Donderdag 29/10/2020

AchtergrondUitgezongen

‘Seven Nation Army’: paranoïde blues voor voetbalfans

Meg en Jack White tijdens een optreden in Berkeley, Californië, 2005.Beeld Getty Images

Voetbalsupporters joelen luidkeels ‘poo po-po po po poo-poo!’ op de tribunes, maar ‘Seven Nation Army’ van The White Stripes is van nature een stuk minder jolig.

Toen Jack White in 2001 tijdens een soundcheck in het Corner Hotel in Melbourne de klassieke ­gitaarriff van ‘Seven Nation Army’ voor het eerst uitprobeerde, had hij geen idee wat voor monster hij aan het baren was. Hij aarzelde even toen hij op de zeven noten lange riff stootte. White trapte een octaafpedaal in dat de riff als een baspartij liet ­klinken, herstemde zijn gitaar et voilà: een log, ­verduiveld catchy motiefje dat binnen afzienbare tijd in volle voetbalstadions meegebruld zou ­worden. Hij hoorde potentieel in het brommende gevaar dat hij uit zijn gitaar perste. “Als The White Stripes ooit zouden worden gevraagd om het thema voor een James Bond-film te schrijven, zou dat de riff ervoor worden”, zo besloot hij.

Toen al noemde hij het embryonale nummer ‘Seven Nation Army’, naar een verspreking die hij er als kind steevast uitflapte tot jolijt van zijn ­familie: seven nation army in plaats van salvation army (het Leger Des Heils).

De tekst van het liedje doet minder leutig aan. Het rockduo leed onder de ­achterklap nadat bekend raakte dat drummer Meg White niet het zusje van Jack was, zoals hij in de pers en tijdens concerten altijd had beweerd, maar zijn ex-vrouw. De eerste strofen van ‘Seven Nation Army’ verwijzen expliciet naar het geroddel en het verraad van oude vrienden. ‘I’m gonna fight ‘em all / A seven nation army couldn’t hold me back / They’re gonna rip it off / Taking their time right behind my back.’

“De protagonist van het liedje ontdekt dat de mensen achter zijn rug praten”, zo legde Jack White de tekst later uit. “De pijn dwingt hem zijn thuisstad te verlaten, tot hij zich zo eenzaam voelt dat hij wel moet terugkomen.” Waarom die gekrenkte protagonist dan wegtrekt naar Wichita in Kansas? Immers, zo klinkt het: ‘I’m going to Wichita / Far from this opera of nevermore’. Het blijkt een metafoor voor the middle of nowhere.

“Met ‘Seven Nation Army’ wilde ik een bluesnummer schrijven zoals dat aan het begin van de 20ste eeuw had kunnen zijn bedacht”, aldus White. “De zin ‘I’m going to Wichita’ kon iemand honderd jaar geleden hebben geschreven. Grappig dat het liedje een Grammy heeft gewonnen in de categorie ‘Beste Rock Song’. De categorie ‘Beste Paranoïde Bluessong’ lijkt me gepaster.”

Het rockduo leed onder de achterklap toen bekend raakte dat drummer Meg White niet het zusje van Jack was, maar zijn ex-vrouw.Beeld Getty Images

The White Stripes hadden nog maar net het rocksterrendom betreden en dat viel niet overal in goede aarde. Vooral in de ­garagerock-underground van Detroit waarin de band wortelde, staken jaloerse stemmen de kop op die een giftige backlash aanwakkerden.

In 2003, een half jaar na de landing van ‘Seven Nation Army’ en het album Elephant, zou het escaleren tot een brute vechtpartij tussen Jack White en zijn voormalige spitsbroeder Jason Stollsteimer, de frontman van The Von Bondies. De gehavende ­tronie van Stollsteimer werd in die tijd breed ­uitgesmeerd in de rock-’n-roddelpers, als om de losgeslagen waanzin van White te onderstrepen. De zanger-gitarist kwam ervan af met een boete en een verplichte cursus woedebeheersing.

Tot jolijt van White groeide het nummer uit tot een onvervalste voetbalhymne, met dank aan supporters van Club Brugge, AC Milan en AS Roma die elk om beurt het liedje omturnden tot een ­woordeloos sportanthem. “Geweldig!”, vond Jack White. “Er is niets mooier dan wanneer mensen een melodie omarmen en ze op die manier ­opnemen in het bluespantheon.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234