Maandag 24/06/2019

interview

Siska Schoeters: “Mijn ambitie heeft nooit heel hoog gelegen”

Siska Schoeters. Beeld Damon De Backer

Van Studio Brussel naar Radio 2 verhuizen, het is géén bizarre keuze, zegt Siska Schoeters, wel een logische stap. Vijftien jaar maakt ze nu al radio (en sinds kort ook televisie), en dat doet wat met een mens. “Ik ben lang bang geweest om door de mand te vallen. Bang dat men ooit zou beseffen: die Schoeters, die kan eigenlijk niets.”

Het is anders, ja. Een lang item over wat je volgens Pascale Naessens allemaal met pompoenen kunt doen, een nummer in het Nederlands van Michiel De Meyer (wie?), even later een van Tino Martin (idem). Nee, dit is Studio Brussel niet. Maar mee­wiebelen met de voet lukt best goed op Martins ‘Zij weet het’. En als je even later Mylène Farmer (‘Désenchantée’) en Fleetwood Mac (‘Dreams’!) hoort, weet je nóg zekerder dat Siska Schoeters dadelijk zal foeteren op de foute perceptie die bij sommigen over haar nieuwe werkgever heerst.

Na vijftien jaar bij Studio Brussel is Schoeters begin dit jaar naar Radio 2 verhuisd en is ze een van De madammen geworden. Dat wij daar grote ogen bij trokken, ligt aan ons, zegt ze, want voor haar was het een logische stap. “Ik heb altijd geweten dat ik naar Radio 2 zou gaan als ik stopte bij Studio Brussel, omdat die zender ook heel goed aansluit bij wie ik ben en wat ik doe op de radio. Ik hou van de no-nonsense­toon op Radio 2. Van de volkse aard van de zender, en dat bedoel ik niet beledigend, integendeel. Ik praat graag met gewone mensen. Ik kan dat ook heel goed.”

Bovendien, voegt ze er fijntjes aan toe, heeft Radio 2 wel een publiek van meer dan een miljoen luisteraars. “Toen de vraag twee jaar geleden kwam, zei ik dus direct ja. Maar ik zei ook dat ik tijd nodig had. Die kreeg ik. Ook van StuBru-nethoofd Jan Van Biesen. Ik ben toen aan enkele mensen raad gaan vragen. Bart Peeters vond direct dat ik het moest doen. Hij zei: je moet maar denken dat het fijn is om in de AB te spelen maar je gek zou zijn om het niet in het Sportpaleis te doen. Hij heeft gelijk. Verbreding is geen vies woord.”

Wat zijn de grootste verschillen met radio maken voor StuBru?

Siska Schoeters: (lacht) “Vlaamse muziek draaien. Radio maken is radio maken, maar de muziek en de jingles geven een bepaalde klankkleur aan je zender. Tegelijk is er ook veel overlap met de muziek die op StuBru gedraaid wordt: Hooverphonic, Tamino of Milow hoor je op allebei.”

Je vrienden of familie die je aan het werk willen horen, moeten nu wel naar Lindsay of Christoff luisteren. Maar dat mag ik niet zeggen, zie ik aan je gezicht.

(streng) “Nee, ik vind het fout dat Radio 2 louter geassocieerd wordt met Lindsay en Christoff. Ten eerste hebben wij die in De madammen nog niet gedraaid, ten tweede is er niets mis met hun muziek. Ik vind niet dat je daarop moet neerkijken. Trouwens, als mijn vrienden en familie mij willen horen, zullen ze mij wel bellen in plaats van naar de radio te luisteren.”

Het gaat niet over neerkijken, het gaat over genres die al dan niet met jou geassocieerd worden.

“Bon, Lindsay of Christoff zijn mijn genre niet, maar met Slayer of Korn op Studio Brussel had ik ook niets, en toch heb ik er nooit gemeen over gedaan als ik ze moest draaien. Ik heb altijd gerespecteerd dat er mensen zijn die dat wel graag horen. Als je trouwens écht naar Radio 2 luistert, zul je merken dat drie vierde van de platen bestaat uit de beste muziek ooit, die je nergens anders meer hoort. Ik vind het in elk geval zalig om Aretha Franklin, Janis Joplin of Fleetwood Mac weer op de radio te horen.”

Beeld Damon De Backer

Nog een verschil: je wordt nu gefilmd terwijl je in de uitzending zit. Een hardnekkige neuspeuter­gewoonte moet je dan toch ook niet hebben.

“Ja, daar moest ik in het begin wel wat aan wennen. Op mijn eerste dag bij De madammen werd er een nummer gespeeld dat minder mijn genre was en instinctief maakte ik in de studio een beweging alsof ik moest braken en stak ik mijn vinger in mijn keel. Om onmiddellijk daarna te beseffen: geen goed idee, Siska, je bent op tv.” (schatert)

Kijk je achteraf ook naar die uitzending op tv?

“Natuurlijk niet, waarom zou ik dat in godsnaam doen? Ik heb soms vier kinderen rondlopen in mijn huis, ik ga mijn tijd echt niet verspillen aan naar mijzelf kijken tijdens een radio-uitzending.” (Schoeters heeft twee kinderen met radio­presentator en tv-maker Tomas De Soete, en De Soete heeft ook twee kinderen uit een vorige relatie, red.)

In het filmpje over het afscheid dat je StuBru-collega’s je gaven, kregen we een heel emotionele Siska Schoeters te zien. Is dat zo’n moment waarop je denkt: shit, wat heb ik gedaan?

“Helemaal niet. Ik dacht eerder: dit is het mooiste afscheid dat je kunt krijgen. Al mijn collega’s stonden voor mijn deur, Van Biesen had iedereen een halve dag vrij gegeven. Nu ja, ik heb het misschien wat afgedwongen, want in de maanden voor mijn vertrek heb ik tegen iedereen staan roepen dat ze mijn afscheid maar beter memorabel konden maken. (lacht) Maar ik heb wel iets achtergelaten bij Studio Brussel, denk ik. Ik hoop dat jonge collega’s toch wat geleerd hebben uit mijn werk. Of dat het hen geïnspireerd heeft.”

Beeld Damon De Backer

Schoeters werd in 2003 bij Studio Brussel binnengehaald, toen ze nog radio studeerde aan het Rits. Ze mocht meteen De afrekening presenteren, dat van zondagvoormiddag naar woensdagnamiddag was verhuisd. Er was wel wat te doen rond Studio Brussel toen, want ineens was er een nieuw logo (de rode ellips met witte letters) en werd er definitief komaf gemaakt met een periode waarin enkel punk, grunge en andere alternatieve muziek gedraaid werd. Mainstream was niet langer een vies woord, en in Schoeters zag men de geknipte persoon om die verbreding uit te dragen. Dat de luisteraars haar niet altijd apprecieerden, bleek uit de mailbox van Studio Brussel. “Ach, dat is wat overroepen”, zegt ze. “Ik kreeg niet meer kritiek dan andere presentatoren.”

Op je 21ste bij Studio Brussel beginnen terwijl je zelfs nog op de schoolbanken zit, het moet een droom geweest zijn die uitkwam.

“Die droom heb ik eigenlijk nooit gehad. Ik ging al dolgelukkig zijn als ik op FM Brussel een eigen programmaatje zou krijgen. Mijn ambitie heeft nooit heel hoog gelegen. Dat had een reden. Ik heb heel lang aan het impostor syndrome geleden. Bang om door de mand te vallen, bang dat men ooit zou beseffen: die Schoeters, die kan eigenlijk niets. Ik heb er heel lang last van gehad. Tomas trouwens ook. Net als veel mensen in de media.”

Gehad, zeg je. Sinds wanneer ben je van dat minder­waardig­heids­complex verlost?

“Wel, nog maar sinds twee jaar geleden eigenlijk. (schatert) Toen kreeg ik ons tweede kind, onze dochter Minnie, en daarmee is het verdwenen. Plots had ik geen tijd meer om ’s nachts wakker te liggen van mijn werk. Mijn job is heel fijn, maar mijn kinderen zijn wel het aller­belangrijkste.

“Na een carrière van vijftien jaar krijg je ook stilaan zelfvertrouwen. Al was het maar omdat mensen mij de hele tijd zeiden: nee, het is niet toevallig dat jij op deze post zit, dat komt omdat je het kunt en niet omdat ze toevallig niet iemand anders hebben.

“Trouwens, de media zijn ook niet heilig, weet ik ondertussen. Als ik er geen plaats meer vind, ga ik wel iets anders doen.”

Zoals wat?

“Goh, mijn moeder heeft een winkel in tweede­hands­kleding in Kontich en ik heb al vaak gedacht om die over te nemen. Ze is stilaan aan haar pensioen aan het denken en ik zou het doodjammer vinden als dat winkeltje verloren gaat. ’t Is maar een voorbeeld, ik zou zoveel willen doen.”

Pittig en ad rem zijn is je handels­kenmerk. Heb je dat altijd gehad, of is dat met je radio-ervaring gekomen?

“Het is aangeboren, vrees ik. Tot grote ergernis van mijn ouders. (lacht) Toen ik nog maar twee was, zeiden ze soms al zuchtend: ‘En nu gaan we het spelletje spelen van om ter langst zwijgen.’ Het zit in de familie Schoeters. De zussen van mijn vader hebben ook allemaal een franke klep. Mijn oudste zus en mijn broers trouwens ook. Maar ik ben wel de ergste van de vier, denk ik.

“Een leuk gesprek hebben met een luisteraar is gewoon heel fijn. Het is een spel dat ik ondertussen wel beheers. Maar de meester daarin – en dat zeg ik niet omdat hij mijn lief is – was toch Tomas. Niemand die zo goed kon dribbelen in die gesprekjes als hij.”

Door je manier van praten kom je heel zelf­verzekerd over.

“Mja. Radio 2-collega Christel Van Dyck zei me onlangs dat ik het imago van een harde tante heb. Daar schrok ik wel van. Want ik vind mezelf echt geen harde tante. Mensen die mij wat beter kennen, weten ook dat ik dat helemaal niet ben. Nu goed, wat onbekenden van mij denken, dat kan ik me echt niet meer aantrekken.”

Je hebt de laatste jaren ook geregeld voor tv gewerkt. Vorige zomer was er bijvoorbeeld De club van Siska, een programma dat niet bepaald goed ontvangen is door de pers. Hoe ga je om met die negatieve recensies?

“Nu moet ik hard op mijn woorden letten. (denkt na) Ik ga het toch zeggen: ik vind recensent een beetje een overbodig beroep. Recensenten geven me vaak de indruk dat ze een halve aflevering van iets bekijken en dan een mening klaarhebben. Als ze die mening al niet op voorhand hadden. En het valt me ook op dat als ze me tegenkomen, ze me niet in de ogen durven te kijken.”

Moet een recensent iedereen in de ogen kijken over wie hij of zij iets schrijft?

“Misschien niet, maar het zegt veel over hun persoonlijkheid. Het zijn mensen die klaar zitten met geslepen messen en het normaal vinden om een programma compleet af te kraken omdat zij het niet goed vinden.

“Ja, het was een lichte quiz, maar dat soort programma’s hoort naast serieuze programma’s ook tot de opdracht van de VRT. Op warme zomerdagen keken er geregeld 600.000 mensen naar De club. Toch een groot verschil met de mening van één iemand in de krant. Hoe ik er dus mee omging? Ik heb even gevloekt, maar ik ben er niet kapot van geweest. Dat veel mensen zich geamuseerd hebben met dat programma is voor mij het belangrijkste.”

In Iedereen beroemd heb je een rubriek over de boekskes. Zelf ben je al meermaals kwaad geweest op de media.

“Vooral in het begin, toen ik pas samen was met Tomas, zat ik hard in het defensief. Toen was ik ook feller dan nu. Ondertussen weet iedereen dat wij een koppel zijn en is het geen nieuws meer. Ik denk zelfs dat wij bijna het langst­durende koppel in media­land zijn.”

Je Instagram-account is openbaar, en je post veel foto’s van jezelf en je kinderen. Is dat een bewuste keuze?

“Heel bewust. Mijn persoonlijkheid is mijn job. Iets van die persoonlijkheid delen op Instagram hoort er dus gewoon bij. Maar ik toon veel meer niet dan wel. Ik deel maar een heel klein stuk van mijn leven, en dat is een stuk waar ik goed over nadenk. Ik post vooral foto’s die iets positiefs uitstralen, waar mensen van gaan glimlachen en waar ze zich in kunnen herkennen.”

Toen jullie vorig jaar tien jaar samen waren, schreef je op Instagram: ‘Heel hoog en heel laag. Nog altijd de grappigste en meest integere man die ik ken. Maar ook de grootste zaag.’ Klopt daar één jaar later nog alles van?

(lacht) “Het is nog altijd heel intens bij ons, ja. Dat komt door onze karakters. Als we goed zijn, zijn we héél goed, en als we slecht zijn, zijn we héél slecht. Ruzie maken kan bij ons wel heftig zijn. Maar we komen toch altijd weer lachend tot de conclusie dat we maar zullen samen­blijven, omdat we voorlopig niets beters gaan vinden.” (lacht)

Jullie werken vaak intens samen met boeiende mensen en zijn zelf op elkaar verliefd geworden op de werkvloer. Zijn jullie soms bang dat er eens een ander opduikt?

“Soms heb je weleens een boon voor iemand met wie je nauw samenwerkt, dat lijkt me maar normaal. Maar Tomas en ik hebben zoiets snel door bij elkaar, en door er dan wat grapjes over te maken is de angel er ineens ook uit.

“We hebben nog niet in een situatie gezeten dat we tegen de ander moeten zeggen dat er echt iets aan de hand is. Ik sluit het ook niet uit, ik wil daar niet naïef in zijn. Maar zolang je beseft dat wat je thuis hebt nooit beter gaat worden met iemand anders, zit je relatie volgens mij wel goed.”

Je bent het beu om hierover te praten, maar toen je vier jaar geleden in deze krant openhartig zei dat je soms blij was als je kinderen in bed lagen, ben je in een heuse media­storm terecht­gekomen. Ik heb die heisa nooit zo goed begrepen, maar wat ik wil vragen is: hoe overleef je zo’n storm?

“Ik heb die heisa ook nooit begrepen. Ik zei gewoon de waarheid. (zucht) En nee, ik neem er nog altijd niets van terug. Er zijn toen vooral veel mom blogs en influencers met kinderen op gesprongen. Maar toen er ineens ook een opinie­stuk van een psychologe in de krant stond die schreef dat ik misschien niet zo’n goede band met mijn kinderen had, heb ik de krant dicht­geslagen en gezegd: fuck you, jullie hebben te veel tijd. (lacht) Correctie: eerst heb ik bij Tomas uitgehuild en daarna heb ik fuck you gezegd.

“Zo overleef je zo’n storm: doordoen met dingen die belangrijk zijn, zoals de vraag stellen of er morgen­vroeg brood is voor de kinderen.”

Wat geeft je gezin jou?

“Een reden om te leven. Van het moment dat je kinderen hebt, is er écht een reden om elke ochtend op te staan. Het geeft je ook een andere titel, namelijk die van ‘moeder’.”

Is het een titel die je graag draagt?

“Heel graag. Ik ben altijd trots als ik kan zeggen dat ik moeder ben van twee kinderen. Het geeft me een bepaalde status die me heel erg bevalt.

“Natuurlijk is het ook moeilijk soms. Ik wil dit gezin perfect managen. Ik regel alles: de naschoolse opvang, de baby­sit, de diensten­cheques, de kampen van de kinderen, de hobby’s. Een rol die ik heb opgeëist, hij is me niet toegeschoven door Tomas. Als ik het niet doe, is het niet goed gedaan, vind ik. Ik heb graag controle, ja. En als mijn management­plan werkt, voel ik me zot goed. Meestal gaat het goed, trouwens.” (lacht)

Je maakt er ook geen geheim van dat je een beroep doet op hulp als het niet gaat, zoals een stiefouder­coach of therapeut. Vertel je dat bewust, om het taboe te doorbreken?

“In mijn vrienden- of werk­kring is het eerlijk gezegd echt niet raar om te zeggen dat je naar een psycholoog gaat. Rondom mij zie ik het taboe dus niet. Ik vind ook dat iedereen minstens twintig sessies bij de psycholoog terugbetaald zou moeten krijgen. Er wordt nog veel te weinig aandacht besteed aan mentale gezondheid. Terwijl het niet meer is dan de ramen en deuren openzetten en eens een frisse wind te laten waaien door je kop, vanuit een perspectief dat je misschien even zelf niet meer ziet.”

Wat weet Siska Schoeters op haar 36ste dat ze op haar 26ste nog niet wist?

“Ah, moeilijke vraag. (denkt na) Dat Disney-sprookjes niet bestaan. Dat het in een leven altijd op en af gaat. Vroeger kon ik in paniek slaan als ik me wat slechter voelde. Ik was er dan van overtuigd dat ik een burn-out of depressie had. Nu weet ik dat het oké is om je enkele dagen wat minder goed te voelen, ook al heb je alles rondom je wat je nodig hebt. Zolang het weer voorbijgaat, is er geen reden om erop te flippen.”

Lees je aan je kinderen nog Disney-verhaaltjes voor?

“Bambi horen ze heel graag. Maar Minnie vindt vooral Jip en Janneke leuk. En Lucien, die zeven is, leest nu de verhaaltjes van Toon Tellegen. Zelf snap ik die verhaaltjes nooit, hoor. (lacht) De metafoor ontgaat mij altijd.

“Maar als ze graag naar Disney kijken, moeten ze dat zeker doen. Ze mogen hun klassiekers toch kennen? Van die mensen die zeggen dat hun kinderen nooit naar Studio 100 mogen kijken of luisteren, ik word daar onnozel van. Wat een bullshit. Kapitein Winokio is echt niet beter dan Studio 100. Het is goed gemaakt, de kinderen worden er vrolijk van, waarom zou je dat dan niet laten horen? Dat soort moeder ben ik echt niet. Ik haat snobisme. Zeker dat soort snobisme, want dat komt altijd van mensen die zeggen dat ze heel ruimdenkend zijn. Jongens toch.”

Ten slotte: Tomas zei me aan de telefoon dat hij ondertussen het lief van Siska is, terwijl het vroeger omgekeerd was.

“Cool, hè. (lacht) Dit gaat melig en muf klinken, maar ik ben gewoon heel blij met alles wat ik mag doen. De madammen, Iedereen beroemd, De ideale wereld, zalig om dat allemaal te combineren. Ik heb trouwens pas opnames achter de rug voor een nieuw programma op Eén, maar daar mag ik nog niets over vertellen.

“Gelukkig zegt Tomas: ga je gang, ik zal het thuis nu wel wat meer opvangen. Ach, binnenkort is het misschien weer omgekeerd. We houden dat evenwicht wel in de gaten. Nu ik er zo over nadenk, wij zijn écht een model­gezin.” (lacht)

Siska Schoeters in Brussel: “Mensen die mij wat beter kennen, weten dat ik helemaal geen harde tante ben. En wat onbekenden van mij denken, dat kan ik me echt niet meer aantrekken.” Beeld Damon De Backer

Wie is Siska Schoeters?

- geboren op 27 april 1982, in Kontich
- partner van radiopresentator en tv-figuur Tomas De Soete, met wie ze twee kinderen heeft
- begon in 2003 als presentatrice van De afrekening bij Studio Brussel
- werd in 2007 sidekick van Tomas De Soete in zijn avondprogramma bij StuBru. Presenteerde dat jaar voor het eerst Music For Life
- radioprogramma’s: o.m. Zet ’m op Siska (2008-’12) en Siska staat op! (2012-’16)
- had vorig jaar een eigen tv-show met De club van Siska
-
vervangt sinds janu­ari Britt van Marsenille bij het Radio 2-programma De madammen
-
zal in het voorjaar te zien zijn in Fiskepark, de nieuwe fictiereeks van De Soete 
 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden