Dinsdag 21/05/2019

'Small' is steeds vaker 'beautiful' in podiumkunsten, toont het Oostendse kunstenfestival Chambres d’O

Voor het grote gebaar moet je dit weekend niet op het huiskamerfestival Chambres d’O zijn. Met ‘tafeltoneeltjes’, ‘tafeldans’ of ‘pockettoneel’ maken de theatermakers en choreografen zich in Oostende kleiner dan ooit. Maar waarom is small voor steeds meer podiumkunstenaars zo beautiful?

Theatermaker Benjamin Verdonck maakte met 'one more thing' een mobiel theatertje voor 'miniatuurvoorstellingen'. Beeld Iwan Van Vlierberghe

In der Beschränkung (in de beperking) toont zich de meester, wist Goethe. Maar sommige podiumkunstenaars nemen dat citaat wel heel letterlijk. Neem danseres en choreograaf Charlotte Vanden Eynde, die haar lichaam tijdens Chambres d’O dubbelplooit tot het net op een tafel past – kleiner kan je je bühne niet maken. 

En ze is niet de enige: op hetzelfde festival toont Benjamin Verdonck twee ‘tafeltoneeltjes’ ter grootte van een poppenkast, en ontvouwt Mokhallad Rasem zijn eigen pocketschouwburg. Allemaal makers die nochtans vertrouwd zijn met de wijdheid van het grote toneel en de kracht van het grote theatrale gebaar. Vanwaar dan deze drang tot downsizen?

“Ik denk dat iedere artiest vertrekt vanuit zijn goesting", zegt Benjamin Verdonck. "Enkele jaren geleden had ik zin om de stad in te trekken. Vandaag wil ik in mijn atelier zitten en dingen knutselen. Werken met de basics: lijm en karton, of Pritt en plakband. Mijn verlangen gaat op dit moment uit naar de poëzie van het kleine.” 

Voor Charlotte Vanden Eynde is 'Tafeldans' dan weer de voortzetting van een solo, die ze in 1997 bij P.A.R.T.S. maakte. "'Benenbreken' was een solo voor mijn benen alleen, uitgevoerd op een tafel. Dit keer heb ik met Tafeldans een choreografie gemaakt voor mijn armen, die een eigen leven gaan leiden, los van de rest van mijn lichaam. Ik ben niet zo geïnteresseerd in virtuositeit, ik werk liever op een beeldende manier met het lichaam."

Citymarketing

Meer dan een tafeltje heeft Vanden Eynde niet nodig. Net zoals Verdonck zijn tafeltonelen kwijt kan in één bescheiden kist. Vooral het idee dat de omvang van de materialen niet de waarde van het werk bepalen bevalt hem. Dat is een politieke motivatie, maar artistiek en politiek zijn in Verdoncks geval nauwelijks te scheiden. 

Zo maakte hij een kleine tien jaar geleden KALENDER, een project dat bestond uit een jaar aan theatrale acties in de stad. Verdonck vergrootte daarmee zijn speelruimte: heel Antwerpen werd zijn bühne. “Ik heb het gevoel dat die interventies in de publieke ruimte toen iets konden betekenen. Vandaag ligt dat anders. Elk gebaar in de openbaarheid wordt zo snel gerecupereerd door mechanismen van citymarketing dat het bij voorbaat krachteloos wordt. De grote geste is pathetisch geworden, haalt zichzelf onderuit. Dus moest ik de andere kant uit. Harder kon ik niet meer roepen, dus ben ik gaan fluisteren.”

Heeft 'het grote gebaar’ aan geloofwaardigheid ingeboet, in een trumpiaans tijdperk waarin te vaak in overtreffende trap wordt gedacht, gesproken en geschreven? Ook de Waalse theatermaker Audrey Dero ziet in de realiteit een incentive tot kleiner. Vorig jaar stond zij op Chambres d’O met de 'Hip Hip Cabine', een objecttoneel voor twee toeschouwers in een hok ter grootte van een pasfoto-automaat. 

Dero: “We zijn voortdurend omringd door prikkels. We reizen grenzeloos de aardbol rond. Ik neem de toeschouwer liever mee op reis in mijn hoofd, in mijn universum van kleine figuurtjes, die net zoveel vertellen over de wereld.” Want laat dat duidelijk zijn: de inperking van een voorstelling in ruimte en tijd betekent niet dat de makers ook iets kleins willen vertellen. Vanden Eynde: “Integendeel. Door de focus maken mijn armen juist grote beelden. Je zoomt erop in en toont ze gedetailleerder dan ooit. Dat zijn net grote gebaren.”

Wat de pocketvoorstellingen met zich meebrengen is de uitgesproken nabijheid van het publiek. Zodat elke toeschouwer, aldus Dero, “de zorg krijgt, die hij verdient”. Zoveel intimiteit wordt makkelijk intimidatie. Maar de kersverse Antwerpse stadsdichter Maud Vanhauwaert, in 2015 nog te gast op Chambres d’O, ziet vooral artistieke winst in de confrontatie. 

“Je kunt alle gezichten goed zien, inclusief elk fronsje. En zelf word je natuurlijk ook bekeken, bijna alsof je in je blootje staat", zegt Vanhauwaert. "Maar dat is een context die jezelf en je teksten net op scherp zet.” Voor Vanden Eynde is de dichte aanwezigheid van het publiek zelfs geruststellend, omdat danser en toeschouwer op hetzelfde niveau staan. “Je bent kwetsbaar, maar het publiek weet dat ook. Net dat creëert een groot vertrouwen. Ik heb zelden ervaren dat mensen dat vertrouwen misbruiken.”

Theatercodes

De energie-uitwisseling tussen performer en publiek is intenser, maar even aantrekkelijk is dat die overdracht ook met een ander soort publiek kan gebeuren. Mokhallad Rasem, die dit weekend met zijn scootertje door Oostende snort om zijn minischouwburg in huiskamers te ontvouwen, vertelde dat hij het als een groot geluk ervoer om te spelen voor mensen die nog nooit een voet in een theaterzaal hadden gezet. Dero, die met haar 'Hip Hip Cabine' op elke straathoek terechtkan, ziet in die formule een kans om een publiek, dat minder met de codes vertrouwd is, te tonen hoe toegankelijk theater kan zijn. De flexibiliteit en de mobiliteit van de pocketvoorstellingen maken het kortom mogelijk om een nieuw en minder ervaren theaterpubliek te bereiken.

Wie al deze artistieke, politieke, sociale en ecologische motieven samenlegt, kan zich moeilijk van de indruk ontdoen, dat het hier gaat over, welja, vluchtpogingen. Deze podiumkunstenaars lijken zich te willen ontworstelen. Niet alleen aan de luidruchtige drukte van een spektakelmaatschappij, maar ook aan de productionele logica van een sector waarin voorstellingen soms jaren op voorhand vastgenageld zijn, in tijd, ruimte, planning en soms ook in publiekssegment. 

“Ik wil op elk moment alle kanten kunnen opgaan,” geeft Vanhauwaert aan. Voor Verdonck, die al sinds 2006 voor Toneelhuis theater maakt, is de guerillatactiek richting het kleine niet zozeer een statement tegen zijn grote instituut, maar juist een onderzoek daarbinnen. “Ik zie het als mijn taak om te kijken hoe ik dat systeem kan openbreken. Elk gebaar in de openbaarheid wordt zo snel gerecupereerd door citymarketing. De grote geste is pathetisch geworden, dus moest ik de andere kant uit. Dat is vandaag mijn tactiek.”

Chambres d’O, 27 & 28/1 op locatie in Oostende, chambresdohuiskamerfestival.be. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.