Zaterdag 02/07/2022

InterviewBoeken

Schrijfster Elif Shafak: ‘In Turkije is humor gevaarlijk geworden’

Elif Shafak: ‘Turkije is voor schrijvers, dichters, academici en cartoonisten een steeds moeilijker land geworden.’ Beeld Guardian / eyevine
Elif Shafak: ‘Turkije is voor schrijvers, dichters, academici en cartoonisten een steeds moeilijker land geworden.’Beeld Guardian / eyevine

In haar roman Het eiland van de verdwenen bomen schrijft de Brits-Turkse Elif Shafak (50) over het ‘opgepotte verdriet’ in het tussen Griekenland en Turkije verscheurde Cyprus. ‘Als er niemand kijkt, praten migranten tegen vijgenbomen.’

Hans Bouman

‘Ik wilde al heel lang over Cyprus schrijven. Ik voel mij emotioneel verbonden met het eiland en houd zowel van de Turken die in het noorden wonen als van de Grieken in het zuiden. Maar het is niet gemakkelijk om over Cyprus te schrijven. Het eiland heeft een geschiedenis van etnisch geweld en de wonden daarvan zijn nog niet geheeld. Er is op Cyprus sprake van een enorme hoeveelheid opgepot verdriet. Het is voor een schrijver een hele uitdaging om over dit verdeelde eiland te schrijven zonder in de valkuil van het nationalisme te belanden. Ik heb daarom lang geaarzeld voordat ik aan dit boek begon.”

Aan het woord is de Brits-Turkse schrijver Elif Shafak (50) en het boek waarover ze spreekt, is The Island of Missing Trees, in het Nederlands vertaald als Het eiland van de verdwenen bomen. De roman vertelt over de liefde tussen de Grieks-Cypriotische (christelijke) Kostas en de Turks-Cypriotische (islamitische) Defne, in de vroege jaren zeventig. Tegen alle sociale regels in worden de twee verliefd. Er zijn spanningen tussen Grieks- en Turks-Cypriotische militante bewegingen en er vallen slachtoffers van geweld. Twee sympathiserende dorpsgenoten bieden de geliefden een geheime ontmoetingsplaats in een achterkamertje van hun taverne De Gelukkige Vijgenboom.

ELIF SHAFAK, WERELDBURGER

Elif Shafak werd op 25 oktober 1971 geboren in Straatsburg in een intellectueel Turks gezin. Haar vader doceerde filosofie. Toen haar ouders scheidden, verhuisde Shafak met haar moeder naar Ankara, waar ze werd opgevoed door haar grootmoeder, terwijl haar moeder studeerde en diplomaat werd.

Shafak bracht haar tienerjaren door in Madrid en Amman en studeerde daarna Internationale Betrekkingen in Ankara. Ze studeerde en doceerde aan diverse universiteiten in de Verenigde Staten en ging dan in Istanbul wonen, de stad die haar grote liefde werd.

Shafak debuteerde in 1994 als auteur met het verhaal ‘Gözlere Anadolu’. In 2006 verscheen haar eerste in het Engels geschreven boek, The Bastard of Istanbul (De bastaard van Istanbul). Deze roman kwam haar op een proces te staan wegens ‘belediging van de Turksheid’, omdat een van haar personages naar de moorden op Armeniërs in WOI verwijst met de term ‘genocide’. Shafak werd vrijgesproken. Tot haar verdriet is ze om politieke redenen al een aantal jaren niet meer welkom in Turkije.

Van haar uit negentien boeken bestaande oeuvre zijn er twaalf in het Nederlands vertaald. In 2019 werd ze genomineerd voor de Booker Prize met de roman 10 Minutes 38 Seconds in this Strange World (10 minuten 38 seconden in deze vreemde wereld).

Elif Shafak woont in Londen en is gehuwd met de Turkse journalist Eyüp Can Sağlık, met wie ze twee kinderen heeft.

Door omstandigheden wordt het jonge stel gescheiden en brengt Kostas een aantal jaren door in Londen, terwijl Defne op Cyprus achterblijft. Zij maakt de Turkse invasie van Noord-Cyprus in 1974 mee, de opdeling van het land in twee delen, het bloedvergieten waarmee dat gepaard gaat, en de grote volksverhuizingen van Turks-Cyprioten richting het noorden en Grieks-Cyprioten naar het zuiden. Vele jaren later ontmoeten Kostas en Def-ne elkaar opnieuw en pakken ze hun liefde weer op. Ze vestigen zich in Londen en krijgen een dochter: Ada. Maar er is iets veranderd.

U hebt lang geaarzeld voordat u besloot over Cyprus te schrijven. Wat deed u uiteindelijk over die aarzeling heen stappen?

“Een schrijftechnische vondst: het besluit om een deel van het verhaal door een vink dat zjgenboom te laten vertellen. Bomen zijn zeer interessant. Er zijn de laatste twintig jaar veel studies over verschenen, al weten we nog steeds veel niet over ze. Bomen hebben een groter bewustzijn dan we denken. Ze leven langer dan wij, bestonden al lang voor de mens op het toneel verscheen en ik denk dat ze er nog steeds zullen zijn als wij zijn verdwenen.

“Door een deel van het verhaal vanuit het gezichtspunt van een boom te vertellen, kreeg ik een andere invalshoek en een langetermijnperspectief.”

De vijgenboom informeert de lezer over onder meer cultuur, geschiedenis en biologie.

“Er is een moment in het boek waarop de vijgenboom mensentijd en bomentijd vergelijkt. Die zijn totaal verschillend. Wij mensen denken over tijd als iets lineairs en progressiefs: het moet morgen beter zijn dan gisteren. Vooruitgang! De tijdboog moet zich richting gerechtigheid begeven. Maar in de praktijk gaat het vaak niet zo. De tijd kan achteruitgaan, landen kunnen achteruitgaan. Nieuwe generaties kunnen de fouten herhalen waarvan hun grootouders geleerd zouden moeten hebben.

“Wanneer je de bomentijd volgt, zie je de patronen, de cirkelbewegingen. Ik denk dat bomentijd dicht in de buurt komt van verhalentijd. Lineaire tijd is een illusie.”

Hoe zou u verhalentijd omschrijven?

“Verhalentijd is circulair. Ik groeide op met verhalen uit het Midden-Oosten, Anatolië, de Balkan: orale verteltradities die altijd uit cirkels in cirkels bestaan, uit verhalen binnen verhalen. Alsof je een doos opent en daarin bevindt zich nog een doos en daarin weer een andere, enzovoort. Niet lineair dus, met een keurig onderscheid tussen verleden, heden en toekomst.”

Twee cruciale gebeurtenissen in uw boek zijn het begraven en weer opgraven van een vijgenboom. Dat blijkt een aloude manier te zijn om zo’n boom de koude winter te laten overleven. Een hoopvol symbool.

“Toen ik in de VS woonde, gaf ik les aan de Universiteit van Michigan in Ann Arbor. Daar zijn de winters erg koud. Ik ontmoette in die tijd Italiaans-Amerikaanse families die hun vijgenbomen aan het begin van de winter in de aarde begroeven en in het voorjaar weer opgroeven. Als je dat voorzichtig doet, dan kan dat. Toen ik daarvan hoorde, realiseerde ik me dat dit een prachtige metafoor was.

“Zoals ik in mijn boek beschrijf, bestaat er op Cyprus een door de Verenigde Naties ingestelde Commissie voor Vermiste Personen, waarin Turks- en Grieks-Cyprioten nauw met elkaar samenwerken. Zij graven letterlijk in de grond, op zoek naar de overblijfselen van mensen die tijdens gewelddadige confrontaties om het leven zijn gekomen. Ze doen dit om het genezingsproces een kans te geven. Om te genezen moet je het verleden begrijpen. Door de families van de overledenen een kans te geven hun geliefden te begraven, kunnen ze de tragische gebeurtenissen uit het verleden afsluiten, ermee in het reine komen.’

U vertelt in uw boek dat de eerste en tweede generatie overlevenden vaak niet over het verleden kan praten. Pas de derde generatie wil graven en het verzwegene boven tafel halen.

“Dat is me vaak opgevallen bij immigrantenfamilies, eigenlijk bij elke familie met een gecompliceerde achtergrond. Ik ben geïnteresseerd in het concept van geërfde pijn. Ik denk dat we naast fysieke eigenschappen ook meer abstracte zaken als verdriet van onze voorouders erven.

“In mijn boek behoort Ada tot de tweede generatie. Zij weet dat haar ouders een pijnlijk verleden hebben op Cyprus, maar zelf is ze in Londen geboren en daar wil ze haar eigen leven opbouwen. Pas de generatie na haar zal zich met het verleden kunnen bezighouden.”

U maakt op uiteenlopende manieren gebruik van het beeld van de vijgenboom. Zo neemt Kostas een stekje mee van Cyprus naar Londen, om dat in zijn tuin te planten. Maar een verplaatste vijgenboom draagt de eerste zeven jaar geen vruchten.

“Als je naar een andere plek wordt overgebracht, kun je niet gewoon verder gaan met je leven alsof er niets is gebeurd. Ergens schrijf ik: ‘Een deel van je sterft vanbinnen, zodat een ander deel een nieuwe start kan maken’. Wanneer je immigrant of balling bent, is er altijd sprake van een gevoel van verlies en van melancholie.”

Dus praten migranten, als er niemand kijkt, tegen vijgenbomen, zoals u schrijft.

“Ja, dat is echt waar. Ik heb dat verschillende migranten zien doen. Ik geloof hartstochtelijk in de mogelijkheid om tot meerdere culturen te behoren. In het heetst van de brexit-retoriek zei de toenmalige Britse premier: ‘If you believe you are a citizen of the world, you are a citizen of nowhere’. Daar ben ik het zeer mee oneens. Het is heel goed mogelijk je betrokken te voelen bij lokale zaken en van je land te houden en tegelijkertijd een wereldburger te zijn.

‘Hoewel ik nu twaalf jaar in Londen woon en mij echt inwoner van Groot-Brittannië voel, heb ik tegelijk een geweldige heimwee naar Istanbul, waar ik om politieke redenen niet meer naartoe kan. Er is een tijd geweest dat ik tussen die twee steden forensde. Maar Turkije is een steeds moeilijker land geworden voor schrijvers, journalisten, academici, dichters en cartoonisten. Humor is gevaarlijk geworden. Overal waar een autoritair bewind heerst, wegen woorden zwaar en kun je worden vervolgd. En naar mijn mening geldt dat in nog zwaardere mate voor vrouwelijke en niet-heteroseksuele auteurs. Naast het genoemde is er namelijk ook nog het element van seksisme, vrouwenhaat, patriarchaat en homofobie.’

Uw boek bevat een geweldige rijkdom aan informatie. Over de onderlinge communicatie tussen bomen, over de geschiedenis van Cyprus, over vogels, vlinders, de schitterende culinaire tradities en fantastische spreekwoorden van het Nabije Oosten.

“Ik doe veel research en lees over de meest uiteenlopende onderwerpen voordat ik aan een roman begin. Onderzoek is niet alleen een intellectueel maar ook een emotioneel proces. In geloof erg in emotionele intelligentie en wil graag het hoofd en het hart met elkaar verbinden. En ik geloof in interdisciplinaire kennis. Het is mijn overtuiging dat we leren van diversiteit. Ik lees graag politieke filosofie, maar ben ook gek op kookboeken.

'Mensen moeten constant uit hun comfortzone komen, grenzen overschrijden, leren van andere culturen. Dat is zo belangrijk.' Beeld Guardian / eyevine
'Mensen moeten constant uit hun comfortzone komen, grenzen overschrijden, leren van andere culturen. Dat is zo belangrijk.'Beeld Guardian / eyevine

“Inderdaad, mijn boek bevat informatie over honingbijen en boomwortels, maar ook over bijgeloof en spreekwoorden. Ik ben opgevoed door vrouwen en mijn grootmoeder leek wel op de tante in Het eiland van de verdwenen bomen. Haar huis was vol voedsel, bijgeloof, magie, rituelen… Die cultuur en traditie wil ik niet kleineren ten opzichte van de wetenschap, zoals ik de orale vertelcultuur niet wil kleineren ten opzichte van de geschreven literaire cultuur. Integendeel, ik probeer met mijn werk een brug te zijn tussen die twee.”

De titel van uw roman verwijst naar de teleurstelling van de Britse militairen die van 1914 tot 1960 het bestuur over Cyprus hadden. Zij hadden een eiland vol bomen verwacht. Uw boek speelt na de Britse tijd. Vanwaar toch die titel?

“Het is cruciaal om te weten wat er met de natuur, de bomen gebeurde om te begrijpen wat mensen elkaar hebben aangedaan. Wij zijn geneigd te denken dat de verwoesting van de natuur en menselijk geweld in tijden van oorlog separate zaken zijn. In feite zijn ze met elkaar verbonden. Als mensen elkaar vernietigen, vernietigen ze ook het leven van planten en dieren.

“Dat verlies is cruciaal, zeker nu, in een tijd dat we met een klimaatcrisis worden geconfronteerd. Afgelopen zomer zijn er vreselijke natuurbranden geweest in Turkije, Griekenland en Californië. Het leek of de hele natuur het uitschreeuwde. Wij zijn bezig een compleet ecosysteem te verliezen. Dat wilde ik via de titel benadrukken. Die bomen zijn niet zomaar verdwenen. Die verwoesting is door de mens aangericht.”

U bent tweetalig en hebt wel gezegd dat de Turkse taal vooral geschikt is om emoties en verdriet in uit te drukken, terwijl de Engelse taal geschikter is voor ironie, satire en het intellectuele discours.

“En humor. In het Turks hebben we geen woord voor ironie.

“Ik houd van humor, vooral humor met mededogen. Humor die niet neerbuigend is, maar van begrip voor wat menselijk is getuigt. Wanneer ik ironisch of satirisch wil schrijven doe ik dat in het Engels. Melancholie gaat me beter af in het Turks.”

U hebt een nogal nomadisch leven geleid en naar ik begrijp was dat ook een reden om te gaan schrijven.

“De hoofdreden was dat ik mij verveelde. Ik groeide op in mijn grootmoeders huis in Ankara, zonder broertjes of zusjes. Ons gezin viel een beetje uit de toon in onze omgeving. Dus had ik behoefte aan een andere plek waar ik in mijn verbeelding heen kon gaan: storyland. Ik ging lezen en hoewel het een cliché is: mijn boeken werden mijn vrienden.”

“Vervolgens ging ik schrijven en omdat ik een doodsaai leven had schreef ik niet over mijzelf, zoals kinderen doen die een dagboek bijhouden, maar over andere mensen. Literatuur was voor mij vanaf het eerste moment iets transcendentaals: ik wilde de grenzen overstijgen waarmee ik op de wereld was gekomen.”

Is dat verwant aan uw uitspraak dat het belangrijk is een intellectuele nomade te zijn?

“Het is belangrijk intellectueel in beweging te blijven en te leren van andere disciplines, andere culturen. Dikwijls spreek ik mannelijke lezers die tegen mij zeggen: ‘Ik wil weten wat er in de wereld omgaat, dus lees ik over politiek, geschiedenis, financiën, neurowetenschappen, filosofie, maar geen fictie. Mijn vrouw wel, die leest fictie.’

“Ik vind het zo treurig als ik dat hoor, want binnen fictie heb je alles, alle wetenschappen die ik zojuist noemde. En het allerbelangrijkste: fictie bevat emotionele intelligentie. We moeten voortdurend grenzen blijven overschrijden, uit onze comfortzone treden, en het persoonlijke met het culturele, politieke en historische verweven. Wanneer je een roman leest, ben je een aantal uren of dagen op reis in de geest van een andere persoon. Daar word je een beetje nederiger van.”

U hebt ooit opgemerkt dat mensen van de Balkan, de Levant en Anatolië niet erg optimistisch van aard zijn.

“Haha, ik zeg wel eens: ik kan geen optimist zijn, want ik ben Turks. Als je de loop van de Donau vanuit Zuid-Duitsland richting de Zwarte Zee volgt, dan daalt het optimisme naarmate de rivier verder oostwaarts stroomt.

“Dat geldt ook voor mij, maar ik heb voor mijzelf wel een oplossing gevonden. Mijn standpunt is: je hoofd mag best pessimistisch zijn, zolang je hart maar optimistisch is.

“In deze tijd hebben we beide nodig. Een gezonde dosis pessimisme helpt je te begrijpen wat er gaande is in de wereld. Maar we hebben ook hoop nodig, en die komt van onze medemensen.”

Fragment uit Elif Shafaks boek

Er is een heuvel in Nicosia waar vogels van allerlei pluimage komen om voedsel te zoeken. Het is er een en al woekerende doornstruiken, brandnetels en plukjes heide. Midden in die dichte begroeiing bevindt zich een oude put, met een katrol die kraakt als er maar even aan wordt getrokken en een metalen emmer aan een touw, rafelig en bedekt met wier doordat het zo lang niet gebruikt is. In de diepte is het altijd pikdonker en ijskoud, zelfs als de felle middagzon er recht boven staat. De put is een hongerige mond, wachtend op zijn volgende maaltijd. Hij verorbert elke lichtstraal, elk spoortje hitte, en houdt elk stofje vast in zijn langgerekte stenen keel.

Als je er ooit in de buurt bent en je gedreven door nieuwsgierigheid of instinct over de rand buigt en omlaag tuurt, wachtend tot je ogen gewend zijn, vang je misschien een glinstering op daar beneden, als het vluchtige schijnsel van de schubben van een vis voordat die weer onder water verdwijnt. Maar laat je daardoor niet misleiden. Er zitten daar beneden geen vissen. Geen slangen. Geen schorpioenen. Geen spinnen bungelend aan zijden draadjes. Die glinstering komt niet van een levend wezen, maar van een antiek zakhorloge – achttien karaats goud gevat in parelmoer, met als inscriptie twee regels uit een gedicht:

Daar aan te komen is je doel,

Maar overhaast je reis in geen geval…

En op de achterkant staan twee letters, of om precies te zijn twee keer dezelfde letter: Y & Y

De put is tien meter diep, met een doorsnede van ruim een meter. Hij is gebouwd van licht gebogen blokken natuursteen die in identieke horizontale lagen helemaal afdalen naar het stille, smerige water in de diepte. Daar op de bodem liggen twee mannen. De eigenaren van een populaire taveerne. Allebei slank gebouwd en van gemiddelde lengte. Ze waren allebei geboren en getogen op dit eiland en allebei in de veertig toen ze werden ontvoerd, in elkaar geslagen en vermoord. Ze waren in deze schacht gegooid nadat ze eerst aan elkaar waren vastgeketend, en daarna aan een olijfolieblik van drie liter gevuld met beton, om ervoor te zorgen dat ze nooit meer boven zouden komen. Het zakhorloge dat een van hen droeg op de dag van hun ontvoering is blijven stilstaan om precies acht minuten voor middernacht.

De tijd is een zangvogel, en net als elke andere zangvogel kan die worden gevangen. Hij kan worden opgesloten in een kooi, en wel veel langer dan je voor mogelijk zou houden. Maar de tijd kan niet voor eeuwig in bedwang worden gehouden.

Geen enkele gevangenschap is voorgoed.

Op een dag zal het water het metaal wegroesten en zullen de ketenen knappen, en zal het starre hart van het beton verzachten zoals zelfs de meest starre harten geneigd zijn te doen met het verstrijken der jaren. Pas dan zullen de twee lijken, eindelijk vrij, omhoog zwemmen naar het stukje lucht boven hen, glinsterend in het gebroken zonlicht; ze zullen opstijgen naar dat hemelse blauw, eerst langzaam, dan vlug en verwoed, als parelduikers die snakken naar lucht.

Vroeg of laat zal deze oude, vervallen put op dat eenzame, mooie eiland helemaal aan het uiterste puntje van de Middellandse Zee verbrokkelen en zal zijn geheim aan de oppervlakte komen, zoals elk geheim uiteindelijk boven water komt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234