Donderdag 08/12/2022

InterviewSTAKE

‘Steak Number Eight was een vehikel voor mijn rouwproces na de dood van mijn broer. Dat proces is afgesloten – vandaar onze naamsverandering’

STAKE, de opvolger van Steak Number Eight. Beeld bjorntagemose/Shoottheartist
STAKE, de opvolger van Steak Number Eight.Beeld bjorntagemose/Shoottheartist

Veertien jaar na hun winst in Humo’s Rock Rally als Steak Number Eight en vier jaar na hun naamsverandering is er weer een nieuwe STAKE: het door de geweldige singles ‘Fuck My Anxiety’, ‘Deliverance Dance’ en ‘Deadlock Eyes’ ingeleide LOVE, DEATH and DECAY. In taverne De Roos in Gent wordt de band – die verder bestaat uit gitarist Cis Deman en bassist Jesse Surmont – vandaag vertegenwoordigd door drummer Joris Casier en frontman Brent Vanneste. ‘We waren al close in de kleuterklas, maar niet zo close als nu.’

Jurgen Beckers

Het is de laatste warme zomerdag en op het terras van De Roos, waarboven Brent woont met zijn vriendin en zijn pluszoontje Django, is het een komen en gaan van bekenden, vrienden en familieleden. Alvorens we van start kunnen gaan, legt Casier aan twee oudere mannen in een aftandse wagen uit waar ze naartoe moeten.

Brent Vanneste: “Ik heb onlangs mijn auto meegegeven aan een volstrekt onbekende die autopech had. Hij vroeg of ik het zag zitten om even mee te rijden om startkabels te halen, maar ik zat op een terras en had net een cocktail besteld. Ik heb hem gewoon mijn sleutels gegeven. Drie kwartier is hij weggeweest. Na een halfuurtje begon ik toch zenuwachtig te worden. Achteraf heeft hij me 20 euro gegeven: hij vond het geweldig dat iemand een wildvreemde zozeer vertrouwde.

“Soit. Hebben we nog genoeg te drinken?”

Ik heb van LOVE, DEATH and DECAY naar verluidt de ‘bluetooth-skateversie’, die afwijkt van de vinylversie.

Joris Casier: “Bij vinyl zit je vast aan kant 1 en kant 2: je legt die op en blijft zitten. Op digitale platforms ben je veel meer geneigd om losse nummers aan te klikken. De volgorde is even belangrijk, maar op een andere manier.”

Vanneste: “De meeste mensen gaan gewoon naar Spotify, tikken een bandnaam in en klikken op ‘Play’, waarna het eerste nummer begint te spelen.”

Dan krijgen ze bij jullie ‘The Sea Is Dying’ te horen, een veertien jaar oude song.

Vanneste: “En daarna ‘Dickhead’.”

Op Graspop 2022 hebben jullie ‘The Sea Is Dying’ voor het eerst sinds lang nog eens gespeeld. Vanwege het succes van de single ‘Fuck My Anxiety’ hadden jullie naar verluidt 10 minuten extra gekregen.

Vanneste: “Nee, er was een band weggevallen en de timing moest worden aangepast. Maar ‘vanwege het succes van ‘Fuck My Anxiety’’ klinkt beter: schrijf dat maar op (lacht).

“Op Graspop hebben we ‘The Sea Is Dying’ nog eens laten knallen, ja. Lager gestemd, omdat mijn stem de originele versie niet meer aankan: ik heb die song geschreven toen ik 14 was, de pitch van toen haal ik niet meer. Lager klinkt die song gelukkig nog vetter. We spelen hem nu weer geregeld.”

Jullie hebben veel gespeeld, de afgelopen zomer. Ik heb over die concerten alleen maar extreem positieve dingen gelezen.

Casier: “We zijn het helemaal DIY aan het aanpakken, en dat bevalt ons wel. Ook al is het uit noodzaak: alle technici zijn bezet, de helft van onze shows doen we zonder front of house-mixer. We zijn nu gewoon met z’n vieren in een camionette door Europa aan het rijden.”

Vanneste: “In Polen hebben we voor 100.000 mensen gespeeld, zonder geluidsman. 24 uur na onze landing waren we alweer weg. Maar het was wél een geweldige show.”

Op Humo’s Rock Rally 2008 hadden jullie ook al geen eigen geluidsman.

Vanneste: “En ze praten er nóg over (lacht). Bijna twintig jaar geleden, verdomme.”

null Beeld Anton Coene
Beeld Anton Coene

‘OYA LELE’

Ik wil even naar het prille begin gaan. Klopt het dat jullie samen in de kleuterklas hebben gezeten?

Casier: “We waren toen al close, ja, maar niet zo close als nu. We gingen naar een klein schooltje in Wevelgem, waar we tot de derde kleuterklas samen hebben gezeten. Later waren we allebei bij de basketbalclub, maar nooit in hetzelfde team. We zijn elkaar weer tegengekomen in de typecursus. Mijn moeder had me wijsgemaakt dat die verplicht was. Ik was te laat voor de eerste les, en er was nog één plek vrij: achter in de klas, naast Brent.”

Vanneste: “Ik had een short van Sepultura aan.”

Casier: “Ik herinner me vooral je zonneklep, een blauwe met ‘EXTRAN’ erop (lacht).

“We zijn snel boezemvrienden geworden. Ik weet nog dat Brents ouders voor twee weken naar Cyprus gingen. Hij bleef bij mij slapen. We stelden onze instrumenten op in zijn huis en repeteerden elke dag. Toen zijn ouders terug van hun vakantie waren, hebben we bij mij thuis een optreden gegeven.”

Hoe oud waren jullie toen?

Vanneste: “Net 11, als ik me niet vergis.”

Jullie waren maar met z’n tweeën?

Vanneste: “Ja. Drum, zang en gitaar. En mijn zus is een cover van K3 komen meezingen.”

Casier: “‘Oya lélé’ (lacht).”

Wat speelden jullie verder nog?

Casier: “‘Knockin’ on Heaven’s Door’.”

Vanneste: “‘Wild Thing’ ook. En één eigen compositie: ‘Kort’. Een heel kort nummer (lacht).”

Casier: “Daar was ik erg trots op, het punkyste wat we ooit gedaan hebben.”

Wie kon het best typen?

Vanneste: “Ik weet alleen dat ik de eerste paar lessen geen typemachine had. Ze vonden er toen niet beter op dan me een blad papier te geven met alle toetsen erop: daarmee kon ik aan de slag – fuckin’ hell. Later heb ik hetzelfde meegemaakt in de pianoles: twee octaven op een stuk karton getekend om te kunnen oefenen. Na drie lessen ben ik gestopt.”

Joris, jij komt blijkbaar wel vaker te laat. Volgens je lief, Brutus-drumster Stefanie Mannaerts, was je evenmin op tijd voor je eerste les aan de Hogeschool PXL in Hasselt.

Casier: “Het is waar. Op de sleutelmomenten in mijn leven kom ik te laat (lacht).”

Is Hasselt een fijne stad om op kot te zitten?

Casier: “Er was niet superveel te doen, maar het is zo’n kleine stad dat je altijd wel iemand tegenkwam in de drie cafés waar het om draaide.”

Vanneste: “De enige keer dat ik bij jou in Hasselt ben blijven slapen, hebben we gevochten in een frituur. Er was er eentje aan het lachen met mijn lange haar. Toen hij mijn Bicky Burger uit mijn handen probeerde te duwen, heb ik hem op z’n gezicht geslagen.”

Casier: “Jouw lief heeft zijn ruitenwisser er ook nog afgeknakt.”

Vanneste: “Zijn maten stonden erbij en keken ernaar. Ze vonden blijkbaar ook dat hij zich had aangesteld. Jarenlang ben ik gepest om mijn lange haar. And look at me now (lacht).”

Joris Casier (rechts): ‘Vanaf het begin waren we een echte band. We namen het heel serieus: elke dag repeteren, superstrikt.’ Beeld Anton Coene
Joris Casier (rechts): ‘Vanaf het begin waren we een echte band. We namen het heel serieus: elke dag repeteren, superstrikt.’Beeld Anton Coene

BENIDORM

Wanneer is Steak Number Eight een echte band geworden?

Casier: “Vanaf het begin, eigenlijk. We namen het meteen heel serieus. Elke dag repeteren, superstrikt.”

Vanneste: “Artistieke discussies op ons 11de (lacht).

“We hebben lang geen bassist gehad. Louis (Provost, de eerste gitarist van de groep, red.), één van onze beste maten, is er vrij snel bij gekomen. Van zijn pa had hij een Gibson gekregen die op zolder lag.”

Casier: “Humo’s Rock Rally heeft natuurlijk voor een stroomversnelling gezorgd.”

Joris had de groep ingeschreven, en jij was daar kwaad om.

Vanneste: “We hadden al aan een hoop wedstrijden meegedaan, maar ik vond dat we niet klaar waren voor de Rock Rally.”

Casier: “Ik wist niet dat die wedstrijd zo groot was. We deden ze allemaal, dus ik dacht: de Rock Rally zullen we óók maar doen, zeker? Brent was vooral bang voor negatieve commentaren in Humo, maar die zijn er nooit gekomen.”

Vanneste: “Ik herinner me dat de gitarist van Red Zebra naar me toekwam, na de preselectie in Brugge: ‘Als jullie niet winnen’, zei hij, ‘fret ik mijne kop op.’”

Vrij snel na de Rock Rally hebben jullie al jullie debuutplaat uitgebracht, When the Candle Dies Out.

Casier: “Ze was toen al af. De master is aangekomen op de dag van de finale. Op weg naar huis hebben we hem voor het eerst beluisterd. We hadden een toeristenbus gehuurd, voor onze fans.”

Vanneste: “Zo’n dubbeldekker waarmee ze ook naar Benidorm rijden.”

Casier: “Het was de periode van Myspace, en in de dagen na de finale kregen we massa’s reacties en likes. Ook van bands waar we naar opkeken: de gasten van Goose, Black Box Revelation…

“Plots wilde iedereen ook onze manager zijn.”

Vanneste: “Ik herinner me die vergaderingen met potentiële managers. Al onze ouders waren erbij. Joris en ik waren 15, Jesse 14: we konden zelf niks tekenen. Onze ouders hebben ons ook vier jaar lang naar concerten moeten brengen.”

Is er een buitenland waar jullie populairder zijn dan elders?

Vanneste: “Ik vind dat moeilijk in te schatten. Vaak merk je het pas als je weer eens ergens gaat spelen. Dat je mensen ziet meezingen en denkt: ah, blijkbaar betekenen we hier iets. Leve het internet, zeker?”

Casier: “In Polen zijn we behoorlijk populair. Voor de rest weet ik het ook niet goed. We hebben onze naam veranderd, een plaat uitgebracht, dan kwam corona en konden we de campagne rond de nieuwe naam niet ten volle uitvoeren.”

Vanneste: “Vooral in Engeland hadden we al behoorlijk wat buzz gecreëerd, maar dat land is geen prioriteit meer. Vóór de Brexit hebben we er zeker vijftien keer getourd, sindsdien nog maar één keer. Het is gewoon niet aangenaam, nu.”

Casier: “En dan hebben wij nog geluk gehad: maten die er wilden spelen, zijn gewoon teruggestuurd. Van anderen werd het materiaal in beslag genomen. Je hebt een internationaal paspoort nodig, een werkvisum, en alles wat je bij je hebt, moet op een lijst staan.”

Vanneste: “Inclusief gewicht en prijs. Al je gitaren, pedalen en kabels moet je wegen. Op basis daarvan berekenen ze de waarborg die je moet betalen voor je binnen mag. Die ligt al snel rond de 10.000 euro. Dat bedrag krijg je terug als je naar huis gaat, maar ben je iets op die lijst vergeten te zetten, of merken ze een onregelmatigheid, dan kun je ernaar fluiten.”

En toch gaan jullie er eind oktober weer spelen, zag ik.

Vanneste: “We moeten.”

Casier: “Ons label (Eat Sleep, red.) zit in de UK.”

Vanneste: “Pas op, we hebben er goeie tijden beleefd, ook al heb ik de indruk dat muzikanten in de Britse maatschappij maar net boven zwervers staan. Tof publiek, maar we hebben er veel maffe dingen meegemaakt met venues en promotors.”

KILLENDE ORKS

Waarom was de naamsverandering nodig?

Vanneste: “Om emotionele en praktische redenen. De groep is destijds vernoemd naar een song van Voidpoint, de groep van mijn oudere broer, die in 2005 overleden is. Steak Number Eight werd een vehikel voor mijn angst en verdriet. Maar dat rouwproces had ik al een tijd afgesloten. We hebben er een jaar over nagedacht, en hebben de naam in 2018 veranderd in STAKE – het volstond een letter naar achteren te verplaatsen.

“Toen ik destijds aan mijn broer vroeg of ik die songtitel als naam mocht gebruiken, zei hij al: ‘Doe maar. Je zult hem toch nog ooit veranderen.’ Uiteindelijk hebben we naar hem geluisterd (lacht).”

Tijdens de lockdown hebben jullie een virtueel concert gespeeld, iets met avatars waarover Brent op voorhand erg enthousiast was in een interview. Terecht?

Vanneste: “Het was geschift. In het virtuele publiek kon je rondrijden op lama’s, er was een merchandisestand waar je T-shirts kon kopen... Er was megaveel werk in gestoken.”

Casier: “Het was futuristisch en vernieuwend.”

Vanneste: “Maar binnen raken was niet zo gemakkelijk. Je moest om te beginnen een bestand op je computer installeren.”

Casier: “We hebben zelfs een stappenplan naar de fans gemaild.”

Vanneste: “Uiteindelijk stond er een man of 150 – niet slecht. Maar na een kwartiertje zag ik dat mensen in paniek begonnen te raken. Er was blijkbaar een fout gemaakt bij het programmeren: achter virtuele muren zaten ook orks en zombies, en op een bepaald moment is één van die muren neergehaald, waardoor die orks en zombies ontsnapten en ze onze fans begonnen af te maken (lacht).”

Casier: “Als je gemold werd, moest je helemaal opnieuw beginnen: alles installeren, inloggen…”

Vanneste: “Nog een twintigtal mensen zijn teruggekomen. Achteraf is zoiets grappig, maar op het moment zelf denk je: al die moeite, en dan dít?! Een moshpit vol orks die onze fans aan het afmaken zijn (lacht).

“Tijdens de lockdown heb ik hier in De Roos ook een webcamconcert gespeeld voor Studio Brussel, samen met mijn pluszoontje Django. Als kijker kon je in een bol met webcams plaatsnemen. Achteraf was Django superkwaad op me: ik had hem een microfoon gegeven, maar die was niet aangesloten. Hij vond dat ik hem gewoon als attractie had opgevoerd.

“We hebben toen de flikken op ons dak gehad. Ze dachten dat hier een lockdownparty bezig was. Opeens stonden hier drie politiebusjes voor de deur. Ik doe nietsvermoedend open, nat van het zweet, in bloot bovenlijf, met naast me Django, een manneke van vier. ‘Euh, mannen, het is niks. Ik ben een livestream aan het doen! Voor Studio Brussel!’ Ze zijn nog op de wc’s gaan kijken om te checken of daar niemand verstopt zat.”

Lees ook

STAKE op Pukkelpop: De deur lag niet in huis, ze lag ergens helemaal achterin de tuin ★★★★★

Joris Casier en Stefanie Mannaerts: ‘Ik word kalm van harde muziek. Reggae, dát maakt me nerveus’

Casier: “Wat een geschifte periode was dat toch. Weet je nog dat we afspraken in de bosjes aan de Leie?”

Vanneste: “Ik had daar een kamp gebouwd met Django, een coronakamp. Ja, op mijn 30ste bouw ik nog altijd kampen (lacht). Vroeger, in onze middelbareschooltijd, deden Cis en ik dat ook, langs de snelweg. ’s Middags gingen we daar onze boterhammen opeten.”

Casier: “En halve liters drinken (lacht).

Vanneste: “Herinner je je die actie van Humo nog, met die gratis Jupiler Tauro’s? We gingen vijftien Humo’s kopen en trokken daarmee naar ons kamp (lacht).”

Ken je Cis ook al lang?

Vanneste: “Sinds het eerste middelbaar.”

Casier: “Ik weet nog dat jij zei: ‘Er zit een bluesgitarist in mijn klas.’”

Vanneste: “Met armbandjes met pinnen die hij er zelf op had getimmerd.”

90 KILO!

Heb jij Covid-19 gehad?

Vanneste: “Nee, maar ik heb wel afgezien van mijn twee prikken. Ik ben telkens twee dagen ziek geweest, zozeer dat ik kwaad werd op de wetenschap. In de periode erna voelde ik me ook heel raar. Mijn booster heb ik niet meer gehaald.”

Joris, jij was je reukzin kwijt door het virus.

Casier: “Mijn reuk- én smaakzin zijn een halfjaar volledig weg geweest. En sindsdien zijn ze vervormd. Ik heb daar al veel geld aan uitgegeven – scanners, onderzoeken, allergiepillen, diëten – maar niets helpt. Misschien moet ik nog een keer corona krijgen om alles te resetten (lacht).”

Brent, jij zou dan weer je meniscus gescheurd hebben bij het postcoronaknuffelen. Daar mag een woordje uitleg bij.

Casier: “Het was onze eerste afspraak na de eerste zware lockdown, bij het begin van de bubbelperiode. Brent wilde me een knuffel geven…”

Vanneste: “En ik twijfelde: mag dit al? Zou ik knuffelen, zou ik niet… Ik trek terug – en scheur mijn meniscus. Zo dwaas, hè. Heel mijn leven van alles uitgestoken zonder fysieke gevolgen, en dan zoiets.”

Casier: “Je had te lang stilgezeten, zeker?”

Wat was, om af te ronden, de hallucinantste show die jullie al hebben gespeeld?

Casier: “Die show onlangs in Polen, voor honderdduizend man. Daar zullen we het nog láng over hebben.”

Vanneste: “Een maand geleden was dat, op mijn verjaardag. Die show heeft me de grootste adrenalinestoot gegeven die ik ooit heb gevoeld. En anderhalf uur later stonden we in de rij om te bungeejumpen op het terrein (lacht).”

Casier: “Daar sta je dan, 75 meter hoog boven het volk. En die vent in je rug die driehonderd keer per dag hetzelfde moet zeggen: (met Oostblok-accent) ‘You can jump now, I’ve got twenty years of experience. Nothing can go wrong.’ En dan kijk je naar die velcro rond je benen en denk je: really?!”

Vanneste: “Ik flipte compleet. Anderhalf uur in de rij staan met honderd zatte Polen, 30 euro betaald… Ik ben met mijn ogen dicht gesprongen, al heb ik daar nu wel spijt van.”

Casier: “Je moet je ook eerst laten wegen, zodat ze weten welke koord ze je moeten geven.”

Vanneste: “Ik was keihard geschrokken: 90 kilo, maat! Ik had al járen niet meer op een weegschaal gestaan.”

Casier: “Cis is met één voet naast de weegschaal gaan staan, omdat hij niet wilde laten zien hoe zwaar hij was. Ik zei: ‘Cis, dit is misschien niet het juiste moment om ijdel te doen.’ (lacht)

“Maar goed, waar het eigenlijk allemaal op neerkomt, is dat je de dingen allemaal niet te serieus moet nemen.”

Als het zo zit: kun jij je naam achterstevoren uitspreken?

Casier (onmiddellijk): “Siroj Reisac! Reisac is de artiestennaam die ik solo gebruik.”

Vanneste: “Tnerb Etsennav. Van EKATS (lacht).”

Casier: “En jij?”

Negruj Srekceb dankt u voor het gesprek.

‘LOVE, DEATH and DECAY’ is pas verschenen bij Eat Sleep. STAKE speelt op 3 december in De Kreun en op 17 december in Trix.

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234