Vrijdag 15/11/2019

Interview

Steven Van Herreweghe: ‘Ik ben geen strever meer’

Beeld Thomas Sweertvaegher

Zijn jarenlange gewroet in de duistere krochten van het VRT-archief, voor programma’s als De jaren stillekes en Van algemeen nut, heeft nu ook een flukse zijstap in het theater opgeleverd. Steven Van Herreweghe (41) over de magie van tv, de destructieve drang naar perfectie en het gras dat helemaal niet altijd groener is aan de overkant.

Veel mensen weten wie de gloeilamp heeft uitgevonden (Edison), de stoommachine (Watt) en het warm water (Marc Coucke, toch?). Maar vraag honderd Vlamingen wie de tv heeft bedacht en 99 procent zal vruchteloos naar het ­plafond beginnen te staren. Het antwoord is: Philo Farnsworth, een Amerikaanse boerenzoon die op z’n 14de de geniale ingeving kreeg om een radio te maken waaruit ook beeld kwam, en zo de basis legde voor de lichtbak die zo’n bepalende rol ging spelen in miljoenen huiskamers. In zijn theatershow De droom van Philo wil Steven Van Herreweghe de man de eer gunnen die hem toekomt.

Hoe heeft Philo de tv bedacht?

“Door het veld om te ploegen. De lijnen, en het repetitieve van dat werk, werkten blijkbaar inspirerend. Op z’n 14de presenteerde hij zijn fysicaleraar een schema waarin netjes uitgelegd stond hoe de eerste tv zou werken.”

Welke droom koesterde hij met zijn uitvinding?

“Hij hoopte dat tv de oorlog uit de wereld zou helpen, omdat mensen elkaar beter zouden leren begrijpen door elkaar bezig te zien op tv. Dat was zeer naïef, maar er zat wel iets in: veel conflicten ontstaan nu eenmaal door ­misverstanden, kijk maar naar FC De Kampioenen. (lacht)

“Hij dacht ook dat tv de kansarmoede zou verminderen, omdat mensen beter hun taal zouden leren. Helaas stierf hij verbitterd in 1971. Op dat moment stond er in de meeste westerse huiskamers al een tv, maar zelf had hij er geen. Hij haatte zijn uitvinding, omdat zijn droom niet was uitgekomen, en de Radio Company of America (RCA, red.) zijn uitvinding had gepikt. Zij hadden in de gaten dat tv de radio zou ­overvleugelen en bouwden Philo’s uitvinding na. Zo groeide RCA uit tot de latere Amerikaanse omroep NBC, terwijl Farnsworth lijdzaam moest toezien hoe een ander met het grote geld van zijn vondst ging lopen. Vergelijk het met een huis bouwen met je lief, en daarna vaststellen dat ze er met haar volgende vriend in gaat wonen: dan rijd je daar ook niet meer langs. Via mijn show wil ik de man tonen dat zijn uitvinding ons toch veel goeds heeft gebracht.”

Vind je die eindbalans zo positief? Of heeft tv van ons vooral asociale, chips vretende lamstralen gemaakt?

“Zulke grote uitvindingen hebben nooit alléén maar ­positieve effecten. De bedenkers van het internet zullen ook wel spijt hebben van de smeerlapperijen die hun uitvinding heeft veroorzaakt. Maar het blijft wel een ­fantastische uitvinding.

“Ook televisie heeft onze ogen geopend en de wereld ­groter gemaakt. Maar die wereld wordt ons wel op een ­dienblad aangeboden in onze luie zetel.”

We kregen de wereld binnen in onze huiskamer, maar trokken ons terug in ons eigen dorp.

“Juist. Tv past in het ik-tijdperk dat na de Tweede Wereldoorlog is gegroeid. In mijn tienerjaren moest je nog buitenkomen om te connecteren. Dat gebeurde op café, in de sportclub of de jeugdbeweging. Nu hoef je alleen nog je smartphone te pakken of je tv aan te zetten.

“Maar: tv verbindt ook mensen. Als koppel of gezin kijk je samen naar de De slimste mens of de finale van The Voice, en de volgende dag spreek je erover op de trein of aan de koffiemachine. Het is de maizena die gesprekken tussen mensen op gang brengt. Kijkervaringen kunnen delen, behoort tot de magie van tv. En bij Netflix is dat toch wat minder. Als ik een serie heb gezien, kan ik daar met weinig mensen over babbelen.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

Onheilsprofeten denken dat tv dood is. Steeds meer mensen, zeker jongeren, kiezen voor het kleinere schermpje en laten het zenderaanbod links liggen. Ze beslissen zelf wanneer ze wat zien.

“Maar tv is nog altijd het moederschip van waaruit heel veel vertrekt. Schrap dat bakske, schrap alle zenders, en de helft van alles wat online verschijnt, is weg. Bladen als Humo ­zouden niet meer bestaan, kranten zouden een pak dunner zijn, en het fenomeen BV is weg.

“Goed, mensen die om zeven uur afstemmen op één ­zender en de hele avondprogrammatie uitzitten zonder te zappen, zijn een uitstervend ras. Ik heb ooit De pappen­heimers gemaakt voor 2 miljoen mensen, vandaag halen alleen cruciale matchen van de Rode Duivels nog zoveel kijkers. Dat bewijst: als het dwingend genoeg is, zullen mensen het nog altijd willen zien. De finale van The Voice, het seizoens­einde van Thuis, grote sportgebeurtenissen... dat verbindt mensen. Daarom geloof ik niet dat tv dood is.

“Op zondagavond zitten er nog evenveel mensen voor tv, maar het aanbod is veel groter. Ook VTM en VIER laten dan grote kanonnen los, zoals Dancing with the Stars en Make Belgium Great Again. De nood aan entertainment is even groot als dertig jaar geleden. Alleen kijken we anders en zijn de hokjes verdwenen. Vroeger had je mensen met een VTM-sticker op hun achterruit, en mensen die geen minuut naar VTM keken, in de overtuiging dat alles wat ze aan de Medialaan maakten pulp was. Zenderkeuze was een onderdeel van je identiteit. Dat bestaat niet meer, ook niet in de muziek. De Spotify-lijst van mijn kinderen gaat van Sam Gooris tot Nine Inch Nails. Zij kiezen gewoon wat ze tof ­vinden, zonder allerlei identitaire beperkingen.”

Wat heeft tv voor jou betekend?

“Ik was zo’n kleine die ze van de tv weg moesten sleuren. Ik associeer dat met familiegeluk. In mijn vroegste herinneringen keek ik – nog met natte haartjes van het bad – naar Sesamstraat, samen met mijn zus en ouders. Op woensdagmiddag zette ik de tv een kwartier vroeger aan, ‘want straks gaat het beginnen’. Dat was nog met een ­aftelklok en omroepsters die minutenlang aankondigden wat er allemaal zou volgen. Het plezier van die verwachting bezorgt me nog altijd kippenvel. In de jaren 80 kregen ­programma’s ook een vervolg in de speelgoedwinkel. Plots kon je de personages van The A-Team gewoon kopen. Dat versterkte de magie.”

Wanneer wist je: ik wil zelf tv maken?

“Dat kwam door drie mensen: André van Duin, Urbanus en Mark Uytterhoeven. Ik was geïntrigeerd door de reacties die Van Duin en Urbanus teweegbrachten. De mensen in de zaal zaten vaak te huilen van het lachen. En Uytterhoeven bracht een verrassende creativiteit die volstrekt nieuw was voor tv. Zijn programma’s droegen een gevaarlijke spanning in zich, en iedereen sprak erover: ‘Wat is dít?!’

“Ik droomde ervan om dat ook te kunnen. Ook al was mijn start niet bepaald glorieus. Op mijn 20ste deed ik ­auditie voor Thuis, maar ze vonden mij ongeschikt. Later ­belde de VRT me terug omdat ze nog iemand zochten voor Ketnet. In dat profiel paste ik blijkbaar wel.”

Wat leert je duik in de tv-archieven over onze evolutie als mensen door de jaren heen?

