Zaterdag 16/01/2021

InterviewSonja Barend

Sonja Barend: ‘Geluk komt niet vanzelf. Je moet er hard voor werken’

Sonja Barend: ‘Ik moest er hard voor werken, maar dat geldt voor alles in het leven’.Beeld Jacqueline de Haas / Hollandse Hoogte

Omdat ze door corona toch niet veel anders te doen had, schreef het Nederlandse tv-icoon Sonja Barend (80) een pittig boekje over de tijd waarin we leven. ‘Maatschappelijke problemen komen telkens terug. Waarom lossen ze het niet op?’

“Kom binnen en ga lekker bij het vuur zitten.” Voor de haard staan twee comfortabele stoelen. Sonja Barend pakt met haar ranke vingers een groot houtblok en legt het routineus op de vlammen. “Thee? En die bonbons zijn echt geweldig.” Ze schenkt thee in de twee porseleinen kopjes die al klaarstaan.   

Aan een Amsterdamse gracht in haar huis met open haard schreef Barend haar nieuwe boek De appel in het paradijs. Voor het raam staat een groot, leeg bureau met daarop haar dichtgeklapte laptop. De achterkant van de ruime kamer kijkt uit op een mini-tuintje met een vers aangeplant boompje. In de verte klinkt het geluid van spelende kinderen. In haar boek beschrijft Barend hoe ze jarenlang ruzie maakte met de gemeente over de Canadese populieren die achter haar huis stonden. Die bomen verloren elk jaar takken ‘die met enig geluk terechtkwamen op de geparkeerde auto’s’. “Flinke deuken om blij mee te zijn, want van een kind in de drukbezochte speeltuin zou niet veel zijn overgebleven.” De Canadese populieren staan inmiddels in heel Amsterdam op de kaplijst.

Het was niet Barends eigen idee om een boek te schrijven, ze werd ervoor gevraagd door uitgeverij De Bezige Bij. “Ze wilden dat ik een boekje zou maken zoals ik vroeger mijn programma maakte.” Met haar ideeën en overpeinzingen over actuele onderwerpen. Maar toen brak de pandemie uit en kon ze de deur niet meer uit. Helemaal niet erg, zegt ze. “Eindelijk had ik tijd om uit het raam te kijken en na te denken.”

Inmiddels is ze tachtig, maar Barend is nog altijd het scherpste mesje in de keukenlade. “Vroeger dacht ik altijd dat ik wel oud wilde worden, maar het niet wilde zijn. Maar als iets me is meegevallen, dan is het dat wel. Zolang je maar gezond bent en je hersens nog enigszins op een rij staan.”

Elke ochtend leest Barend uitgebreid de krant. “Maar gelukkig niet meer met de blik van vroeger, waarbij ik altijd op zoek was naar onderwerpen. Ik vond televisiemaken heerlijk, maar dat mis ik totaal niet. Ik wil niets meer met dwang. Ik heb ook wel columns geschreven en dan heb je per week één fijne dag, namelijk de dag dat je de column inlevert. En de volgende dag begint de ellende alweer. Zoeken naar onderwerpen en invalshoeken. Ik heb me voorgenomen dat nooit meer te doen. En dat is precies wat er fijn is aan ouder worden en oud zijn: dat je die pijn in je buik niet meer hebt.”

Historische context

Met De appel in het paradijs was het anders. Ze mocht er zo lang over doen als ze wilde en rolde van de ene gedachte en verbazing in de andere. Zo ontstond het boekje vanzelf. Ze schrijft over het alledaagse, de politiek, de media en haar eigen leven. Over ouder worden en hoe de wereld is veranderd en toch zo hetzelfde is gebleven. Ze plaatst de wereld waarin we leven in historische context op basis van persoonlijke ervaringen en gedachtes.

Ze begon met uit het raam kijken en ze zag de vogels in de boom en een pizzakoerier om kwart over acht ’s morgens. Dat deed haar denken aan schrijver Arnon Grunberg die zei: ‘Kijk uit het raam en je ziet geschiedenis’. “Volgens Grunberg bouwen ze in New York appartementen zonder keuken. Ja, dan kun je wel een pizza gebruiken als ontbijt. Ik vind dat zo’n mooi beeld van het punt waarop we staan in onze geschiedenis.”  

‘Het zou een doodzonde zijn om te klagen’, schrijft Barend in haar boek. “Ja, dat vind ik echt”, zegt ze. “Als ik hier met een krantje bij de open haard zit, besef ik hoe bevoorrecht ik ben. Denk aan die mensen die met jonge kinderen in een klein flatje proberen de eindjes aan elkaar te knopen. Zeker nu ze thuiswerken en ook hun kinderen nog moeten lesgeven. Geluk komt niet vanzelf, je moet het wel een handje helpen. Dat doe je door er hard voor te werken, je kunt niet slabakken. Natuurlijk gaat niet alles wat je overkomt vanzelf goed. En dan kun je of de moed opgeven, of doorknokken tot je het wel voor elkaar hebt. Ik heb me kapot gevochten om gelukkig te worden. Die baan bij de televisie is me misschien komen aanwaaien, maar ik ben wel heel lang en saai bezig geweest om in de avonduren mijn opleidingen in te halen.”

Saai kantoor

Als vijftienjarige kwam Barend al terecht op een grijs kantoor bij een bank. Ze zat de hele dag achter een telmachine. “Ik dacht: oh, dus dit is het leven van een volwassene. En toen: hoe kom ik hier zo snel mogelijk uit? Ik wilde iets doen waarbij ik mijn hersens kon gebruiken. Er moest iets zijn dat leuker was dan dat saaie kantoor. Daar moest ik hard voor werken, maar dat geldt voor alles in het leven. Ook in je privésituatie, of je nou een gezin hebt of alleen leeft. Zelfs een goed huwelijk gaat niet alleen maar van een leien dakje”, grinnikt ze. Barend spreekt uit ervaring, ze is inmiddels veertig jaar gelukkig getrouwd met haar man Abel. 

Hoewel Barend opgelucht is dat ze geen programma meer hoeft te maken, vindt ze het wel jammer dat ze zich nergens meer mee kan bemoeien. “Natuurlijk heb ik nog wel de behoefte om iets te vinden en gedachten uit te wisselen. Ik verbaas me erover dat sommige onderwerpen blijven terugkomen, dat het mensen met meer ervaring nog steeds niet lukt om langlopende problemen op te lossen. Denk bijvoorbeeld aan de vluchtelingenproblematiek. Daar hadden we het twintig jaar geleden al over in mijn programma. Dat zou je toch binnen een paar jaar moeten kunnen oplossen? Maar dat gebeurt niet. Hoe kan dat?

“Soms vraag ik me af of mijn werk wel zoden aan de dijk heeft gezet. Gelukkig ben ik tot de conclusie gekomen dat dat wel het geval is. Onderwerpen zoals prostitutie en aids bijvoorbeeld waren voorheen niet bespreekbaar. In mijn programma kon dat wel. Ik probeerde altijd het vertrouwen van mijn gasten te winnen door dichtbij te gaan zitten, ze aan te kijken en goed te luisteren. Een goed interview is vooral een prettig gesprek en alleen dan is er ook ruimte voor kritische vragen. Tegenwoordig zijn mensen veel meer bereid om overal over te praten, ook over persoonlijke onderwerpen. Er zijn ook veel minder taboes. Dat hebben mensen van de televisie geleerd, daar ben ik van overtuigd.”

Carte blanche

In haar boek beschrijft ze hoe ze in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw carte blanche kreeg bij het maken van haar programma’s die gingen over actuele maatschappelijke thema’s waar ze een duidelijke mening over had. En die ze dan ook verkondigde. Ook zaten er vooral gewone mensen bij haar aan tafel. ‘Stel de vragen aan de mensen die het meemaken’, schrijft ze. De talkshows van nu zijn anders. Nu zijn het met name deskundigen en politici die aan de talkshowtafels zitten. Is er sprake van praatprogramma-erosie?

Barend denkt even na en steekt nog een bonbon in haar mond. “Ik heb nooit gemopperd over de Nederlandse televisie, er worden over het algemeen heel goede programma’s gemaakt. Alleen is de opzet nu heel anders. Ik kon mijn programma totaal naar mijn eigen hand zetten, doen wat ik wilde. Met de mensen om wie het ging. Nu maken ze programma’s met experts die ergens over praten. En de presentatoren bij een programma als Op1 stellen vooral objectieve vragen. Het gaat niet om hun mening, maar om die van de deskundige.

“Dat had ik niet gekund. Ik had van nature de behoefte om me ergens in te storten en daar vond ik dan iets van. Soms werd ik zelfs kwaad en dat zei ik dan ook gewoon. Niet tot groot genoegen van iedereen, overigens. Het programma was best controversieel, er kwamen regelmatig gemengde reacties op de discussies. En soms werden mensen ook wel eens woedend op me.” Zo had ze het in 1982 aan de stok met kunstenaar Karel Appel. “Tais-toi et sois belle” (Houd je mond en wees mooi), beet hij haar toe toen hij gek werd van haar kritische vragen.

Zelfs knus voor de open haard is die gepeperde mening nooit ver weg, en kan Barend zich over maatschappelijke onderwerpen enorm opwinden. Over de Nederlandse politiek bijvoorbeeld (“Die Thierry Baudet is een antisemiet en dan ben ik heel snel uitgepraat.”) maar ook over de Amerikaanse presidentsverkiezingen: “Ik ben doodsbenauwd voor een burgeroorlog in de Verenigde Staten. Ze gaan elkaar daar nu al te lijf. Er zijn miljoenen Trump-stemmers die denken dat er nog steeds een kans is dat hij weer president wordt. En als dat niet nu is, dan wel over vier jaar. Stel je voor dat die man zijn eigen televisiestation begint.”

Barend stopte heel bewust met televisiemaken zodat ze meer tijd overhield voor de rest. Daarbij stelde ze zich voor dat ze elke week met haar man bij het Amsterdamse Hotel Americain aan de leestafel zou zitten om samen alle kranten en tijdschriften door te nemen. “Of dat is gelukt? Welnee, helemaal niet. Daar heb ik toch geen tijd voor. Wat ik dan met mijn tijd doe? Geen idee. Eigenlijk hetzelfde als toen ik nog werkte, alleen maak ik geen programma’s meer. Iedere dag neem ik me voor om niet als een idioot de krant te lezen, maar ik doe het toch. En dan ga ik boodschappen doen, of zo. Het lijkt wel of ik meer contact heb met mensen, al mis ik mijn kinderen en kleinkinderen wel in deze coronatijd.”

Ze vindt het opmerkelijk hoe snel de tijd verstrijkt, maar ze heeft niet het gevoel dat hij wegloopt. “Integendeel. Ik vul mijn tijd heel aangenaam. Maar niet met niks. Het fijne aan oud worden en niet meer werken is vooral de ontspanning. Een leven zonder stress. En dat je doet waar je zin in hebt. Dat is vrijheid.”

Van omroepster tot koningin

Sonja Barend (1940) was in 1966 voor het eerst als omroepster van de NTS te zien op de Nederlandse televisie. Het echte succes kwam toen ze in 1977 bij de Vara aan de slag ging. Tussen 1981 en 1996 presenteerde ze haar beroemde praatprogramma Sonja op maandag, dinsdag, woensdag, etc., vernoemd naar de dag van de week waarop de show werd uitgezonden. Ook in Vlaanderen werd dit veel bekeken. Bekend is haar vaste uitsmijter: “Voor straks: lekker slapen en morgen gezond weer op”. Later presenteerde ze samen met Paul Witteman het programma B&W Op 30 december 2006 stopte Sonja Barend met haar programma’s. Ze ontving een onderscheiding als Officier in de Orde van Oranje-Nassau voor haar verdiensten voor de Nederlandse televisie.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234