Zondag 19/09/2021

InterviewSmaakmaker

St. Vincent: ‘Ik was allergisch voor Frank Zappa’s moppen’

St. Vincent. Beeld Zackery Michael
St. Vincent.Beeld Zackery Michael

In onze nieuwe reeks ‘SMAAKMAKER’ deelt een avontuurlijke wereldburger zijn of haar favorieten. Deze week: St. Vincent (Annie Clark), die op dit moment vooral van de jaren zeventig houdt. Komt door haar nieuwe album, dat op zijn beurt weer alles te maken heeft met haar vader. ‘De albums die hij vroeger draaide, zijn voor mij heel belangrijk gebleken.’

Als St. Vincent bracht de Amerikaanse Annie Clark onlangs haar zesde soloalbum uit. Met haar Daddy’s Home consolideert ze haar status als een van de interessantste, origineelste popartiesten van dit moment. Haar muziek heeft vanaf haar debuut Marry Me (2007) altijd ergens tussen rock en avant-garde gezweefd. Haar ongrijpbare, grote stembereik en even inventieve als pregnante gitaarsound zijn nog altijd haar belangrijkste muzikale wapens. Maar op Daddy’s Home zijn de songstructuren minder weerbarstig dan op eerder werk.

BIO * 1982 geboren als ­Annie Erin Clark in Tulsa, Oklahoma, op 28 september / 1990 verhuist na de scheiding van haar ­ouders met haar moeder naar Dallas, Texas / 2000 gaat als roadie mee met haar oom en tante, het succesvolle duo Tuck & Patti / 2001 studeert drie jaar aan Berklee College of Music in Boston / 2003 sluit zich aan bij het rockzangkoor The Polyphonic Spree / 2006 speelt gitaar in de tourband van Sufjan Stevens / 2007 brengt als St. Vincent (genoemd naar een liedje van Nick Cave) met Marry Me haar eerste album uit / 2012 maakt met David Byrne het album Love This Giant en gaat met hem op wereldtour. / 2014 vierde soloalbum St. Vincent / 2015 Grammy voor beste alternatieve ­muziekalbum / 2021 zesde album Daddy’s Home verschijnt

“Ik wilde wat minder perfectionistisch zijn, minder bouwen aan liedjes en meer intuïtief te werk gaan”, zegt Clark beeldbellend vanuit een zonnig Los Angeles, waar het 10 uur is en ze net haar koffie op heeft. “Ik zal proberen wat andere dingen te noemen dan in The New York Times”, zegt ze lachend als de vorm van het interview ter sprake komt. “Daar vroegen ze ook naar mijn favorieten. Veel van mijn favoriete culturele werken en hoogtepunten wisselen per dag. Er is gewoon zoveel waar ik van hou. Maar nu zit ik toch al tijden in een soort jarenzeventigkick, waar ik maar niet uitkom.”

Dat heeft alles te maken met de thematiek van haar nieuwe plaat. “Ik had het New York uit de jaren 1971-1976 voor me, toen ik de liedjes schreef. In die periode werd de meest fantastische muziek gemaakt. Platen van Steely Dan, Joni Mitchell en Sly & The Family Stone, waar we nog altijd stomverbaasd over de tijdloosheid van de sound en de songs naar luisteren.”

Die soundtrack hoorde Clark in haar hoofd terwijl ze visioenen had van een stad in verval. “Een failliete stad, met veel armoede, en inwoners die aan hun lot werden overgelaten of de zelfkant opzochten.” De geweldige muziek tegenover de grauwe werkelijkheid van New York waarin niks glamoureus te ontdekken was, dat vond Clark een interessante tegenstelling.

St. Vincent op het Pemberton Music and Arts Festival in 2014. Beeld Getty Images
St. Vincent op het Pemberton Music and Arts Festival in 2014.Beeld Getty Images

“Die jarenzeventig-tic heeft ook alles met mijn vader te maken. Hij zat bijna tien jaar in de gevangenis en kwam in 2019 vrij (Richard Clark werd in 2010 tot twaalf jaar celstraf veroordeeld voor diverse fraudezaken, red.). Ik heb al die jaren veel teruggedacht aan de muziek die hij thuis draaide. Allemaal jarenzeventigalbums die voor mij heel belangrijk zijn gebleken. De singer-songwriterspop van Joni Mitchell, maar ook de funk van Stevie Wonder en de jazzy akkoordenpatronen van Steely Dan, die heb ik altijd meegedragen en ik denk ook verwerkt in eigen composities.”

Maar ze mocht daar wel wat directer naar terugverwijzen op haar nieuwe plaat, vond Clark. “Een iets warmer geluid, en iets losser ook. Een beetje richting het soort muziek dat ik met mijn vader associeer.”

Al gaan de liedjes niet per se over haar vader, het album heet niet voor niets Daddy’s Home, zegt Clark. “Het huis waar ik die mooie muziek hoorde, daar begon het.”

