Zaterdag 24/08/2019

Interview Soulwax

Stephen en David Dewaele van Soulwax maken de balans op na twintig jaar globetrotten: "Stoppen is sterven"

We hebben er een godvergeten eeuwigheid op moeten wachten. Maar nu is hij er: From DEEWEE, de nieuwe plaat van Soulwax. De broers hebben zichzelf opnieuw uitgevonden. “Maar is dit het allemaal wel waard?”

Stephen (l.) en David Dewaele als Soulwax op Pukkelpop 2016. Beeld Photo News

Of we een zeldzaam fotoalbum van David Bowie willen zien? David Dewaele vraagt het met blinkende ogen. "Does the pope shit in the woods?", horen we onszelf mompelen. Als enthousiaste kinderen vergapen we ons een halfuur lang aan een kastje vol Bowie-parafernelia.

Maar eerst drinken we – noblesse oblige – jasmijnthee met de heren te midden van een enorme vinylcollectie. We bevinden ons in Studio DEEWEE, oftewel het hoofdkwartier en zenuwcentrum van de broers. De aanleiding? Een nieuwe plaat. Een geweldige nieuwe plaat. Opgenomen in één take met drie drummers.

Jullie zouden Dogma-achtige regels hanteren voor wie een plaat wil uitbrengen op DEEWEE.

Stephen Dewaele: “We krijgen veel tracks van mensen die een ep willen releasen op DEEWEE. Als ik een commerçant was, zou ik in veel gevallen onmiddellijk ja zeggen. Maar de muziek moet in onze studio in Gent gemaakt zijn en geproduceerd en gemixt worden door Dave en door mezelf. 'Oké, geen probleem', zeggen die mensen met hun demootje dan. Jamaar, zeg ik dan, je hebt de muziek al en die is goed. (lacht)”

David Dewaele: “Ik begrijp de misverstanden wel, maar DEEWEE is geen traditioneel label. Kijk, wij willen alles laten vertrekken vanuit dit gebouw. Een beetje zoals bij het legendarische Decca Records. De DEEWEE-artiesten schrijven bovendien vaak vanuit hun ervaringen in Gent: we willen horen wat ze híer meemaken.”

De DEEWEE-esthetiek blijft voorlopig evenwel beperkt tot elektro. Mag een garagerockgroepje zich aanmelden?

Stephen: “Waarom niet? Ik wil nog veel meer diversifiëren. Er staan nu al projecten op stapel die drastisch verschillen van de bestaande releases. Ons grote probleem blijft tijdsgebrek. We hebben intussen zestien releases gemaakt. Daarnaast hebben we ook een tentoonstelling in Parijs georganiseerd waar bijna niemand iets van wist. Daar hebben we onze Ibiza-collectie in ondergebracht. Zonder dat we het beseften hebben Dave en ik blijkbaar een verzameling Ibiza-memorabilia uit de seventies en begin eighties opgebouwd, waar heel wat zeldzaams tussen zit."

"Nu ja, de laatste tien jaar hebben we weinig voeling met Ibiza. Anderzijds houden we wel van de geschiedenis daar. Telkens als we er op bezoek waren, praatten we met de mensen die er van in het begin bij waren. Die kerels zijn intussen in de zeventig. Blijkt dat die jongens naar Amsterdam, Gent en Londen reisden om platen te kopen. Er ging een heel nieuwe wereld voor ons open, die onthult hoe clubbing er ooit aan toe ging. Dus zijn we posters en allerlei spullen beginnen verzamelen van toen.”

David: “Eigenlijk hadden we er graag een documentaire over gemaakt.”

Stephen: “Die hele balearic-sound, eigenlijk is dat toch gewoon iemand die een plaat aan een lager toerental draait dan de bedoeling is? Maar wie is daar ooit mee begonnen? We hebben er met de legendarische dj Alfredo over gebabbeld, die trouwens nog steeds op Ibiza woont. Van hem hoorden we dat een Belg de eerste was. Nu ja, eigenlijk een Fransman die in ons land woonde en die in die tijd fel vertraagde new wave speelde. Op Ibiza draaide hij soms voor amper tien mensen maar die stonden wel allemaal met open mond te kijken, met een blik van 'what the fuck is dit?'”

