Zondag 20/10/2019

Review

Sonic City dag één: zwart, zwarter, zwartst

Zola Jesus op Sonic City © Alex Vanhee Beeld Alex Vanhee

Roze mag dan wel de tint van het elfde Sonic City-festival zijn, de preparty kleurde donkerbruin tot gitzwart. Het begon met de breed uitgesponnen americana van Jaye Jayle en eindigde met Zola Jesus in een Russische discotheek. De betere acts zaten daartussenin: FACS en Emma Ruth Rundle. 

De drie etmalen rond wapenstilstand zijn hoogdagen voor zwartjassen. Dan verwildert het anders zo keurige Kortrijk tot het kraaiennest dat Sonic City heet. Al elf jaar op rij serveert het indoorfestival meer en minder obscuur gitaargeraas aan een groeiend kliekje fijnproevers. 

De veteranen zien dit jaar twee nieuwigheden: het Depart-gebouw biedt nu onderdak aan drie podia in plaats van twee, en – belangrijker – de aantredende groepen bestaan voor pakweg 95 procent uit vrouwen. Dat laatste gebeurde volgens curator Courtney Barnett vanzelf: “Ik koos gewoon muziek die me inspireert.” Toeval of niet, organisator Wilde Westen ging erin mee. En zo werd Sonic City een statement: the future is female – mét fraai roze artwork.

Op de preparty, die plaatsvond in de kleine zaal met bands die niet Barnett maar door Wilde Westen waren gekozen, mocht het patriarchiaat nog heel even snoozen: met Evan Patterson van
Jaye Jayle (★★☆☆☆) was het een manspersoon die het festival voor geopend zong. Dat deed hij met een bariton die in de timbrefichebak tussen Cave en Cohen kon, en derhalve lang niet onaangenaam – of vrouwelijk – klonk. Pattersons stem was evenwel het grootste selling point voor deze band, die ooit opende voor Oathbreaker. 

Evan Patterson van Jaye Jayle op Sonic City: een bariton die in de timbrefichebak tussen Cave en Cohen kon © Alex Vanhee Beeld Alex Vanhee

Uitgekookte americana, vignetjes à la Ennio Morricone en een zanderige soundscape: het zag er allemaal prima uit op papier, maar live zakte de dynamiek wat ineen. Kan aan ons liggen: No Country for Old Men vonden we ook wat overroepen. Al verdenken we toch vooral drummer Neal Argabright, die voortdurend hetzelfde sjabloontje leek aan te slaan, van chronische eentonigheid. Drie dagen níét rusten, Neal, op voorschrift van de dokter.

Alianna Kalaba, bassiste van FACS, op Sonic City: zo klinkt uitzichtloosheid © Alex Vanhee Beeld Alex Vanhee

Met de passage van FACS (★★★☆☆) stempelde frontman Brian Case zijn tienrittenkaart voor Sonic City halfvol: tijdens eerdere edities dreunde hij met Disappears tussen NEU! en Sonic Youth door, zong mee met SUUNS en ruiste solo door elektronisch struikgewas. FACS, een trio uit Chicago, was een band in zwart, wit en radioactief groen. De genadeloos houwende drummer Noah Leger en de onverstoorbaar dobberende bassiste Alianna Kalaba legden een granieten fundering waarop Case een hoekig postpunkmonument bouwde voor Bauhaus, PiL, Killing Joke en Pere Ubu. 

Case gromde en knauwde zijn teksten als wilde hij zingende asbak Matt Flegel van Preoccupations kloppen in groezeligheid, en de dreinende geluiden die hij uit zijn gitaar perste, duwden de sfeer nog meer naar de loden jaren tachtig.

Masterclass in moedeloosheid

FACS, een band die geboren lijkt voor zaaltjes met een laag plafond, nam je mee op een rondje sightseeing door een zieltogende industriestad waar fabrieksschouwen asgrauwe fluimen over de straten uitspuwen. No Future is er niet alleen een slordig op een muur gespoten slogan, maar ook een gedachte die aanhoudend door je kop tolt. 

Brian Case van FACS op Sonic City © Alex Vanhee Beeld Alex Vanhee

Met elk nummer beukte FACS driester op je in, en toen een song halverwege ineens begon af te brokkelen met strompelende drums, een stokkende bas en uiteengerafelde gitaren, wist je het zeker: zo klinkt uitzichtloosheid. Iedereen weet dat de situatie onhoudbaar is, niemand kent de uitweg. FACS: uw masterclass in moedeloosheid.

Emma Ruth Rundle op Sonic City: woest rollende postrockgolven en gothic folk vol weerborstels © Alex Vanhee Beeld Alex Vanhee

Ook geen lachebekje: Emma Ruth Rundle (★★★☆☆), in wier begeleidingsband we twee baarden van Jaye Jayle herkenden (ze hebben een split-ep’tje gemaakt en zijn samen op tournee). “With a mouth full of Xanax and a handful of time”, zong ze in opener ‘Dead Set Eyes’, meteen ook de beste song van haar album On Dark Horses (2018), waarop ze depressie de baas probeert te blijven. Dat ze daarbij soms haast kopje-onder gaat, hoorde je in ‘Darkhorse’, zowel in de tekst (“take a breath and make it last, the darkwater horizon”) als in de muziek: woest rollende postrockgolven en gothic folk vol weerborstels, alsof Chelsea Wolfe en Marissa Nadler hun haren in elkaar zouden vlechten.

Miezerig mannetje

Emma Ruth Rundles mooiste song van de avond was ‘Control’, dat kalm begon met een twangy gitaar en folky zang, maar plots losbarstte in het soort epische instrumentale metal dat je kunt kennen van haar band Red Sparowes. Opnieuw trachtte ze het zwarte beest in haar hoofd te temmen, maar tegelijk leek ze af te rekenen met een toxische relatie: “Like blood in the sand, a kiss is a bruise is endurance.” 

Het miezerige mannetje dat daarvoor verantwoordelijk was, dook op in het oudere ‘Protection’, waarin Rundle schakelde tussen een diepe grom en sirenenzang: “I let him choke out the frailest part of my body / But you offer this protection no one has given me.”

Gelukkig gloorde er ook wat hoop in het als liefdesnummer aangekondigde ‘Light Song’, waarin Rundle haar snaren met een strijkstok bespeelde, de drummer met zijn vilten mallets snoeihard doorsloeg en Evan Patterson van Jaye Jayle zijn donkerbruine bariton op de achtergrond liet brommen. Op Rundles T-shirt stond Magere Hein, maar die moest zich gisteren niets in zijn hoofd halen: “They say what doesn’t kill you will just keep you alive”, had Rundle voordien al gezongen. 

Zola Jesus: © Alex Vanhee Beeld Alex Vanhee

Vergeleken bij de in beton gebeitste sound van Emma Ruth Rundle was de gothpop van Zola Jesus (★★☆☆☆) extreem luid en ongelooflijk dichtbij. Te luid, te dichtbij. Waar de donkere, met beats bevlekte elegieën op Nika Danilova’s plaat Okovi (2017) een victoriaanse grandeur uitstraalden, verwerden ze live tot goedkope nummertjes in een Russische discobar.

Het was goed begonnen. Bij Danilova’s entree sloeg de klok het witching hour: trekkebenend en met het haar sluik voor de ogen zocht ze een weg naar het statief. Links van haar trechterde gitarist Alex de Groot het gedruppel van een regengordijn door een distortionpedaal, aan haar rechterkant beschreef Michelle Woodward met haar strijkstok cirkels op een elektrische viool. Toen de ambient verdichtte tot de song ‘Veka’, tekenden zich op het plafond fraaie donderkoppen af.

Alleen was dat gelijk het meeste dat je van die bezetting zou horen – de livemix verdronk nagenoeg volledig in de beats op tape. Ook Danilova zelf moest bijsturen, waardoor haar troef, een krachtige altstem die lijkt op te wellen uit een bodemloze put, overstuurd binnenkwam. 

Veel van wat volgde, was compenseren. Haar wiekende armbewegingen, de nerveuze mopjes in de bindteksten, het kruipen op de grond tussen het publiek: Danilova leek met alle macht aan je ribbenrooster te willen rammelen, en liet wat in wezen goede songs waren geen kans om voor zichzelf te spreken. “Girl, you’re trying too hard. You gotta just sing!”, zei Danilova’s opera-instructrice haar ooit. Ze had gelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234