Woensdag 28/09/2022

AchtergrondOverlijden Remco Campert

Schrijvers over Remco Campert: ‘Hij vermeed grote woorden, ging stoere statements uit de weg en voelde niet de behoefte zichzelf enorm serieus te nemen’

Remco Campert (rechts) en Jan Mulder als de samenstellers van het 15de Groot Dictee der Nederlandse Taal, in 2004. Beeld Martijn Beekman
Remco Campert (rechts) en Jan Mulder als de samenstellers van het 15de Groot Dictee der Nederlandse Taal, in 2004.Beeld Martijn Beekman

Jan Mulder, Sheila Sitalsing, Arnon Grunberg en Bert Wagendorp over dichter, schrijver en columnist Remco Campert. ‘Hij was nooit te betrappen op geroffel of gestamp.’

Jan MulderSheila SitalsingArnon Grunberg en Bert Wagendorp

Jan Mulder: In extase door het nieuws van de wortelcorrespondent

Een groot deel van onze bijna vijftig jaar durende vriendschap hebben Remco Campert en ik doorgebracht in de auto. Aangespoord door manager René Vallentgoed verzorgden we samen met Bart Chabot Een voorleesavond op niveau in de theaters. Bart reed zelf, ik haalde Remco op. Stille vreugde van de autorit. Zijn prachtige zinnen stonden op papier, verbaal worden in het openbaar hield hij meestal kort. Alleen wanneer Joop den Uyl en Amy Winehouse op de radio werden besproken of gedraaid, werd hij enthousiaster (een glans in de ogen).

Naast poëzie, theater en kunst had Campert nog een paar liefdes: poezen, rode wijn, cool jazz, de berk en de chocola. Hij sleepte graag een Toblerone van een halve meter uit het tankstation. Grotere uitbundigheid was hem vreemd. Op die ene keer na. Terugrijdend naar huis luisterden we zoals gewoonlijk naar Met het oog op morgen en toen kwam de extase met een rauwe juichkreet uit de mond van Remco Campert: de wortelcorrespondent in Portugal meldde dat op hoog Europees niveau was besloten de wortel niet meer als groente maar als fruit te beschouwen.

In de volgende CaMu, onze dagelijkse wisselcolumn op de voorpagina van de Volkskrant, schreef hij: ‘Vanochtend ben ik eens even bij een groenteboer om de hoek gaan kijken, maar daar was het nieuws kennelijk nog steeds niet doorgedrongen. De wortel lag er nog gewoon bij de aardappels, de uien, en de spruitjes, als een prins tussen eenvoudig landvolk. Toen de groenteboer even niet oplette heb ik één zo’n wortel gepakt, hem schoongeveegd met mijn zakdoek en behoedzaam neergelegd te midden van zijn échte broertjes en zusjes: de aardbei, de framboos, de sinaasappel en de pruim. Vergiste ik me of hoorde ik een zacht gefluisterd, hartverwarmend: Dank, duizendmaal dank...?’

Vijftig jaar vriendschap? Dank, duizendmaal dank, Ca.

Sheila Sitalsing: Zijn mild-ironische commentaar op het nieuws is mij het allerliefst

Alleen de echt groten kunnen groots over katten schrijven. Terloops en mild en betekenisvol tegelijk, met woorden die je nog niet kende, maar vanaf nu nooit meer zal vergeten en die zachtjes deinen op zo’n manier dat je zeker weet dat het over het leven gaat, jóúw leven in al zijn kleinheid, en over alle grote en kleine muizenissen tegelijk, en ook over de oorlog en over een rampzalige gebeurtenis ver weg.

Remco Campert kon groots over katten schrijven. In zinnen die briljant zijn zonder dat ze ‘kijk mij nou eens’ staan uit te stralen. Omdat hij zich als columnist nooit verloor in luidruchtigheid, sentimentaliteit, ijdelheid, zelfvertedering of een van de vele andere overtredingen waar de minder groten zich de hele tijd aan bezondigen.

Zijn mild-ironische commentaar op het nieuws is mij het allerliefst: ‘Ik constateer dat wij in alle openheid dingen verborgen hebben gehouden, zoals u dat noemt. In alle openheid, ik herhaal het nog maar even.’ Net als zijn commentaar op het Haagse bedrijf, gezien door de ogen van drs. Mallebrootje, het bekende Tweede Kamerlid uit Elst, tevens ontwerper van een ziftmachine voor muggen. Nooit meer zou de kleinheid van de krabbelaar in de politiek zo liefdevol worden uitgelicht.

Soms denk je, zelf ook krabbelaar: ‘Zou ik hem durven nadoen?’ Na anderhalve zin weet je: onnavolgbaar.

Arnon Grunberg: Schrijvers hoeven niet aardig te zijn

In 2004 schreef Frits Abrahams in NRC: ‘De moedigste van allen was Remco Campert, die het als eerste durfde te zeggen.’ In een column, kort na de moord op Theo van Gogh, had Campert gesteld dat vrijheid van meningsuiting iets anders is ‘dan de vrijheid om de mensen tot in hun ziel pijn te doen’. Campert refereerde nog aan grappen over het verbranden van suikerzieke Joden en dat het pijnlijk is dat de grappenmaker als ‘held van de vrije meningsuiting’ de geschiedenis in zou gaan.

Ik verdiepte me in Campert toen Frans Weisz eind jaren negentig vertelde over zijn bewondering voor Remco. Die liefde was aanstekelijk en hoewel ik niet zeker weet of dat de aanleiding was, vroeg ik Remco per brief of hij mijn oom wilde worden. Ik kreeg een bijzonder aardige getypte brief terug waarin Remco schreef dat hij graag mijn oom wilde worden, maar van veel ontmoetingen kwam het niet. Toen we samen in Praag waren voor een festival met Nederlandse schrijvers en Cees Nooteboom zei: ‘Kom, we gaan met Remco wat drinken’, liet ik verstek gaan. Ik gaf de voorkeur aan drank met een Tsjechische dame. Dat was onaardig.

Later dineerde ik in New York met Remco’s dochter Cleo. Ze vertelde dat haar vader niet echt aardig was. Nu had ik wel meer dochters over hun schrijvende vader horen klagen, dus daar trok ik me weinig van aan. Ik had natuurlijk moeten zeggen dat het er voor schrijvers en columnisten niet op aankomt aardig te zijn. Naast stijl en inzicht in de condition humaine – het meest houd ik van Remco’s gedichten – is ook moed een vereiste, geloof ik.

Daarom sluit ik me nu nogmaals graag aan bij wat Abrahams in 2004 schreef.

Bert Wagendorp: Geen stampende woorden

Wat ik aan Remco Campert altijd heb bewonderd, is de achteloosheid van zijn stijl. Hij vermeed grote woorden, ging stoere statements uit de weg en voelde niet de behoefte zichzelf enorm serieus te nemen. Dat laatste is de valkuil voor elke stukjesschrijver die op een mooie plek in de krant zijn visie op de wereld, het bestaan, anderen of zichzelf mag geven. Die werd door Campert handig vermeden.

Gewichtigheid en zelfvoldaanheid liggen op de loer, vooral omdat ze zich gemakkelijker laten opschrijven dan lichtvoetigheid en relativering. Er zijn meer stampende woorden dan dansende en veel stukjesschrijvers slaan liever op de grote trom dan op de triangel. Remco Campert was nooit te betrappen op geroffel of gestamp. Hij vermeed gewichtigdoenerij. Dat kostte hem weinig moeite, omdat zijn manier van schrijven erg leek op zijn manier van leven. Die was relativerend, waarmee ik niet wil zeggen dat hij het leven niet serieus nam. De lichtvoetigheid was ernst in een frivool gewaad.

In 2014 mocht ik een bloemlezing van zijn verhalen maken. Eerst wilde ik ook een selectie uit zijn columns meenemen, vooral omdat ik nogal een liefhebber was van de belevenissen van de boerenfamilie Kneupma en veldwachter Bonkjes, uit de CaMu-periode. Bovendien zijn Camperts columns eerder te omschrijven als (zeer) korte verhalen dan als columns in de gebruikelijke betekenis van het woord.

Wegens ruimtegebrek ging dat plan helaas niet door.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234