Dinsdag 05/07/2022

BoekeninterviewJeroen Theunissen

Schrijver Jeroen Theunissen dwaalde zes maanden te voet door Europa (en door zijn eigen hoofd)

Jeroen Theunissen: ‘Ik schets mezelf als een dubbelzinnig personage. Met zijn kleine kantjes.’ Beeld Thomas Nolf
Jeroen Theunissen: ‘Ik schets mezelf als een dubbelzinnig personage. Met zijn kleine kantjes.’Beeld Thomas Nolf

In Ik = cartograaf, zijn meest persoonlijke boek tot nog toe, trekt Jeroen Theunissen (44) te voet dwars door Europa. Hij registreert een continent dat hem ‘verrassend klein’ voorkomt maar hem ook zorgen baart. ‘Er zijn straatarme streken die echt niet kunnen volgen in dat Europese verhaal.’

Dirk Leyman

‘Ik voelde de opwinding van wie voor langere tijd vertrekt uit de wereld van carrièreplanning, efficiëntie, ondernemerschap en return on investment, op zoek naar eenzaamheid, nutteloosheid, traagheid en romantiek, wolkenvelden, mijmeringen en sterrenhemels”, schrijft Jeroen Theunissen in Ik=cartograaf, zijn eerste non-fictieboek. “Maar ik voelde ook de pijn en de schaamte van wie op de vlucht is.”

Met een ziel vol tegenstrijdigheden besloot de Gentse auteur in 2017 om vanuit de Ierse eilandjes Little en Great Skellig, met zicht op de Atlantische Oceaan, naar de Bosporus te wandelen. Dwars door het Europese continent, via Engeland, Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Slovakije, Tsjechië, Polen, Oekraïne, Roemenië en Bulgarije, zo ging de voetreis, in dagelijkse mootjes van 30 à 35 kilometer. “Ja, mijn conditie was nadien perfect”, lacht Theunissen op een Gents terras.

In eerste instantie was er “die onstelpbare drang om weg te gaan”. Niet zozeer vanuit een drang om “groots en meeslepend” te leven. “Die onrust om te vertrekken was al fors in mijn andere boeken aanwezig, altijd weer ging het over weggaan en thuiskomen. In mijn gedichtenbundel Hier woon ik heb ik mezelf al eens als personage opgevoerd en dat doe ik hier opnieuw. En is zoeken op welke plek je rust vindt geen universeel thema?” De schrijver werd bovendien geplaagd door “angstaanvallen” en merkte dat zijn huwelijk “slagzij” maakte. Redenen genoeg om de vlucht vooruit te kiezen.

Nog een wandelboek toevoegen aan de grote stapel die de laatste decennia op onze boekenplank belandde, van Rebecca Solnit tot Frédéric Gros en van Robert MacFarlane tot Raynor Winn? “Ik heb daar eigenlijk niet over nagedacht. Ik koester vooral de Angelsaksische traditie van nature writing, waar ik mijn kleine bijdrage aan wilde toevoegen.”

De route die Jeroen Theunissen ondernam. Beeld DM
De route die Jeroen Theunissen ondernam.Beeld DM

Romantische luxe

Maar zijn drang om grenzen en landen te verkennen zat dieper. Theunissen bleek het type jongetje dat zijn vinger argeloos liet ronddwalen over kaarten in allerlei soorten en formaten, à la Boudewijn Büch. Of over lichtgevende wereldbollen, zoals er vroeger in veel jeugdkamers prijkten.

Twintig jaar geleden vond hij in een reiswinkel een kaart die hem bovenmatig beviel. Thuisgekomen legde hij ze op de vloer en begon ze uitgebreid te bestuderen. “Zoals Marlow in Joseph Conrads Heart of Darkness had ik wel op zoek willen gaan naar de blanco plekken op de kaart, er mijn vinger op willen drukken en vol overtuiging willen uitbrengen dat ik die oorden op een dag zou bereizen, maar er waren geen witte plekken meer, niet op mijn kaart en niet in de werkelijkheid. Toch vatte die kaart mijn verlangen samen.”

Theunissen liet bij zijn expeditie bewust de gps achterwege en verliet zich ietwat anachronistisch op kaarten. Of hij volgde de Grote Routepaden, in zijn geval de E8. “Gps maakt ons tot passieve opvolgers van instructies, terwijl kaarten ons ruimtelijk inzicht versterken. En ik wilde ook spelen met de mogelijkheid om te kunnen verdwalen. De CEO van Google heeft ooit gezegd dat we de laatste generatie zijn die weten wat het is om te verdwalen. Ik vind dat jammer. Een paar honderd of duizend jaar geleden was verdwalen natuurlijk een heel slecht idee. Het betekende in veel gevallen je einde. Nu is het een romantische luxe om te dolen.”

“Ik weet het: ik kon mijn trip slechts maken omdat ik een vrouw had die voor mijn kinderen zorgde én die ik pijnlijk genoeg nadien verliet”, geeft hij ootmoedig toe. “Op dat moment liet ik de verantwoordelijkheid aan anderen over. Dat gegeven is al ambigu. Het klinkt bovendien ook als een mannelijk ideaal dat je zomaar kunt vertrekken en jezelf terugvinden, je kunt laven aan de cultuurgeschiedenis.”

Mouwen opstropen

Is Ik = cartograaf een escapistisch boek? “Noem het gerust een ode aan het dagdromen, een eerherstel van het tijdverlies.” Maar Theunissen zet zichzelf ook regelmatig in zijn hemd. Zo geeft hij toe dat de angst hem overviel als de schemering te snel inviel en hij zijn bestemming nog niet had bereikt, dat hij weleens snuisterde in fotoboeken uit een geforceerde kast of met enige begerigheid, na lange eenzame dagen, een gastvrouw in de badkamer begluurde (tot zijn schaamte).

Of dat hij zijn vrouw – het staat er bijna achteloos – een keer bedriegt. “Ik probeer mezelf inderdaad niet vrij te pleiten. En ik ben geen onverschrokken reiziger. Denk je werkelijk dat veel ontmoetingen onderweg zo opbeurend zijn? In de meeste reisboeken lijkt het alsof elke mens die je tegenkomt duivels interessant is. Dat is helaas niet zo. In Ik = cartograaf reken ik af met reisliteratuur waarin een verteller alles van bovenaf bekijkt en daar ironisch commentaar op geeft. Ik schets mezelf als een dubbelzinnig personage. Met zijn kleine kantjes.”

'Noem mijn boek gerust een ode aan het dagdromen, een eerherstel van het tijdverlies.' Beeld Thomas Nolf
'Noem mijn boek gerust een ode aan het dagdromen, een eerherstel van het tijdverlies.'Beeld Thomas Nolf

Graven naar de oorzaken van zijn huwelijkscrisis doet Theunissen nauwelijks. “Uit respect voor de relatie”, vult hij snel aan. “Het is niet de bedoeling om anderen te schaden of te bruuskeren. Wel om mijzelf neer te zetten, gegrepen door een zekere rusteloosheid en mijn pogingen om die te overstijgen. Er weer iets goeds van te maken.” Zo handelt Ik = cartograaf ook over thuiskomen, in Gent, zij het zonder loutering. “Wel met het besef dat ik een vader was die bij terugkeer de mouwen moest opstropen en voor zijn twee kinderen moest zorgen.”

Theunissen vatte zijn tocht vijf jaar geleden aan. Nu pas is Ik = cartograaf klaar. Maar intussen heeft Europa een onwaarschijnlijke metamorfose doorgemaakt. Heeft hij nooit gevloekt bij het schrijven? “Nee”, zegt hij pertinent. “Net goed dat er vijf jaar zijn overgegaan; het is beter uitgekristalliseerd. Ik kon ook een jaar niet schrijven door een verbouwing en mijn scheiding. De wandeling is een momentopname. Pas later ben ik ze gaan aanvullen met een uitgebreid geschiedkundig gedeelte.”

Aan verregaande conclusies over Europa waagt Theunissen zich niet. Wel spitst hij zich toe op de impact van nationalisme, klimaat en vluchtelingencrisissen. “De basis van het huidige Europa ligt natuurlijk in de twintigste eeuw en de doorwerking van de wereldoorlogen. Lang zagen we Europa vervolgens als bestaand uit twee grote blokken, West- en Oost-Europa. Maar na 1989 en de val van de Muur merkte je hoe de wonden van de geschiedenis nog altijd etterden. Tegelijk zie je vandaag een hele generatie volwassenen voor wie de val van de Muur amper nog betekenis heeft.”

Walhalla

Theunissen bestelt nog een koffie, neemt een slok en doet een boude uitspraak − toch voor een man die een volledig continent heeft doorkruist. “Wat mij opviel is hoe klein Europa is. Hoe dicht alles bij elkaar staat en ligt. In een volledige verlatenheid kom je zelden terecht, een ongerept Europa bestaat niet meer. Alles staat op een kluitje en bossen palen aan industriegebied en snelwegen. Bestaat een authentiek landschap nog wel? Alles in Europa is actief door de mens bewerkt.

“Of ligt de Europese authenticiteit net in de wisselwerking tussen de natuur en de menselijke bewoning? Er is onwaarschijnlijk veel fauna verloren gegaan, er moest ruimte worden gemaakt. Veel bos is verwoest om het pad te effenen voor wat later kwam: de landbouw, de ontginning en de beschaving. In Midden-Engeland zie je de bakermat van onze macht en welvaart, maar ook de ongebreidelde bevolkingsgroei en de milieucatastrofe.”

Landen als Roemenië en Polen zijn in ijltempo ‘Europeser’ geworden, stelt Theunissen vast. “Je zag dat niet alleen in de steden en in de winkelcentra, maar ook aan de manier waarop de grootschalige landbouw in gang is gezet. Toch zijn er doodarme streken waar men niet kan volgen in dat Europese verhaal. Je hebt wel degelijk een A-Polen en een B-Polen. Het fundamentele verschil ligt vaak in wie al dan niet in het buitenland heeft gewerkt − en wie er dus beter voor staat. Dat zag je bijvoorbeeld goed in Oekraïne, daar kon je dat aan de huizen afmeten. Wie er gebleven was, woonde in een oud houten huis en tufte rond met een Lada van 35 jaar oud. Wie in het buitenland had gewerkt, kon zich een stenen huis met een erker of uitbouw veroorloven.”

Ook de fanatieke zoektocht naar nationale identiteiten – nu nog verhevigd – sijpelt door de pagina’s heen. “Neem nu Regensburg, waar het Walhalla van Ludwig I staat, een plek die alle Duitssprekenden wil verenigen. Wat brengt ons ertoe om steeds maar weer te proberen op een fundament van belegen clichés en nieuwe leugens een identiteit te bouwen? Toch zie je overal dat politici zich daarover buigen en het populisme mee voeden. Niet alleen in Frankrijk met Marine Le Pen. Toen ik door Oostenrijk trok, scheelde het geen haar of de presidentsverkiezingen waren gewonnen door de extreemrechtse Norbert Hofer. In aangeharkte stadjes in Duitsland of Oostenrijk broeit veel ongenoegen over vluchtelingen. Het is een onderwerp dat je bij toevallige gesprekken beter niet aansnijdt.”

'De CEO van Google heeft ooit gezegd dat we de laatste generatie zijn die weten wat het is om te verdwalen. Ik vind dat jammer.' Beeld Thomas Nolf
'De CEO van Google heeft ooit gezegd dat we de laatste generatie zijn die weten wat het is om te verdwalen. Ik vind dat jammer.'Beeld Thomas Nolf

Syrische vluchteling

Theunissen belandde even in West-Oekraïne, alvorens naar Roemenië door te steken. “Lviv, vroeger Lemberg of Lwow, is de enige plek waar ik niet wandelend heen trok. We beseffen nog niet dat die stad pal in het midden van Europa ligt. Ze is ook bijzonder mooi. Joseph Roth, die er vlakbij werd geboren en er studeerde, noemde het ‘de stad van de verdwenen grenzen’. Toen ik er was, hadden Oekraïners nog net een visum nodig om naar Europa te komen. Vlak daarna werd dat afgeschaft. Toch keek men in Polen naar Oekraïne als een ver buitenland, helemaal niet behorend tot Europa. Hoe anders liggen de kaarten nu.”

“Het blijft vreemd om te zien hoe Europa er alles aan deed om mensen uit Syrië buiten te houden, en hoe Oekraïners met open armen werden ontvangen”, merkt Theunissen op. De tolerantie voor Oekraïense vluchtelingen gaat stilaan kleiner worden, denkt hij. “In Bulgarije werd ik trouwens een keertje tegengehouden omdat ze dachten dat ik een Syrische vluchteling was.”

“In Roemenië vroeg men dan weer constant hoeveel ik verdiende. Om dat af te zetten tegen hun eigen schamele lonen. Daar zorgt het voor drama’s dat zoveel landgenoten in het buitenland werken. Al is het begrijpelijk dat ze vertrekken. Er zijn heel veel kinderen die door hun grootouders worden opgevoed en dat weegt op die gemeenschap. Slechts in de zomer zijn de ouders er nog, in de winter zitten ze allemaal elders: door Europa trekkend als vrachtwagenchauffeur of ijsjes verkopend in Stuttgart.”

De grootste zorgen maakt Theunissen zich over het veranderende klimaat. Een van zijn fixaties waren de condenspatronen van passagiersvliegtuigen. ‘Condensstrepen herinnerend aan onze overbevolking, een spinnenweb van abstracte lelijkheid (...)’, noteert hij.

“Vijftig jaar na de Club van Rome staat de boel op springen: economisch, militair, ecologisch. Al wandelend stuit je op de elementen die deze ontwikkelingen ooit mee in gang zetten. De eerste stoommachine, die ik in het Britse dorpje Elsecar bezichtigde, dat was de eerste schakel in ons vernielzuchtige systeem, maar ook de aanstichter van onze welvaart.

Geen beer tegengekomen

Ik = cartograaf drijft amper op pittige anekdotiek. Theunissen houdt zijn verteltoon bedaard. “Denk je dat er in Europa nog plots een beer tegenover jou staat? Welnee. Het ging me er meer om een atmosfeer te vatten. Je stapt uit je stramien, je valt letterlijk uit je leven. Wandelend door Duitsland realiseerde ik me plots dat ik nog niets spectaculairs had meegemaakt. Ik dacht: er moet hier iets gaan gebeuren, ik ben wel een boek aan het schrijven! (lacht) Tot ik de absurditeit van die gedachte besefte.”

null Beeld rv
Beeld rv

“Nu heeft het woord avontuur nauwelijks nog betekenis”, vervolgt hij scherp. “Het is een ‘vermarkt’ woord. We zijn nooit meer ‘disconnected’. Reizen en bestemmingen afvinken gebeurt alsof de wereld een eindeloze lusttuin is. Dat viel me op toen ik in Roemenië op een camping een Fransman en een Duitser hoorde pochen over alle plaatsen waar ze geweest waren. Ze praatten over Aziatische landen als over een straat in Lyon of Frankfurt. Het had iets pijnlijks. Maar ik voelde ook medelijden: de Fransman was opgevoed in een land en continent dat zich als vanzelfsprekend superieur en open voelde. Wit en mondig en vol zelfvertrouwen. Maar hij had geen diepgang.”

Het sterkte Theunissen in zijn idee dat zijn Europese trip “een ode aan de nutteloosheid” moest zijn. “Niets is nuttelozer dan van Ierland naar Bosporus te wandelen, vanuit het liberaal-economische denken. Maar je moet natuurlijk tijd kunnen kopen.”

Nieuwsgierigheid kun je evengoed botvieren in de stad, in je omgeving, in de nabije natuur, luidde een andere conclusie. “Dat onderscheid tussen thuis zijn en weggaan stel ik niet meer zo absoluut. De Franse aristocraat Xavier de Maistre (1763-1852) zette een neus naar de reisliteratuur van zijn tijd en beschreef in Voyage autour de ma chambre een 42 dagen durende tocht door zijn kamer. Maar mijn verlangen naar de verte zal blijven, de drang ook om alles achter te laten. Al is die gelukkig nu minder urgent.”

Jeroen Theunissen, Ik = cartograaf, De Bezige Bij, 427 p., 24,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234