Vrijdag 15/11/2019

Interview

Salman Rushdie: ‘Mijn vader was verslaafd aan alcohol. Elke nacht werd hij woest’

‘Wat ik nu nog doe, moet echt belangrijk zijn.’

Salman Rushdie heeft nipt naast zijn tweede Booker Prize gegrepen met zijn nieuwste roman Quichot, nochtans zijn beste boek in jaren volgens de meeste critici. De Brits-Indiase schrijver, die al twee decennia in New York woont, laat het niet aan zijn hart komen: ‘Ik blijf schrijven zolang ik vind dat ik iets te vertellen heb en ik mezelf niet verveel.’

Het verkeer in New York staat stil en ook alle metrostellen zitten stampvol. Greta Thunberg spreekt de Verenigde Naties toe, en de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Amerikaanse president Donald Trump zijn in de stad. In 57th Street houdt Andrew Wylie kantoor, de beroemdste literair agent ter wereld. In Wylies vertrekken mogen we Salman Rushdie interviewen, maar de schrijver staat in de file en zal wat later zijn, zegt hij aan de telefoon: ‘Ach, wat hou ik van deze stad!’ Niet veel later verontschuldigt hij zich omstandig voor de vertraging.

“‘Er kan van alles gebeuren’, staat ergens in mijn nieuwe boek. (lacht) En dat klopt ook. Dat jonge meisje, dat vorig jaar nog in haar eentje in de kou op de stoep zat, blijft me verbazen.”

U bedoelt Greta Thunberg, die in Zweden met haar schoolstaking voor het klimaat is begonnen.

“En nu schudt ze de hele wereld wakker. Ze is mijn heldin. Ze is voor niets of niemand bang, en elk woord dat ze zegt, is waar: ze overdrijft op geen enkel moment.”

Terwijl de rest van de wereld het over de klimaatcrisis en Greta Thunberg heeft, blijft iedereen in de VS in de ban van Donald Trump.

“Hij zorgt ervoor dat hij altijd in het middelpunt van de belangstelling staat, het is het enige wat hij kan. Dat is zijn geheim, en daarom is hij ook aan de macht. Hij bespeelt als geen ander de media en de journaals, en beïnvloedt zo ons denken. Als hij opduikt, is er geen ruimte meer voor de anderen.”

Zijn de Amerikanen gehypnotiseerd door hem? Of zijn ze hysterisch?

“Allebei. Maar ik kijk niet meer naar de televisie: ik kan zijn gezicht en zijn stem niet meer verdragen.”

Wat heeft hij de voorbije drie jaar aangericht in de VS?

“Dat zullen we volgend jaar zien, als de Amerikanen weer naar de stembus moeten. Is Amerika nu een Trump-samenleving geworden? Of bevinden we ons in een tijdelijke staat van verwarring, en kunnen we toch weer menselijk zijn en openstaan voor de wereld? Het is wel duidelijk om wie het gaat: Ruth Bader Ginsburg.”

De legendarische 86-jarige rechter van het hooggerechtshof, die aan kanker lijdt.

“Zij zal niet eeuwig blijven leven. Als ze overlijdt en Trump de tijd krijgt om een conservatieve opvolger te benoemen, zijn we allemaal vervloekt. Dan zal er aan de burgerrechten en de vrouwenrechten gemorreld worden, en kunnen we de bescherming van de natuur wel vergeten: dan worden we terug naar de jaren 50 gekatapulteerd, toen Amerika waarschijnlijk nog great was.”

Weet u eigenlijk welk Amerika Donald Trump bedoelt als hij ‘Make America great again!’ roept?

“Het Amerika van toen de slavernij nog bestond? Het Amerika van de Burgeroorlog? De VS waarin de vrouwen geen stemrecht hadden? De tijd vóór Bob Dylan? (lacht) Al die verhalen over de goede oude tijd zijn gewoon sprookjes. In Groot-Brittannië en India is het net zo: in Engeland denken ze weemoedig terug aan de tijd dat ze over de zeeën heersten en er geen buitenlanders op hun eiland woonden, en in India dwepen ze met het roemrijke hindoetijdperk, toen er nog geen moslims op hun continent waren.”

Die drie landen spelen een grote rol in uw leven.

“Veeleer drie steden: New York, Londen en Mumbai. Maar goed, iedereen in Groot-Brittannië beseft dat de brexit een catastrofale verzwakking betekent, en toch willen ze die erdoor duwen. En in India wil premier Narendra Modi het seculariseringsproces terugdraaien: hij maakt de hindoes wijs dat moslimburgers minderwaardig zijn. Van die drie landen zullen de VS nog het snelst hun parcours corrigeren, denk ik.”

Is Trump wel te verslaan?

“Ja, natuurlijk. Dat wil daarom nog niet zeggen dat hij de volgende verkiezingen zal verliezen, want de Democraten hebben het weinig benijdenswaardige talent om zichzelf in de vernieling te rijden. Maar ik ben ervan overtuigd dat de linkse, jonge, progressieve kiezers Bernie Sanders de rug zullen toekeren en naar het kamp van Elizabeth Warren zullen overlopen: zij zal hun kandidaat tegen Trump worden. Ze doet het ook goed: ze spreekt nooit over hem, ze zegt gewoon dat ze een plan heeft. Dat is haar slogan. Ze hééft trouwens voor alles een plan, en Trump haat zo iemand.”

Hebt u ooit een bijeenkomst van Trump bijgewoond?

“Neen, waarom zou ik? Ik word ziek van hem.”

Hij is keer op keer veel te lang aan het woord, het lijkt bijna een redevoering uit het Sovjet-tijdperk. Hij valt voortdurend in herhaling en verspreekt zich om de haverklap. De aanwezigen lopen binnen en buiten, gaan een biertje drinken, en nog één, en na een halfuur is de zaal halfleeg. Alleen zijn slogans blijven hangen.

“Trump is het product van de media. Zij maken een samenhangend geheel van wat eigenlijk een warboel is. Zij hebben de eerste reality-tv-president mogelijk gemaakt.”

In uw nieuwe roman Quichot hebt u het over de pijnstillerepidemie in de VS, over migratie, eenzaamheid, parallelle werelden en het einde van een tijdperk.

“Ik heb een boek geschreven over het einde van een wereld waarin ik mijn hele leven heb geleefd. Dat tijdperk begon met het einde van de Tweede Wereldoorlog en betekende zeven decennia van stabiliteit. Dat beeld van de wereld ligt nu aan diggelen, en we weten niet wat er in de plaats komt.”

U denkt niet dat de wereld ten onder gaat?

“Nee. Maar de wereld zoals wij ze kennen, beleeft wel haar laatste ogenblikken.”

Wie Quichot leest, zou kunnen denken dat de Apocalyps nabij is.

“Als je de klimaatcrisis in het achterhoofd houdt: zeker. Die kan het einde van onze beschaving betekenen. Misschien kunnen we ons via één of ander portaal in veiligheid brengen in een andere dimensie.”

Hm, misschien… Waarom hebt u voor de mythische Quichot-figuur gekozen?

“Ik wilde mijn vertrouwde omgeving verlaten, New York achter me laten – mijn jongste boeken hebben zich daar afgespeeld. In 2015 heb ik dat boek van Cervantes herontdekt, en meteen kreeg ik inspiratie voor mijn eigen hoofdpersonage en zijn particuliere reis. Maar hij mocht niet zo melancholisch zijn als de Don Quichot van Cervantes, wel optimistischer en vrolijker.”

Uw held is een gepensioneerde handelsreiziger die verslaafd is aan tv-kijken en verliefd wordt op een realityster. U loopt niet hoog op met de popcultuur.

“Het is een junkcultuur, die ons brein doet dichtslibben.”

Hoe begint u aan een roman van die omvang? Ontwerpt u die zoals een huis?

“Daar kun je het niet mee vergelijken. Een boek heeft geen fundering en geen dak. Je kunt het meer vergelijken met een grote bol wol waar drie draadjes uitsteken. Je trekt eraan en je blijft maar trekken, en pas op het einde zie je wat het is. Toen ik jonger was, ben ik wel zoals een architect te werk gegaan: ik maakte tekeningen en plannen. Nu heb ik vaak niet eens een idee wat er gebeurt. Toni Morrison zei me eens dat zij alle vertrouwen heeft in het scheppingsmoment. En Miles Davis wist ook niet welke richting hij zou uitgaan als hij de trompet naar zijn lippen bracht. Michael Ondaatje gaat daar het verst in: hij begint met bijna niets, vaak één enkele gedachte, en daarop volgen vele jaren van moeizame arbeid.”

Dat zou tot luiheid kunnen leiden, en de gedachte: ‘Zo zal het ook wel goed zijn.’

“Dat mag niet. Ernest Hemingway zei eens: ‘Je moet over een uitstekende bullshitdetector beschikken.’ Je moet de meest kritische lezer van je eigen werk zijn. Je moet jezelf voortdurend corrigeren en materiaal weggooien. Ik heb in Quichot een verteller opgevoerd, en eigenlijk heb ik zelf nooit graag boeken gelezen over een schrijver die het boek schrijft dat je aan het lezen bent. Maar nu wilde ik dat wel een keer uitproberen, en ik geloof dat het boek er beter door is geworden: die reis tussen leven en kunst en weer terug verandert de auteur, en dat is precies wat ik wilde bereiken. Het ene verhaal verandert het andere.”

U schrijft ook over het misbruik van geneesmiddelen?

“Fentanyl is verslavender dan heroïne. Die pijnstiller heeft Prince het leven gekost.”

U bent goed op de hoogte?

“Ja. Twaalf jaar geleden is mijn zus gestorven. Ze was amper 45, veertien jaar jonger dan ik. Ze woonde in Karachi, in Pakistan, kreeg een hartinfarct en was dood. Toen wij haar plotse overlijden probeerden te begrijpen, kwam aan het licht dat ze verslaafd was geweest aan pijnstillers. Haar badkamer was één grote apotheek. We hebben ons toen ongelooflijk dom gevoeld: ze was onze zus, we hadden het moeten weten en haar moeten redden. Maar wij hebben het niet gedaan, we konden het niet… Ach, verdomme, we hebben het gewoon niet gedaan. Dat is wat afstand doet met migrantenfamilies.”

Kan afstand gevaarlijk zijn?

“Dikwijls, ja. Mijn familie heeft onder meer dan één scheiding geleden. En vroeger ook door mijn vader.”

Kunt u daar iets meer over vertellen?

“Hij was verslaafd aan alcohol, en die verslaving veranderde zijn persoonlijkheid. Elke nacht werd hij woest. Daarnaast wist hij niet hoe hij moest omgaan met opgroeiende kinderen die langzaamaan op eigen benen wilden staan en zelf beslissingen wilden nemen.”

Hij heeft u wel van India naar Engeland gestuurd.

“Om te studeren, ja. En toen ik aan Cambridge mijn diploma had gehaald, ben ik niet teruggekeerd, omdat ik die afstand wilde bewaren. Dat heb ik volgehouden tot er kanker bij hem werd vastgesteld. Ik ben toen terug naar huis gegaan en in zijn laatste weken hebben we onze gecompliceerde gevoelens kunnen overwinnen en hebben we iets heel eenvoudigs herontdekt: liefde. Daar ben ik nog altijd dankbaar voor.”

U bent nu 72: in welk stadium van uw carrière bevindt u zich nu, denkt u?

“Ik heb meer zelfvertrouwen dan vroeger: ik raak nooit meer in paniek, ik weet dat uiteindelijk een boek het licht zal zien, als ik maar hard genoeg werk. Het is wel moeilijker geworden om iets te schrijven wat ik nog niet eerder heb geschreven. En ik heb negentien boeken gepubliceerd, waarvan veertien romans: ik weet dat ik niet nóg eens negentien boeken zal schrijven. Dus mag ik geen tijd meer verprutsen: wat ik nu nog doe, moet echt belangrijk zijn.”

Wil dat zeggen dat u elke dag vlijtig schrijft?

“Ik probeer nu om de twee jaar een boek uit te brengen, dat is toch aanzienlijk sneller dan vroeger. Als ik op tournee ben, kan ik niet schrijven, maar anders probeer ik me te concentreren, ja. Het volgende boek wordt een essaybundel, die komt volgend jaar uit.”

Dan zit u aan twintig titels: een mooi rond getal.

(lacht) In India rond je getallen niet af, ze moeten er oneven zijn: daarom zijn het ook de vertellingen van duizend-en-één-nacht, en niet van duizend nachten.”

Hebt u dan nog een roman in gedachten?

“Ik blijf schrijven zolang ik vind dat ik iets te vertellen heb en ik mezelf niet verveel. Ik denk in ieder geval niet aan stoppen, als u dat bedoelt. Philip Roth heeft dat wel gedaan, dat is toch verbazingwekkend?”

Hij had het gevoel dat hij nooit meer zo goed kon zijn als vroeger. Hij herlas alleen nog maar en genoot ervan.

“Ja, en toen stierf hij. Aan zijn computerscherm kleefde een briefje: ‘De kwelling is voorbij.’”

Van kwellingen gesproken, leest u recensies?

“Vluchtig. Veel sterren, weinig sterren: dat is het enige wat me interesseert.”

Voor Quichot hebt u heel veel lovende en een paar kritische besprekingen gekregen, maar een criticus van The New York Times Book Review boorde u de grond in: ‘Een schrijver in vrije val.’ Wat dacht u toen u dat las?

‘Fuck you.’

Deed het pijn?

“Toch zeker drie seconden. Waarom was die zo kwaadaardig? Gelukkig verscheen er een week later een lovend coververhaal in datzelfde blad. Zo heb ik toch nog gewonnen. (glimlacht)

We hebben het nog niet over de fatwa van de Iraanse leider Khomeini na de verschijning van De duivelsverzen gehad.

“Goed zo.”

Hoe kijkt u terug op die jaren waarin u voortdurend voor uw leven moest vrezen en onder permanente bewaking stond?

“Ik denk daar niet meer zo vaak aan, net zoals je ook niet meer aan een ziekte denkt als je genezen bent. Ik ben die periode te boven gekomen omdat ik optimistisch ben gebleven. Ik heb er altijd op vertrouwd dat ik er wel uit zou raken. Het opgeven zou laf geweest zijn. Niets blijft zoals het is, daar moet je altijd van uitgaan.”

De geschiedenis leert ons dat het ook altijd slechter kan worden.

“O, ja. Slechter kan het altijd worden, laat daar geen twijfel over bestaan.”

Salman Rushdie – Quichot, uit bij Atlas Contact

© Die Zeit

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234