heb vaak het geluk gehad te mogen samenwerken met mensen met wie het klikt. Zolang die mensen bij de omroep rondlopen, zit ik daar goed.”

"Ik heb ooit serieus getwijfeld aan mijn positie bij de zender."Beeld Wouter Maeckelberghe

Meest capabele collega’s

“De meeste van hen zijn bij het grote publiek niet bekend. Floris Nieuwdorp is de collega die De Eburonen heeft gemonteerd. Met Bram Vandecasteele, over wie ik het eerder had, heb ik geweldige tijden beleefd. (denkt na) Er is niemand die met een minimale voorbereiding zo goed kan presenteren als Siska. Als ze gefocust is, kan niemand aan haar tippen. Otto-Jan hoort ook in die categorie thuis. Er zijn veel collega’s bij wie ik denk: ‘Wij hebben samen heel coole dingen gedaan met heel weinig geld.’”

Moeilijkste momenten

“Ik heb een jaar eindredactie gedaan, rond 2013, waarbij veel vergaderd moest worden, terwijl ik liever radio wilde maken. Er is ook een periode geweest dat ik veel ideeën had, maar die nergens kwijt kon. Ik heb toen serieus getwijfeld aan mijn positie bij de zender, tot Jan (Van Biesen, nethoofd van StuBru, ELV) mij zei: ‘Je komt voortaan met je ideeën naar mij en je weet binnen de vijf minuten of je ze mag uitvoeren.’ Dat is tot op heden zo gebleven.

“Ik zit in een gunstige positie bij de zender: ik moet geen vergaderingen bijwonen en ik krijg de tijd en ruimte om mijn ding te doen. Er wordt veel gezaagd over de invulling van Studio Brussel, en dat is gepermitteerd, maar ik ben nergens meer thuis dan hier. Op een bepaald moment zal mijn verhaal bij StuBru verteld zijn en dan wordt het toch even zoeken naar een plaats waar ik even goed kan aarden. Wat in Vlaanderen niet eenvoudig is.”

Het mindere werk

“Brian Molko van Placebo interviewen, was geen fijne opdracht. Die dude gedraagt zich als een eikel en ik vond zijn muziek niet eens half interessant. Ik heb verder bijdragen geleverd aan programma’s die niet goed, niet funny, niet coherent waren. Mijn eerste theatervoorstelling met Otto-Jan kon ook zeker beter – we hebben hooguit drie keer samengezeten voor een show die we in uitverkochte zalen speelden. Máár ik heb altijd dezelfde mentaliteit behouden: fuck it, ik doe het gewoon. Alleen zo ga je vooruit. Cut the Crap, mijn eerste programma op Studio Brussel, was achteraf gezien ook geen hoogtepunt, maar al doende leer je.”

Grootste ergernis

“Ik ben tegen veel dingen, maar niet tegen muziek. Een oud-collega heeft in de media gezegd dat Coldplay een misdaad tegen de mensheid is. Fuck off, dat is niet waar. Ze werken tegenwoordig samen met The Chainsmokers – daar mag je om lachen – en ze vullen inderdaad het Koning Boudewijnstadion met veel toeters en bellen, maar hoe je het ook draait of keert: die show zit verdomd goed in elkaar. Waarom moet je daar zuur over doen? Het cliché dat je tégen succesvolle bands moet zijn, daar doe ik niet aan mee. Dat gaat niet langer over muziek, dat gaat over jezelf profileren als iemand die zogezegd met intelligentere dingen bezig is.

“Ik ben óók aanstellerig geweest over muziek – ik betrap mezelf daar nog steeds op – want je mág bepaalde fenomenen in het belachelijke trekken. Er komen regelmatig techno-dj’s draaien bij Studio Brussel. De populariteit van minimal techno vind ik onzin. Die trend is één grote grap, maar ik ben daar niet zuur om. Ik vind dat een wezenlijk verschil. Ik snap dat je je druk maakt over wereldproblemen, maar toch niet omdat je de teksten van Bazart niet scherp genoeg vindt, terwijl je waarschijnlijk naar Engelstalige muziek luistert die inhoudelijk minder voorstelt? Het laatste dat ik wil zijn, is een verzuurde man.”

For Those About to Rock: I Salute You, vanaf 30/1 in verschillende zalen in Vlaanderen. stijnvandevoorde.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234