Liv Lisa Fries (r) en Caro Cult in 'Babylon Berlin'. Beeld Frédéric Batier/X Filme Creative
Liv Lisa Fries (r) en Caro Cult in 'Babylon Berlin'.Beeld Frédéric Batier/X Filme Creative

SERIE: ‘Babylon Berlin’ (Videoland)

“Ik ben een echte bingewatcher. Lekker zes afleveringen achter elkaar kijken en dan weer een tijdlang niks. Mijn recente favoriet is Babylon Berlin. Ik ben een sucker voor DDR-geschiedenis, al gaat deze serie over het Duitsland van de Weimarrepubliek.

“Het begint in 1929, de karakters zijn geweldig en de hoofdrolspelers heel goed gecast. Daar blijf je echt naar kijken. Wat ik zo goed vind is dat er allerlei politieke stromingen waren met idealen en doelen die elkaar eigenlijk overlapten. Fascisten, communisten, republikeinen en socialisten gingen elkaar te lijf of wantrouwden elkaar tot op het bot. Maar eigenlijk wilden ze allemaal gewoon een iets beter leven.

“Heel knap ook hoe voortekenen van de latere nazigruwelen subtiel ruimte krijgen. Je ziet in 1929 al signalen van antisemitisme en denkt met rillingen aan wat er allemaal nog gaat komen. In het echt en wellicht in latere seizoenen van deze serie.”

null Beeld .
Beeld .

ALBUM: Stevie Wonder, ‘Talking Book’ (1972)

“Mijn vader had de hele dag mooie muziek opstaan. Mijn moeder niet, die hield van John Denver. Niets ten nadele van ‘good old John’, maar een liedje als ‘Life Is So Good’ wil je echt niet horen als puber met veel angsten, twijfels en identiteitsproblemen. Het leven is helemaal niet goed, dacht ik toen al, en dat denk ik nog steeds.

“Nee, dan Stevie Wonder. Ik denk dat ik een jaar of 8 was, in 1990 of zo, dat ik voor het eerst gegrepen werd door zijn muziek, ik herinner me ook de hoes van Talking Book nog heel goed. En dan de plaat, die was toen al bijna twintig jaar oud maar klonk me als nieuw in de oren.

Wat Stevie Wonder met die twee synthesizer-wizzkids (Malcolm Cecil en Robert Margouleff, red.) op die plaat voor een geluid neerzette was ongehoord en klinkt nu nog net zo futuristisch als het volgens mij in 1972 was.

“Dat onvoorstelbaar funky ‘Superstition’ is prachtig, maar mijn huidige favoriete track is ‘Maybe Your Baby’. Zo’n regel als ‘Maybe your baby done made some other plans’, die voelt toch echt als een stomp in de maag. Zo hard, zo raak.”

Jimi Hendrix in 1967 op Monterey Pop. Beeld Photo News
Jimi Hendrix in 1967 op Monterey Pop.Beeld Photo News

GITARIST: Jimi Hendrix

“Ik denk dat ik 11 jaar was toen ik me realiseerde dat muziek het belangrijkste in mijn leven was. Ik raakte net als iedereen bevangen door Nirvana-koorts en was steeds meer geobsedeerd geraakt door de gitaar. Zo’n ding moest ik ook. Ik weet nog dat ik mijn eerste lessen kreeg, de gitaar ter hand nam en dacht: dit is het, hier begint het.

“Ik ben toen ook veel gitaristen gaan bestuderen. En dan kom ook ik toch uit bij Jimi Hendrix als grootste van allemaal. Niet eens vanwege zijn solo’s. Ik vind Frank Zappa als solist veel beter te genieten. Maar Hendrix was een zeldzaam goede slaggitarist, dat wordt weleens vergeten. Hij kon zulke goede melodieën schrijven en spelen. Doo-do-doo-te-doo-doo (Annie zingt de melodie van ‘Crosstown Traffic’), dat is prachtig en me ook dierbaarder dan dat eindeloze gesoleer. Waarom ik Hendrix toch liever noem dan Zappa, is omdat ik allergisch werd voor de flauwe, vaak seksistische grappen tijdens diens concerten.”

Tacos al pastor. Beeld Getty Images
Tacos al pastor.Beeld Getty Images

ETEN: Mexicaans

“Ja, ook Italiaans eten is heerlijk, maar ik kies toch voor de Mexicaanse keuken. Ik ben opgegroeid in Texas en volgens mij kun je nergens in Amerika zo goed Mexicaans eten als daar. Het is een eeuwenoude keuken met een enorme rijkdom aan smaken. Dat halen wij in de Verenigde Staten nooit meer in.

“Vooral hun gewone straatvoedsel vind ik heerlijk. Tacos al pastor zijn mijn favoriet. Gemarineerd varkensvlees met ananas, kort gezegd. Maar het heeft een hele lange bereidingstijd. Het vlees komt van een groot spit, zoals kebab, en is lang gegaard, met een korstje. Dat mengen met verse ananas is zo lekker dat het water me nu al in de mond loopt.”

Scène uit 'Il conformista' van Bernardo Bertolucci. Beeld Photo12
Scène uit 'Il conformista' van Bernardo Bertolucci.Beeld Photo12

LAND: Italië

‘Ik ben al jaren verliefd op dit land, sinds mijn eerste bezoek als scholier toen mijn zus er studeerde, eind de jaren negentig. Ik hou van de films, ook weer vooral uit de jaren zeventig. Het werk van Federico Fellini is onaantastbaar en de beeldesthetiek van Bernardo Bertolucci’s Il Conformista (1970) is onovertroffen.

“De films, het eten en de rijke kunsthistorische geschiedenis zijn al genoeg geprezen denk ik, dus daar hoef ik mijn zegje niet over te doen. Laat ik het over de mensen hebben.

“Toen ik net van school kwam vroeg het jazzduo Tuck & Patti, destijds heel populair, me om mee te gaan op tournee door Europa. Niet zo vreemd, het waren mijn oom en tante en ze hadden een soort tourmanager nodig. Ik herinner me vooral Italië. We hadden ergens op Sicilië een pleintje afgezet. Na het optreden moesten mijn oom en tante door het publiek naar hun kleedkamer wandelen. Er was politie aanwezig, maar die keek enkel naar het podium. Alleen na afloop kwamen ze even in actie. Om handtekeningen te vragen.”

null Beeld Museum of Broken Relationships
Beeld Museum of Broken Relationships

MUSEUM: Museum voor Gebroken Relaties, Zagreb

“Wanneer ik op tour ben, ga ik graag even een museum binnen. Beeldende kunst leidt me af van de dagelijkse sleur en biedt troost, of het verontrust of ontregelt.

“Een van mijn favoriete musea is het Museum of Broken Relationships. Ze nemen het begrip relaties daar in Zagreb, Kroatië, heel ruim. Directeur en werknemer, geliefden, of mensen die afscheid van het leven willen nemen. Alles wordt verteld aan de hand van voorwerpen. Soms een beetje kitscherig, als het over kleine zaken gaat, kinderen en hun pop, bijvoorbeeld, maar soms ook keihard en confronterend. Op mij maakte een afscheidsbriefje van een zelfmoordenaar veel indruk. Dat iemand zo precies en emotieloos kon verwoorden waarom hij deed wat hij deed, kwam hard binnen. Zulke musea zeggen meer over ons menselijk tekort dan welke grote kunstcollectie in een groot museum ook.”

‘Bad-ass performer’: Serena Williams. Beeld Photo News
‘Bad-ass performer’: Serena Williams.Beeld Photo News

SPORTER: Serena Williams

“Wat leuk, eindelijk vraagt iemand me eens naar sport. Ik heb vroeger alle sporten gedaan die je kunt bedenken en was ook best goed. Ik voetbalde graag en had van die gemene trucjes die me berucht maakten. Maar tennis vond ik het leukst, ook om naar te kijken.

“Ik volg vooral het vrouwentennis met grote interesse. De nieuwe ster daar lijkt me Naomi Osaka uit Japan. Ze is pas 23 en doet me erg denken aan mijn grote held: Serena Williams. Geweldig hoe ze met haar zus Venus de hele tenniswereld opschudde. Ze wonnen alles en Serena blijft maar winnen. Ze is ook zeer uitgesproken over wat witte mannen die in het tennis de dienst uitmaken moeilijke onderwerpen vinden. Onbevangen, een echte bad-ass performer zoals we dat in de rock-’n-roll zouden noemen.”

De Nigeriaans-Amerikaanse freefighter Kamara Usman. Beeld Zuffa LLC via Getty Images
De Nigeriaans-Amerikaanse freefighter Kamara Usman.Beeld Zuffa LLC via Getty Images

SPORT: Free fighting

“Heerlijk vind ik dat. Voor de buis hangen en de Ultimate Fighting Championships volgen. Mijn held is Kamaru Usman, die een tijdje terug nog een belangrijk kampioenschap won.

“Dat ik extra op hem gesteld ben, heeft alles te maken met mijn vader. Die zat in de gevangenis met de vader van Kamaru en ze kwamen ongeveer op hetzelfde moment vrij. Iedere keer als Usman op tv was om een wedstrijd te vechten, gingen mijn pa en zijn vader samen met andere gevangenen voor de tv zitten om hem hard aan te moedigen.

“Wat ik zo mooi vind is dat ze dat ook deden als ik ’s avonds in een latenightshow op tv te zien was. Dan schreeuwden diezelfde gevangenen mij toe, vertelde mijn vader me. Zo is er toch een band tussen Kamaru Usman en mij, ook al hebben we elkaar nooit ontmoet. Onze vaders hebben ons in de bajes allebei hard aangemoedigd zonder dat we daar erg in hadden. Dat beeld krijg ik niet van mijn netvlies.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234