Maandag 14/10/2019

Interview

'Sesamstraat'-boegbeeld Aart Staartjes: "Wat kinderen vinden, daar moet je je niets van aantrekken"

Aart Staartjes: "Sesamstraat is praktisch dood." Beeld Anne Claire de Breij/Lumen

Hij stond aan de basis van menig controversieel kinderprogramma, speelt nog steeds Meneer Aart in Sesamstraat en had de reputatie een lastig mannetje te zijn. "Tja, het kinderparadijs had gewoon een slang nodig", zegt Aart Staartjes.

Hij wil niet zeuren, zegt Aart Staartjes, maar hij heeft de laatste tijd wel een beetje weinig werk. Laatst werd hij gevraagd voor de rol van Hendrik Groen in de televisieserie Hendrik Groen, naar de succesboeken over een 83-jarige in een verzorgingshuis in Amsterdam-Noord. Staartjes was geknipt voor de rol, dacht hij. Hij groeide op aan de Nieuwendammer­dijk in Amsterdam-Noord, zijn ouders woonden in precies zo'n bejaardentehuis én hij is 79, bijna net zo oud als Groen. “Ik dacht: dat is wat voor mij. Maar er is voor een jóngere acteur gekozen.”

Hij laat een nadrukkelijke stilte vallen, kijkt spottend onder zijn borstelige wenkbrauwen door. “Ze vonden me te oud. Er moest meer energie in. Kees Hulst gaat het doen en die is 64. Dat begrijp je toch niet? Echt behoorlijk lullig. Dat overvalt me dan.

“Ook zoiets: laatst moest ik in de studio bij Henny Vrienten een liedje inzingen, voor Sesamstraat, Henny is onze huiscomponist. Het ging niet. Geworstel, gedoe. Henny zei: ‘Aart, volgens mij ben je toondoof’. Ik hoor sommige tonen niet meer. Ik vond dat zingen altijd leuk, maar het gaat tegenwoordig zo moeizaam. Henny heeft er met kunst- en vliegwerk nog wat van weten te maken. Ging hij het voorzingen, moest ik het nazingen. Gênant, hoor.”

Maar u bent ook al 79. Wie heeft er op uw ­leeftijd nu nog veel werk?

Aart Staartjes: “Kleine klusjes, dat is het wel zo’n beetje. Ik vermaak me wel, daar gaat het niet om. Ik doe boodschappen, lees boeken, ik moet nog een stuk tuin omspitten. Maar ja. Weet je, je hebt ook wel gelijk. Hanna zegt het ook altijd: wat zéúr je toch?”

Sinds een paar jaar wonen Aart Staartjes en zijn vrouw Hanna in Dronryp, een dorp op het Friese platteland, in een monumentaal en schitterend gerestaureerd pand van 350 jaar oud, pal aan dorpsplein en uitkijkend op de kerk. Werkster Petra maakt het huis schoon, Hanna is onderweg naar het atelier om de hoek, waar ze portretten schildert. Aart, in spijkerbroek, zet filterkoffie en tovert twee roze marsepeintaartjes uit een ­kartonnen doosje, “vanochtend gekocht in Franeker”.

In Dronryp is het lekker rustig, op een goeie manier. “Ik heb hier mijn boot. En je kunt overal tegen afbraakprijzen eieren kopen, van de boer. En verse geitenmelk, maar ja, jij wilt geen melk in je koffie. Na een zekere leeftijd mis je de stad echt niet meer. Ik kom nog weleens in Amsterdam, maar ik vind het zo opgefokt allemaal. Wanneer komt het interview erin? Ach, wat maakt het me ook uit. Ik vind het al bijzonder dat je me gevraagd hebt. Waarom wilde je me eigenlijk spreken?”

Ik vroeg het u vorig jaar, toen Sesamstraat 40 jaar bestond, maar toen wilde u niet. Dus ik dacht: ik probeer het gewoon weer eens.

“O ja. En nu dacht ik: waarom niet? Ik ben niet zo actief meer. Ik sta nooit in de kranten. En Sesamstraat is praktisch dood.”

Is dat echt zo?

“Ja, dat gaat allemaal zo raar. Op het open net is Sesamstraat alleen nog om 7 uur ‘s ochtends en midden op de dag te zien. Voor de avonduitzending moeten de kijkers een of ander digitaal ­themakanaal weten te vinden, dus daar kijkt ­niemand meer naar.

Meneer Aart en Tommie. Beeld PREVIEW NIET PUBLICEREN

“Er is enorm bezuinigd op Sesamstraat. Ik begon met zes opnameweken per jaar in de studio, nu zijn dat er anderhalf. Alles wordt steeds vaker herhaald, volgens mij wel zeven keer per jaar.”

Bestaat het programma over vijf jaar nog?

“Nee. De NTR (publieke omroep, fusie van NPS, Teleac en RVU, red.) moet een groot bedrag aan de Amerikaanse licentiehouders betalen om Sesamstraat te mogen uitzenden. Dat wordt allemaal veel te duur. Ik heb gehoord dat ze bezig zijn met de ontwikkeling van een nieuw kinderprogramma dat Sesamstraat over anderhalf jaar zal vervangen. Sesamstraat is levend genoeg, maar de netmanager en de baas van de NTR, die (Paul) Römer, vinden het niet meer van deze tijd. Iets hoeft niet waar te zijn, dat weten we van Erdogan en Trump, als je het maar vaak genoeg roept, gaan mensen het vanzelf geloven. Sesamstraat is geweest, vinden de bazen. Zij willen makkelijk en goedkoop succes. Ik vind het akelig.”

Wat gaat er verloren als het er niet meer is?

“Dat is een goeie vraag. Gisteren beluisterde ik een podcast over Harry Bannink – hij componeerde de liedjes voor alle kinderprogramma's die ik de afgelopen vijftig jaar heb gemaakt: De stratemakeropzeeshow, De film van Ome Willem, J.J. De Bom, Sesamstraat. Ik werd zó weemoedig van die uitzending, zo vréselijk treurig. Omdat ik, altijd als ik die liedjes hoor, denk: die tijd komt nooit meer terug. Het is een tijd (zucht hoorbaar) waarin ik het gevoel had dat ik volledig vrij was. Zo’n liedje van Tommie: ‘Dood zijn duurt zo lang’. Die titel alleen al. En dan met dat stemmetje van ‘m. Och. Dat-ie zingt dat hij het zal missen als hij niet meer hoog op de schommel kan zitten. Dat ontróért je. En dat is... Niet! Meer! Mogelijk! De muziek van nu is drammerig. Harry Bannink was zo melodieus, zo verfijnd. Dat is voorbij. Dat vind ik erg. Zo’n wonderlijke, onaangepaste man als mijn figuur, Meneer Aart, is vast ook niet meer van deze tijd.”

Wat is de essentie van Meneer Aart?

“Ik begon in 1981 als redacteur bij Sesamstraat. Een van de scenarioschrijvers zei toen: ‘Sesamstraat is een paradijs zonder slang’. Dat vond ik een unieke uitspraak, zo waar. Daar moest iets aan gebeuren. Er moest iemand komen die de bal lek prikte.

“De eerste scène van Meneer Aart was een gastrol, zoals ik ze in die tijd vaker speelde. Aart komt aan met de bus en is op zoek naar Frank, maar hij kent de weg niet. De eerste die hij tegenkomt, is Pino. Dat vindt Aart raar, hij wantrouwt die Pino. Uiteindelijk komt Aart binnen bij Frank, die gebakjes heeft gehaald. Aart pakt meteen het grootste gebakje. Leuk, vind ik. En het is gedrag dat kinderen goed begrijpen.

“Vanaf toen hebben we Aart een grotere rol gegeven. Er waren ook kritische ouders en ­pedagogen. De Amerikanen waren ook erg tegen. Die vonden Meneer Aart een negative role model. Zij vinden dat zo’n figuur niet thuishoort in een kinderprogramma en ik vind juist van wel. We hebben doorgezet, met veel succes. Kinderen zijn altijd dol geweest op Meneer Aart.'

Bent u in Sesamstraat ooit wel eens te ver gegaan?

“Jawel, jawel. Dan moet ik even denken. Misschien toen we, onder mijn verantwoordelijkheid als eindredacteur, een keer een reportage maakten waarin een vader met zijn kinderen onder de douche zou gaan. De ploeg vroeg aan mij: ‘Hoe gaan we dat doen?’ Ja, jezus, een vader gaat natuurlijk niet met een zwembroek douchen. Dat deed die vader dus ook niet. Je zag die kinderen, en ergens bovenin beeld een flinke slang.”

Er kwam tijdens Sesamstraat een piemel in beeld?

“Ja hoor. Dat vonden we geen probleem. En het wás ook geen probleem, maar natuurlijk waren er mensen die zich ermee gingen bemoeien en het meteen zagen als aanzet tot kinderverkrachting. Zoiets zou nu natuurlijk absoluut niet meer mogen. Die argeloosheid is weg. Sien ging vroeger gewoon in bad, in Sesamstraat. Hoe dan? Nou, zonder kleren. En haar rug werd gewassen door Tommie. Hartstikke leuk.”

Toen u bij Sesamstraat begon, was het ­programma zeer emancipatoir. Sien liep altijd met een schroevendraaier en Frank zat te breien. Wat vond u daarvan?

“Dat was de feministische wind die toen waaide. Sien mocht beslist geen eten koken of met een boodschappentas lopen. Ik vind heus ook dat vaders moeten koken en boodschappen doen, maar het was te geforceerd. Toen ik eindredacteur werd, heb ik daar wat aan gedaan. Het mocht wel minder dogmatisch.”

Wat ziet u als uw eigen grootste verdienste voor de Nederlandse kindertelevisie?

'Toen ik bij Sesamstraat kwam, was het een anarchistische bende. Tijdens de opnamen gingen acteurs eindeloos overleggen of ze een tekst wel zo konden spelen. Ik vond: er is een redactie, die gaat daarover. De spelers moeten het gewoon spelen. Ik voerde een scheiding der machten in en maakte er een organisch geheel van.”

Aart Staartjes in 'De stratemakeropzeeshow' met Joost Prinsen en Wieteke van Dort. "We durfden veel, hoor. We zongen: ‘Doris Day heeft een snee van hier tot Enschede’." Beeld Youtube

En wat betreft de benadering van kinderen?

“Die was anti-autoritair. In een scène in de De stratemakeropzee­show speel ik een jongetje dat met zijn zusje op zijn kamer speelt. Dan komt de vader binnen. De kinderen zeggen tegen hem: ‘Je gaat nu naar je bedje en we willen je niet meer horen!’ En die vader zegt dan: ‘Ja, ja, oké’. Die omkering, daar moeten kinderen vreselijk om lachen.

“We durfden veel, hoor. We zongen: ‘Doris Day heeft een snee van hier tot Enschede’. En een lied als ‘Kakkedrollenschijtepoephanepikkelullie’, wat natuurlijk ook gewoon een heel leuk lied was. Onbestaanbaar, dat zoiets nu nog zou kunnen in een kinderprogramma. Dat is toch jammer?”

Kijkt u weleens naar kinderprogramma's?

“Brááf! Het is braaf, braaf, braaf, zo braaf als maar kan. En waarom? De kinderen zitten daar niet op te wachten, volgens mij. Studio 100 levert Kabouter Plop en Mega Mindy volgens mij gratis aan, want ze verdienen hun geld met merchandise en pretparken. Ik heb die acteurs weleens gesproken, die zitten op een minimumloon. Het is toch te droevig? Kabouter Plop is natuurlijk ook te verschrikkelijk voor woorden, met die rare flap­hoeden.”

En als kinderen Kabouter Plop nou leuk ­vinden?

“Ja, ja, ja. Kinderen vinden Coca-Cola ook heerlijk en kinderen vinden McDonald’s het beste restaurant dat er is. Nou, ik heb er met mijn kleinzoons wel eens gegeten – goeiemorgen, wat een bezoeking. Niet te vreten! Smerig en duur. Wat kinderen vinden, daar moet je je niks van aantrekken.”

De Teletubbies vindt u dan weer wél een goed programma, zei u ooit. Dat verbaasde me wel een beetje.

'Ja, dat vond ik leuk. Apart. En ­lekker traag. Gedurfd. Maar laatst zag ik het weer eens, en toen twijfelde ik wel een beetje aan mijn oordeel van toen.”

Meneer Aart werd sinds zijn introductie in 1984 steeds vriendelijker. Volgens de officiële Sesamstraat-website is Meneer Aart 'meer een opafiguur' geworden.

“Dat is waar, hij was vroeger venijniger. Meneer Aart was, net als ik, vroeger wat meer uit op ruzie. Een enkele keer schiet-ie nog wel uit z'n slof. Maar ik heb natuurlijk zelf verder geen invloed, ik volg de teksten.”

En er is sinds 2002 een nieuwe vervelende buurman, Buurman Baasje, gespeeld door Martin van Waardenberg. Hij is, denk ik, gemener dan Meneer Aart ooit was. Wat vindt u daarvan?

“Ik ben niet dol op de figuur Buurman Baasje. Ik vind hem te overdreven, eerlijk gezegd. Het moet geloofwaardig blijven, en dat vind ik hem niet.”

U heeft zich altijd openlijk verzet tegen het verplaatsen van de avonduitzending van Sesamstraat. In DWDD zei u in 2009 dat u zou opstappen als jullie geen beter uitzendtijdstip zou krijgen. In 2015 zei u weer dat u zou vertrekken, als Sesamstraat naar een ­themakanaal zou verhuizen. Uw oproep haalde niks uit, maar u stapte ook niet op.

“Ja, wat moet ik zeggen? Het staat natuurlijk ­lullig. Ik had moeten opstappen. Maar ja, dat vond ik te jammer. En ik was er niks mee opgeschoten. Het programma was gewoon doorgegaan.”

Maar dan zonder Meneer Aart.

“Ja, of erger: ze hadden een andere kwast mijn rol laten spelen. Daar moet je toch niet aan denken, hè? Achteraf had ik reuze spijt hoor, dat ik gedreigd had met opstappen. Maar ik kon me niet inhouden, het liep zo hoog op. Die netmanagers weigerden met ons te praten. Nee, Sesamstraat kon absolúút niet om half zeven worden uitgezonden, want dan zouden ze in de knoop komen met actualiteitenrubrieken.

(verontwaardigd) “Verdomme, het is toch een taak van de publieke omroep om kinderprogramma”s te maken, óók voor de kleinste kinderen? Daar heeft toch verder niemand iets mee te maken, dat een ander programma beter scoort? Het wordt gewoon weggemaaid. Dat vind ik erg.”

Geen enkele van de bestuurders heeft naar aanleiding van uw dreigementen ooit contact met u gezocht?

'Neuh, niemand. Die netmanagers fungeren als stationschefs. Ze zijn alleen maar bezig met ­cijfertjes en de concurrentie, met geld, met reclame-inkomsten.”

Aart Staartjes: "Hans Dorrestijn bleef vaak slapen, gewoon bij mij in bed. Dan zei hij: 'Vanavond niet Aart, ik heb hoofdpijn'." Beeld Anne Claire de Breij/Lumen

Anderen zeggen: wat maakt u zich druk om het uitzendtijdstip. Kinderen kijken filmpjes op een iPad.

“Ach, wat een gezeur. Sesamstraat is een ­programma voor kinderen tussen de 3 en 6 jaar. Heeft ieder kind een eigen iPad? Kan een 3-jarige zelf naar ‘Uitzendinggemist’? Dat doen ze, zeggen de bestuurders, ze kijken on demand. Ik vind: naar Sesamstraat kijk je samen met je ouders, om half zeven.”

Sesamstraat trekt op het themakanaal ­uiteraard maar weinig kijkers. Wordt dit, denkt u, gebruikt als rechtvaardiging voor verdere bezuinigingen of het opheffen van het ­programma?

“In de zakenwereld heet zoiets een sterfhuisconstructie. Maar ik lig er niet meer wakker van, tegenwoordig. Ik ben nu oud, ik word over niet al te lange tijd 80. Je zou dat niet zeggen? Komt door mijn jonge vrouw. Hanna is vijftien jaar jonger.”

Uw vrouw houdt u jong?

“Dat is wel zo, denk ik. (slurpt aan zijn koffie) Het is mijn tweede vrouw, hè.”

Hoe kent u haar eigenlijk?

“We zijn gekoppeld door Hans Dorrestijn. Ik had na mijn scheiding eerst een andere vriendin, nog jonger dan Hanna. Die wilde nog allerlei dingen, onder andere kinderen. Daar had ik geen zin meer in, ik had er al drie en ik was 50. Dus die vriendin ging weg en toen zat ik alleen in dat huis.

“Hans schreef voor Het klokhuis en logeerde regelmatig bij me. Hij was net als ik gescheiden en in die tijd nogal problematisch. Hij was veel dronken. Bij mij voelde hij zich rustig. Ik woonde aan een grote vaart, waar hij kon vissen. Daarna bleef hij vaak slapen, gewoon bij mij in bed. Dan zei hij: 'Vanavond niet Aart, ik heb hoofdpijn’. (bulderende lach) Op een avond gingen we uit eten. Ik zei tegen hem: ‘Hans, ik heb een vrouw nodig. Als je nog iemand weet?’ Nou, hij wist nog wel iemand: Hanna. Zijn ex.”

Waarom had u een vrouw nodig?

“Niet voor de was of de strijk, maar gewoon, als gezelschap. Een vrouw om mee te vrijen. En Hans zei: ‘Hanna zou wel eens iets voor je kunnen zijn’. Hans vroeg de ober om een telefoon te brengen en hij heeft haar meteen gebeld.”

En zij wist natuurlijk wel wie Aart Staartjes was.

“Ja, alleen dacht ze dat ik heel klein was. ‘Nou, dat valt best mee’, zei Hans aan de telefoon. Ik ben 1,70. Officieel 1,72, maar ik ben gekrompen. Hanna en ik hebben een afspraak gemaakt voor de volgende dag en het was meteen raak.

“Onderweg ook een hoop moeilijkheden gehad, hoor. Stormen meegemaakt, een tijdje uit elkaar geweest. Maar dat hoort erbij. Hanna had al een zoon toen ik haar ontmoette, wat ik geruststellend vond. Vijf weken na die eerste ontmoeting vroeg ik haar ten huwelijk. Als je dan toch met elkaar bent, moet je ook trouwen, vind ik, zodat je kunt zeggen: ‘Dit is mijn vrouw’. Hans is getuige geweest op ons huwelijk. Daarna is het tussen hem en mij raar gelopen. Ineens was het pats-boem over. Hij is kwaad op me, waarom weet ik niet. Hij is natuurlijk knettergek, maar dat vond ik nou juist leuk aan hem.”

Uw vriend en collega Bert Plagman, poppenspeler en stem van Tommie, zei: “Aart is veel minder nors en zurig geworden sinds hij met Hanna is”.

“O, dat zou goed kunnen. Er brak een vrolijke tijd voor me aan toen ik Hanna ontmoette. Een beetje vervelend voor mijn vorige vriendin, want dat was best een lieve meid. Ik nam haar alleen niet au sérieux. Tijdens onze verkering zei ik altijd tegen haar: ‘Als je ooit gaat trouwen, kom ik op je bruiloft’. Niet zo lief. Lullig.”

Met zijn eerste vrouw trouwde Staartjes toen hij net op de toneelschool zat. Ze kregen drie kinderen en waren vijfentwintig jaar samen. Hij is nuchter over de scheiding. “De leugen werd te groot. Zo werkt dat, als je in een slecht huwelijk zit. Op een gegeven moment weet je: het is niet waar. Omdat je niet meer ronduit kunt zeggen: ‘Ik hou van je’.'”

'De film van Ome Willem', kijkcijferhit in de jaren 70. Beeld PREVIEW NIET PUBLICEREN

U bent vijfentwintig jaar met uw eerste vrouw geweest. Wist u het pas na zoveel jaar?

“Nee, ik ben veel te lang gebleven. Je voelt je ­verantwoordelijk voor de kinderen. Het was ­uiteindelijk mijn idee om te scheiden. Ik heb natuurlijk ook verhoudingen gehad, dat soort dingen. Maar verhoudingen zijn er altijd, het is een sprookje dat het voor altijd en eeuwig één persoon kan zijn.”

Hebt u het verkeerd aangepakt, vindt u?

(denkt even na) “Kijk, die eerste vrouw leek op mijn moeder. In haar doen, in haar gedrag. En dat is natuurlijk heel vertrouwenwekkend, maar...”

Over uw moeder hebt u in het verleden weinig lieve dingen gezegd.

'Mijn moeder was ook geen leuke vrouw. Ze was een beetje boosaardig, zelfs. Deed zich deftiger voor dan ze was. Ze was een boerentrien die mevrouw-achtig deed. Ik vond dat gruwelijk. Ze was heel fatsoenlijk en christelijk, deed allemaal goed werk voor de kerk. Maar als je haar dan hoorde praten over die mensen, die ze bedeeld had met een koekjestrommeltje of een tientje, was het duidelijk dat ze die mensen háátte. Dan had ze ze weer geholpen hoor, die stakkers, die stumperds – het was allemaal ter meerdere eer en glorie van zichzelf.”

Had u dat als kind al door?

“Deze dingen zag ik later pas, maar als kind had ik al moeite met haar. Mijn moeder was niet lief. Niet warm. Mijn broer van zeven jaar ouder kon goed leren. Hij werd mij altijd ten voorbeeld gesteld, want ik was een dromerige jongen die voor dom werd versleten. Ik kon pas lezen toen ik 9 was, maar dat kwam omdat ik in de oorlog niet naar school kon.

“En dan had ik nog een zusje. De bevalling was misgegaan, en dat zusje was niet een beetje, maar driedubbel gehandicapt. Mijn moeder had alles voor dat zusje over. Begrijpelijk, maar jezus, wat treurig. Ik kan me nog een gesprek herinneren dat mijn vader thuis met zijn vrienden voerde, terwijl ik in een hoekje niet op zat te vallen. Mijn vader zei dat-ie had gelezen dat de oude Grieken kinderen zoals mijn zusje gewoon van de rotsen gooiden. Ik weet nog dat ik dacht: ‘Nou, dat is geen slechte oplossing’.

“Ik kon nooit een vriendje mee naar huis nemen, want er lag daar zo’n kind te stinken in een box in de huiskamer. Ze kreeg om de haverklap stuipen. Als kind vond ik dat gênant. Mijn moeder wilde mijn zusje hoe dan ook bij zich houden, ze dacht: als ik goed voor haar zorg, komt het goed. Er zijn handopleggers bij ons thuis geweest. Mijn moeder geloofde in een wonder, dat uiteraard niet kwam. Mijn zusje is overleden toen ze 13 was.”

Is het niet vreemd dat u een vrouw uitkoos die op uw onaardige moeder leek?

“Volgens Freud is dat normaal. De invloed die ouders hebben op kinderen is enorm. Je neemt hun gedrag over of je compenseert het. Dat compenseren, dat was voor mij toneelspelen. Ik kon niet veel, maar wel grapjes vertellen. Ik greep het toneelspelen aan om me te manifesteren. Aardig gelukt, al zeg ik het zelf. Maar mijn ouders zagen het als een ramp, ze vonden het pas mooi toen ik bekend werd. Ik had de tijd mee, begin jaren 60 – mensen gingen naar de schouwburg en we kregen elke drie maanden salarisverhoging.”

Sommige van uw collega’s vinden dat u niet alles uit uw acteertalent heeft gehaald.

“Joost Prinsen zegt dat altijd, het is zijn mantra. Voor hem draait het om het grote toneel, Shakespeare. Maar ik vond De stratemakerop­zeeshow ook echt heel goed.”

Door uw rol als circusdirecteur in de VPRO-serie Waltz uit 2006 werd u ineens door een groot publiek 'ontdekt' als serieus acteur.

“Mensen die me nooit aanspraken, deden dat nu ineens wel. Het was een mooie rol, daar niet van, maar ik had er niet veel moeite mee, want hij lag vrij dicht bij me. Ik vind Meneer Aart ook nog steeds een leuke rol van mezelf. Hanna neemt Sesamstraat weleens voor me op. Leuk gespeeld, denk ik dan.”

Staartjes was 22 toen hij voor het eerst vader werd. Niet helemaal de bedoeling, maar in de jaren 60 ook “niet ongebruikelijk”, zegt hij. “Het overviel me natuurlijk wel. Mijn vriendin werd zwanger en we moesten trouwen. Mijn vrouw kwam me weleens ophalen bij de toneelschool, met de kinderwagen. De rest van de klas ging naar een feestje hier of een feestje daar. Maar ik heb mijn kinderen ook erg leuk gevonden, alle drie. Ik heb er nooit spijt van gehad. Het is een lange reis, kinderen opvoeden, dat zul je nog wel merken.”

Wat voor vader was u?

“Niet altijd aanwezig. Ik heb veel gewerkt, veel te veel. Ik krijg geen hoog cijfer, als vader.”

Welk cijfer?

“Een zesje. Voor de moeite. Ik had mijn kinderen zoveel willen meegeven, alles wat mij zelf bezighoudt, maar ja. Mijn jongste zoon Hidde had leermoeilijkheden, hij is dyslectisch. We stuurden hem naar een speciale school, met veel begeleiding en vreselijk leuke leerkrachten. We hadden goede bedoelingen, maar hij heeft het altijd als denigrerend gevoeld. ‘Je had me verdomme gewoon op een strenge school moeten zetten!’ Zo zie je maar weer hoe dat werkt.

“Hij doet het bij zijn eigen kinderen anders, hij hamert enorm op hun schoolprestaties en is erg ambitieus. Hij is succesvol koopman, verhandelt grote partijen uit China. Ik ben trots op hem. Mijn andere zoon Paul maakt programma’s, en daar is hij heel goed in. Hij werkt ook als cameraman bij Sesamstraat.'

Hij werd geïnterviewd in een uitzending die aan u was gewijd. Hij zei: “Mijn ouders hadden nooit kinderen moeten krijgen”. Wat vond u daarvan?

“Beetje raar. Dan was hij er ook niet geweest, toch? Ik was er niet zo blij mee. Maar hij is een volwassen man. Kennelijk heeft hij met mij nog het een ander af te rekenen. Bij toerbeurt krijg ik nog weleens een tik.”

Wat verwijt hij u?

“Ik denk dat hij zit met een gebrek aan waardering, dat-ie vindt dat ik meer waardering voor zijn werk zou moeten hebben. Maar ik héb veel waardering voor zijn werk. Misschien gebruik ik gewoon niet de juiste woorden. Soms zeg ik ‘mooi gedaan’, en dan is het voor mij klaar. Het zou kunnen dat hij dat te zuinig vindt. Ja, daar kan ik ook niks aan doen.”

Met uw dochter heeft u al ruim dertig jaar geen contact. Haar twee kinderen heeft u nog nooit gezien.

“Dat heeft met haar man te maken, een man die ooit Pino speelde in Sesamstraat, toen ik daar redacteur was. Bij een filmproductie van mij had hij Saskia, mijn dochter, ontmoet en ze kregen verkering. Een paar jaar later werd hij ontslagen, omdat hij weigerde de aanwijzingen van de regisseur op te volgen. Hij speelde een scène met Piet Hendriks, toen de opa van Sesamstraat. Het was net in de periode dat ik als redacteur het programma wilde moderniseren – de regisseur was de baas, niet de acteurs. Maar toen de regisseur zei dat Piet en Pino van plaats moesten ruilen, weigerden ze dat. Ze waren allebei hun baan kwijt.

De schoonzoon van Staartjes speelde een tijdje Pino. "Die man is wraakzuchtig. Hij heeft zelfs het Pino-pak meegenomen." Beeld BELGAIMAGE

“Via mij probeerde die man in Pino zijn baan terug te krijgen, maar ik heb hem niet geholpen. Dat heeft hem erg gekwetst, denk ik. Door mijn dochter tegen mij op te zetten, heeft hij me dat betaald gezet. Hij zei: als je niet meewerkt, krijg je je kleinkinderen nooit te zien. En ik heb ze inderdaad nooit mogen zien. Op een gegeven moment dreigden ze me van incest te beschuldigen. Ik zat er verschrikkelijk mee.

“Omdat ik slaapproblemen had, was ik al onder behandeling bij een psychiater. Aan haar vroeg ik: ‘Komt dit ooit nog goed?’ ‘Nee’, zei ze. Het beste antwoord wat ik ooit heb gekregen. Want ook áls het nog goed komt, komt het niet goed. Het is een vloek, zo’n beschuldiging. Als je als vader van zoiets wordt beschuldigd, is de band voor altijd kapot.”

Heeft u ooit met uw dochter over die ­incestbeschuldiging gesproken?

“Nee, want ze wilde me nooit meer zien. Ik weet van haar man dat ze onder hypnose was gebracht, en onder hypnose had ze zich ineens herinnerd dat ze door haar vader was misbruikt. Onzin, natuurlijk, die hypnotiseur was een klaploper. Maar zij wilden dat ik zou meewerken aan een onderzoek. Gelukkig had ik een goede psychiater, die zei: ‘U mag hier nooit aan meewerken’.

“Die man, die Pino, is wraakzuchtig. Hij was echt kwaad. Hij heeft zelfs het Pino-pak meegenomen.”

Was uw relatie met uw dochter goed, voor dit conflict?

“Nee, het liep al stroef. Ik was al niet zo blij met haar keuze voor die jongen. En zij koos tijdens de scheiding de kant van haar moeder.”

Is de deur wat u betreft nu voor altijd dicht?

“Het leven is grillig. Maar ik ben doorgegaan. Ik moest door. Dat is ontzettend zwaar geweest, want ik zat natuurlijk in een hachelijke positie – wat als ze met haar beschuldiging naar buiten zou treden? Ik werkte bij een kinderprogramma. Ik zou me in het openbaar moeten verdedigen. Misschien had ik mijn werk wel niet meer ­kunnen doen. Ik ben vanaf die tijd een pensioen gaan opbouwen. Het is een akelig verhaal, maar het is niet mijn hele leven. Iedereen heeft te maken met verlies, met schade. Ik ben er, vind ik, goed uitgekomen.”

Beeld Anne Claire de Breij/Lumen

U maakt op mij geen sombere indruk.

“Ik ben ook niet somber. Maar ik ben ook geen vrolijke frans, hoor. Nooit geweest. Ik zou best wat zonniger willen zijn, maar ik trek érg naar de somberte.”

Hij zegt het met plezier, dat verklappen zijn pretogen. “Sombere boeken vind ik ook héérlijk. Ik heb pas een boek gelezen, dat moet jij ook eens lezen: Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans. Fantástisch. Godkolere zeg, dat gaat over de Eerste Wereldoorlog in België. Dat is troostrijk, hoor, als je ziet dat het nog véél erger kan. Dat vind ik lekker, dat mag ik wel. Ik heb het in wezen natuurlijk prima. Ik heb mooi gewerkt. De laatste tijd heb ik alleen wel wat weinig werk. Maar dat had ik geloof ik al gezegd.”

Hanna loopt de keuken binnen: “Zijn jullie er een beetje?”

Aart: “Nou, nog niet, want ze was erg aan het doorvragen. We hebben net Saskia gehad.”

Hanna: “O, god. Zou je dat allemaal wel weer oprakelen?”

Aart: “En Hans Dorrestijn.”

Hanna: “O jee.”

Aart: “Nou ja, ze vragen me voor een interview, dan krijg je die dingen.”

Hanna: “Dat ligt eraan.”

Is het terecht dat u bekendstaat als een lastige man, een ruziemaker?

'Nee. Dat hangt een beetje aan me. Ik denk dat dat komt door Piet Römer, eerlijk gezegd. Daar had ik ooit ruzie mee en daardoor is die hele familie Römer nog steeds boos. Ze dulden geen tegenspraak, het zijn allemaal Trumpjes. Nou, en dan is er dat verhaal over die man van mijn dochter. En Hans Dorrestijn. Je hebt gauw een naam, hoor.

“Maar ik ben echt niet lastig, anders had je het wel gehoord. Het is trouwens helemaal niet erg om die naam te hebben. Dan ben je tenminste iemand.”

Aart Staartjes

* 1 maart 1938, Amsterdam

* 1958-61 Toneelschool Amsterdam

* 1959 Tv-debuut in De wonderbaarlijke schoenlappersvrouw (NCRV)

* 1960-72 Rollen tv en theater, o.m. De baron van Münch­hausen (KRO)

* 1972-74 Bedenker De Stratemakeropzee­show (VARA)

* 1974-89 Mede-bedenker De film van Ome Willem (VARA), Staartjes speelt Toon

* 1979-81 J.J. De Bom voorheen De Kindervriend

* 1981 Sesamstraat (redacteur) en diverse gastrollen

* 1982-2001 Presentatie intocht Sinterklaas op tv

* 1984-heden Meneer Aart in Sesamstraat

* 1988 Mede-bedenker en acteur Het klokhuis

* 2002 Rol in Mevrouw de minister (VPRO)

* 2005 Publicatie autobiografisch boek Aarts vader

* Circusdirecteur Willy Waltz in serie Waltz (VPRO)

* 2016 Rol in Als de dijken breken (EO)

* Getrouwd, drie kinderen en een stiefzoon

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234