Dinsdag 21/01/2020

Interview

Stand-upcomedian Piet De Praitere: ‘Ik denk niet snel: dit wordt fantastisch’

Beeld Illias Teirlinck

Piet De Praitere doet op zijn 56ste eindelijk waar hij altijd al van droomde: acteren. Dankzij ‘De twaalf’ en ‘Bevergem’ komt hij tegenwoordig elke week bij twee miljoen mensen ongevraagd de huiskamer binnen. ‘Ik ben met mijn gat in de boter gevallen.’

Dat hij het moeilijk heeft om zich te concentreren, waarschuwt De Praitere. Een understatement blijkt al snel. Tijdens ons gesprek heeft hij het moeilijk om stil te zitten. Hij schuift heen en weer op zijn stoel, morst gesticulerend een glas water over zijn iPad en springt wanneer het over een interessant boek gaat meteen recht om het boek in kwestie uit zijn boekencollectie op te graven.

Niet alleen De Praitere zelf, ook zijn gedachten stuiteren bij momenten heen en weer als een dolgedraaide gummibal. Van zijn doorbraak als acteur gaat het naar zijn nieuwe theatershow en vandaar naar de angst om ouder te worden en naar de klimaatkwestie om dan via een omweg langs de politieke impasse uit te komen bij de dood en hoe daar mee om te gaan.

Tussen die bedrijven door gaat het ook over acteren. De Praitere is momenteel te zien in de Eén-reeks De twaalf, daar kruipt hij in de huid van jurylid Noel, een rockfotograaf met financiële problemen. Op dezelfde zender lopen ondertussen ook herhalingen van Bevergem. De reeks waarin De Praitere schittert als Claude Delvoye, de sjoemelende OCMW-voorzitter van het fictieve West-Vlaamse dorp.

“Ik vind het vreemd wanneer mensen het nu plots over mijn doorbraak als acteur hebben. Maar ik begrijp het wel. Mensen hebben me vijfentwintig jaar als stand-upcomedian op het podium zien staan. En nu ontdekken ze plots dat ik blijkbaar ook kan acteren. Terwijl dat altijd al mijn eerste liefde is geweest.”

Alleen was het niet zo vanzelfsprekend om die liefde ook te consumeren. “Ik groeide op in een gezin met acht kinderen en in een tijd waarin het nog niet zo vanzelfsprekend was dat één van die acht plots toneel ging studeren. We moesten zo snel mogelijk opbrengen. School was van secundair belang. Ik heb een mooie jeugd gehad en heel toffe ouders. Maar we werden niet gestimuleerd om te gaan studeren of de dingen na te jagen die we echt wilden doen.”

En dus volgde je eerst braafjes een opleiding tot meubelmaker.

“Nu vind ik dat een mooi beroep. Maar destijds voelde ik me vooral gefrustreerd omdat ik die richting moest volgen. Ik had zelfs dat niet mogen kiezen.” 

Eens afgestudeerd belandt De Praitere tijdens zijn burgerdienst in het sociaal-cultureel werk. Hij verhuist naar Leuven en haalde daar uiteindelijk toch een diploma hoger onderwijs als sociaal-cultureel vormingswerker. “Een heel vervelende opleiding, waar ik uiteindelijk ook niks aan heb gehad. Alles wat ik daar leerde ben ik zo snel mogelijk weer vergeten. Ik heb dat diploma eigenlijk enkel en alleen gehaald om aan mijn ouders te bewijzen dat ik geen houtbewerker was.”

Had je de droom om acteur te worden ondertussen opgeborgen?

“Neen, integendeel zelfs. Ik heb in die periode Greta Van Langendonck leren kennen. Een big star in de jaren zeventig, tachtig die de droom koesterde om een theateropleiding te starten voor mensen zoals ik, die buiten het reguliere circuit vielen. Dat heeft me uiteindelijk ook een diploma opgeleverd, ook al was het er dan één dat Greta zelf had gemaakt. (lacht)

“Ik heb heel veel aan die opleiding gehad. Ook als comedian. Want je materiaal mag inhoudelijk nog zo goed zijn, je moet het ook nog kunnen brengen anders loopt het fout. Bij Greta heb ik geleerd hoe ik op een podium moet staan. Hoe ik gebruik moet maken van die ruimte.”

Maar tot een doorbraak als acteur is het toen niet gekomen?

“Neen, Greta had op dat moment al min of meer afscheid genomen van het theater. Het waren de beginjaren van VTM en ze kreeg daar veel kansen. Ze heeft wel even geprobeerd me daarin mee te sleuren maar dat was niet makkelijk. Als pas gestarte commerciële zender wil je je eerste fictiereeksen niet volstoppen met enigszins wereldvreemde en totaal onbekende acteurs.”

De Praitere trok in Leuven ook vaak op met Bart Vanneste – beter bekend als zijn alter ego Freddy De Vadder – en Gunter Lamoot. Het trio schrijft zich in voor een comedywedstrijd op Studio Brussel, wint die ook en wordt door Kamagurka onder de vleugels genomen. De Praitere komt met het typetje ‘Etienne met het open verhemelte’ op de proppen en mag mee met Kamagurka op tournee. “Ik had nog nooit op een podium gestaan en moest in Rotterdam plots voor tweeduizend man spelen. De bal ging aan het rollen en tijd voor acteren en theater was er van dan af eigenlijk niet meer.”

Heb je daar spijt van?

“Neen, spijt is niet interessant. Als je van spijt vertrekt blijf je altijd gefrustreerd achter. Waarom zou ik ook spijt hebben? Ik heb als stand-upcomedian fantastische dingen beleefd. Ik ben met mijn gat in de boter gevallen. Al had ik het comedian zijn misschien wel wat vaker met acteren kunnen combineren.”

Waarom is dat niet gelukt?

“Het is een moeilijk circuit. Er zijn zo veel goede acteurs en actrices en maar een beperkt aantal goede rollen.”

Stoot je op vooroordelen wanneer je als comedian auditie komt doen?

“Die zijn er natuurlijk wel. Mensen gaan er vaak vanuit dat je als comedian enkel humoristische rollen kan spelen. Al is dat geleidelijk wel veranderd. Door mensen als Ricky Gervais bijvoorbeeld die het tegendeel bewijzen.

Niet alleen die vooroordelen zijn een probleem. Er wordt voor de invulling van rollen ook vaak gekeken naar de theaterwereld. Regisseurs en productiehuizen zijn daar continu op zoek naar interessante acteurs. En mij zullen ze daar niet zo snel tegen het lijf lopen.”

Beeld Illias Teirlinck

De Praitere mocht uiteindelijk toch laten zien wat hij als acteur in zijn mars had in Bevergem. Een reeks waarbij hij van bij het prille begin betrokken was. “Een fantastische manier van werken”, zegt De Praitere. Al maakte die betrokkenheid het ook moeilijk om die reeks in zijn juiste context te zien. “Als je middenin zo’n project zit is het moeilijk om er afstand van te nemen.”

De Praitere herinnert zich vooral de allereerste Bevergem-visie voor een select gezelschap van rechtstreeks betrokkenen. “Na afloop had ik zin om onder een lakentje te kruipen en me te verbergen voor de wereld. Al had dat ook te maken met de omstandigheden. Het geluid was niet goed, er zat te veel zonlicht in het scherm er waren geen ondertitels. Ik ben daar buiten gestapt en heb meteen tegen een paar aanwezigen gezegd: ‘Jongens, dit komt niet goed.’ Waarna die natuurlijk goesting hadden om op mijn gezicht te slaan. (lacht)

“Ik zit nu éénmaal zo in elkaar. Tot iets er echt staat, ben ik altijd heel argwanend. Ik denk niet snel: ‘Dit gaat fantastisch zijn.’ Ik geloof wat dat betreft nogal in de positieve kracht van het negatief denken. Al had ik er in het geval van Bevergem voor mijn doen behoorlijk wat vertrouwen in. Omdat het een project was dat van onderuit is gegroeid. Met inspraak van iedereen die er bij betrokken was.”

Is dat ook het geheim achter De twaalfRegisseur Wouter Bouvijn vertelde een paar weken geleden in deze krant dat ook in die reeks de acteurs een behoorlijke vinger in de pap hadden bij het invullen van hun rol.

“Wanneer we bepaalde dingen niet realistisch vonden of dialogen niet gezegd kregen, werd daar met de scenaristen over gepraat. Iedereen kon zijn of haar rol op die manier bijschaven. Die democratische inbreng is wat mij betreft heel typisch voor de Vlaamse reeksen die nu hoge ogen gooien.”

Hoe liep je voorbereiding op de rol van jurylid in De twaalf?

“Chaotisch. (lacht) Ik moest auditie komen doen een week voor ik in première ging met mijn vorige zaalshow. Ik ben daar heel gestresseerd aangekomen. Ik had de tekst die ik moest brengen zelfs niet kunnen bekijken. Maar misschien heb ik net daardoor een bepaalde indruk gemaakt waarvan de makers dachten: ‘Daar kunnen we wel iets mee’.

“Ik heb in aanloop naar de draaiperiode wel vaak over het personage van Noel gedacht. Hij heeft de top bereikt als rockfotograaf, mocht foto’s maken van U2 en David Bowie en zit nu daar allerlei omstandigheden financieel aan de grond. In zo’n jury gaan zitten moet voor iemand als Noel de hel zijn.”

Waarom?

“Omdat je tijdens zo’n proces heel veel tijd krijgt om over jezelf na te denken. Het lijkt me heel frustrerend om terwijl je zelf tot over je oren in de shit zit in zo’n jurybak te moeten gaan zitten om over het leven van een ander te oordelen.”

Ben je, bij wijze van voorbereiding, een kijkje gaan nemen in zo’n rechtszaal?

“Toevallig liep er tijdens de draaiperiode in één van de andere zalen een correctioneel moordproces. Een man had zijn vrouw onthoofd om haar te verlossen van de duivel die volgens hem in haar lichaam zat. Een gruwelijk verhaal. Hij had haar hoofd ook nog een tijd bijgehouden. Thuis, op zijn keukenaanrecht om nog af en toe eens met zijn vrouw te kunnen praten.

“Ik vond dat heel confronterend. Je krijgt in die rechtszaal een heel pijnlijk verhaal te horen. Je ziet die familie van het slachtoffer op die eerste banken zitten. En tegelijk lopen daar constant mensen binnen en buiten. Zelfs de grootste idioot kan daar op een stoel komen zitten in de hoop wat smeuïge details te sprokkelen. Ik vond dat heel denigrerend voor alle betrokkenen.”

Heeft De twaalf je aan het denken gezet over het principe van zo’n assisenproces?

“Ik vind dat een heel moeilijke discussie. Is het interessant dat je het definitieve oordeel in zo’n zaak overlaat aan twaalf burgers of voer je dat idee beter af? Als die burgers goed geloot zijn en er is een gezonde mix van karakters en intelligentie dan is het een interessant systeem. Maar als je een jury hebt die het geen fluit interesseert dan wordt het plots een ander verhaal. Het kan ook zijn dat zo’n onervaren jury het gewoon niet snapt. Of zich laat beïnvloeden door de redevoeringen van de advocaten. Dan is dat een ramp voor wie in de beklaagdenbank zit.”

Maar is een professionele jury zoveel beter? 

“Ook dat weet ik niet. Laat het ons er op houden dat het nooit interessant is om in die beklaagdenbank te zitten. (lacht) Of het nu advocaten of burgers zijn die over je lot beslissen.”

Beeld Illias Teirlinck

De Praitere mag dan nu vooral in de kijker staan als acteur, hij blijft ook als comedian op het podium klimmen. Meer nog, de komende maanden toert hij Vlaanderen rond met ‘Ik ben Piet en ik heet Pierre’, een gloednieuwe voorstelling over ouder worden, sterven en hoe we daarmee om gaan.

Worstel je met dat ouder worden?

“Het houdt me wel bezig. Ik ben fucking 56 jaar. Zo heel veel tijd is er niet meer. Ik zit in de herfst van mijn leven. Ook al word ik negentig jaar, de beste helft van mijn leven is voorbij. De wetenschap heeft er dan misschien wel voor gezorgd dat we ouder worden, maar is de kwaliteit van ons leven daardoor verbeterd? Is het zo interessant om oud te worden? We zijn daar eigenlijk niet op voorzien.

“Hoe meer ik over het thema lees hoe duidelijker het wordt dat ik eigenlijk al in de blessuretijd zit. In een normale, natuurlijke omgeving, was ik al lang gestorven.

“Alleen worden we daar liever niet mee geconfronteerd. Onze samenleving kan gewoon niet omgaan met sterven en doodgaan. Ook daarom vond ik het heel mooi dat mijn moeder, die er jammergenoeg niet meer is, ons vaak meenam om afscheid te nemen wanneer er iemand stierf.

“Ik heb een zus verloren toen ik acht jaar was. Mijn grootouders zijn gestorven, toen ik nog een kind was. En telkens nam mijn moeder me mee. Om te kijken naar dat levenloze lichaam. Om er aan te voelen ook. Dan besef je echt: die mens is er niet meer. Ik vind dat een goede manier om afscheid te nemen van iemand.”

Heeft de dood van je zus je getekend?

“Ja, al ben ik dat pas heel laat gaan beseffen. Haar dood was een donkere wolk boven ons gezin. Een wolk die nooit meer weg trekt. Natuurlijk breekt de zon daar wel af en toe door maar toch heeft haar dood mijn leven bepaald. Ik ben bijvoorbeeld een enorme hypochonder. Bij het minste pijntje ga ik ervan uit dat ik maximaal nog drie maanden te leven heb. Pas recent heeft iemand me uitgelegd dat dat eigenlijk perfect normaal is. Mijn zus is jaren ziek geweest voor ze uiteindelijk is gestorven. Ik ben opgegroeid met dat ziektebeeld. Natuurlijk heeft dat invloed. Ik heb lang geprobeerd dat te verdringen, maar vroeg of laat word je daar toch mee geconfronteerd.

“Ik ben tijdens het schrijven van mijn nieuwe voorstelling ook gaan nadenken over het geloof. Ik geloof niet in God, maar soms mis ik hem wel. Het lijkt me wel fijn om gelovig te zijn.”

Waarom?

“Omdat het iets is waar je altijd naar terug kan grijpen. We leven in moeilijke tijden. Misschien loopt het hier straks gruwelijk mis en verlies je plots je huis. Of misschien wel je vrouw of een kind. In zo’n situatie is het makkelijk om houvast te zoeken bij het spirituele. Voor je het weet zitten de kerken weer vol.”

Zie je jezelf in zo’n situatie ook opnieuw op de kerkbanken zitten?

“Neen, maar ik vind het wel interessant om over na te denken. (zwijgt even) Weet je, eigenlijk zijn wij als mensen heel pretentieus. We denken alles te weten, alles te kunnen verklaren en alles op te kunnen lossen. Maar dat is niet zo. Kijk naar wat er nu met het klimaat gebeurt. Er is een gigantisch probleem en het eerste wat je dan hoort is: ‘We lossen dat wel op. De wetenschap zal wel met iets komen.’ We maken deel uit van de natuur maar stellen ons daar telkens weer mijlenver boven. Dat is walgelijk.”

Maak je je zorgen over het klimaat?

“Absoluut. Grote zorgen. Ik ben er vast van overtuigd dat het helemaal fout aan het lopen is.”

Ben je al op straat gekomen?

“Neen. Heel flauw van mij. Want ik heb zeker al de tijd gehad om mee te stappen in zo’n klimaatmars.”

Wat houdt je tegen?

“Goede vraag. De inspanning die het vraagt om de trein naar Brussel te nemen misschien? Of het idee dat het toch niet zoveel uit zal maken. Kijk naar wat er nu gebeurt rond de besparingen in de cultuursector. Alle respect voor het protest, want het is inderdaad heel ernstig wat er aan het gebeuren is. Maar we hebben een breder gedragen beweging nodig. Ik denk dat veel mensen niet beseffen wat er momenteel aan het gebeuren is. De mensen die het beleid voeren zijn niet geïnteresseerd in gewone mensen. Het middenveld valt weg. We verliezen steeds meer terrein. Onze democratische instellingen dreigen verloren te gaan. Het wordt stilaan gevaarlijk.

(op dreef) “We hebben nood aan een nieuw politiek systeem. Waarbij beleid niet langer gevoerd wordt door politici maar door burgers die hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Zoals we vroeger onze legerdienst moesten vervullen. Vier jaar verplicht het parlement in. Ik weet niet of dat een goed idee is, maar er moet wel degelijk iets nieuws komen. We zitten op een dood spoor.”

Dat klinkt als een politieke eindjaarsconference in wording.

“Dat is niets voor mij. Mijn humor moet tijdloos zijn en ergens ook vrijblijvend. Maar in een andere vorm, een theaterproductie bijvoorbeeld, zou zo’n boodschap wel kunnen.”

Beeld Illias Teirlinck

De Praitere springt plots recht, loopt naar een stapeltje boeken dat in een wankele toren tegen de muur gestapeld is en keert terug met het boek De opstand van de massamens

“Kijk, dit is een boek waar je – wanneer je het nu leest – heel veel schrik van krijgt. Het is geschreven net voor WO II en voorspelt de storm die toen op komst was. Maar het is ook perfect toepasbaar op de huidige tijden. Het helpt je zien wat er nu aan het gebeuren is. Ik wou absoluut iets met dat boek doen. Ik ben er ook met verschillende acteurs over gaan praten. (toont de notities die hij in het boek maakte) Maar wat doe je op het podium met zo’n boek? Ik vind quasi elke passage razend interessant. Misschien moet ik het gewoon gaan voorlezen voor de mensen? Of me er gewoon bij neerleggen dat ik een interessant boek heb gelezen. (lacht)

“Het probleem is dat ik nog zoveel dingen wil. Acteren, boeken schrijven, theatervoorstellingen maken, een televisiereeks bedenken, schilderen ook en muzikant worden. En dat allemaal in blessuretijd.”

Waarom die dadendrang? Omdat je iets wil nalaten?

“Neen. Absoluut niet. Waarom zou je dat willen? Mijn boek ligt tegenwoordig in verschillende bibliotheken, telt dat? Mensen die kinderen op de wereld zetten om te voorkomen dat ze alleen en eenzaam oud zouden worden. Ik vind dat egoïstisch. Ik heb niet persé de drang om me voor te planten. Ik vind het vreemd dat daar vragen over gesteld worden. Het is gewoon zo gelopen. Er zijn geen kinderen. Het heeft geen zin daar lang bij stil te staan. Wat ik eerder al zei: spijt is niet interessant.

“Maar op op je vraag terug te komen, ik hoef niets na te laten. Ik wil gewoon een tof leven leiden. Een leven waarin ik creatief kan bezig zijn. Als muzikant bijvoorbeeld. Ik ben daar vroeger veel mee bezig geweest en ik speel nog steeds elke dag gitaar.”

Treed je soms op?

“Neen, ik doe dat alleen voor mezelf. Ik wil er niemand mee lastig vallen. Maar soms sta ik tijdens concerten wel te denken: ‘Fuck man, ik ben een veel betere gitarist dan die gast.’ Misschien moet ik niet meer beter worden, maar moet ik de dingen die ik doe gewoon wat minder afgelikt durven brengen.

Kamagurka is daar een meester in. Ik heb op dat vlak veel aan hem gehad. Hij heeft me geleerd om niet op zoek te gaan naar humor. Je moet nooit grappig proberen te zijn. De dag dat je dat probeert ben je niet meer interessant.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234