Woensdag 27/10/2021

InterviewMauro Pawlowski

‘Soms waren mijn optredens gewelddadig. Dan volstond mijn gage nipt om de schade te vergoeden’

‘Ik had meermaals touche bij pedofielen. Ik had lang haar en zag er meisjesachtig uit – dankbaar materiaal voor de liefhebbers. Eén Italiaan gaf me een lift en begon te masturberen terwijl hij reed.’ Beeld Johan Jacobs
‘Ik had meermaals touche bij pedofielen. Ik had lang haar en zag er meisjesachtig uit – dankbaar materiaal voor de liefhebbers. Eén Italiaan gaf me een lift en begon te masturberen terwijl hij reed.’Beeld Johan Jacobs

België telt veel muzikanten, maar slechts één Mauro Pawlowski. Alhoewel, er zijn er vele: er is de Mauro van The Grooms, de Mauro van The Alternatives, de Mauro van Gruppo di Pawlowski, de Mauro van Shadowgraphic City, de Mauro van The Love Substitutes, de Mauro van dEUS, de Mauro van Radical Slave, de Mauro als Maurits Pauwels en de solo Mauro van Songs from a Bad Hat en een schitterende, later dit jaar te verschijnen nieuwe plaat. Al die Mauro’s worden deze week 50 jaar en dat vieren we met een lockdownfeestje. Lang zullen ze leven!

Hoe gelovig was je Poolse en Italiaanse familie eigenlijk??

“Heel gelovig, van beide kanten. Gelovig én bijgelovig. De Zwarte Madonna van Bari! Dwepen met de Poolse paus! Op bedevaart naar Lourdes, waar ik de paus zag! Niet over een kruipende baby stappen, nee, want anders groeit ie niet meer! Ik maakte het ooit mee dat een familielid zijn hoed op tafel legde en een ander familielid een duiksprong maakte om die van de tafel te slaan, want een hoed op tafel, dat was het noodlot tarten. Aan het sterfbed van een zeer katholieke tante zag ik hoe zij de dood aanvaardde, in de volle overtuiging dat ze naar de hemel zou gaan. Ik respecteer dat. Mijn Poolse familie was pragmatischer dan de Italianen: de Polen zuipen alles weg. Op drank rustte een grote zegen. Als ik bij mijn neef ging logeren, zag ik daar altijd wel een ouwe Pool z’n roes uitslapen terwijl het achterwiel van zijn gecrashte brommer nog draaide. ‘Zombie Holocaust’, alcohol style.” (grinnikt)

(mijmerend) “Het is een verdwenen wereld. Mijn grootvader heeft ooit nog met een karabijn op schuldeisers geschoten. Een Turkse buurman reed per ongeluk Pépé dood, de hond van de buren. Mijn nonno kocht een nieuwe hond voor hen en zei: ‘En nu stoppen met zagen!’ De dingen die ik me herinner, man… Met 90 kilometer per uur door het bos vlammen naar de Poolse keet die daar stond. Met 180 naar discotheek Boccaccio!”

“Mijn vader leerde mijn moeder kennen toen hij basgitaar ging spelen in het groepje van de vijf broers van mijn moeder. Waarop mijn grootvader al snel de bui voelde hangen en zei: ‘Die Pawlowski komt hier nooit meer binnen!’ En inderdaad: mijn pa mocht blijven bassen in dat groepje, maar hij moest buiten blijven staan, weg van mijn ma. Zijn versterker stond binnen, maar hij baste buiten. Pas op, mijn grootvader bleef gastvrij, hè: mijn vader kreeg netjes een bord pasta aangereikt door het open raam (lacht). Op de dag van hun trouwfeest mocht hij terug binnen.”

Raak je soms ontroerd wanneer je parafernalia uit je jeugd terugvindt?

“Toen onlangs mijn Poolse tante Marysia stierf, erfde ik van haar een grote doos met dikke mappen vol krantenknipsels en foto’s uit mijn muzikale loopbaan. Al die jaren had zij alles wat over mij verscheen toegewijd uitgeknipt en netjes in die mappen geplakt, zonder mij daar ooit van op de hoogte te brengen. Zo lief! Soms kwam ze naar een optreden kijken, naar ‘onze kleine Mauro’.”

Je hebt een zus. Waarover maakten jullie het vaakst ruzie?

“Over niets! Ik heb nooit ruziegemaakt met haar. Ze is drie jaar jonger, ze is de wilde van ons twee. Ik was heel beschermend, ik verdedigde haar eer. Ik heb nog jongens bedreigd die haar onheus hadden behandeld. Die moesten lopen voor hun leven, man! Italian style!”

Mauro wordt puber en hangt rond in jeugdhuis De Pukkel. Was het daar vroom of verontrustend?

“Eerder braaf, zoals ik. En goed georganiseerd, door Chokri Mahassine, die later Pukkelpop zou opstarten. Het gevaar kwam eerder uit Heusden-Zolder, dat was the heart of darkness. Daar hingen de zware jongens rond. En van café Den Dolle Heering, waar ik tapte en plaatjes draaide. Dat ging vrij ver: vechtpartijen, vetes op leven en dood, heling, bezoekjes van de Genkse motorbende Tarantula’s, een man die binnenvalt met een bijl en roept: ‘Ik heb net mijn vrouw vermoord!’ Turkse cowboys die in het plafond schieten… En pedofilie. Tja.”

‘Misschien waren we met Evil Superstars niet ambitieus genoeg. Toen de platenbaas ons aan David Bowie wilde voorstellen, zeiden wij: ‘Laat maar, we zitten hier goed.’ Onnozelaars!’ Beeld Johan Jacobs
‘Misschien waren we met Evil Superstars niet ambitieus genoeg. Toen de platenbaas ons aan David Bowie wilde voorstellen, zeiden wij: ‘Laat maar, we zitten hier goed.’ Onnozelaars!’Beeld Johan Jacobs

Je klinkt teleurgesteld. Voel je je tekortgedaan omdat de pedofielen jou negeerden?

“Nee nee, ik had touche! Meerdere keren! (lacht) Ik had toen heel lang haar en zag er nogal meisjesachtig uit – dankbaar materiaal voor de liefhebbers. Eén Italiaan gaf me een lift en begon te masturberen terwijl hij reed.”

Je Italiaanse familie zal beweren dat het een Pool was.

“Waarschijnlijk wel, ja. Ik heb toen gelogen: ‘Sorry, ik heb al een lief.’ (lacht) Maar de gevaarlijkste pedofiel van de streek had een voorkeur voor mentaal gehandicapte minderjarigen. Geen grap. Die is gaan zitten.”

In mijn milieu bedoelen we dan dat iemand zich op een stoel of sofa nedervlijt. Maar in dat milieu…

“Gevangenis, ja.”

EEN DRONKEN INCA

Welke artiesten hadden een bevrijdende invloed op de jonge Mauro? Wie deed je beseffen: anything goes?

“Tweehonderd keer per jaar optreden met een covergroepje is een goede leerschool, want daarvoor moet je een heel gevarieerd repertoire onder de knie krijgen. Ik was 14 toen de leider van ons groepje zei: ‘Neem deze plaatjes van Toto mee naar huis – ‘Africa’ en ‘Hold the Line’ – en leer die gitaarsolo’s tegen vrijdag.’ Maar dat was mainstream stuff, die songs kleurden binnen de lijntjes.”

“Later ontdekte ik figuren als Captain Beefheart, die overduidelijk zijn eigen weg volgde en niet voor één gat te vangen was. Frank Zappa toonde me dat obsessief op topniveau musiceren en onnozel doen elkaar niet uitsluiten. De arty postpunks, Public Image Ltd en consorten, drammen met stijl. Freejazzmuzikanten als John Coltrane bewezen dat improviseren niet synoniem hoeft te zijn met zomaar wat aanklooien. En de ‘educatieve’ experimentele platen die ik voor 5 frank per week leende bij de bibliotheek van Heusden-Zolder: Anton Webern, Karlheinz Stockhausen, Karel Goeyvaerts... En klassieke muziek: ‘La mer’ van Claude Debussy was een openbaring, heel melodieus én heel avontuurlijk. En, last but allerminst least: hiphop!”

Something from nothing.

“Ja, die gasten hadden niks. Twee platendraaiers en dikwijls niet eens een micro. Ongelofelijk! De seks daarvan, de swing, de durf, de rhymes, de attitude! Een groot cadeau.”

Alle hiphoppers zijn autodidact. Heb jij nooit notenleer willen leren?

“Jawel, maar het is er nooit van gekomen. Ik trek mijn plan. Ik ben ook veel pragmatischer dan mensen denken. Ik geef duidelijke aanwijzingen: ‘Speel eerst een sol, en daarna zes maten lang een si mol.’ Niet à la Tom Waits die zegt: ‘Speel dit zoals de beschimmelde sinaasappel op de helm van een dronken Inca!’”

Welke richtlijnen en aanwijzingen werden er zoal gegeven bij dEUS?

“Euh, weinig richtlijnen. Er werd vooral veel gespeeld. Tom (Barman, red.) is dan chef d’orchestre, en hij is nogal to the point. Hij zegt níét: ‘Speel dit alsof Charlie Chaplin is ingedommeld op het karkas van een tapir.’”

Díé plaat wil ik horen!

“Ik ook, eigenlijk. Nu ik erbij stilsta: volgens mij is ‘Doe maar iets’ de meest gehoorde zin in elke groep waarin ik ooit speelde. Maar misschien is dat toeval en zeggen ze dat enkel tegen mij.”

Rond 1995 bestond de kans dat Evil Superstars een internationale act zouden worden. Hoe komt het dat jullie die kans hebben gemist?

“Ik moet eerlijk zeggen dat het niet aan A&M (platenlabel, red.) lag. Die mensen waren superprofessioneel en ons zeer welgezind. Ze drongen wel zachtjes aan op een hit of op z’n minst een radiovriendelijk deuntje. Ik heb toen in een halfuur ‘It’s a Sad, Sad Planet’ gemaakt. (denkt lang na) Er waren heel wat gemiste kansen. Misschien waren we niet ambitieus genoeg. We vonden alles te gezellig. Ik weet nog hoe we op een avond doorzakten in het Columbia, een legendarisch rock-’n-rollhotel in Londen. De baas van A&M zei ons: ‘Kom, we nemen jullie mee naar de Brit Awards. David Bowie komt ook, ik zal jullie aan hem voorstellen.’ En wij: ‘Bof, laat maar, we zitten hier goed.’ Onnozelaars!” (lacht)

‘Gene Simmons van Kiss heeft op al mijn lieven gezeten. Ik ben gevleid. En hij heeft er zeker wat van opgestoken.’ Beeld Johan Jacobs
‘Gene Simmons van Kiss heeft op al mijn lieven gezeten. Ik ben gevleid. En hij heeft er zeker wat van opgestoken.’Beeld Johan Jacobs

Eén van de redenen waarom ik nooit muzikant ben geworden, is de gedachte: dan moet ik misschien zelf in Hasselt spelen terwijl U2 in Gent staat! Heeft jou dat nooit gestoord?

“Dat is een deel van de prijs die je betaalt als je je eigen parcours volgt. Niemand kan overal tegelijk zijn. Ik heb al fabelachtige concerten gemist omdat ik zelf moest spelen. Ik heb ooit Prince gemist in Vorst, tijdens zijn legendarische ‘Parade Tour’, waarin hij ‘Kiss’ voor het eerst live speelde. Die avond trad ik zelf op met een covergroepje en één van de nummers die we speelden was – o, ironie – ‘Kiss’!”

“Toen ik 16 was, trok ik met vrienden uit Heusden-Zolder naar Londen. Daar wilde ik absoluut naar The Marquee, een legendarisch concertzaaltje waar alle groten waren gepasseerd. Die avond speelde er een Amerikaanse metalachtige band, maar één van de meisjes wilde per se iets gaan eten. Oké. Pas jaren later toonde één van die vrienden me de flyer waarop ik de naam herkende van de groep die we toen hadden gemist: Guns N’ Roses! Man, ik heb honderden legendarische optredens gemist, doe me er niet aan denken!”

Heb je ooit een eigen optreden afgezegd ‘wegens ziekte’, terwijl je stiekem toch naar het optreden van één of andere legende in het Sportpaleis trok?

“Nee, dat is zelfs nooit in me opgekomen. Ik ben meer het type dat met 40 graden koorts toch optreedt. Op tournee met dEUS in Rome heb ik al voetballend mijn elleboog bezeerd. Tijdens de soundcheck kon ik mijn gitaar niet meer vasthouden. Op de spoed zeiden ze: ‘Gitaar spelen? Vergeet het!’ Maar MTV kwam het optreden filmen en ik wilde geen watje zijn, dus heb ik een glas whisky gedronken en creperend van de pijn gespeeld. Of juister: een tijdje gespeeld en vervolgens gedaan alsof, want ik had niet eens de kracht meer om snaren aan te slaan. Voor het publiek was ik toen de man: ‘Wauw, die stoere kerel heeft z’n arm gebroken en zelfs in het gips en stijf van de tranquillizers speelt hij moedig voort!’”

Wellicht klonk dEUS die avond beter dan anders.

“dEUS klonk die avond ánders, dat zeker.” (lacht)

SATAN OPROEPEN

Heb jij een pervers kantje? Van jouw duizend schnabbels heb ik er een dozijn meegemaakt. Soms was je briljant, maar er waren ook avonden dat ik dacht…

“‘Hoe durft hij hier geld voor vragen!?’”

Nee, maar wel: wat bezielt hem? Of: waar slaat dit in godsnaam op? Eén keer trad je op met een soort Dracula-act, compleet met cape, make-up en een volstrekt onherkenbaar repertoire… Mijn toenmalige lief zei die avond zes keer: ‘Ik wil hier weg!’

“Dat zal Somnabula zijn geweest, één van mijn alter ego’s. Dat waren, euh, aparte concerten, ja. Eén keer begon in het publiek een psychotische vrouw een soort heksenbezwering uit te voeren. Soms waren het zelfs gewelddadige optredens, dan volstond mijn gage nipt om de aangerichte schade te vergoeden. Ik heb als Somnabula het voorprogramma van Peaches gespeeld in de AB, en na afloop brieste haar manager: ‘You. Will. Never. Play. On. The. Same. Stage. As. Peaches. Again. In your life!’ Maar zij vond het wél goed. (lacht) Toevallig had ik al beslist dat dat mijn laatste optreden als Somnabula zou zijn, dus dat kwam goed uit.”

Vang je als Somnabula een ander soort groupies?

“Géén. Begrijpe wie kan.”

Op een reünie van Evil Superstars presteerde je het om geen enkel nummer van Evil Superstars te spelen. Als ik me niet vergis, molken jullie toen een vol uur lang één cover uit. Als pakweg Radiohead me dat lapte, zou ik me bekocht voelen.

“Ik mocht van de AB toen een avond cureren en Evil Superstars was slechts één van de acts. Wij waren allemaal fan van Sleep, een Black Sabbath-achtige metalband. We hebben toen hun ‘Jerusalem’ gecoverd, een grondige versie met extra improvisaties, inderdaad. (grinnikt) Niet iedereen was daar blij mee. Later, op Pukkelpop, zijn we onze tweede reünie begonnen met een volle minuut ‘Satan Is in My Ass’, om vervolgens over te schakelen op experimentele muziek en onbekender materiaal. Ooit komen we nog eens samen, denk ik. Als er een goeie aanleiding is.”

De apocalyps?

“Bijvoorbeeld. Leg de zaal al maar vast.”

Heb je tijdens je experimentele optredens ooit het incasseringsvermogen van het publiek fout ingeschat?

“Meerdere keren. Ik werd eens gevraagd om een soloshow te spelen in een gereformeerde kerk in Nijmegen. Ik ging ervan uit dat het een ontwijde kerk betrof. Vooraf zei de lieve dominee me nog: ‘Nou, we zijn héél benieuwd, want we hebben veel goeie dingen over jou gehoord!’ Ik bracht een potpourri van rare dingen, een intense vaudeville boordevol noise en metal, the full hardcore experience. Terwijl ik spartelend op de grond Satan opriep, wild zwaaide met mijn authentieke Toearegzwaard en ‘Allah akbar!’ gilde, sneuvelde hier en daar een decorstuk… Later vernam ik dat die kerk wel degelijk nog gewijd was en dat er voornamelijk akoestische sets werden gespeeld door vrome folkies. ‘Heart of Gold’ van Neil Young gold er als extreem. Ik wilde echt niemand schofferen, maar, euh, ik vrees dat dat toch is gebeurd, al waren ze na afloop heel begripvol.”

“Ik ben ook al een paar keer met gierende banden vertrokken na een optreden. Ooit was de kleedkamer zo heet dat ik doorweekt was nog voor ik moest beginnen te spelen. Tijdens dat concert heb ik het gepresteerd om al tijdens het eerste nummer onze PA-set omver te trappen. Dat optreden heeft 50 seconden geduurd. Dat was in een chique discotheek. Na onze soundcheck hadden die fils à papa me 500 euro geboden om níét op te treden. Toen die omgetrapte PA total loss bleek, heb ik hun gevraagd of dat aanbod nog gold. (lacht) Allemaal niet erg: ik begeef me graag in de twilightzone, dat is mijn corebusiness.»

DOUCHEN MET SLIPKNOT

Jouw vijftig levensjaren en 35 jaar als professioneel muzikant lopen parallel met technologische en maatschappelijke ontwikkelingen die heel wat mystiek hebben uitgewist. Televisiezenders MTV en VH1 kwamen op, er werden plots rockumentary’s gemaakt, en programma’s als Storytellers, MTV Cribs, The Osbournes, Snoop Dogg After Dark, MTV Unplugged, The Making of en Behind the Music.

“Ik ben leergierig en nieuwsgierig, ik verslind non-fictie en documentaires. Maar er komt altijd een moment waarop ik denk: oei, dit is een brug te ver, dit hoefde ik niet te weten, want het verpest mijn luister- of leesplezier. Ik lees Céline en dan blijkt dat hij een volbloed antisemiet was. Ik luister naar Wagner en dat was ook al een racist. Een andere schrijver blijkt een vrouwenhater te zijn… Nu, soms weiger ik om mijn oren te censureren. Ike Turner was zeer zeker een asshole: hij sloeg Tina bont en blauw. Maar ik zet ‘Nutbush City Limits’ nog steeds loeihard als het op de radio passeert, want de song is onschuldig, meneer!”

“Voor vorige generaties was Lou Reed iemand van een andere planeet, en hoe Elvis écht was, kwam je pas na zijn dood te weten. Nu, daarentegen… Zelf heb ik moeite met de huidige trend waarbij televisiemakers werkelijk álles willen filmen: hoe ik nog even in de spiegel kijk, hoe ik van de kleedkamer naar het podium stap, wat ik zeg of doe vlak voor het concert start…”

In de docu Once More with Feeling wordt Susie, de vrouw van Nick Cave, gefilmd als ze naar het toilet stapt. Op de achtergrond hoor je Nick aan de cameraman vragen: ‘Vind je dat echt nodig?’

“Precies. Televisiemakers vinden mij soms een lastige mens omdat ik daar bezwaar tegen maak. Die momenten zijn meestal niet interessant, en bovendien zweer ik bij spontaniteit. En ook al zegt de regisseur me voordien: ‘Geen probleem, wees gewoon jezelf’, dan nog vallen bij het eerste shot al de woorden: ‘Euh, kun je dat eens opnieuw doen?’ (zucht) Dan is het voor mij al naar de kloten. Ik kan ook niet lachen op commando. Ik heb om die reden al vaak verzoeken om te zetelen in panelshows afgewezen. Allemaal tof, maar uiteindelijk verwacht men daar toch dat je met alles lacht en te allen tijde ‘gezellig’ bent.”

In de showbusiness is de grens tussen fascinerend en ridicuul vaak heel dun. Zo kan ik Marilyn Manson niet ernstig nemen, ik moet enkel om hem lachen.

“Ik heb Marilyn Manson ooit nog uit z’n bed gebeld. Ik was in New York met producer Dave Sardy wat aan het dollen in de studio toen zijn naam viel. Dave zei me: ‘Weet je wat, we doen morgenavond een kroegentocht, en ik nodig Brian (Hugh Warner, Mansons echte naam, red.) ook uit. Bel jij hem even. Als hij opneemt, is het codewoord ‘Rabbi’. Zeg dat meteen of hij verbreekt de verbinding omdat hij denkt dat je een fan bent.’ Ik belde, Manson nam op, en ik zei: ‘Rabbi.’ Manson riep ‘Fuck you!’ en gooide de hoorn op. Dave was vergeten dat Manson in Los Angeles woont en gezien het tijdverschil nog sliep.”

“Ooit zag ik Slipknot eens zitten in de backstage op Pukkelpop. Praatje gemaakt. Wat later stapten ze in full make-up naar het podium, in een soort theatrale militaire formatie. Alleen: ik had dat niet door, liep op dat moment ook naar het podium en raakte zo tussen hen verzeild. Verstrooid, per ongeluk, ik zweer het. Ik weet nog hoe de zanger vanachter zijn masker geïrriteerd en smekend naar me keek, zo van: ‘Komaan, jongen, dit is ons heilig moment, we zijn nu in character. Gun ons dit en doorbreek de magie niet?!’ Heel gênant. Een paar minuten later stond ik frontstage. Het optreden begon en meteen kwam de zanger vlak voor mij staan: (brult loeihard en dreigend) Oeps, sorry man, ’t zal niet meer gebeuren.”

“Jaren later speelde ik met dEUS op een Duits festival. Na drie dagen in de tourbus voelde ik me vies en wilde me dringend douchen. Ik kleedde me uit, ging onder één van de tien douchekoppen staan en een seconde later stormden de mannen van Slipknot binnen, mét hun crew, allemaal bloot. Ik was meteen omsingeld. ‘Hey, how ya doin’, man!’” (lacht)

Heel wat artiesten zijn tegelijk schuchter en exhibitionistisch. Jij ook, wed ik.

“Ik ben niet introvert of verlegen. In het begin had ik er moeite mee om op een podium te staan, nu denk ik er niet meer bij na, ik weet dat ik me kan handhaven. En optreden is echt heerlijk. Ik heb altijd gedacht dat heel wat artiesten gaan drinken of drugs gebruiken in een poging om die high van het podium te rekken. Zelf drink ik nooit voor een optreden. Maar als ik uitga of in een situatie beland waarbij van mij wordt verwacht dat ik een sociaal beest ben, drink ik snel een pintje, om mezelf op te leuken. Mezelf socialiteit inpilsen, dat doe ik altijd.”

GRIJS BOMMAKAPSEL

Ik sprak Gene Simmons van Kiss en die beweerde dat hij op al jouw lieven heeft gezeten…

“Sowieso. Ik ben gevleid. Het maakt me nederig. En hij heeft er zeker wat van opgestoken.”

Heb jij ooit het lief van een andere muzikant bestegen?

“Euh, mja… Technisch gezien was zij op dat moment al single. Eigenlijk was het legaal. Enfin, ik was in elk geval vrij. Meestal verlopen de transfers in mijn leven heel vlot. Maar soms... Ach ja, in dat milieu, begrijp je?”

Jaja, steek het maar op het milieu.

“Ik doe niks anders.” (lacht)

Je hebt in het groepje van Tom Barman gespeeld, maar als jij je talent niet had versnipperd over duizend-en-één projecten, dan was het omgekeerd geweest. Eens?

“Ik heb geen spijt. Ik voel me vrij. Ik wil niet te lang hetzelfde doen. Ik ben een experimentele muzikant. Een mogelijke definitie van ‘experimenteren’ is: ‘iets aanvatten waarvan je de uitkomst niet kunt voorspellen’. Dat wil niet zeggen dat ik enkel weirde shit wil maken. Maar het moet gevarieerd en onvoorspelbaar zijn. Ik vind inderdaad: anything goes. Een song die klinkt als een Frans brood met een inktvis of als een knalgele brievenbus op Mars: waarom niet? Ik wil door een woud dolen en daar een rare kever ontdekken die me inspireert. Ik ben een ontdekkingsreiziger die kappend met een machete door de onontgonnen jungle der muziek trekt en daar op een dorp stuit waar een primitief de ideale muzikale partner in crime blijkt, toch voor de volgende maand of twee. Nog een metafoortje nodig?”

Wat hing er aan de muur van je kinderkamer?

“Een grote poster van Duran Duran. Ik ben nog steeds fan! Mijn eerste optreden was in een soundmixshow op school. Ik deed ‘The Reflex’. Alleen mijn kapsel was een ramp. Een Spaanse vriend van me, Juan, deed stage in zo’n kapsalon voor bomma’s en had gezegd: ‘Kom af, ik doe dat voor u.’ Maar toen ik daar opdaagde, bleek hij niet aanwezig. Een vriendelijke bomma keek naar het fotootje van Simon Le Bon dat ik had meegebracht en zei: ‘O, dat kan ik ook.’ Ik ben daar buitengegaan met een ver-schrik-ke-lij-ke coupe: een grijs, geföhnd bommakapsel. Op het podium gleed ik al na drie seconden uit: ‘Fle-fle-fle-flex…’ Bloedneus. Boegeroep. Ik die een fuck you-gebaar maak naar het publiek. Af. En: afgang. Maar het mooiste meisje van de klas werd de volgende dag wel mijn liefje. Eigenlijk is er na al die jaren niets veranderd.”

Mauro speelt op 1 oktober in De Roma in Antwerpen. Zijn nieuwe plaat Eternal Sunday Drive komt in het najaar uit bij Unday Records.

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234