Zondag 21/07/2019

In gesprek

Stefan Brijs ruilde Koningshooikt voor Málaga: "Ik wil enkel nog kijken en staren"

Beeld Franky Verdickt

De omgeving inspireert niet anders, maar "het is prettiger hier een roman te voltooien dan elders", zegt Stefan Brijs (45) in Casa Luna y Sol, zijn huis bij Málaga. Het is genoemd naar zijn nieuwe roman Maan en zon. "Ik wilde letterlijk een nieuwe horizon."

'El escritor' zeggen de mensen uit Los Romanes en ze noemen hem er Esteban. Of ze ook weten dat El hacedor de ángeles de Spaanse vertaling is van zijn succesroman De engelenmaker weten wij niet. Het dorp heeft geen boekenwinkel. Er is alleen een postbode die Brijs soms een briefje bezorgt. Daarmee mag hij de boeken die hij via het internet bestelde in Benamargosa afhalen. Tussen half negen en half tien, in een huis met een kamer als een bezemkast en daarin één man. "Als mijn boekenpakket te groot is, kan hij er niet meer in."

Zo ver van de wereld ligt het huis waar Stefan Brijs sinds april 2014 woont. Gisteravond zagen we vanuit het vliegtuig de streek rond Málaga: heuvels, olijfbomen en een rivier die als een Chinese draak door dat land meandert. De schrijver was even voordien geland, vanuit Amsterdam, na een eerste promotieronde bij boekenwinkels. "Toen ik in Nederland opsteeg, dacht ik: ik vlieg naar huis. Zo voelt het nu aan."

La Axarquía is de naam van deze streek boven Málaga, vanaf Vélez-Málaga landinwaarts passeer je aan het stuwmeer van Viñuela en zie je de Montes de Málaga en de Sierra de Tejeda. Alleen met veel verbeelding denk je aan de mijnterrils rond zijn geboortestad Genk en helemaal niet aan het huis in Koningshooikt waar Brijs en zijn vrouw Melanie Elst tien jaar woonden. Daar hadden ze ezels, hier twee honden. "Melanie is geboren op Curaçao, woonde daar tot ze tien was en is een tropenkind. En heel haar leven verlangde ze naar de warmte."

Curaçao zelf was geen optie: het is te ver, het paradijs is er verloren gegaan en ondanks de 150.000 inwoners voelt het aan als een dorp. Spanje was een alternatief. Voor Melanie was dat: de warmte, wég van de dagelijkse filerit door de Kennedytunnel (ze was persverantwoordelijke bij uitgeverij Atlas) en ook voor Brijs zelf was het goed. "Ik werd steeds onrustiger in België en ergerde me aan veel dingen. (glimlacht) Aan de politiek, bijvoorbeeld. Melanie kwam de streek verkennen en ik had maar drie eisen: ik wilde létterlijk een nieuwe horizon, het moest stil zijn en het liefst behoorlijk afgelegen liggen."

Het schrijfhuis

Daar zitten we nu. Ze hebben geen kinderen, als schrijver van beststellers De engelenmaker (180.000 exemplaren en de Gouden Uil Publieksprijs) en Post voor mevrouw Bromley (60.000) kan hij overal schrijven. "En elke tien jaar moet je als kunstenaar van vrouw of van woning veranderen", lacht hij. "Dat eerste had ik al eens gedaan, nu dus dit. Ik ben gelukkiger hier."

We draaien de blik 360 graden. Behalve de palmbomen van de buurman, verstoort niks het uitzicht. Als op deze hacienda, 25 jaar geleden door een Duitser gebouwd, twintig dagen per jaar regen valt, is het veel. Tot eind december eten ze 's middags buiten.

Er was nog een troef en die staat in de tuin. Het is een schrijfhuis. Aan de muur hangt een Christus aan het kruis van Sam Dillemans, werk van Koenraad Tinel en prenten van vogels die Parus Caeruleus, Oriolus en Picus heten, een afbeelding van 'eieren van Middel-Europeesche Zangvogels' en de tekst van een lied dat 'Luna cu solo' heet. En daarvan lees je de eerste zin op de tweede bladzijde van Maan en zon. Vertaald uit het Papiaments, de taal van Curaçao: 'Maan en zon, laat me door met al de kinderen die God me gegeven heeft.'

Het boek draagt hij op aan Melanie. 'Luna cu solo' was het liedje dat zij als kind in Curaçao leerde en nog altijd zingt. "De schaduw- en de zonkant van dit eiland zitten in iedere mens en dit was het eerste boek waarvan ik de titel meteen had. En eigenlijk verklap ik al in het eerste hoofdstuk wat er gebeurt. Dat schrikt me niet af, ook in Arend deed ik dat. 'Arend had nooit geboren mogen worden', was mijn eerste zin.

"Maar ik was wel heel bang voor dit boek. Omdat het ook voor Melanie een heel persoonlijk boek is. En ik ken daar mensen. Daardoor wordt het een gevoelig boek en is dit het boek waar ik het meest van al mijn ziel in heb gestopt."

Snel, al na drie alinea's, leren we Max, Roy en Sonny Tromp kennen. Opa, vader en zoon, mensen uit Curaçao, hun leven bepaald door een taxi van het merk Dodge. We leren hun vrouwen kennen en de zwarte broeder Daniël. Brijs wist bij pagina één al hoe hij meer dan 250 pagina's later zou eindigen. "In 2001 had ik uit de Volkskrant een artikel gescheurd en weggestopt in een mapje. Toen ik na Post voor mevrouw Bromley ging opruimen, kwam ik dat weer tegen. Ik wist dat dat mijn volgende roman zou worden."

Hoe praat je over een boek zonder het verhaal te verklappen? Want dat is wat Stefan Brijs toch weer opnieuw doet. Een verhaal vertellen, een wereld oproepend, ogenschijnlijk uit het niets. Dat is niet helemaal zo. Toen Brijs en zijn vrouw elkaar in 1999 pas kenden, nam zij hem mee naar het eiland van haar jeugd. "Stefan was 30, had nog nooit gevlogen en was eigenlijk nog nooit buiten Limburg geweest", zegt ze. "Hij heeft daar een voedselvergiftiging opgelopen en die reis werd op alle vlakken een tegenvaller."

"Maar ik vond het wel meteen fascinerend", zegt hij dan weer. "In Genk groeide ik op tussen Marokkanen, Turken, Polen, Italianen, Spanjaarden ... veel verschillende culturen. Maar daar heb je twee rássen. Melanies ouders hadden er 13 jaar gewoond en moesten dan hals over kop vertrekken. De aanpassing in Nederland was groot en Curaçao zou altijd de beste tijd van hun leven blijven."

Stefan Brijs in Los Romanes: "Ik ben gelukkig hier. In België werd ik steeds onrustiger." Beeld Franky Verdickt

Zwarte taxichauffeur

"Hij heeft veel gestolen uit mijn jeugd", zegt Melanie.

Hij knikt. Op 30 mei 1969 kwamen de zwarten uit Curaçao in opstand tegen de blanken die alles op het eiland in handen hadden. De Sint-Martinusschool waar Melanie zat, werd in brand gestoken. Op zijn computer toont Brijs daar - helaas prachtige - Kodachrome-gekleurde foto's van. Je ziet eerst nog gelukkige familietaferelen. De kleine Melanie, mama in bikini, vader in de tuin.

Maar dan wat rest van na de opstand. De school is een ruïne. Niks werd gespaard. "Mijn vader gaf er les, maar die dag had mijn moeder de auto. Plots bleek de stad in de fik te staan en de school moest geëvacueerd worden. Ze zou ons komen ophalen, maar dat lukte niet: ze moest rechtsomkeert maken. De avondklok werd ingesteld. Heel snel nadien vertrokken we naar Nederland."

Brijs vertelt het verhaal van Curaçao en veel zwarten via de zwarte taxichauffeurs Tromp. "Een vrouw die Melanie nog altijd 'tante' noemt en die in Curaçao woont, gaf ik de opdracht zo'n zwarte taxichauffer te zoeken. Twee keer twee uur heb ik later met Pedro Cirilo Daké gepraat, een man van 95 die heel zijn leven met een Dodge Coronet had rondgereden. Ik heb daar een Dodge Matador van gemaakt, een iets mythischer auto, maar die man heeft mij in een mengeling van Engels en Papiaments erg veel verteld over hoe het eraan toeging. Helaas is hij overleden, létterlijk de dag waarop ik mijn manuscript inleverde bij de uitgeverij."

Maan en zon is Brijs' verhaal, typisch voor Brijs is dat het boek later verschijnt dan gepland en dat kort nadat journalisten de drukproef kregen, een mail kwam met een vraag. 'Gelieve die drukproef ongelezen te laten. Stefan heeft nog wijzigingen aangebracht. Er komt een tweede drukproef.'

De schrijver lacht. "Ik heb heel veel scènes weggegooid. Mijn fantasie was soms te groot waardoor de scènes te realistisch werden. Een prachtige scène van 15 bladzijden, de eerste die ik hier in Spanje schreef, waarin Max in een casino zat, ging er helemaal uit. Nog twee regels blijven ervan over en als lezer mis je die scène niet. Je ként de man dan immers al.

"Mijn stijl is sowieso al minimalistisch en ik was een beetje bang om daar te ver in te gaan. Tot ik Patrick Modiano las. Die man schrijft zelden prachtzinnen, maar wat hij met zoveel eenvoud kan oproepen, vind ik fantastisch. Ook ik wilde geen ballast. Veel jonge auteurs schrijven mooie zinnen, maar ze vergeten het verhaal. Onlangs las ik iets dat Niña Weijers zei: 'Als een roman te reduceren is tot een plot, is hij de moeite van het lezen niet waard.' Kind, je weet niet wat je mist. Als je op zo'n jonge leeftijd al zo naar literatuur kijkt ..."

Beeld Atlas Contact
Beeld Francky Verdickt

Gambas blancas

Een verhaal, maar nooit vrijblijvend. Au contraire. In Maan en zon lijkt de ultieme overgave van mensen voor andere mensen centraal te staan. Dat kan positief zijn: het ultieme altruïsme. Minpunt is dat niemand voor z'n eigen geluk durft te kiezen. Brijs ziet dat nog anders. "In al mijn boeken komt vooral de ouder-kindrelatie terug. Zonder dat ik het opzoek, is het heel vaak een onderzoek naar de gevolgen van dingen die in het verleden gebeurd zijn. Kijk naar dokter Hoppe in De engelenmaker of naar John Patterson in Post voor mevrouw Bromley. Fictief, maar zelfs van De engelenmaker zeiden lezers: dit zou zomaar gebeurd kunnen zijn.

"Veel ouders doen hun kinderen toch nogal wat aan. Ook hier. Het is iets wat me fascineert, maar dat niet voorkomt uit mijn eigen persoonlijke geschiedenis.

Maar toen ik lesgaf in Genk heb ik veel gehoord en gezien."

We praten net na het eten. Deze morgen reed Melanie naar de markt van Vélez-Málaga. Ze kocht er vis voor deze avond, gambas blancas, voor tonijn betaal je er 12 euro per kilo en voor dorade slechts drie. In deze dorpjes ga je voor 8 euro op restaurant. De schrijver heeft lekker gekookt en nu het 15 uur is, zegt hij: "Zullen we nu siësta houden? Dan doen we straks verder." Dit is een primeur. Nooit eerder sliep ik tijdens een interview.

Nadat hij een half jaar het hek van 'Casa Luna y Sol' had gesloten, zette hij in juni het laatste punt onder Maan en zon. "Aan het einde ontwaak je uit een roes van drie jaar. Drie jaar waarin al je personages met ons samenleven, want zodra de eerste zin en het eerste personage er zijn, begint het zwoegen. En als het boek er dan is, overheerst de eerste weken angst en onzekerheid. Dat gaat nooit weg. Net zoals schrijven nooit makkelijker wordt.

"Maar de schrik is vooral: hoe zal het boek ontvangen worden? En zál het wel aandacht krijgen? Het ergste wat je als auteur kan overkomen, is jaren werken en dan genegeerd worden." Tijdens ging de deur dus weer open. Zijn broers kwamen op vakantie. Vader en moeder Brijs ook. "Voor hen was de stap die ik van Genk naar Koningshooikt zette zwaarder dan die van Koningshooikt naar Málaga."

Als dat vreemd klinkt, zegt Melanie: "Dat was voor Stefan zelf net zo." Hij zegt: "Als Melanie straks zou wegvallen, dan woon ik binnen het half jaar opnieuw in Limburg. Waarom is Limburg verlaten zo moeilijk? Ik zou je het Limburg-gevoel moeten uitleggen.

