Maandag 20/05/2019

Review

'Slijk' - Na de horror: de humor

Beeld Jonas Lampens

Op vraag van GoneWest, dat de evenementen rond WO I bundelt, maakte Wouter Deprez een voorstelling over herinneringen aan 'de grooten oorlog'. Hij delfde diep in zijn eigen verleden met Slijk tot resultaat, een intense monoloog die de oorlogsgruwel van een streepje humor voorziet.

Tak, tak, trippel, trippel. Het is het geluid van de galosjen oftewel rubberen klompen (in West-Vlaanderen speelt Deprez zijn voorstelling immers in het plat West-Vlaams, ll) van Deprez' grootvader, Pépé Moerput. De kleine Wouter, zeven jaar, trippelt er nieuwsgierig achteraan. Hij bereidt zijn spreekbeurt voor over de Eerste Wereldoorlog en gaat daarvoor te rade bij Pépé, die toen kind was. Even oud was hij in 1914 als de kleine Wouter in dit verhaal. Pépé, een man van weinig woorden zoals dat de West-Vlaming betaamt, verstopt zich eerst achter een bord vol eten, likt het tot de laatste spat schoon want "ge moet den dag doorkomen". Wat 'hamsteren' betekent zal Wouter pas later leren. Evenals de impact van 'verkrachting' en 'te pletter'.

Voor Slijk groef Deprez als een archeoloog naar het oorlogsverleden van zijn geboortedorp. Getuigenissen, anekdotes en historische nieuwsfeiten delfde hij op en borstelde hij bijeen in dit verhaal, een gesprek van grootvader tot kleinkind gevoerd tijdens "we gaan een wandelingske doen" naar de Koelenberg waar ooit het ouderlijk huis van grootvader stond. Fictie en feit worden hier compagnons de route, en evenzo de naïeve blik van het kind en de wijze volwassene, de humor en de tragiek, de open wonde en het litteken, de oorlog vroeger en onze conflicten nu. Zo zien we Wouter Deprez het liefst aan het werk: meer dan de comedian de verteller wiens prozaïsche en bij momenten poëtische taal een wereld schetst tot die welhaast zichtbaar wordt op de naakte scène. Hij deed het eerder al in Eelt (2007) - een ontroerend portret van zijn vader en met voorsprong nog altijd een van zijn strafste shows - en hij doet het nu ook nu weer met deze Slijk.

Het gore oorlogsgeweld, het gas, de doodgeslagen hond, het dode kind en de moeder zonder arm: het zijn beelden die zich op het netvlies branden maar evengoed is er die liefde voor een grootmoeder door wier vlees Deprez zich omarmd weet en wij samen met hem. Slijk confronteert en ontroert, maar gebruikt daarbij ook de lach als de zalf en het zout op de wonde.

Beeld Jonas Lampens

Bitterzoet

Geruggensteund door muzikant Kristof Rosseeuw, die op zijn contrabas alle toonaarden bespeelt, van de muzikale stoelgang tot de dramatische strijk van een oorlogsscore die nooit ten einde is. Zo sneert Deprez ook wanneer hij stelt dat de leuze 'nooit meer oorlog' ten spijt we toch maar mooi investeren in nieuwe gevechtsvliegtuigen en over een van de best draaiende wapenfabrieken beschikken. Dan neemt de scherpe stand-upcomedian het over van de bitterzoete verhalenverteller en schuifelen we met ons allen ongemakkelijk in onze stoel. Als honderd jaar geleden ineens wel heel dichtbij komt.

Kan je van zoiets gruwelijks als oorlog comedy maken? Je voelt dat Deprez er ergens zelf mee gewrongen zit. Die verwachting van Deprez om comedy te brengen is er bij het publiek wel, maar er misschien een nog straffere show gestaan als hij dat idee volledig had losgelaten. Tegelijkertijd is Deprez er wel in geslaagd om comedy met een thema als de Eerste Wereldoorlog te verbinden. Al zal het niet de lach zijn die ervoor zal zorgen dat je je Slijk herinnert, en misschien maar goed ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.