Beeld RV © Alex Salinas

Op Ibiza namen jullie tien jaar geleden ook een album op met de Britse producer Riton, onder de naam Die Verboten. Die plaat klinkt als een eerste, prille toetssteen voor From DEEWEE.

David: “Vind je dat? (denkt na) Mja, misschien, ik volg het wel, ja.”

Stephen: “Die Verboten is opgenomen in een crappy villa op Ibiza. Geen fancy Dimitri Vegas & Like Mike-toestanden dus. (lacht) Nee, we gingen naar de markt en maakten zelf eten. Vooral barbecue. Eigenlijk leefden we in een bubbel. Kennelijk trokken we er mensen aan die de gloriedagen van de balearic hadden meegemaakt. De wortels van de dancescene van dat eiland hebben eigenlijk niets te maken met de populaire clubs van vandaag, zoals Pacha of Ushuaia.”

Hoe ontstond het idee om From DEEWEE in één take op te nemen?

Stephen: “Vorig jaar stonden we met Despacio Soundsystem, het dj-trio dat we met James Murphy bedachten, op het Amerikaanse festival Coachella. Daar viel het idee om iets met drie drummers te doen. Tot overmaat van ramp wilden we zelf mixen op het podium. Men verklaarde ons voor gek. In werkelijkheid hadden we dat weekend al twee mixtafels gevonden waarmee we zouden kunnen werken. Volgende stap: de drummers bellen. Igor (Cavalera, drummer van Sepultura, GVA) zat al in ons hoofd.

Hoe was jullie vuurdoop?

Stephen: “De eerste keer was op het Pitch-festival in Amsterdam. Bloednerveus waren we. Er kon zoveel verkeerd lopen, zeker als je zelf mixt. Het idee om een plaat te maken, is toen beginnen rijpen. Alleen wilden we onszelf bepaalde regels opleggen. Anders zouden we het nooit volhouden en onze interesse verliezen.”

David: “Eenmaal de machine liep, kregen we er meer vertrouwen in. Het voelde heel opwindend aan. Wat zo speciaal is aan dit project is dat alles live verloopt, wat opmerkelijk is binnen de context van elektronische muziek.”

Stephen: “Nu ja, wie niet weet dat we deze plaat live hebben ingespeeld, hoort het niet. Who cares? Het verhaal is belangrijker voor ons dan voor de doorsnee luisteraar. Voor ons als muzikanten was die aanpak broodnodig.”

Omdat het voorbij de gimmick gaat.

David: “Dat is essentieel. Als we het niet hadden gedaan, zouden we het niet zo snel hebben kunnen fiksen. Wist je trouwens dat men deze plaat in Engeland een conceptplaat noemt, puur op basis van onze werkwijze?”

Stephen: “Als we een échte conceptplaat hadden willen maken, dan zouden we wel iets gedaan hebben met spectaculaire landschappen en draken. (lacht)”

David: “Kijk, we gaan niet doen alsof we enorme helden zijn. We hebben twee weken lang gerepeteerd. Bovendien hebben we de hele zomer alle concerten opgenomen, evenals de repetities die aan de opnames voorafgingen, zodat we altijd konden teruggrijpen naar oude opnames. Pas toen we wisten dat alles was gelukt, hebben we de nieuwe plaat aangekondigd naar de buitenwereld toe.”

Vloeide er champagne na die allerlaatste take?

Stephen: “Nee. Zo bedacht waren we er trouwens niet mee bezig.”

David: “Toen begon immers het monnikenwerk. We moesten al die takes beluisteren, op zoek naar de enige juiste. De sessie waarvan we dachten dat het de foutloze was, bleek dat toch niet te zijn. Gelukkig hebben we de champagnekurken dus niet voortijdig laten knallen.”

Hoe mogen we ons de postproductie voorstellen? Is er nog veel aan de opnames geschaafd?

David: “Als er valse synths tussen zaten, moesten we daar natuurlijk een mouw aan kunnen passen. Tja, en Steph kan niet zomaar staan zingen in een ruimte met drie erop los beukende drummers. Dan blijft er van zijn stem niets over.”

