Woensdag 26/06/2019

Interview

“Sommigen zaten al twintig jaar te wachten om die arrogante klootzak van een Tuymans eens goed in elkaar te neuken”

Binnenkort beleeft Luc Tuymans nog maar eens een internationale doorbraak. En niet zomaar één: in Venetië zal hij op het hoogste schavot worden gehesen waarop je in de hedendaagse kunstwereld kunt staan. Hij maakt de balans op van veertig jaar kunstenaarschap: “Achter schoon schilderijkes kunnen ook diepere gedachten schuilgaan.”

“Kunst is een lifestylepakket en een beleggingsvehikel geworden. Naar de betekenis wordt amper nog gevraagd.”

Af en toe vertrekt zijn gezicht tot een grimas. Meer is er niet van te merken: Luc Tuymans is geen kleinzerige jongen. Zwakheid tonen, dat is een lifestylegril waaraan hij niet meedoet. Maar het klimmen der jaren doet zich onvermijdelijk gevoelen. Hij is vorige lente 60 geworden. Eerst was het zijn nek die hem helse pijnen bezorgde, artrose en een stenose: vernauwing van het halswervelkanaal. Een niet geheel risicoloze chirurgische ingreep maakte daar een einde aan. Nu wordt de ellende veroorzaakt door zijn rechtervoet. Het gevolg van een bijna levenslang rechtopstaand gevecht met het canvas? “Dat ook”, zegt hij.

Luc Tuymans: “Maar vooral van een aandoening die ik van mijn vader heb geërfd: platvoet. De ligamenten zijn doorgescheurd, ik moet opnieuw geopereerd worden. Even zag het ernaar uit dat het onmiddellijk moest gebeuren: dan hadden ze me in een rolstoel naar Venetië moeten duwen. Niet meteen het ideale vervoermiddel in die stad (grijnst). Ik ga de pijn verbijten tot 17 mei, dan moet ik echt onder het mes. Vervolgens zes weken niet steunen op die voet, daarna nog een paar maanden revalideren. ’t Zal een kalme zomer worden.” 

Maar daar zal eerst nog een drukke Venetiaanse lente aan voorafgaan.

We zitten in Studio Luc Tuymans, zijn kantoor aan de rand van de oude hoerenbuurt van Antwerpen, van waaruit hij persoonlijk alle operaties leidt, omringd door een kleine schare medewerkers. Het tweede deel van zijn catalogue raisonné, het complete overzicht van al zijn schilderijen, is net geleverd. De dozen met het vuistdikke, loodzware, in een luxueuze cassette gevatte boek staan opgestapeld naast de inkomdeur. En er komt ook nog een derde deel. Zeshonderdzestig schilderijen, dat is de voorlopige balans van zijn kunstenaarschap. Tekeningen, aquarellen, prints en andere afgeleide producten niet meegerekend.

Hoeveel keer is Tuymans nu eigenlijk al internationaal doorgebroken? Even tellen: het begon met Documenta in Kassel in 1992, gecureerd door Jan Hoet, toen hij voor het eerst op het internationale kunsttoneel verscheen en prompt werd uitgeroepen tot de reddende engel van de schilderkunst. Vervolgens was er de Biënnale van Venetië in 2001, toen hij de wereld verbaasde met Mwana Kitoko, een reeks weergaloze schilderijen over Congo, het Belgische kolonialisme en de moord op Patrice Lumumba

In 2004 kreeg hij als eerste Belgische kunstenaar ooit een overzichtstentoonstelling in Tate Modern in Londen. Tussen 2009 en 2011 was er zijn Amerikaanse tour, een rondreizende retrospectieve met stops in Columbus Ohio, San Francisco, Dallas en Chicago, die daarna nog een glorieus orgelpunt kreeg in Bozar in Brussel. En dan vergeten we nog een paar dingetjes, zoals Qatar 2015, zijn meest uitgebreide tentoonstelling ooit, op een zeer controversiële locatie in het Midden-Oosten, in het heetst van de strijd tegen IS. En ook alles wat hij de afgelopen drie decennia op de wereld heeft losgelaten via zijn galerieën, Zeno X in Antwerpen en David Zwirner in New York.

