Zaterdag 26/09/2020

InterviewStef Wauters

Stef Wauters presenteert voetbaltalkshow: ‘Ik wilde geen klassieke studio, vooral geen tafel’

Stef Wauters: ‘Ik wilde voor deze talkshow vooral geen klassieke studio, vooral geen tafel. Een voetbalavond is geen verkiezingsdebat.’Beeld Damon De Backer

De Rode Duivels spelen zaterdag voor het eerst sinds lang nog eens een interland. Voor rechtenhouder VTM het sein om die dag alles anders te doen: oranje wordt rood, studio wordt woonkamer en nieuwslezer Stef Wauters wordt host.

Halfweg onze babbel in de brasserie op het gelijkvloers van het gemeenschappelijk redactiegebouw waar VTM en De Morgen sinds dit jaar zijn gehuisvest, troont Stef Wauters mij mee naar de nieuwe multi-inzetbare studio, slim en kostenbesparend opgebouwd in een deel van de ruim bemeten inkomhal.

“We zaten te vergaderen in onze sofa’s en ze vroegen hoe ik de studio zag. Ik wist toen al: ik wil geen klassieke studio, vooral geen tafel. Een voetbalavond is geen verkiezingsdebat. Ik wees op de sofa en zei: zoiets, alsof ik in mijn woonkamer zou zitten. Ze hebben die sofa’s van boven naar beneden gehaald, een beetje ingewaxt en op een verhoog gezet, kwestie van de robotcamera’s niet opnieuw te moeten afstellen. Geen zotte kosten dus. Zaterdag, na het VTM Nieuws, neem ik de lift van de redactie naar beneden en plof ik mij neer in de zetel voor een gezellig avondje voetbal. Marc Degryse en Jan Mulder zullen tegenover mij zitten en we beloven niet te moeilijk te doen. Een avondje Rode Duivels is voor het hele gezin.”

Toch wil ik je het nationaal dilemma voorleggen. Wie zie jij als vervanger van Vincent Kompany centraal in de verdediging?

“Kijk, daar ga ik dus echt geen antwoord op geven want dat is niet mijn rol in dat programma. Dat moet je aan Jan of Marc vragen. Beloofd, ík zal dat aan Jan en Marc vragen. Bijvoorbeeld, maar ook niet per se. Wat willen wij doen? Een fijn, gezellig programma rond de match van de Rode Duivels.

“Ik hoef het niet te hebben over looplijnen, inverted backs en 4-4-2 of 5-3-2. Onze commentator is een specialist, Jan en Marc zijn dat ook, ik ben dat niet. Die bedenking maak ik wel eens vaker als ik naar voetbalprogramma’s kijk: de presentator of commentator moet niet ook analist willen zijn.”

Iets meer journalist mag wel slecht gewoon benoemen als slecht. Alleen worden sportrechten gekocht als product en je product afbranden, is lastig.

“Dat is ook waar. Bij de Rode Duivels is het product gelukkig vaak heel erg goed. Ik ben dus tevreden dat ze mij niet hebben gevraagd om andere wedstrijden te omkaderen.”

Wat zal anders zijn dan wat Maarten Breckx doet bij jullie met de Champions League of Karl Vannieuwkerke op Play of de VRT?

“Dat heeft te maken met die Rode Duivels. Thuis kijken we daar met zijn allen naar: vrouw, dochter en ik. Voor de Champions League zit ik in de keuken op de iPad, de tv wordt dan opgeëist om naar een romcom te kijken of wat dan ook, maar niet naar voetbal met heel technische analyse. In ons omkaderingsprogramma moet iedereen zich welkom voelen: een leuk, fijn, gezellig programma rond onze nationale helden, met de verwachting dat het plezant gaat worden...en als het slecht is, zullen ze het ook wel zeggen zeker?”

Voetbal komt op VTM 1.

“VTM. VTM 1 bestaat niet. VTM 2 en zo wel. Zoals Leopold I eerst gewoon Leopold was en hij pas de eerste werd toen er ook een tweede Leopold kwam. (lacht) Ik weet het, in de praktijk wordt het lastig om niet van VTM1 te spreken. Maar inderdaad: de Rode Duivels komen op de familiezender VTM, bedoeld voor het grootst mogelijke publiek. ‘VTM kleurt je dag’ is onze slogan, welnu als de Rode Duivels spelen is onze kleur niet oranje, maar rood.”

Door de sofa wordt de sfeer van je woonkamer nagebootst.

“Behalve dat ik dan niet thuis zit en anders wel. (lacht) En er publiek achter ons zal zitten. Ik wilde vooral geen tafel in het midden, want dat impliceert een debatsetting.”

De gestrengheid zal eens te meer bij de geschreven pers liggen. Jullie analist Gilles De Bilde vond op het laatste WK dat wij niet genoeg fan waren.

“Ik denk dat Marc en Jan ook wel streng zullen zijn als het niet goed is. Ik snap wat Gilles bedoelde. Hij is een ex-voetballer en sporters bekijken dat anders. Weet je nog de Spelen van Sydney in 2000, jij was daar ook, met de Nederlandse zwemmers die alles kapot zwommen en de Belgen die nauwelijks in de buurt van hun persoonlijk record kwamen? Ik was daar voor de VRT, als sportjournalist en ik was streng voor onze zwemploeg. Terecht vind ik nog steeds, maar het sportmilieu vond dat dat niet hoorde, dat je op zo’n moment toch achter “onze ploeg” moet gaan staan. We zijn toch allemaal Belgen, waar was het wij-gevoel? Zo stond ik niet en sta ik nog steeds niet in de journalistiek of sportjournalistiek. Alleen zit ik daar straks bij de Rode Duivels niet als sportjournalist maar als host van een talkshow rond een wedstrijd. “

Je was ooit sportjournalist.

“Ja, twintig jaar en langer geleden. Weet je dat Jan Mulder mijn eerste studiogast was? Mijn debuut op tv was de World Cup van 1994. Ik deed het ochtendprogramma en Marc Uytterhoeven nam de avond voor zijn rekening. In mijn allereerste uitzending zat Jan Mulder. Een kennis heeft dat programma voor mij opgesnord en ik heb dat recent terug kunnen bekijken. Ik weet niet of Jan dat weet. Je ziet hem denken: naast wat voor een bleuke hebben ze mij hier nu weer gezet.(lacht) Hij had nog gelijk ook.”

Misschien dacht hij: ojee, een baby chippendale.

“Goh man, daar moest ik aan denken toen ik hoorde dat wij gingen samen zitten. Jij noemde ons baby chippendales in een column over Bart Raes, Robin Janssens en ik toen we nog bij Supersport zaten, bijna een kwarteeuw geleden. We hebben je dat nooit kwalijk genomen. Het is zelfs lang onze geuzennaam geweest, ook toen Bart, Robin en ik elkaar later bij VTM weer tegenkwamen.”

Bij Supersport, de sportzender van Filmnet, zat wel meer talent. Eric Goens deed onder meer de NBA, Wouter Vandenhaute was de hoofdredacteur en Marc Uytterhoeven had zijn eigen cultprogramma.

“Wouter had een neus voor talent. Renaat Schotte en Wim Heidbüchel zijn daar ook begonnen. Wie er ook zat, was Jan Segers, nu commentaarschrijver en politiek journalist bij Het Laatste Nieuws. Megascore heette het programma van Marc. Daar kwam die typische humor van hem voor het eerst aan bod en heeft hij de basis gelegd voor Alles kan beter. Megascore werd overigens gemaakt door Jan Eelen, later regisseur van Vaneigens, Alles kan beter, In de gloria en Het eiland.

“Olivier Goris deed toen de redactie en die mannen zijn de kern van het latere Woestijnvis geworden. Goris is inmiddels zelfs baas van Één en Canvas. Er zat wel wat jong talent samen, euh, inmiddels oud talent. Geld was geen probleem. We kregen onbeperkte middelen om te doen wat we het liefste deden. We maakten een dagelijks sportjournaal en we leerden volop in onze speeltuin, annex leerschool. Na twee jaar was het geld jammer genoeg op.”

Is dit nu een beetje terug naar de roots?

“Zo zie ik dat niet. VTM heeft mij gevraagd of ik het zag zitten om dat er bij te doen. Ze wilden een andere sfeer creëren, weg van het Champions Leaguemagazine, maar een programma voor een breder publiek. Ik heb toegezegd omdat ik hier niets anders ga doen dan thuis: naar het voetbal kijken en met vrienden napraten over de match.

“Overigens, mijn échte roots liggen niet in de sport-, maar in de geschreven journalistiek. Ik heb mij altijd eerst journalist gevoeld en dan pas sportjournalist. Mijn echte roots zijn trouwens de geschreven journalistiek. Ik ben begonnen bij het studentenblad Veto, onder meer nog met Walter Pauli (ex-De Morgen, nu Knack, hv). Dat namen wij heel ernstig. Er waren er die daar binnen kwamen en zeiden ‘wij willen journalist worden.’ Hoezo, willen worden? Wij wáren toch al journalist? Oké, we konden er niet van leven, maar het was een kwestie van tijd voor iemand ons daarvoor zou betalen.” (lacht)

Dit is geen carrièreswitch?

“Neen, absoluut niet. Ik heb met mijn bazen afgesproken dat ik het gewoon nààst mijn job als nieuwsanker doe. Dus tot een uur of acht zit ik op de set van VTM Nieuws. Daarna neem ik de lift naar het gelijkvloers. Ik weet dat ik weleens heb gezegd dat ik niet graag op tv kom, maar daar bedoel ik mee dat ze mij niet moeten vragen voor andere programma’s die niks te maken hebben met mijn werk. Wie wil nu de Rode Duivels niet doen?”

Hoeveel sportman zit in jou?

“Ik liep, maar mijn enkels zijn kapot gelopen. Enkele jaren geleden ben ik beginnen fietsen en ik heb zo’n spijt dat ik dat niet eerder heb ontdekt. Enkele weken geleden heb ik nog de Ventoux gedaan vanuit Malaucène, die kant had ik nog nooit gedaan. Ik woon in Rotselaar en het Hageland is mooi om te fietsen. De wegen zijn niet altijd te best van kwaliteit, dat klopt, en met de fietspaden is het nog erger gesteld. Dat merk je pas als je zelf gaat fietsen.”

Tot besluit wil ik toch een naam: wie moet Kompany vervangen?

(denkt na) “Jason Denayer? Die heeft met Lyon wel halve finale Champions League gespeeld en hij was zeker niet slecht maar de laatste experimenten met hem bij de Rode Duivels waren niet erg overtuigend. Afwachten dus…”

Correct antwoord.

“…Maar wie we daar ook zetten, geen enkele heeft de carrure of uitstraling van Vincent Kompany.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234