Dinsdag 23/04/2019

Theater

‘Stiekem hoop ik dat zelfs kenners van Knausgård hem even vergeten als ze het stuk zien’

Alexia Leysen en Valentijn Dhaenens ontrafelen Knausgård. Beeld Damon De Backer

Bewondering of afgrijzen: de autobiografische romans van de beroemde Noorse auteur Karl Ove Knausgård (1968) wekken op zijn zachtst gezegd tegenstrijdige gevoelens op. Voor het theaterstuk Knaus gaan Alexia Leysen en Valentijn Dhaenens voorbij de controverse op zoek naar kwetsbaarheid en zingeving.

“Hoeveel mag ik eigenlijk al verklappen tijdens het interview?” Valentijn Dhaenens werpt een vragende blik naar Alexia Leysen, terwijl zij van haar ochtendkoffie nipt. Kort voor de première van Knaus zitten de twee er rustig maar gefocust bij. De geslaagde try-out van de avond ervoor is duidelijk een opsteker. 

“Valentijn heeft heel krachtig gespeeld”, knikt Leysen tevreden. “Na onze stevige zoektocht was het fijn om van het publiek te horen dat er een prikkelend personage is ontstaan. Het is iemand wiens gedachten je afwisselend aantrekken en afstoten, maar die je uiteindelijk naar je eigen binnenkant doet tuimelen.”

De regisseuse (30) raakte bij het grote publiek bekend als boegbeeld van de Dagen Zonder Vlees-campagne, maar heeft met haar collectief BRUT ook gelauwerde producties op haar naam staan. Acteur en theatermaker Dhaenens (42) is met Knaus toe aan zijn zesde theatermonoloog. “Mijn vriendin lachte me onlangs uit omdat ik in de pers omschreven werd als een ‘monoloogvirtuoos’”, grijnst hij. “Maar het klopt dat ik een zekere voorliefde ontwikkeld heb voor het genre.”

De basis voor het stuk is Knausgårds controversiële autobiografie Mijn strijd, waarin hij zowel zichzelf als zijn omgeving nietsontziend portretteert. Jullie kozen noch voor een klassieke boekadaptatie, noch voor een Knausgård-imitatie. Hoe zijn jullie dan wel te werk gegaan?

Leysen: “Ik zeg altijd dat Knausgårds werk een enorme boom is en dat wij daar splinters van gebruiken om er iets nieuws van te maken. Mijn strijd telt 3.500 pagina’s, en Valentijn en ik hebben geprobeerd elementen uit die berg materiaal te verweven met onze eigen blik. Concreet heb ik de basistekst geschreven, en vervolgens heeft Valentijn die weer door zijn filter gehaald. Op basis van de brokstukken die daaruit zijn ontstaan, hebben we een nieuwe puzzel gelegd.”

Dhaenens: “Je kunt probleemloos komen kijken als je Knausgårds werk niet kent. Stiekem hoop ik zelfs dat ook de kenners hem vergeten terwijl ze in de zaal zitten. Het doel is dat je je anderhalf uur lang verhoudt tot de persoon die daar op het podium staat, net zoals bij de leeservaring, maar dan directer.”

Wat jullie behouden van de roman is het autobiografische karakter ervan.

Dhaenens: “Inderdaad. Het beste aan het werk van Knausgård is dat alles echt is. Ongecensureerd beschrijft hij zijn kinderen, zijn vrouw en zijn vrienden. Iedereen die hen kent, weet meteen dat het over hen gaat. Dat maakt hem uniek. 

Valentijn Dhaenens. Beeld Damon De Backer

“Als ik als acteur ga navertellen wat hij zegt, verlies je precies dat waarachtige element. Daarom verwerk ik stukken uit mijn eigen leven. Om dezelfde reden kiezen we er resoluut voor geen vierdewandtheater te maken: de realiteit van ik die op een podium sta, is cruciaal voor het stuk. Ik spreek het publiek aan en vertrek elke avond vanuit wat echt is. Er is ook marge om te improviseren.”

Je bent nochtans niet het soort acteur dat vaak privé-aangelegenheden deelt op het podium.

Dhaenens: “Nee, eigenlijk doe ik dat niet graag. Ik voelde me er zelfs op de toneelschool al ongemakkelijk bij, hoewel we er soms toe werden aangemoedigd. Ik zal die autobiografische vorm dus nooit zelf opzoeken. Maar voor dit stuk is het gelegitimeerd. En sowieso is het de bedoeling dat enkel de mensen die me echt kennen de persoonlijke elementen herkennen.”

Leysen: “Voor het publiek is het spannend om zich af te vragen wat feit en wat fictie is. Uiteindelijk doe je dat ook als je Knausgård leest. Soms zegt hij bijvoorbeeld dat hij zich niks herinnert uit zijn kindertijd, en vervolgens schrijft hij er vijfhonderd pagina’s over. (lacht)

Knausgård heeft wereldwijd een grote schare fans, maar er zijn ook veel lezers die het moeilijk hebben met zijn werk. Van Alexia weten we dat ze bij de liefhebbers hoort, maar geldt dat ook voor jou, Valentijn?

Dhaenens: “Alexia heeft alles van hem gelezen, terwijl ik wat meer reserves heb. Zijn werk roept zowel herkenning als een zekere ergernis bij me op. In se heeft hij een gelijksoortig leven als ik, maar ik voel ook plaatsvervangende schaamte als ik lees wat hij doet of zegt. Je wilt je met hem identificeren omdat hij interessant is en fris nadenkt over de dingen. Alleen slaat hij telkens een andere weg in dan degene die ik zou verkiezen.”