Venetië 2019 wordt dus minstens de vijfde doorbraak van Luc Tuymans. En tevens de definitieve. Want het staat buiten kijf dat een tentoonstelling in het Palazzo Grassi, terwijl elders in de stad de Biënnale loopt, het allerhoogste is wat een hedendaagse kunstenaar kan bereiken. Die van begint op zaterdag 23 maart en zal ‘La pelle’ heten. Qua media-aandacht en publieke belangstelling zal ze alles overvleugelen wat al op zijn palmares staat. Van heinde en verre zullen kunstfanaten en kunsttoeristen komen aanvliegen om in dichte drommen langs zijn doeken te schuifelen. De wereldpers zal aan zijn lippen hangen. Dat is geen doorbraak meer, maar een ultieme bekroning.

Na Venetië zal het definitief gedaan zijn met de angry young artist uit te hangen. Een orakel was u al, nu bent u een instituut.

“Och, young ben ik al lang niet meer. Maar angry lukt nog vrij aardig, hoor. Op dat vlak wordt het zelfs steeds erger. De tentoonstelling in Venetië gaat over de huidige staat van de wereld, en de diepe walging die ik daarbij voel. Maar de boodschap zit onderhuids. Daarom heet ze ook ‘La pelle’, de huid. Het zijn tachtig schilderijen, het merendeel van recente datum. Enkele van mijn bekendste beelden zitten er niet bij: niets uit de Mwana Kitoko-reeks, geen portretten van Condoleezza Rice of Heinrich Himmler, weinig wat expliciet verwijst naar de nazitijd of het Vlaams-nationalisme. Ik heb bewust gekozen voor werk dat zich verdekter opstelt.”

 La pelle is ook de titel van een boek van de Italiaanse schrijver Curzio Malaparte. Een aangebrande figuur, de Céline van Italië.

“Klopt. Duitse vader, Italiaanse moeder, sympathiseerde met Mussolini, later dan weer met het Chinese communisme. Zijn bekendste boeken zijn Kaputt en De huid. Ik ben ze gaan lezen omdat ik Le mépris zo geweldig vond, de film van Jean-Luc Godard die bijna integraal is opgenomen in Malaparte’s modernistische villa op het eilandje Capri. De jonge Brigitte Bardot speelt de hoofdrol – ze wist toen al niet goed wat ze zei (lacht). Zo’n soort films wordt niet meer gemaakt: de dialogen gaan nergens over, de muziek staat veel te luid, maar de beelden zijn onvergetelijk. Ik heb een schilderij gemaakt dat Le mépris heet: een detailopname van de monumentale schouw in die villa. Het zit uiteraard in de tentoonstelling.

”Met de boeken van Malaparte heb ik weinig. Hoge literatuur vind ik het niet. Naar het schijnt was hij megalomaan en is driekwart van wat hij voor waargebeurd beschrijft uit zijn duim gezogen. Dat maakt hem dan weer wel geschikt als metafoor voor deze tijd. Door de titel van mijn tentoonstelling van hem te lenen, probeer ik duidelijk te maken dat er achter schoon schilderijkes ook diepere gedachten kunnen schuilgaan.”

Het schilderij '2017', dat een rol speelt in een Netflixserie. “Het gaat over de wereld van brexit en Trump.”

 Welk beeld staat op de affiche van ‘La pelle’?

“Een vrouw die verschrikt kijkt, één en al verbijstering. Het is een beeld uit de Braziliaanse Netflixserie 3%, een dystopische scifi-thriller waarin een groep jonge mensen uit het verarmde deel van de bevolking allerlei proeven moet ondergaan om toegelaten te worden tot de laag van de geprivilegieerden, die in een afgelegen gebied in de grootste weelde leven. Het is een dodelijk spel. Het merendeel van de kandidaten wordt onderweg geëlimineerd, sommigen overleven de proeven zelfs niet, slechts drie procent haalt het. Eén van de proeven is raden waarom een vrouw zo verschrikt kijkt. Het juiste antwoord is: omdat ze net te weten gekomen is dat ze werd vergiftigd. Dat beeld heb ik geschilderd en 2017 genoemd. Wie dit jaar naar Venetië gaat, zal niet naast die affiche kunnen kijken. Ze hangt overal: op de gevels, in de boten, op de bussen.”

 Waarom heet het schilderij ‘2017’?

“Omdat ik het in dat jaar geschilderd heb (lacht). Maar vooral omdat het ronduit verbijsterend is wat er dat jaar gebeurd is: Donald Trump aan de macht, de gevolgen van het brexitreferendum die begonnen door te dringen, de manipulaties van de sociale media die aan het licht kwamen. De wereld die radicaal veranderde, kortom, en niet ten goede. Het onwezenlijke daarvan, het onwaarschijnlijke: wie had dat vijf jaar geleden kunnen denken?”

 Drukt het ook uw eigen verbijstering over de stand van de wereld anno nu uit?

“Ja, maar niet op een letterlijke manier. Essentieel voor mij is dat 2017 een fake beeld is. Dat onderstreept de positie die ik al van in het begin inneem als kunstenaar, en die tot de kern van mijn werk behoort: een extreem wantrouwen tegenover alles, zeker tegenover beelden. Dat is vandaag actueler dan ooit, nu het idee van de waarheid op de helling staat en allerlei virtuele realiteiten via sociale media binnendringen in ons dagelijks leven.”

'De plagiaatzaak rond die foto van Jean-Marie Dedecker was een poging tot karaktermoord. Eindelijk konden ze die arrogante klootzak van een Tuymans eens goed in elkaar neuken'

Geen vrolijke Frans

 Geen Mwana Kitoko, geen Himmler: vreemd dat u net nú uw meest politieke werk weglaat.

“Dat is nochtans het meest politieke wat ik op dit moment kan doen! Vergelijk het met mijn reactie op 9/11. Voor Documenta van 2002 heb ik toen een reusachtig stilleven gemaakt, zowat het allerbanaalste wat een schilder kan doen. Zes stukken fruit en een kruik met water die leken rond te zweven in een ijle, blauwige ruimte, vijf meter breed, drieënhalve meter hoog. Dat was mijn antwoord op de onvoorstelbare horror van 9/11: het absolute niets. Nu doe ik iets soortgelijks. Op mijn manier, dus met die oude, anachronistische techniek van het schilderen.”

“De beelden gaan over nú, maar door ze te schilderen onttrek ik ze aan de vluchtigheid van de actualiteit. Het lijkt alsof ze al lang bestaan. En ze worden dan ook nog eens opgehangen in een palazzo dat écht al eeuwenlang bestaat, in een stad die wegzakt en wegrot in een stinkende lagune. Zie je het plaatje een beetje? Verval en vervuiling alom. Venetië, de oude Europese glorie die letterlijk dreigt te vergaan. De bezoedeling van de samenleving door duistere, anonieme krachten. De zeepbel waarin we leven door sociale media en het internet, waardoor we gevaarlijk ontvankelijk zijn voor het vergif van het populisme, voor holle politieke statements zonder verhaal. Politieker kan ik toch niet worden?”

 Gaat het ook over de kunstenaar die machteloos toekijkt, die bevriest van verbijstering en niet meer bij machte is een opmonterende boodschap te brengen?

“Een vrolijke frans ben ik nooit geweest, maar ik kan niet ontkennen dat mijn werk nog verdonkert, soms tot op het dystopische af. Inderdaad, vanuit een zekere desillusie. (Denkt na) Maar ik ben een kunstenaar, hè, geen activist. De boodschap ligt er nooit vingerdik op. Integendeel, die zit er diep onder, ongeveer zoals het dark web zich verhoudt tot het internet. Als mensen die diepere laag niet zien, of niet willen zien: ook goed.”

 We mogen dus ook een gezellige citytrip naar Venetië boeken om ons daar te gaan verlustigen aan mooie tableautjes van uw hand?

“Dat kan perfect. En dan is de perversie compleet: het gaat over de verrotting van de wereld, en we vinden het nog mooi ook! (Lacht, en dan bloedernstig) In Venetië ga ik waarschijnlijk het grootste publiek bereiken dat ik ooit heb bereikt. Ik onderschat dat niet, en ik doe er zeker niet meewarig over. Dat zullen niet de mensen zijn die mijn werk gaan kopen. Het zijn ook niet de mensen die de marktwaarde ervan bepalen. Het zijn de mensen die doen waar het in wezen om gaat: komen kijken. Ik bied mijn werk aan en het verhaal dat erbij hoort – hoe ik het zie, waarom ik het gemaakt heb. Maar ze kijken zoals ze willen, en ze vinden ervan wat ze willen.”

 Twee jaar geleden maakte uw collega Damien Hirst er in het Palazzo Grassi een waar spektakel van, met zijn haast groteske show ‘Treasures from the Wreck of the Unbelievable’. U komt met een vrij klassieke tentoonstelling vol onderhuidse, gecodeerde boodschappen. Is dat geen risico in Venetië, waar men wellicht op een blockbuster rekent?

“In La pelle zit ook een spectaculair element: een grote vloermozaïek van tien meter bij tien. Je kunt erover lopen als je binnenkomt, je kunt er letterlijk je voeten aan vegen. Meer ga ik er niet over zeggen, het mag nog een beetje spannend blijven. Maar voor de rest is de tentoonstelling inderdaad allesbehalve monumentaal – krek het tegenovergestelde van wat Damien Hirst deed. Op die manier dwing ik de toeschouwer echt te kijken naar de schilderijen. Dat is namelijk het enige wat hij of zij kan komen doen. En je krijgt nauwelijks houvast, want er staat geen uitleg op de muren. Die hele tentoonstelling is één groot understatement. Maar daarachter zit natuurlijk een reusachtige ambitie. Is dat een risico? Het zal wel zijn. Maar eentje dat ik bewust neem. La pelle zal geen explosie van beelden zijn die je ruw dooreenschudt, maar een implosie die diep wil doordringen in je brein.”

 Het Palazzo Grassi is eigendom van François Pinault, de Franse miljardair die naast luxemodemerken als Gucci ook het veilinghuis Christie’s bezit. Hij laat zijn privéjet naar verluidt geregeld in Deurne landen, om op bezoek te komen in uw atelier in Borgerhout.

“Dat is zo. Ik ken hem al heel lang. Een echte selfmade man, begonnen als houtvester in Bretagne, en dus zeer no-nonsense. Geen enkele andere kunstverzamelaar bezit zoveel werk van mij, nu al meer dan twintig schilderijen. Hij is nog een collectioneur van de oude stempel. Hij koopt bijvoorbeeld niet online. Hij stuurt wel assistenten uit om op beurzen en in galerieën foto’s te gaan nemen van de dingen die hem zouden kunnen interesseren, maar de beslissing om een werk te kopen valt pas nadat Pinault in persoon is komen kijken. Hij moet het van nabij gezien hebben.”

 En hij beslist altijd pas de dag nadien, heb ik gelezen.

“Klopt, bij mij ook. Hij koopt nooit on the spot, hij denkt er minimaal een nachtje over na (lacht). François Pinault doet geen impulsaankopen.”

 Beslist hij ook in z’n eentje wie een tentoonstelling in het Palazzo Grassi krijgt?

“Ja. Die van mij is twee jaar geleden al afgesproken. Terwijl de expo van Damien Hirst nog liep, wist ik al dat ik de volgende zou zijn.”

 Vanwaar zijn fascinatie voor uw werk?

“Hij spreekt daar niet breedvoerig over. Hij zegt dat er iets in zit wat voor hem ongrijpbaar en onverklaarbaar is, iets intrigerends, en dat volstaat voor hem. Zoals ik al zei: hij is van de oude stempel, hij is ook al in de tachtig. Hij is niet zoals sommige verzamelaars van nu die zich laten adviseren door jonge consultants en zogenaamde influencers, die kunstenaars en kunstwerken moeten inschatten op hun potentieel – het potentieel om erin te beleggen en ermee te speculeren, welteverstaan.”

“Gezapig achteroverleunen en genieten van wat ik heb gedaan? Daar ben ik karakterieel niet toe in staat.”

 Doet Pinault dat zelf ook niet? De Pinault Foundation, de Fondation Louis Vuitton van die andere Franse miljardair Bernard Arnault, de Fondazione Prada van Miuccia Prada in Milaan: dat zijn toch de spelbepalende figuren op de kunstmarkt, die beslissen wat groot wordt en wat niet?

“Nu vergeet je wel een paar machtige spelers. De Amerikanen en de snel opkomende Aziaten, die steeds invloedrijker worden. En sommige galerieën zijn in hun expansiedrang uitgegroeid tot wereldspelers: David Zwirner, Gagosian, Hauser & Wirth.

”Ik vind dat de stichtingen van François Pinault en Miuccia Prada, die ik ook goed ken, op een bepaalde manier nog een buffer vormen tegen de grote gelijkschakeling en de sterrencultus. Precies omdát ze gerund worden door persoonlijkheden die heel breed kijken, en die ook om puur persoonlijke redenen kunnen beslissen een volslagen onbekende kunstenaar een belangrijke show te geven.

”Trouwens, was het vroeger beter? In de renaissance waren het de Borgia’s en de De’ Medici’s, de krijgsheren van hun tijd, die bepaalden wie de opdrachten kreeg. Tegenover hen aan de onderhandelingstafel zaten Michelangelo, Leonardo en noem maar op. Titiaan was miljardair toen hij stierf. Michelangelo is op hoge leeftijd gestorven, terwijl hij druk doende was zijn eigen biografie te vervalsen, als de rijkste kunstenaar ter wereld. Toen is de kunstenaar ontstaan zoals we hem vandaag nog kennen: hunkerend naar aandacht en erkenning, afhankelijk van begunstigers en kooplustigen, speelbal van vraag en aanbod.”

 Hebt u zich aangepast aan die schaalvergroting en globalisering van de kunstmarkt, of bent u er nog de speelbal van?

“Tot 2005 had ik welgeteld één assistent, met wie ik mijn doeken opspande op de spieramen. Dat gebeurde toen nog in mijn kleine atelier in de Kroonstraat (ondertussen heeft een groot atelier in Borgerhout, red.). In een oude vijfdeurs VW Golf vervoerden we ze vervolgens naar een fotostudio, waar ze werden gefotografeerd. Vandaar gingen ze in een bestelwagen richting galerie, of waar ze ook naartoe moesten. Als een schilderij te groot was en niet in de Golf raakte, rolden we het doek gewoon op en spanden we het pas op bij de fotograaf. Dat soort amateurisme kun je je nu niet meer voorstellen.