“In Van algemeen nut heb ik eens een fragment uit de jaren 80 getoond over anale hygiëne. Je kunt je toch niet voorstellen dat dat vandaag nog wordt uitgezonden? Of beelden van jonge ouders uit de jaren 70 die naakt in de tuin speelden met hun kinderen, terwijl de commentaarstem zei dat het de taak is van ouders om hun kinderen te laten wennen aan ­intimiteit en lichamelijkheid. Ik werd ongemakkelijk toen ik dat zag, en hoopte dat er vooral niemand zou binnenvallen. Die generaties waren veel complexlozer.

“Sinds de Dutroux-affaire en de #MeToo-schandalen zijn we ongelofelijk preuts geworden. Alles wat zich afspeelt ­tussen mannen en vrouwen, en tussen kinderen en ­volwassenen, zit in een kramp. Hoe meer verhalen er naar boven komen, hoe banger en onzekerder mensen worden over hoe ze zelf met lichamelijkheid moeten omgaan. Ik vind dat jammer, het neemt warmte weg in ­menselijke relaties.

“Uiteraard was het uitbrengen van de #MeToo-verhalen een goede zaak. Niks zo erg als slachtoffers die in de ­duisternis moeten blijven zitten. Maar ik hoop dat die ­overdreven angst snel wegebt.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

Zijn je nog andere dingen opgevallen tijdens je reis door de televisietijden?

“We verdringen het beest in de mens steeds verder naar de achtergrond. Vroeger werd er veel meer gedronken, gerookt en gefeest op het scherm. Mensen waren relaxter. Vandaag zijn we een bende perfectionisten die ervan dromen om 150 jaar te worden met een puriteinse levensstijl: niet roken, niet drinken, gezond eten, voldoende bewegen en op vaste ­tijdstippen naar bed… We willen op alle vlakken de beste ­versie van onszelf zijn. Alles uit het leven halen, want de mogelijkheden zijn zo immens. Vroeger werd de zoon van een boer ook boer, vandaag kan die jongen dj op Tomorrowland worden, of president van Amerika. Voor minder gá je toch niet meer?

“De combinatie van die perfectiedrang, en het weg­duwen van alles wat naar decompressie ruikt, maakt dat veel mensen met hun neus tegen de muur knallen. En alles wat troost biedt – een knuffel, een pint bier, seks – mag niet meer, of zit in een kramp. Hopelijk kunnen we dat evenwicht tussen beest en geest de komende jaren herstellen.”

Heb je zelf ook last van die perfectiedrang?

“Toen ik aan de slag ging bij Ketnet niet. Maar zodra ik voor mezelf had uitgemaakt dat ik echt een heel goeie tv-maker wilde worden, begon ik strategische keuzes te maken: ‘Nu ga ik eerst een paar jaar bij Woestijnvis achter de schermen werken, om te groeien’. Zoals de bakkersjongen die in de leer gaat bij de meesterpatissier. Maar door de immense ­successen die Woestijnvis boekte, lag de lat voor mezelf plots ook belachelijk hoog. Ik had moeten beseffen dat ik met 20 procent minder ook wel zou schitteren, maar ik wilde even top zijn als de rest. Met die hoge kijkcijfers voor De pappenheimers en De jaren stillekes is dat gelukt, maar nadien ging dat streven ten koste van mijn spelplezier.”

Wanneer heb je dat het sterkst gevoeld?

“Toen ik bij VIER Het beste moet nog komen maakte. Dat was een turbulente periode. De kijkcijfers vielen tegen, veel mensen vertrokken, er was paniek alom, maar ik wilde in de loopgraven blijven vechten om er een succes van te maken, ook al stonden die al helemaal onder water. Het was zwemmen en spartelen. Ik heb dat programma gemaakt met een fijne ploeg, maar niemand leek nog te weten hoe het moest.

“De voornaamste les die ik daaruit heb geleerd is dat je in woelig water niks kunt doen. Je moet eerst zorgen dat het water weer helder is, of wegtrekt. Pas dan kun je beginnen bouwen. Uiteindelijk hebben we dat, elk apart, ook gedaan. Woestijnvis liep leeg en herpakte zich, vanuit een ­realistischer verwachtingspatroon, en ik keerde terug naar de VRT, waar ik opnieuw rust vond.”

Veel mensen vonden het fantastisch om die ambitieuze Woestijnvis-kliek eens flink op de bek te zien gaan.

“En ik was bijna het gezicht van die te grote ambitie. Ik gaf samen met Philippe Geubels de grote aftrap van die nieuwe zender. Nadien flopte Rasters, onze uitdager voor Blokken, en werd ik afgemaakt. Dat was bikkelhard, ook al ging het eigenlijk niet over mij persoonlijk. Maar als je iets met liefde en passie maakt, en dat stuikt als een pudding in elkaar, dan doet dat pijn. Zeker als er publiekelijk mee wordt gelachen. Ik heb toen voor mezelf beslist: dit laat ik niet meer binnenkomen of ik ga eraan kapot. Als 12-jarige dromer wou ik voor iedereen goed doen. Bij VIER werd duidelijk dat dat niet gaat. Dat was een harde les voor een pleaser zoals ik. ‘Allez, hoe kan dat nu? Ik werk keihard, stel me kwetsbaar op en probeer het publiek te entertainen, en tóch zijn er mensen die het niet goed vinden.’”

Heeft je vertrek bij VIER wonden geslagen?

“Nee, want ik ben pas drie jaar na de start weggegaan. De golf van vertrekkers was al weggeëbd. Ik zat al maanden in een tweestrijd: ik vond dat ik een trouwe soldaat moest zijn, maar besefte tegelijk dat ik niet meer gelukkig was. Mijn contract liep nog twee jaar, maar het vooruitzicht van twee jaar te moeten werken zonder me goed te voelen, leek me verschrikkelijk. Bij Woestijnvis toonden ze daar begrip voor.

“Ik kwam uit een heel woelige periode. Katrien (Vanderlinden, zijn vrouw, in 2015 waren ze korte tijd uit elkaar) en ik hadden mekaar net teruggevonden en het was belangrijk dat ik weer iets kon doen waar ik graag voor uit mijn bed kwam. Want het was fout gelopen omdat ik niet graag meer opstond.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

Dus je tijdelijke breuk met Katrien was het gevolg van de impasse bij VIER?

“Grotendeels wel. Ik voelde me niet goed meer en dat straalde af op alles. Dat je als tv-maker soms in het rood gaat, is normaal. Maar je moet wel het gevoel hebben dat je je amuseert en aan iets geweldig strafs bezig bent. Dat ­spelplezier was de reden waarom ik voor tv was gaan ­werken, het was mijn benzine. Maar in die periode was die op, en dat manifesteerde zich ook thuis.”

Hoe vervelend is het om professioneel en privé met de staart tussen de benen te moeten terugkeren?

“Zo zwart-wit zie ik dat niet. Elke mens maakt toch weleens een fase door waarin je niet meer weet wat de juiste keuze is? Dat je iets probeert, op je bek gaat, en daardoor beseft dat je moet terugkeren naar waar je je wél goed voelde.

“Mensen vinden het bijna vanzelfsprekend dat Katrien en ik elkaar na die crisisperiode terugvonden, maar dat was het niet. Er zijn 101 redenen om in zo’n situatie niet opnieuw te beginnen. Maar bij ons was er voldoende liefde en begrip. We snapten van elkaar wat er gebeurd was. Er waren bomen gekapt, maar er stond nog altijd een mooi parkje.”

Ben je nu een ander soort partner? Of verval je na een tijd weer in de oude patronen?

“Je moet alleszins niet streven naar de prille beginperiode, naar zo’n ‘dit waren wij’-gevoel. Want je verandert elke dag, en je partner ook.

“In mijn geval was het vooral zaak om mijn drang naar perfectie in toom te houden. Eigenlijk gaat het om angst, vermomd als perfectionisme: het gevoel dat je moet uitblinken of anders helemaal niks voorstelt. Dat lag aan de basis van mijn moeilijke periode. We hadden een tof huis gekocht en waren aan kinderen begonnen. En ik wou dat allemaal perfect doen. Ik moest top zijn op mijn werk, de beste ­partner zijn, de tofste thuis creëren voor mijn kinderen, de beste vriend zijn, de wereld zien… Vergelijk het met Tetris: op den duur is je scherm tot boven gevuld met blokjes en valt er niks meer op zijn plaats. Alles tegelijk willen is typisch voor mijn generatie. De wachtzalen van de dokters zitten vol met zulke strevers. Maar mij zal het niet snel meer overkomen.

“Ben ik nu een andere mens? Nee, maar ik kijk anders naar de dingen. Ik werk nog altijd even hard, maar ik probeer dat niet meer mee naar huis te nemen. Ook in drukke periodes probeer ik mijn ­kinderen vaak genoeg van school te halen. En als ik thuis ben, zorg ik dat ik niet alleen fysiek, maar ook geestelijk ­aanwezig ben. Het beest – angst vermomd als ­perfectionisme – zit soms nog achter in de zaal, en dat ­aanvaard ik, maar het mag de show niet meer overnemen.”

Hoe onzeker was je toen je terugkeerde naar de VRT? Had je het gevoel: mijn volgende programma moet weergaloos zijn, of het is gedaan?

“Nee, dat wou ik mezelf niet aandoen. Als je zo denkt, trek je jezelf te diep de put in. Ik ben romantisch genoeg om te geloven dat het níét gedaan is als ik een slecht programma maak. Net zoals ik ook weigerde te geloven dat VIER zou floppen. Toch is het gebeurd.

“Ik ben een controlefreak en heb lang garanties gezocht om mijn hele leven lang te kunnen spelen. Ik ben een ­performer, dat maakt me gelukkig. Daarom maak ik nu ook die theatershow: dat biedt me de garantie dat ik het komende anderhalf jaar twee keer per week mag spelen. Bij VIER was ik 90 procent maker en 10 procent performer. Dat evenwicht zat me niet lekker.

“Mijn neiging om mijn carrièrekansen te betonneren is ingegeven door dezelfde emotie die mensen doet beslissen om allerlei verzekeringen af te sluiten. ‘Oef, als er nu iets gebeurt, ben ik zeker dat ik niet in de problemen kom. Ik ga dat diploma behalen, dan ben ik verzekerd van dat inkomen. Ik ga trouwen, dan ben ik verzekerd van gezinsgeluk.’

Beeld Thomas Sweertvaegher

“Maar het leven is zo onvoorspelbaar dat je eigenlijk van niks zeker kunt zijn. Je weet niet wat je morgen zal ­overkomen, laat staan volgend jaar. Die aanvaarding heeft me enorm geholpen. Ik probeer niet te ver meer vooruit te kijken. Ik wil me gewoon amuseren door dingen te maken die hopelijk een meerwaarde zijn voor de rest van de wereld. Dat was ook mijn droom als tiener. Ik ben erin geslaagd om mezelf een zeker vertrouwen aan te praten: als ik niet te stom doe, zal ik altijd wel een platform krijgen om mijn ding te doen. Dat idee geeft me rust.”

De VRT moet de komende vijf jaar nog eens 44 miljoen euro besparen en mag niet meer meedoen aan de wedloop van dure exclusiviteitscontracten. Dat doet bij veel schermgezichten het angstzweet uitbreken. Bij jou niet meer dan?

“De tijd dat je vanuit een comfortabele zetel voor tv kunt werken, is voorbij. Maar misschien was de slinger wel te ver doorgeslagen? Budgettaire krapte dwingt je om creatiever te zijn. Van daaruit ontstaan altijd goede dingen. En daar is altijd geld voor. Ik maak me dus niet al te druk om die besparingen. Mij gaat het om het speel- en maakgenot. Ik ben geen supervedette die daar steenrijk van moet ­worden, en ik weiger mijn geluk te laten afhangen van wat een zender mij voorschotelt. Anders was het met mijn carrière al gedaan geweest.”

De droom van Philo, de komende maanden in zalen over het hele land. Tourdata via stevenvanherreweghe.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234