Leysen: “Ik ben er zeker van dat we bij ons publiek evenzeer zowel aantrekking als afstoting zullen opwekken. Het leven van Knausgård valt best mee, maar hij haalt niet genoeg geluk uit de werkelijkheid zoals die is. Hij vergelijkt zichzelf met kinderen die het leven leven zonder zich er vragen bij te stellen, terwijl hij daarentegen voortdurend van een afstand alles in twijfel trekt. Net daardoor raakt hij voor een stuk losgekoppeld van het leven zelf. 

“Je ziet een man die worstelt met de banaliteit van de dagelijkse realiteit. Hij verlangt naar intensiteit, terwijl de meeste dagen helemaal niet zo intens zijn.”

Een andere thematiek die je in Knaus hebt verwerkt, is de behoefte van de mens om gezien te worden.

Leysen: “Die behoefte is niet alleen voor Knausgård een belangrijke vorm van zingeving. Ik denk dat iedereen zich erin kan herkennen. We willen allemaal gezien worden door onze naasten. De blik van de ander geeft betekenis aan je bestaan. Dat is iets heel kwetsbaars, wat ik mooi vind om te benaderen. Je hebt die blik nodig, maar tegelijkertijd glijd je al snel af naar ijdelheid en narcisme.”

Bij Knausgård gaat die wens om gezien te worden ten koste van zijn naasten. Hij maakt zijn leven als het ware kapot door er zo open en eerlijk over te schrijven. Is dat iets waarmee jullie zich identificeren?

Leysen: “Eigenlijk vind ik dat specifieke effect van zijn autobiografisch schrijven niet zo interessant. Wat me veel meer triggert, is die drive om te creëren en de bereidheid om daar dingen voor opzij te zetten. 

“Op zich is dat ook wel herkenbaar. Het is zo dat je je leven geregeld on hold zet om te kunnen werken. Ik heb mijn familie en vrienden de voorbije periode bijvoorbeeld minder gezien. Iets creëren gaat ten koste van het leven zelf. Soms ben je zo veel aan het nadenken of aan het lezen over de werkelijkheid dat je niet genoeg aan het leven bent.”

Karl Ove Knausgard. Beeld rv

Dhaenens: “Dat ken ik wel, ja. Als maker wil je op een bepaalde manier dat je leven en je werk elkaar infecteren. Maar sinds ik een kind heb, heb ik er meer behoefte aan om beide te scheiden. Mijn dochter dwingt me sowieso om in de werkelijkheid te staan.”

Alexia, bij wijze van vooronderzoek sprak je met vijftig bekende en minder bekende mensen over hun ervaring met het lezen van Knausgård. Je fotografeerde hen met een Hasselblad-camera en maakte een tentoonstelling op basis van die beelden. Wat hebben die ontmoetingen je bijgebracht?

Leysen: “Ik vond het enorm boeiend dat al die uiteenlopende mensen – ze zijn tussen twintig en negentig jaar oud – er zo veel verschillende dingen uit haalden. De ene is geraakt door de herinneringen uit Knausgårds kindertijd, de andere is vooral geïntrigeerd door zijn rol als vader. 

“Door die gesprekken kreeg ik bovendien een intieme inkijk in de persoonlijkheid van de interviewees. Ik hoop dat je dat merkt aan de foto’s, die je overigens nog steeds op onze website kunt bekijken. Ook in de portretten speelt de behoefte om gezien te worden een rol.”

Je zou kunnen opmerken dat Knausgård vooral de frustraties van hoogopgeleide middenklassers vertolkt.

Dhaenens: “Als je ziet hoe sommige mensen moeten leven die échte problemen hebben, dan klinken zijn verzuchtingen misschien inderdaad nogal futiel. Maar ik denk tegelijkertijd dat hij raakt aan dingen die breder gaan dan dat.”

Leysen: “Zijn werk gaat ook over wat het betekent om een partner of een ouder te zijn.”

Beeld Damon De Backer

Dhaenens: “En over de wens om iets te betekenen, om je stempel ergens op te drukken en zo waarde te geven aan je leven.”

Leysen: “Ja, het gaat over een man die via zijn werk zingeving zoekt. De hele maatschappij is doordrongen van het idee dat je bent wat je doet. Je werk bepaalt je persoonlijkheid. Dat creëert een zware druk op heel veel mensen in deze samenleving, niet alleen in de kunstensector.”

Voor jou staat de zoektocht naar zingeving centraal in zijn werk.

Leysen: “We hebben inderdaad veel gewerkt rond het idee van de mens die spartelt en zoekt naar waarden en zin. Het uitgangspunt is dat we allemaal kleine onbenullige puntjes zijn in de kosmos. Aangezien we niet meer in een god geloven, moeten we zelf op zoek naar antwoorden. 

“Het gekke is dat we desondanks toch altijd weer zelf in het centrum gaan staan. Zelfs al zijn mijn struggles onbenullig, toch is mijn eigen leven het centrum van alles. Vanuit dat perspectief geef je zin aan het bestaan.”

Op 12 en 13 april in Vooruit, Gent. Daarna op tournee. Brut-theatercollectief.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.