”Tien jaar geleden ben ik in actie geschoten. Als reactie op de crisis van 2008, die er ook in de kunstwereld stevig inhakte. In plaats van bang in een hoekje te gaan zitten en af te wachten tot het overwaaide – wat veel galeristen hebben gedaan, die zijn dan ook over de kop gegaan – heb ik de Studio Luc opgericht. Mijn eigen productiehuis, zeg maar. (Wijst rond) Alles wordt nu van hieruit gestuurd, verzorgd en aangeleverd. Dit is mijn archief, hier worden de catalogi geproduceerd, mijn eigen reizen en het transport van de werken georganiseerd, lezingen en colloquia voorbereid, afspraken met de media gemaakt… Mijn galeristen moeten het werk alleen nog tonen. En de public relations mee verzorgen, natuurlijk. We hebben de percentages dan ook opnieuw onderhandeld: in plaats van de opbrengsten van de verkoop gelijk te verdelen, zoals gebruikelijk in de branche, is het nu 60 procent voor mij en 40 voor hen. Met die 20 procent verschil moet ik de zaak hier runnen. Maar zo heb ik de controle, en kan ik dingen doen waarvoor ik niet of nauwelijks betaald word: lezingen geven, voor curator spelen in onze armlastige kunstencentra, noem maar op.”

 De kunstenaar als ondernemer.

Jef Koons en Damien Hirst hebben een heel leger medewerkers en assistenten in dienst. Wij werken hier nog altijd maar met drie à vier mensen, plus af en toe een gelegenheidsmedewerker. En schilderen doe ik alleen, daar is nooit iemand bij.”

”Kijk, kunst wordt meer en meer gezien als een lifestylepakket – een imago dat gecreëerd en vermarkt moet worden – en als een beleggingsvehikel. Naar de betekenis van het werk wordt amper nog gevraagd. Dat vind ik problematisch. Ik voel de behoefte, zelfs de noodzaak, me tegen die trend te verzetten. Met een medium als schilderkunst kun je dat op een zeer perfide manier doen. Tegen de om zich heen grijpende, risicoloze gladheid zet ik dat zogenaamd verouderde, in onbruik geraakte ambacht in.” 

“Maar ook met de Studio concentreren we ons vrijwel uitsluitend op het werk. Mijn archief – niet alleen de beelden, maar al die teksten, artikels en boeken die over mijn werk zijn geschreven – hebben we volledig gedigitaliseerd. Daardoor hebben we de catalogue raisonné kunnen realiseren, waar ik bijzonder trots op ben. Een complete inventaris van mijn schilderijen, van de jaren 70 tot nu. Het is een reusachtige onderneming geweest waaraan we bijna tien jaar hebben gewerkt.”

“Mijn werk gaat over het verval en de vervuiling van de wereld. Maar je mag het ook mooi vinden: dan is de perversie compleet.”

SMS van Beatrix

 Wat ziet u als u zo ver terugkijkt?

“Soms zie ik een werk waarvan ik denk: dit had ik misschien beter niet gemaakt.”

 Niet ‘Wauw, ik ben nog beter dan ik al dacht’?

“Mijn New Yorkse galerist David Zwirner zei vorige week, nadat hij deel twee van de catalogue raisonné had ingekeken, dat hij erstaunt was. Verrast, verwonderd dat de kwaliteit van mijn werk nooit stagneert. Zelf ben ik karakterieel niet in staat gezapig achterover te leunen en te genieten van wat ik heb gedaan. Nu ben ik bijvoorbeeld maar met één ding bezig: ‘La pelle’ moet een vlijmscherpe tentoonstelling worden. Die druk leg ik mezelf op.”

 Geeft de catalogue raisonné u ook het veilige gevoel dat als u morgen iets overkomt, alles netjes op een rij staat? Is het uw testament in prentjes?

“Ik ben 60 jaar geworden. Ik ben geen mid career artist meer. Mijn carrière gaat nu een andere fase in, het eindspel is ingezet. En dan mag er één en ander, euh, geconsolideerd worden. Ik noem het geen nalatenschap.”

 Maar wel een eindspel.

“Ja, maar zo’n eindspel kan lang duren, hè (grijnst). Wees gerust, het dendert ondertussen lustig voort. Einde juni, terwijl Venetië loopt, opent er een andere, behoorlijk uitgebreide tentoonstelling in De Pont in Tilburg. In het najaar zou ik ook een galerieshow doen in Hong Kong, maar die hebben we vanwege de operatie aan mijn voet uitgesteld tot 2020. Er worden voorbereidingen getroffen voor een tour in China in 2022, met stops in Peking, Shanghai en misschien nog een paar andere steden. Als de ene expo nog moet beginnen, heb ik de volgende al in mijn hoofd. En zo gaat het al dertig, veertig jaar.”

 Heeft er in al die tijd ooit iemand gezegd: ‘Tuymans, stop er toch gewoon mee, het lijkt nergens op’?

“O ja, tuurlijk wel. Ik heb mijn portie kritiek gehad, hoor.”

 Van serieuze critici, met inhoudelijke argumenten, zo valabel dat ze u aan het twijfelen brachten?

(beslist) “Nee, dat niet. Was het maar waar. Het werd vrijwel altijd op de man gespeeld. Meestal ging het over hoe ik overkwam op iemand die mij interviewde: dat ik een wel erg grote mond had en zo. Vernietigende kritiek op het werk herinner ik mij nauwelijks. Misschien komt die nu?”

 Hebt u nog hinder ondervonden van de zaak met fotografe Katrijn Van Giel, die u ervan betichtte haar foto van Jean-Marie Dedecker geplagieerd te hebben in uw schilderij ‘A Belgian Politician’?

“Nee, integendeel. Dat was een storm in een Vlaams glaasje water. In het buitenland is daar met ongeloof op gereageerd, men begreep er helemaal niets van. Ach, dat was de karaktermoord die móést worden gepleegd. Sommigen zaten al twintig jaar te wachten op een gelegenheid om die arrogante klootzak van een eens goed in elkaar te neuken. En voilà, het is dan gebeurd (grijnst). Maar omdat ik toevallig ook buiten de landsgrenzen bekend ben, heeft het niet echt gewerkt.”

 Wat begrepen ze in het buitenland niet?

“Dat men zich op de cultuurredactie van een zelfverklaarde kwaliteitskrant (De Standaard, red.) nog kon opwinden over het feit dat een schilder zich baseert op een bestaande foto. Hebben die mensen ook maar enig benul van de kunstgeschiedenis van de jongste 150 jaar? Al sinds de uitvinding van de fotografie gebruiken schilders en andere kunstenaars foto’s als bronmateriaal. De enige stommiteit die ik begaan heb, is mij te laten opjutten door een journaliste die mij onaangekondigd opbelde. De volgende dag stond dat non-nieuws op de voorpagina.

”Heel erg was ook dat zogenaamde debat dat de VRT heeft opgezet over de zaak, met uitsluitend mensen die likkebaardend klaar zaten om mij te kunnen afmaken. Uiteraard ben ik daar weggebleven. Prinses Beatrix heeft mij er nog een sms over gestuurd…”

 U hebt in 2012 haar portret geschilderd. Hebt u daar een sms-relatie met de Nederlandse ex-koningin aan overgehouden?

“Nee, zij had die uitzending gezien en liet gewoon weten dat ze het ‘een bijzonder laag spektakel’ vond. Dat zegt iets over het kaliber van die dame. En over dat van het programma.”

 U werd in eerste instantie veroordeeld wegens plagiaat, maar hebt de zaak uiteindelijk in der minne geschikt. Kon u niet anders?

“O, we hadden gemakkelijk nog tien jaar kunnen procederen. Maar ik heb mevrouw Van Giel toen ontmoet en samen hebben we het verstandige besluit genomen dat niet te doen. De uitkomst van de schikking was dat mijn schilderij een zichtbaar bestaan kan blijven leiden, en dus mag worden tentoongesteld en gepubliceerd, maar dat de oorspronkelijke foto als bron moet worden vermeld. Het doek is er eigenlijk alleen maar bekender door geworden. En de fotografe ook. Voilà: iedereen gelukkig.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden