Vrijdag 16/04/2021

AchtergrondStrips

Snel schieten mocht, raak schieten niet. Nieuw naslagwerk over censuur in de strip

De scène waarin Phil IJzerdraad sterft werd geweerd wegens te gewelddadig. Niet veel later zou Lucky Luke nooit meer mensen neerschieten. Beeld RV
De scène waarin Phil IJzerdraad sterft werd geweerd wegens te gewelddadig. Niet veel later zou Lucky Luke nooit meer mensen neerschieten.Beeld RV

Het regent massaal censuurbalkjes op de cover van Duizend bommen en castraten, recht op de hoofden van talloze verbaasde strippersonages. Censuur was en is dan ook al zo’n honderd jaar opvallend aanwezig in de stripscene. Of je nu mens of muis bent, pastoor of flik, of luistert naar de naam Suske, Natasja of Nero.

Een stapeltje onschuldige filmposters, door zijn schooldirecteur koudweg onderschept, gekeurd en ingepikt. Daarmee begon voor Jan Smet, nu 81, toen 10, de basis van zijn levenslange interesse in censuur. “Ik denk dat ik die dag voor het eerst met onrechtvaardigheid werd geconfronteerd. Onderweg naar school passeerde ik langs cinema Forum, in het centrum van Turnhout. De eigenares was het voorportaal aan het poetsen en verving de oude filmposters door nieuwe. Ik trok mijn stoute schoenen aan en vroeg of ik die affiches mocht hebben. Ze schonk me een stapeltje.”

“Op de speelplaats had ik er succes mee. Er zaten allerlei genres tussen, maar geen enkele refereerde aan wat toen ‘stoute cinema’ werd genoemd. Toch werd de directeur erbij gehaald. Die bekeek ze een voor een. ‘Die wel, die niet’, oordeelde hij. Geen enkele affiche was ook maar enigszins aanstootgevend, maar toch hield ik slechts drie van de vijftien affiches over. Ik vermoed dat de selectie gebeurde op basis van de vrouwen die erop prijkten. Dat was eind jaren veertig wel vaker een probleem. De interesse in censuur is daar begonnen.”

Preutsheid in de VS. Boven een ongecensureerd, onder het later gecensureerde plaatje uit 1935 van Alex Raymonds bekende reeks 'Flash Gordon'. Beeld RV
Preutsheid in de VS. Boven een ongecensureerd, onder het later gecensureerde plaatje uit 1935 van Alex Raymonds bekende reeks 'Flash Gordon'.Beeld RV

Niet alleen de filmposters wisten Smet te boeien, als tiener kwam daar ook nog de strip bij. Ook erotische strips, zegt hij. “Dure boeken, zoals Epoxy of Barbarella. Corentin behoorde er ook toe. Dat was weliswaar een bekende, zelfs populaire avonturenreeks die in Tintin/Kuifje verscheen, maar auteur Paul Cuvelier bracht er een erotische content in, zonder al te veel bloot. Dat interesseerde me toen erg. Nu nog, trouwens.” (lacht)

Steekkaarten

In zijn Turnhouts bureau staan ze nog steeds netjes geklasseerd: zo’n 6.000 steekkaarten in allerlei kleuren. “Op zeker moment begon ik, telkens wanneer ik iets las over censuur, al die info op steekkaarten over te zetten. Gelukkig werkte ik als bibliothecaris op het stadsarchief van Turnhout en lagen kranten en tijdschriften binnen handbereik.”

Hoewel Smet hoofdredacteur was van CISO Magazine en Stripgids, die beide aan de wieg stonden van de eerste semi-professionele invulling van Vlaamse stripjournalistiek, schreef hij amper over censuur. Dat veranderde toen hij in 2013 een eigen rubriek kreeg in de hernieuwde editie van het Vlaamse blad Stripgids. “Daar kon ik voor het eerst echt mijn gang gaan.” Smet had er telkens minstens twee pagina’s ter beschikking. “Strips en censuur. Het een kan niet zonder het ander”, zo begon hij telkens zijn bijdragen, waarvan een deel gerubriceerd werd in Duizend bommen en castraten.

De erg klassieke, zelfs saaie vormgeving van het boek, waarin beeldplaatjes niet één keer loskomen van hun rechthoekige kaders, komt het verhaal niet ten goede. Maar inhoudelijk zit het goed. Smet verdeelde – naar eigen zeggen voor het eerst ooit – de censuur over verschillende genres als geweld, alcohol, drugs, vloeken, majesteitsschennis en seks. Hij ging er voor kijken in zowel Europa, de VS en Japan.

Zowel in zijn Stripgids-rubriek als in dit boek regent het opvallende taferelen. Paus Johannes II die zich in de hemel vergrijpt aan geile, naakte engeltjes, bijvoorbeeld. De Italiaanse grootmeester Milo Manara werd er in eigen land voor aangeklaagd. Of wat te denken van het Nero-album over de Oegandese dictator Idi Amin Dada. Een aankondigingsstrook uit 1975 maakte duidelijk dat dat album Papa Dada zou gaan heten. Tot de toenmalige uitgever van De Standaard Sleen opbelde. “Er zou nog een negentiende-eeuwse wet van toepassing zijn waarin vermeld stond dat je geen staatshoofd in de pers mocht beledigen”, aldus Sleen. Uiteindelijk veranderde de titel naar De wensring en werd Amin met snor en baard ‘onherkenbaar’ gemaakt.

Op andere plaatjes toont Smet een orgie van Disney-figuren, schreeuwt Lambik dat ‘ge onze zak kunt opblazen’ of laat hij talloze Lucky Luke-plaatjes de revue passeren die gecensureerd werden – hoe onschuldig ze ook leken.

Het Nero-album De wensring, waarin de Oegandese dictator Idi Amin Dada centraal staat, zou eerst Papa Dada heten. Maar de uitgever hield dat tegen: een oude wet zou het spotten met staatshoofden verbieden. Amin werd uiteindelijk met snor en baard ‘onherkenbaar’ gemaakt. Beeld RV
Het Nero-album De wensring, waarin de Oegandese dictator Idi Amin Dada centraal staat, zou eerst Papa Dada heten. Maar de uitgever hield dat tegen: een oude wet zou het spotten met staatshoofden verbieden. Amin werd uiteindelijk met snor en baard ‘onherkenbaar’ gemaakt.Beeld RV

“Op een bepaald moment leek het wel alsof elk land strips per se wilde censureren”, zegt Smet. In 1954 riep de VS de befaamde Comics Code in het leven, een zelfregulerende code die uitgevers waren overeengekomen als alternatief op dreigende regeringsbeslissingen. Het was psychiater Fredric Wertham die de Amerikaanse Senaat via zijn boek Seduction of the Innocent op de gevaren van zulke publicaties wees. Maar ook in Europa lag de strip onder vuur. Het bekendste voorbeeld was een Franse wet uit 1949 betreffende de bescherming van de jeugd. Sommigen noemden het een protectionistische wet omdat vooral de populaire Belgische strip geviseerd werd in een poging de eigen scene te beschermen. En dan was er natuurlijk de katholieke tijdgeest. Zo liep er op de Spirou/Robbedoes-redactie een geestelijke rond die aandachtig alles navlooide.”

Hoewel zijn boek zo’n 600 pagina’s beslaat, is Jan Smet is nog niet uitverteld. Het blijft wel bij dit ene boek, zegt hij. “Maar over dit thema is nog zoveel meer te vertellen.”

Verschenen bij Vrijdag, 45 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234