"Het gekke is: we woonden hier een week, gingen de post halen en passeerden twee oudjes. Nu spreek ik het Spaans van een kleuter van vier jaar, maar toen sprak ik nog maar tien woorden. Maar die mensen haalden sapjes, we bleven er een uur en zeiden achteraf meteen: we zijn thuis. Na één jaar heb ik hier meer vrienden dan na tien jaar in Koningshooikt. Door Melanies job in het boekenvak kwamen we nog amper buiten het literaire wereldje."

Fluitend naar zijn hut

Maan en zon was al in wording toen hij in mei 2014, na de eerste praktische weken, terug aan zijn schrijftafel ging zitten. "Ik ging fluitend naar mijn hut", zegt hij. "Al zeg ik niet dat schrijven hier makkelijker ging. En de omgeving inspireert niet anders. Alleen is het hier prettiger een roman te voltooien dan elders. Ik moest wel streng zijn, anders zou ik de hele tijd op pad gaan door Andalucia. Maar het lukte om me vier tot vijf uur per dag af te sluiten. In mijn hut is geen internet en heb ik geen telefoon."

Hier schreef hij de geschrapte casinoscène. Misschien schreef hij hier ook de pakkende doodsstrijd van Myrna. Uit het boek: 'Ze lag op haar rug, onder een gehaakte sprei, haar handen rustten op haar buik, haar vingers bewogen onophoudelijk, alsof ze papier tot snippers aan het scheuren was.'

"In 2002 was ik erbij toen Melanies moeder stierf. Tien jaar is erover gegaan om wat ik toen zag, te laten gisten. Alleen zo kon ik dat schrijven: met het minimale en het essentiële. Zo komt die doodsstrijd hard naar binnen. Je mag alleen weerhouden wat telt."

We weten in België niks over Curaçao. Brijs, die er drie keer was, beschrijft het eiland als een patiënt met veel doorligwonden. Wie ooit in Congo was, kan zich daar iets bij voorstellen. Broeder Daniël zegt dat zij, de broeders, in plaats van te 'vormen' vooral aan het 'vervormen' waren. "Na de opstand van 30 mei 1969, eigenlijk de enige dag opstand, was er heel even hoop. Maar het is nooit meer goedgekomen met Curaçao. Ik moest er alleen over waken dat ik niet te streng was.

"Melanies tante in Curaçao heb ik laten meelezen, maar ik moest wel opletten. (lacht) Ze wilde immers inbreken in het verhaal. 'Die broeder Daniël kijkt nooit naar de vrouwen', mailde ze me. Neen, dat doet hij niet en ik wilde dat ook niet. Hoeveel procent van de geestelijken hebben zich ooit misdragen? Ik heb op school zelf met veel broeders gewerkt die fantastisch werk leverden. Maar die zijn te bescheiden om dat zelf te zeggen."

"Kom. We rijden even rond." Aan het stuur van z'n Nissan dalen we z'n heuvel af en Stefan Brijs neemt ons mee voor een toertje naar het dorp Los Romanes. Hij toont de mangobomen. De avocado's. Kijk, daar een

bijeneter: "De mooiste vogel die er is." Hij herkent het gefluit. Al in Koningshooikt had hij een verrekijker liggen om vogels te spotten. Ooit moet daar nog eens een boek van komen, al wordt het volgende één met gedachten over Andalucia. Brijs gaat straks wandelen in deze streek. "Ik wil alleen nog kijken en staren. En daar dan over schrijven.

"Ik heb de laatste tijd heel veel Federico García Lorca gelezen en dat wordt de rode draad in mijn Andalucia-stukken. En verder niet de platgetreden paden, maar een mengeling van natuur, cultuur, mens en geschiedenis. Aan een roman wil ik het eerste jaar niet denken, want zodra ik een personage heb, ben ik vertrokken voor minstens drie jaar zonder vakantie. Al heb ik wel het gevoel dat ik mijn lezers nog veel verhalen moet schenken."

Dit is een arme streek met hoge werkloosheid. "De man van onze poetsvrouw is al drie jaar werkloos. Hij komt onze olijfbomen oogsten, vorig jaar hadden we daarmee geluk: ze brachten 900 kilo op en 350 euro. Die zijn voor hem en dat is veel als je weet dat een uitkering hier maar 500 euro bedraagt. Melanie werkt halftijds voor een advocatenkantoor, 20 uur per week, en aan het eind van de maand is dat goed voor 536 euro. Daarmee weet je hoe het leven hier is.

"Ze maken zelf ook fouten, hoor. 'No te preocupes' hoor je dagelijks: 'Maak je geen zorgen.' Maar toen ze de elektriciteit moesten vervangen, zag ik meteen dat de paal die ze bij hadden niet lang genoeg was. Toch geloofden ze me niet. 'No te preocupes', zeiden ze. Tot hij in de grond stak en ze het zélf zagen. (lacht) Ze moesten een dag later terugkeren, maar dat was dan maar zo."

Die werkloze man had vorig jaar één geluk: er waren verkiezingen. "Zoals dat in België gaat, zag je plots overal wegenwerken. Dat bezorgde hem werk, maar hij voorspelde me: de dag na de verkiezingen ontslaan ze me. En dat gebeurde letterlijk."

Beeld Franky Verdickt

Verzetsgebied

Waar nu Britten, Duitsers, Belgen en Nederlanders wonen en, nu nog, gemakkelijk goedkope huizen op de kop kunnen tikken, was vroeger een verzetsgebied tegen generaal Franco. "Al is Málaga ook de stad waar Léon Degrelle (Waalse politicus van Rex die tijdens de Tweede Wereldoorloog collaboreerde, RVP) in 1994 overleed. Na de oorlog vluchtte hij naar de buurt van Sevilla, daar mocht hij veertig jaar wonen, de laatste jaren van zijn leven bracht hij door in Benalmádena, vlak bij Málaga. Het is een streek met veel moeilijkheden. De Senegalezen die vroeger naar hier vluchtten - Afrika is dichtbij - blijven niet meer. Ze reizen door naar Noord-Europa of keren zelfs terug naar Senegal. Omdat het daar nog beter is dan hier.

"Als kind ben ik zelf opgegroeid tussen migranten en hier zijn wij dat. Met dit verschil: wij zijn luxemigranten. Niet naar hier gekomen om werk te zoeken. Maar ik heb wel onthouden dat je je niet mag afsluiten en dat mensen je dan met open armen ontvangen. Ze weten natuurlijk ook wel: haal alle expats weg en de economie valt stil. Maar er wonen hier duizenden Engelsen die na twintig jaar nog geen woord Spaans spreken. Ze maken zelfs ruzie omdat Spanjaarden hen niet begrijpen. Dat is onvergeeflijk."

Maar hoe kijk je dan naar België? "Amper nog", zegt Brijs, schouderophalend. Ja, zijn boek wordt op 6 oktober in de Vooruit in Gent voorgesteld. "Ongelooflijk: er zijn vierhonderd mensen ingeschreven terwijl ze toch 5 euro entree moeten betalen." Hij komt signeren op de Boekenbeurs. In december en in maart komt hij nog eens een weekje lezingen geven. Maar leven doet hij nu in Spanje.

"Heel bizar is het", zegt hij dan. "Ik volg en lees het wel, maar het raakt me niet meer. Als ik de zoveelste provocerende uitspraak van Bart De Wever lees, denk ik: godsamme man, kijk eens op hoeveel vierkante meter jij woont en wat dat voorstelt in het licht van de wereld. Dus die uitspraken ergeren me niet meer. (lacht) Al moet ik toegeven dat hoe beter mijn Spaans wordt, hoe meer ik me ga ergeren aan de Spaanse politiek."

Dan valt de naam van Joost Zwagerman. Een dag eerder is het bericht van zijn dood gekomen. We kunnen daar zo weinig over zeggen. "Ik heb hem niet persoonlijk gekend. Maar het blijft onbegrijpelijk dat de kunst waar hij zo begeesterd kon over schrijven hem zelf niet kon redden. Je zou ook kunnen denken aan je vrouw en je kinderen. Maar uiteindelijk kan niemand iemand redden. Ik las dat zijn vader eerder een zelfmoordpoging had gedaan. Dan spelen die afkomst en de genen toch een rol. En dat zie je ook in mijn boek. Max wil uit een cirkel ontsnappen, maar dat lukt hem evenmin."

Is een persoonlijk besluit dan dat Stefan Brijs dat wel kon? Zijn vader werkte bij Ford. Zijn grootvaders in de mijn. "Neen", zegt hij dan. "Ik heb me niet bewust losgemaakt uit een milieu. Ik heb gewoon ook iets anders ontdekt."

Stefan Brijs, Maan en zon, Atlas Contact, 270 p., 19,99 euro.

Beeld Francky Verdickt
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden