Donderdag 29/09/2022

AchtergrondJurassic World Dominion

‘Spielberg vond dat een brug te ver. Een raptor met pluimen was niet griezelig genoeg’: wetenschap vs. creatieve vrijheid

De tyrannosaurus rex in ‘Jurassic World Dominion’. Beeld AP
De tyrannosaurus rex in ‘Jurassic World Dominion’.Beeld AP

Een kleine dertig jaar geleden veranderde Jurassic Park het imago van dinosaurussen bij het grote publiek, mét aandacht voor de paleontologische kennis van toen. De Jurassic World-films zijn een andere route ingeslagen, waarin dino’s zelf worden gecreëerd. ‘Een raptor met pluimen was niet griezelig genoeg.’

Ewoud Ceulemans

“Nadat we hem hadden gemaakt, hebben ze hem ontdekt.” In een Time-artikel dat uitkwam ten tijde van de release van Jurassic Park, in 1993, vertelde Stan Winston, die de dinosaurusmodellen voor de film ontwierp, over de raptors. Velociraptors, heten ze in de film, ook al zijn de antagonisten uit Jurassic Park een stuk groter dan de Velociraptor mongoliensis, een snelle carnivoor ter grootte van een uit de kluiten gewassen kalkoen.

In juni 1993, dezelfde maand waarin Jurassic Park voor het eerst in de bioscopen kwam, gaven paleontologen een naam aan een recent ontdekte soort: de Utahraptor ostrommaysi, een verwant van de velociraptor die nog een stukje groter was dan de raptors in de film. “We were cutting edge”, besloot Winston in Time. “We hebben de meest accurate dinosaurussen ooit gecreëerd.”

Negenentwintig jaar voor Jurassic World Dominion uitkwam, de zesde film in de franchise, veroorzaakte de eerste film, Jurassic Park, een revolutie. Op filmtechnisch vlak: de computergegenereerde beelden (CGI) waren een aanzet voor de creaturen en spektakels in de Star Wars-prequels of The Lord of the Rings. Maar de impact van Steven Spielbergs kaskraker was ook elders meetbaar: voor het eerst kreeg het grote publiek op het grootst denkbare scherm levensechte dinosaurussen te zien, waarbij in grote lijnen de paleontologische kennis van die tijd werd gevolgd.

Geen monsters meer

Dinosaurussen hebben een lange traditie in Hollywood. Van de stop-motionmonsters in de stille film The Lost World (1925) en het klassieke King Kong (1933) tot de kindvriendelijke figuren uit cartoons en tekenfilms als The Flintstones (1960-66) en The Land Before Time (1988). Voor Jurassic Park wilde Spielberg iets anders: hij trachtte dinosaurussen niet voor te stellen als monsters maar als dieren en schakelde onder andere paleontoloog Jack Horner in om advies te verlenen.

“Naar verluidt wilde Spielberg de velociraptors eerst als een soort hagedis voorstellen, met een gevorkte tong. Maar adviseurs als Horner hebben dat voorkomen”, weet paleontoloog Koen Stein (VUB), die op het Nerdland-festival filmdinosaurussen bespreekt met komiek en Jurassic Park-fan Xander De Rycke. “Er is ook die keukenscène waarbij een raptor op een ruit ademt en het venster aandampt. Dat kan alleen bij warmbloedige dieren, terwijl dinosaurussen toen nog vaak werden gezien als koudbloedige reptielen. Horner heeft dat doorgedrukt.”

De plot van Jurassic Park – en van Michael Crichtons boek, waarop de film werd gebaseerd – maakte die wetenschappelijke onderbouwing ook expliciet. Een van de protagonisten, Alan Grant (Sam Neill), is immers paleontoloog (en geïnspireerd op, nota bene, Jack Horner). Hij strooit nu en dan met theorieën en conclusies waarmee hij niet alleen de twee kindpersonages uit de film maar ook het publiek wijzer maakt. Dat dinosaurussen meer vogels waren dan reptielen, bijvoorbeeld. Dat sauropoden als brachiosaurus niet in moerassen leefden. Of dat een tyrannosaurus rex een slecht zicht had, en je dus het best bleef stilstaan. “Niet bewegen! Hij kan ons niet zien als we niet bewegen.”

De tyrannosaurus rex in 'Jurassic Park’. “Voor de standaard van die tijd was dat fenomenaal.” Beeld rv
De tyrannosaurus rex in 'Jurassic Park’. “Voor de standaard van die tijd was dat fenomenaal.”Beeld rv

Die laatste theorie is inmiddels ontkracht – studies suggereren dat een tyrannosaurus letterlijk een arendsblik had – maar de anatomie van de tyrannosaurus was wél een visuele revolutie. De grootste antagonist uit Jurassic Park staat voorovergebogen, met de staart horizontaal aan de grond. Voordien werden soorten als tyrannosaurus in paleoart (visuele impressies van het leven in het mesozoïcum) vaak in ‘kangoeroepose’ getoond: het hoofd in de lucht, de staart tussen de achterpoten op de grond.

“Dat was zeker vooruitgang”, vindt Stein, en de Nederlandse paleontoloog Anne Schulp van het Naturalis Museum in Leiden is het daarmee eens. “Op basis van pootafdrukken hebben we de laatste veertig jaar een goed beeld gekregen van hoe dinosaurussen bewogen. Sleepsporen van de staart hebben we nog nooit gevonden. Dankzij Jurassic Park heeft een breed publiek dat gezien en opgepikt. Voor de standaard van die tijd was dat fenomenaal.”

Nieuwe soorten

We spoelen door naar 2015. Met Jurassic World wordt de franchise na het abominabele Jurassic Park III (2001) nieuw leven ingeblazen. Het is het begin van een nieuwe trilogie, die volgende week haar einde kent met Jurassic World Dominion. De technologie uit Jurassic Park, waarbij restanten van dino-DNA met amfibiegenen werden aangelengd om dinosaurussen te klonen (“compleet van de pot gerukt”, aldus Stein), staat een stuk verder. Wetenschappers kunnen nieuwe soorten creëren: de Indominus rex (een kruising tussen een T-rex en een raptor) in Jurassic World, de indoraptor (een kruising tussen een Indominus rex en, begrijpe wie begrijpen kan, een raptor) in Jurassic World: Fallen Kingdom (2018).

Niet alleen de genetische spitstechnologie van de wetenschappers in de Jurassic-franchise is geëvolueerd, ook de paleontologische kennis is er met rasse schreden op vooruitgegaan – en de films kunnen of willen niet altijd volgen. Op Twitter zijn er verschillende paleoartiesten die hun ongenoegen uiten over het dinosaurusdesign in de nieuwe films.

Over de stegosaurus met de hangende staart in Jurassic World, bijvoorbeeld, terwijl die nog boven de grond zweefde bij de stegosaurus in The Lost World: Jurassic Park (1996). Of over de plaatsing van de schouders van de gallimimus, die in Jurassic World minder correct is dan in Jurassic Park. Of over de polsen en handen van velociraptors en tyrannosaurussen: volgens onderzoek wezen die naar binnen, in Jurassic Park en Jurassic World hangen ze naar beneden. “The lack of humility before nature that’s being displayed here, uh, staggers me”, zou Ian Malcolm (Jeff Goldblum) zeggen.

“Het is echt een monsterfranchise geworden”, stelt Stein vast. “Het draait niet meer om dinosaurussen. De mosasaurus uit Jurassic World is belachelijk gigantisch. En de dilophosaurus uit Jurassic Park is dan weer te klein. Een collega zei me ooit: een echte dilophosaurus zou die uit Jurassic Park als ontbijt hebben gegeten.”

Bovendien blijven de personages refereren aan een tijdperk dat 65 miljoen jaar achter ons ligt. “Terwijl het 66 miljoen jaar geleden is”, zegt Stein. “Dat zijn kleine details die voor een leek futiel zijn, maar voor een wetenschapper maakt dat wel een verschil. Het pikt een beetje, als je bedenkt hoeveel tijd er in onderzoek kruipt en als je ziet hoe selectief het doorsijpelt naar films als Jurassic World.

Het lijkt wel alsof de paleontologische representatie erop achteruit is gegaan, terwijl de paleontologische kennis erop vooruit is gegaan. Mede dankzij het succes van Spielbergs kaskraker, overigens. “Jurassic Park speelde een immense en ondergewaardeerde rol in de transformatie van paleontologie die we nu meemaken”, stelde Steve Brusatte, paleontoloog bij Edinburgh University en auteur van de bestseller The Rise and Fall of the Dinosaurs, in The Guardian. “Het was vroeger een nogal droog academisch onderwerp dat het domein was van oude mannen aan de universiteiten van Oxbridge en Harvard. Vandaag wordt het beoefend door een diverse groep van wetenschappers in vele werelddelen, en het is Jurassic Park dat het momentum voor die verandering heeft gecreëerd.”

Dat geldt ook voor Stein. “Ik was tien jaar toen de eerste film uitkwam. Ik was al gebeten door dinosaurussen en paleontologie, maar Jurassic Park heeft dat echt een boost gegeven. Niet alleen bij mij maar bij een hele generatie. Iedereen zal dat effect onderschrijven.”

Op die manier heeft Jurassic Park geleid tot wat de gouden eeuw van paleontologie wordt genoemd. “Een nieuwe generatie heeft in een nooit gezien tempo dinosaurusfossielen blootgelegd”, schrijft Brusatte in The Rise and Fall of the Dinosaurs. “Ergens in de wereld, van de woestijnen van Argentinië tot de bevroren woestenij van Alaska, wordt gemiddeld één nieuwe dinosaurussoort per week ontdekt.” Die toename van ontdekte soorten heeft dus ook tot een toename in kennis over dinosaurussen geleid. En tot de inmiddels breed gedeelde theorie dat heel wat dinosaurussen veren hadden.

Verenkleed

In 1996, drie jaar na de release van Jurassic Park, werden in China fossielen van de sinosauropteryx gevonden, een kleine dinosaurus die ontegensprekelijk over veren beschikte – dat werd duidelijk uit het ontdekte fossiel. Inmiddels zijn zowat alle paleontologen het erover eens dat soorten als velociraptor maar ook tyrannosaurus in meer of mindere mate bedekt waren met veren.

De Jurassic-films wisten niet goed hoe met die ontdekking om te gaan. Dinosaurussen mét veren waren nooit echt te zien in het Jurassic-universum. Enkel in Jurassic Park III, waar enkele raptors met een kleine verenkam lopen, wordt er op veren gehint. Maar dat lijkt in niets op het verenkleed dat velociraptors meer dan waarschijnlijk droegen.

“Dat werd al bediscussieerd bij de eerste film,” vertelt Stein, “maar Spielberg vond dat een brug te ver. Een raptor met pluimen was niet griezelig genoeg. En ik denk dat de animatietechnieken nog niet ver genoeg stonden voor CGI-dino’s met pluimen. Maar in latere films hebben ze het ook niet gedaan. Misschien omwille van continuïteit. Ze zijn blijven vasthouden aan het beeld van de eerste film, ook als het op de pose van de handen aankomt.”

Owen Grady (Chris Pratt) met drie velociraptors (zonder veren) in 'Jurassic World'. Beeld kos
Owen Grady (Chris Pratt) met drie velociraptors (zonder veren) in 'Jurassic World'.Beeld kos

Plotgewijs heeft Alan Grant dat kunnen uitleggen aan het begin van Jurassic Park III, waarbij hij in een lezing benadrukt dat de dieren in Jurassic Park geen echte dinosaurussen zijn maar genetisch gemodificeerde pretparkmonsters. “Niets meer en niets minder.” Zelfs in de eerste film werd een verklaring ingebouwd voor de reptielachtige huid van de dino’s. “Een van de onderliggende redenen waarom de dinosaurussen in Jurassic Park geen veren hebben is omdat hun genetisch materiaal met kikker-DNA werd aangelengd”, weet Schulp. “Maar toen de eerste film uitkwam waren dinosaurussen met veren nog niet echt een thema. Nu werd het toch hoog tijd dat ze veren op die dino’s plakten.”

En zo geschiedde: in de trailer van Jurassic World Dominion is een pyroraptor te zien, een soort waarvan slechts enkele fragmenten zijn teruggevonden, mét een kleurrijk verenkleed. De velociraptors waarmee Owen Grady (Chris Pratt) zo’n goede band heeft, daarentegen, zijn nog steeds dezelfde naakte roofreptielen als in Jurassic World en Jurassic World: Fallen Kingdom.

Toch tilt Schulp niet zwaar aan de creatieve vrijheid die de makers van Jurassic World zich permitteren. “De laatste films hebben het debat over hoe accuraat de dino’s zijn eigenlijk een beetje losgelaten. Ze zijn meer een reflectie op hoe we omgaan met dieren in dierentuinen, safariparken en dolfinaria. Want het publiek van Jurassic World kent die dinosaurussen nu, en dus wordt de vraag: hoe kunnen we ze groter en spectaculairder maken? Je moet de films vanuit dat perspectief bekijken, zonder op zoek te gaan naar paleontologische accuraatheid.”

Schulp heeft zelfs een zwak voor de veel te grote mosasaurus uit Jurassic World. “Die is verschrikkelijk over the top. En hij is kennelijk naar de orthodontist geweest want hij heeft een volledig gebit, terwijl ze voortdurend tanden wisselden. Dat zijn leuke, kleine details waar je als paleontoloog op let.”

Bovendien spelen de Jurassic Park- en Jurassic World-films, ondanks hun vaak bedenkelijke paleontologie, een belangrijke rol bij de brede publiekskennis over dinosaurussen. De dinopopulariteit die Jurassic Park veroorzaakte, zette de BBC ertoe aan om in 1999 de zesdelige documentairereeks Walking With Dinosaurs te produceren. Met cijfers die tot 15 miljoen kijkers klommen is dat het best bekeken wetenschapsprogramma ooit in Groot-Brittannië.

Ondertussen heeft Apple TV+ een documentairereeks gelanceerd. Prehistoric Planet werd gecoproduceerd door de BBC en niemand minder dan David Attenborough vertelt over zwemmende tyrannosaurussen en over gevederde velociraptors die op pterosauriërs jagen. “De voorfilmpjes zien er ongelooflijk uit”, zegt Stein. “Ik ken een aantal mensen die eraan hebben meegewerkt, mensen die hun wetenschappelijke integriteit heel belangrijk vinden.” De paleontologische gaten die Jurassic World slaat, kan Attenborough opvullen, dat is ook Schulp niet ontgaan. “Prehistoric Planet, daar word ik echt vrolijk van.”

Jurassic World Dominion, vanaf woensdag in de bioscoop
Prehistoric Planet, nu op Apple TV+

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234