Stephen: “De zang heb ik in de controlekamer gedaan. Daarna hadden we voor elk liedje één dag om het te mixen.”

David: “Psychologisch was dat behoorlijk afzien. We hadden zoiets nog nooit gedaan.”

Het getuigt natuurlijk vooral van jullie hang naar perfectionisme.

David: “Ik weet niet of wij zo perfectionistisch zijn, hoor. Ik lees dat overal, maar ik betwijfel het.”

Stephen: (kijkt zijn broer sceptisch aan) “Nu moet je eerlijk zijn, Dave. Er is te veel bewijsmateriaal dat het tegendeel bewijst. (grinnikt) Die stelling hou je niet recht.”

David: “Ja, maar de platen die we maken zijn toch niet perfect?”

Stephen: “Klopt, en we werken uiteindelijk heel snel. We hebben het DEEWEE-dogma nu eenmaal in het leven geroepen om zo productief mogelijk te kunnen zijn. Ik hoor te vaak muziek die te fel is afgemixt. Ik hak vandaag liefst snel een knoop door om naar het volgende project te gaan.”

Hoeveel doodgeboren platen hebben jullie sinds Nite Versions gemaakt? En zijn die in een kluis terechtgekomen?

Stephen: “Dat is een misverstand. Er is helemaal niet zoveel restmateriaal. Telkens als we aan een nieuw Soulwax-nummer begonnen te werken, kwam er iets tussen. Of we een remix voor Tame Impala konden maken? Of we artiest X wilden producen? Kunnen jullie in het buitenland gaan dj’en? Zullen we met James Murphy een dj-project beginnen dat we Despacio noemen? Op den duur stonden al die activiteiten de drang om een nieuwe plaat te beginnen in de weg. Hoe meer mensen naar ons toe kwamen en ons vroegen waar de plaat bleef, hoe meer we onbewust afstand namen van het idee.”

David: “Je moet dus niet denken dat er vijf afgewerkte platen in een kluis liggen. Zeker, er zijn aanzetten tot nieuwe muziek geweest. Maar de ene keer kwamen die bij Die Verboten terecht, en dan weer bij pakweg Tiga. Of op de soundtrack van Belgica, in één geval.”

Stephen: “Ook voor deze recente sessies zijn er nummers die niet op de plaat zijn terechtgekomen maar die supertof waren. Simpelweg omdat er te weinig tijd was. Bovendien gaat het niet alleen om Dave en mij maar om zeven muzikanten. We werken met drie drummers die al hun partijen onder de knie moeten krijgen. Het ritmepatroon is immer gedeconstrueerd, zodat elke drummer een ander motief speelt, die samen één groove vormen. Respect dat die mensen dat voor ons hebben willen doen, want het is echt niet voor de hand liggend. Live zie je die wisselwerking heel mooi tot stand komen.

"James Murphy was naar onze Pukkelpop-show komen kijken. We hadden hem vooraf niets verklapt. Holy shit, zei hij. 'Zijn jullie gek geworden? What the fuck was dat?' Hij was vooral onder de indruk dat we iets totaal onverwachts met Igor Cavalera hebben gedaan. 'Als ik iets met Igor zou maken, zou ik onverrichter zake bij metal terecht komen', zei James.”

De imposante vinylcollectie in Studio DEEWEE, het zenuwcentrum van de broers Dewaele. Beeld Glenn Sestig architects

In ‘Masterplan’ zing je “While we’re waiting for these numbers to blow us away”. Gaat dat over sociale media? Of over jullie songs waarop het zo lang wachten was.

Stephen: “Nee. Nee. Maar uiteindelijk... euh... ja. (lacht) Ik hing gisteren met een Japanse journalist aan de lijn die in de nieuwe nummers betekenissen had gevonden waar ik zelf nooit zou zijn opgekomen. Kijk, we willen niet te veel nadenken over wat we precies zeggen en waarom we het spelen. Ja, natuurlijk wil ik het liefst iets betekenisvols zingen. Maar we wilden de teksten niet als iets kostbaars of onwrikbaars benaderen. Ik hou het meest van liedjes die zonder belemmeringen zijn gemaakt, dus ook op tekstueel vlak. Liedjesschrijvers die zichzelf te serieus nemen, falen in mijn ogen vaak. Omdat ze uiteindelijk niet echt iets nieuws creëren. De schoonheid zit soms in een stom toeval.”

Oké, maar hoe zit dat dan met ‘Here Come the Men in Suits’? Gaat dat over jullie of over, pakweg, de doorsnee marketingpipo die je in de muziekindustrie aantreft?

Stephen: “Het gaat over allebei. Natuurlijk kwam het mooi uit dat wij altijd een kostuum dragen op het podium. Maar goed beschouwd zijn the men in suits al wie de plak zwaait in het wereldje waarin wij vertoeven. Dat wereldje is de voorbije tien jaar geen lachertje. Het wordt er alleen maar erger op. De jonge artiesten met wie wij werken, lijken allemaal koortsachtig op zoek naar de handleiding om te kunnen overleven in deze industrie. Maar er is er geen. Ze worden meegelokt door lieden die hen dingen beloven die eigenlijk niet mogelijk zijn. De wereld is veranderd: niemand kan je zwart op wit beloven dat jouw carrière op een welbepaalde manier zal lopen.”

David: “Wij hebben de veranderingen in de muziekindustrie van op de frontlinie meegemaakt. Wat wij hebben gedaan, is allesbehalve de norm. Misschien kunnen we jonge mensen op dat vlak raad geven.”

Misschien wil ik als artiest niet meteen raad van jullie krijgen. Denk maar aan jullie Radio Soulwax-project, het onlineradiostation, dat niet meteen lucratief was en jullie muziekcarrière on hold zette.

David: (lacht) "Misschien heb je daar wel gelijk in, ja.”

Stephen: “Jonge artiesten zijn vandaag bezig met vragen als: 'zou ik ingaan op de platendeal die mij net werd aangeboden? Welke tactiek zou ik gebruiken?' Wij hebben ons dat soort vragen nooit gesteld.”

David: “Nu ja, wij zijn van een generatie waarbij de machine – platenfirma’s, de radio, MTV en het toeren – je kon maken of kraken. Vandaag hebben artiesten zoveel meer zelf in de hand.”

Stephen: “Eigenlijk hebben zij de machine niet nodig. Tenzij je een popster wil worden. En dan nog. In het vroegste stadium heb je in België geen manager nodig die met snelle praatjes afkomt. Kijk de kat gewoon even uit de boom. Maar nee, iedereen is bezig met hoeveel mensen hen volgen op Instagram of op YouTube.”

David: “Pas op: de dominantie van het internet is ook voor ons verwarrend. Er is een explosie van muziek, maar die is niet allemaal geweldig. Het is vermoeiend en verwarrend om zoveel middelmatige nummers op je bord te krijgen.”

Stephen: “Weet je wat ik nóg ambetanter vind? Als ik meteen de meeting achter de muziek hoor. Wij hebben de voorbije tien jaar onze eigen wereld geschapen omdat we nu eenmaal niet overeen kwamen met the men in suits. Wij teren op chaos. Door te gaan dj’en konden we meteen de impact van het eindresultaat zien. We maakten iets, draaiden het voor publiek en zagen het effect ervan. Op die manier gingen we aan elke denkbare meeting met ons platenlabel of ons management voorbij. Die onmiddellijkheid heeft ons gered.”

David: “Wij zijn de laatste dinosaurussen van de monocultuur. Want ook al was je vroeger geen fan van Madonna, je kende haar wel en je wist hoe beroemd ze was. Vandaag kunnen wij perfect een leven leiden zonder de heersers van de hedendaagse popcultuur te kennen. Wij hebben geen idee wie vandaag op één in de hitparade staat. Je stoot ook soms op jonge mensen die echt alles kennen van Jean-Jacques Burnel, maar van Joy Division of The Beatles hebben ze nog nooit gehoord. Charlotte Adigéry kende bijvoorbeeld elk nummer van Dean Blunt maar ze had nog nooit een Beatles-plaat gehoord. Dus hebben we voor haar The White Album opgelegd toen ze eens kwam eten.”

Op promofoto's laten jullie je tegenwoordig opvallend vaak vervangen door machines zoals synths en mengpanelen. Zit daar een David Cronenbergachtig statement achter over de relatie tussen mens en machine?

David: “Ik wil niet de amateurpsycholoog uithangen, want het is dus niet zo dat we onszelf opzettelijk wegcijferen. Oké, die aanpak heeft de voorbije tien jaar vorm gekregen. Kijk maar naar Despacio: de dj’s zitten er verstopt en de enorme speakers zijn de echte sterren. Of neem onze Under the Covers-tournee, waarbij de bewegende platenhoezen met alle aandacht gingen lopen. De mensen moesten niet naar ons kijken, maar naar de videoschermen.”

Stephen: “We leven in een wereld waar iedereen zichzelf moet promoten, op elk niveau. Wij vinden dat niet interessant. Ik hoef niet zonodig te weten wat Nick Cave op elk moment van de dag uitvreet. Nee, ik wil een nummer van hem horen dat mij ontroert. Dat volstaat. Wij hebben een aantal van onze helden kunnen ontmoeten. Soms was dat de max, soms viel het tegen. Maar het zegt in wezen niets méér over de muziek.”

David: “Neem nu Prince. Niet dat we hem zo goed hebben leren kennen, maar we hebben hem ooit geïnterviewd. Dat was geen diepgaande conversatie. Als zestienjarige muziekfreak vraag je je af waarom hij in dat ene liedje de baspartij heeft weggelaten en hoe hij zijn drumcomputer op een bepaalde manier heeft kunnen programmeren. Maar heeft het zin om hem vijftien jaar later die vragen te stellen? Die mens weet dat niet meer. Dus wat maakt het uit? Wat ons echt interesseert, kunnen we ook niet van onze helden krijgen. Dat is ook niet nodig. We vragen dat niet. Laten we gewoon fans blijven.”

Stephen: “Dat geldt ook voor ons. Ik had geen idee waar ‘Here Come the Men in Suits’ heen ging. Ik had die zin in mijn hoofd, plus een melodie, maar zelfs tijdens de repetitie wisten we niet hoe die song zich zou ontwikkelen. Maar plots gebeurt er iets en ontvouwt zo’n nummer zich. Waarom en hoe? Geen idee.

Beeld RV © Alex Salinas

“We weten ook niet waar een song als ‘Trespasses’ vandaan komt. Die melodie kwam gewoon aangewaaid in mijn hoofd. Sinds Belgica werk ik ook op een andere manier. Terwijl ik op weg ben van mijn appartement naar dit gebouw (het DEEWEE-hoofdkwartier, GVA) raak ik ineens geïnspireerd. Die rit duurt niet langer dan vijf minuten. Dan ontstaat toevallig een zanglijn, zonder invloeden. Bij Belgica lieten we ons wel inspireren door bepaalde stijlen en genres, maar zelfs dan nog gingen we niet bij een andere groep kijken. Ik weet niet van waar het komt. Ik wil zelfs niet weten waar het vandaan komt. Het enige dat David en ik hebben gemerkt, is dat we dit gebouw nodig hebben om te creëren. Dat hebben we nodig, anders zouden we echt depressief worden.”

Is de studio eigenlijk een functionele bibliotheek? Of kunnen jullie nog echt van muziek genieten?

Stephen: “Dit is de eerste keer dat hier geen muziek speelt, eerlijk gezegd.”

David: “Ik kan stilte wel steeds meer appreciëren. Dat is natuurlijk een rechtstreekse reactie op ons leven. Muziek neemt al zo’n groot deel van ons leven in, dat pure stilte een luxe lijkt.”

Stephen: “Weet je wat het ergste is? Als we ergens moeten draaien, en een taxi komt ons oppikken, denkt die altijd dat hij zware dance moet spelen in zijn wagen. (lacht) Terwijl wij gewoon in stilte uit het raam willen kijken! Nee, serieus: Peter Gabriel vertelde ooit dat hij de beste ideeën kreeg wanneer hij op de trein zat naar zijn thuishaven Bath. Dat hebben wij ook: er is niets rustgevender dan de weg naar huis.”

Zijn jullie al meer thuis in de Belgische muziekscene dan ten tijde van Belgica?

Stephen: “Nee… Dat is eigenlijk echt beschamend. Sofie (Engelen, de Studio Brussel-presentatrice, GVA) heeft ons echt moeten heropvoeden. En dan nog gaat veel aan ons voorbij. Toen we onlangs de lichtshow bespraken, vertelde een van de technici welke bekende Belgische groep met een soortgelijk lichtspektakel werkte, en wij vielen zowat uit de lucht. Ik had die naam nog nooit gehoord. Néé: ik ga de naam niet herhalen. (lacht)"

In welke mate zijn jullie bezig met de manier waarop de nieuwe plaat in de markt werd gezet?

David: “Tja, de mail met die vraag kwam binnen en we hebben ‘ja’ gezegd. Da’s alles.”

Stephen: “Het is niet dat we het niet begrijpen. Maar we hebben het met sommige van die zaken wat moeilijk. Tot vandaag hebben we bijvoorbeeld nog geen socialemediaplatform gevonden waarmee we ons kunnen amuseren. We willen wel maar er zijn nog teveel restricties aan de bestaande platformen.”

David: “Daar komt bij dat we altijd heel argwanend zijn geweest ten opzichte van dat type zelfpromotie. Maar je moet realistisch blijven: natuurlijk wil je dat zoveel mogelijk mensen jouw muziek horen, dus je moet een aantal mensen vertrouwen die verstand hebben van die dingen.”

Stephen: “De machine is ook vaak zo traag en zo log. De dag dat de plaat gemasterd was en de vinylpersing moest worden geregeld, zijn we naar Amerika vertrokken om te gaan dj’en. (lacht) Hup! We waren al bezig met totaal andere zaken. Is dat een fout die we maken? Tja, het is niet dat we ons niet willen bezighouden met de commerciële kant, maar in ons hoofd hebben we al een volgende stap gezet. Meer bepaald: de nieuwe van Asa Moto afwerken en vervolgens nóg een nieuwe DEEWEE-ep maken. We willen het creatief proces levend houden. Stilstaan is er niet bij voor ons.”

Wat opvalt: de songs op From DEEWEE zijn stuk voor stuk melancholisch. De ontroering schuilt om het hoekje.

Stephen: “Alle muziek die mij raakt, stoeit met melancholie. De mooiste tropicalia is die waar weemoed in zit, ook al gaat de tekst misschien over iets grappigs. Tja, het zijn de zwarte toetsen op de piano, hè. We gaan daar niet opzettelijk naar op zoek. Vind je dat we wat meer happy muziek moeten maken, misschien?”

Nee, integendeel.

David: “Op deze manier komen we nu eenmaal het liefst tot bij een catharsis. Misschien hebben we het bij deze wel gehad met de melancholie en wordt de volgende plaat heel vrolijk.”

Stephen: “Reken er maar niet op. Die emotionele lading die dansmuziek kan hebben, zagen we ten volle toen we met Despacio draaiden. Sommige mensen stonden bijna te schreien op de dansvloer. Zo’n mooi moment.”

David: “Ik wil er niet te diep op ingaan. Misschien zijn wij wel inherent depressief. (lacht)”

Muziek beheerst jullie leven. Hebben jullie niet het gevoel dat je veel gemist hebt?

Stephen: “Onze grootste frustratie is dat we harder dan ooit werken. En dat eist zijn tol. Iedereen rondom ons heeft kinderen, en die leven in een heel andere realiteit."

David: “We zoeken al twintig jaar een balans, maar we vinden hem niet. Stephen en ik hebben het geluk dat we allebei een relatie hebben waarbij we onze gang kunnen gaan. Maar we hebben steeds meer rust nodig.”

Stephen: “De drang om te creëren heeft ons hier gebracht. Verder is er geen plan. Nooit geweest. Dat is wat ons voortdurend bezig houdt: zelfs als we zouden beslissen om niets te doen, zouden we nog de neiging voelen om muziek te maken. Stoppen is sterven.”

Hoeveel vliegmijlen hebben jullie ondertussen?

David: “Een miljoen mijl? Zoiets moet het zijn. Het is echt niets om fier op te zijn, en we zouden kunnen hopen dat er een meerwaarde is, maar het is al fijn dat we transatlantic kunnen slapen. (lacht)”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden