Zaterdag 11/07/2020

Troost in tijden van quarantaine

‘Seekers Who Are Lovers’ van Cocteau Twins: wegdromen bij de engelenstem van Fraser

Robin Guthrie, Elizabeth Fraser en Simon Raymonde tijdens een optreden in Londen. De Cocteau Twins hielden ermee op in 1998.Beeld Redferns

De Morgen laat zijn cultliefhebbers de film-, platen- of boekenkast uitspitten op zoek naar troostrijke klassiekers. Vandaag: Sue Somers over de zwanenzang van de Schotse band Cocteau Twins.

Wanneer we straks, na een wekenlang dieet van thuisblijven, videobellen en dat vreselijke e-peritieven, de huidhonger straffeloos en gulzig kunnen stillen, wat blijft er dan over van de liefde? Zal het hart zichzelf polijsten en verdrinken we in elkaars armen en mond? Of zijn we vergeten hoe, en banen we ons op onze knieën een weg door de pijn, langs oude, geurloos geworden rivieren?

Niet mijn woorden, wel het postapocalyptische decor van ‘Seekers Who Are Lovers’, het slotstuk van het in 1996 verschenen Milk and Kisses, de laatste plaat van de Cocteau Twins. Zangeres Elizabeth Fraser en gitarist Robin Guthrie – in zijn hoogdagen qua looks toch een beetje de Robert Smith van de Aldi – zijn al drie jaar geen koppel meer en Frasers intense, alles consumerende relatie met Jeff Buckley is gestrand omdat hij voortdurend aan het touren is en zij daar niet mee kan omgaan. ‘Seekers Who Are Lovers’ grasduint in wat overblijft: smeulende resten, vraagtekens over het hoe en waarom.

Tussen haakjes: Fraser en Buckley namen ooit een akoestisch duet op, ‘All Flowers in Time Bend Towards the Sun’. Tot haar grote irritatie dwaalt het nummer rond op het internet, wat ze nooit heeft gewild omdat het volgens haar te intiem is en niet af – de in- en outro staan vol gegiechel en een onzeker “oh my god”. Maar de samenzang overstijgt tijd en ruimte. Soms is onaf goed genoeg.

Onversneden schoonheid

Milk and Kisses is in meerdere opzichten een eindpunt in het oeuvre van de Cocteau Twins. De band begon in de jaren tachtig als new wave- en postpunkgroep en eindigde in de jaren negentig, toen de drumcomputer had plaatsgemaakt voor echte drums, als een van de uithangborden van de dreampop en ethereal wave. Toch is de sound van de groep altijd herkenbaar gebleven dankzij de uitwaaierende, galmende gitaarklanken van Guthrie en de pulserende baslijnen van Simon Raymonde.

Het is vooral het volstrekt unieke, engelachtige stemgeluid van Fraser dat de band naar een andere dimensie stuwde. Fraser, ooit omschreven als ‘the voice of God’, bedient zich bovendien van zo’n frasering dat haar Engels een brabbeltaaltje lijkt. Na de split van de Cocteau Twins was Fraser onder meer te horen op de soundtrack van twee Lord of the Rings-films en zong ze ‘Teardrop’ van Massive Attack, een nummer waarvoor de band oorspronkelijk Madonna in gedachten had.

Ook ‘Song to the Siren’ van This Mortal Coil, een collectief dat werd opgericht in de schoot van 4AD, het eerste platenlabel van de Cocteau Twins, drijft op de buitenaardse stem van Fraser. Raar, wel: ‘Song to the Siren’ is een haast onherkenbare cover van Tim Buckley. De plaat van This Mortal Coil waarop het nummer staat, de klassieker It’ll End in Tears, dateert van 1984. Tien jaar later zou Fraser een koppel vormen met Buckleys zoon.

Hits staan er niet op Milk and Kisses – daar doen de Cocteau Twins, die zich noemden naar een nummer van de Schotse punkband Johnny and The Self Abusers, de voorloper van de Simple Minds, sowieso niet aan. Negen songs lang dwarrelen surfgitaren langs mystieke zanglijnen, tintelend en fris, maar weinig onvergetelijk. Tot het laatste nummer aanbreekt: twee welgemikte slagen op de snaredrum, een akkoord zo helder als klatergoud en wat volgt zijn vier minuten en veertig seconden pure, onversneden schoonheid.

Van de impressionistische tekst valt weinig anders te brouwen dan twee voormalige geliefden die teruggeworpen zijn in de werkelijkheid en door de resten strompelen van wat hen ooit zo bekend was. In dat desolate landschap doemt een herinnering op aan wat hen bond: He and I, breath to breath / clothed in saliva / healing through your arm / I can’t stop hungering for otherness.

Hunkerend naar het anders-zijn, het gevoel thuis te zijn in een andere wereld dan deze: story of our lives.

Gitaren als kathedralen

‘Seekers Who Are Lovers’ is druk. Gitaren die klinken als kathedralen zijn in lagen op elkaar gestapeld en er lopen een paar synth-motiefjes door het nummer, dat vanaf het refrein begeleid wordt door een sirenenstem met opera-allures. Voor wie dat niet aankan, is er de liveversie op YouTube, gespeeld tijdens een BBC-sessie. Het beeld is wazig maar de performance is genadeloos. De band speelt even ijl als strak en Fraser zingt overtuigend. De blik in haar ogen is intens en bezwerend, alsof haar gevoelens te veel zijn voor haar lichaam.

De Cocteau Twins hielden ermee op in 1998. Na Milk and Kisses begon de band nog aan een nieuwe plaat, tegen beter weten in. In 2005 kregen Fraser, Guthrie en Raymonde anderhalf miljoen dollar aangeboden voor een reünieoptreden op het Coachella-festival in Californië en een aansluitende tour. Fraser wees het aanbod af – te weinig geld, geen zin meer om met Guthrie samen te werken.

Milk and Kisses sleepte mij ooit door een verwarrend jaar en toen al wist ik dat ‘Seekers Who Are Lovers’ nooit van mijn lijst met essentiële nummers zou verdwijnen. Het duurde tot de coronacrisis voor ik daaraan herinnerd werd. Soms is te veel nooit genoeg.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234