Zaterdag 20/07/2019

Expo

S.M.A.K. zoekt schoonheid in gevaar met expo Leo Copers

Beeld rv

Gevaar vormt de rode draad van de tentoonstelling Leo Copers. 1969-1974. Maar dan op subtiele wijze: Copers laat de poëtische esthetiek van zijn werken clashen met het onheil dat er – als je ze wat aandachtiger bekijkt – van uitgaat. Het S.M.A.K. toont een overzicht van de vroegste werken van de man die de zee in brand stak, de Mona Lisa deed huilen en in het Gentse Citadelpark een kerkhof aanlegde waar hij de grootste internationale musea begroef.

Op 3 mei 1969 liep Leo Copers van de Burgstraat naar het Gravensteen in Gent. Toen hij op de brug over de Leie stond, bleef hij staan, want in het water zag hij een kapot peerlampje drijven. Een aha-erlebnis die verzilverd werd in de sculptuur Waterlamp – in het S.M.A.K. te zien op een grote tafel. “Het was alsof ik het licht gezien had”, zegt Leo Copers. “Zoals de apostel Paulus die van zijn paard gebliksemd werd.”

Sindsdien combineert Copers lampen vaak met natuurelementen. In de tentoonstelling Leo Copers. 1969-1974 zien we tl-buizen in waterbakken, dwars door rotsblokken, door een boomstronk, in een ijsblok. “De lampen in het water zijn natuurlijk een truc, anders zou je kortsluiting krijgen. Op dezelfde manier is een schilderij óók een trucje, maar daar gaat het werk niet over. Het gaat over het effect dat het sorteert.”

Beeld rv

Naast ‘Waterlamp’ toont Copers een motor in een bakje. “Oorspronkelijk zat hij onder water, maar intussen is de motor kapot. Er sprongen zelfs vonkjes uit toen ik hem onder water aanzette. Je leert als jong kind al om elektriciteit níét met water te combineren, maar gevaar is een belangrijk onderdeel in mijn werk. Gewoon omdat het bestaat. De wereld is niet alleen mooi en lieflijk, maar ook vol lelijkheid en onheil. Als je als kunstenaar alleen de schoonheid belicht, ben je toch simpel van geest?”

Aan de muur hangt een reeks tekeningen van niet uitgevoerde acties over gevaar. Een voorbeeld: dynamietstaven met een doosje lucifers ernaast. In een zwierig handschrift wordt de werking van het kunstwerk beschreven: “Kunstminnaars kunnen al dan niet het vuur aan de lont steken”. Het is een idee van 1974. “Maar extreem actueel, toch?”, zegt Copers. Bij de tekening hoort ook een citaat van de futurist Marinetti. “Hij spreekt over de esthetiek van de oorlog, en past dus heel goed bij mijn werk.”

Op een andere tekening zien we een motor die draait in een afgesloten ruimte, waar de uitlaatgassen zich ophopen. Ernaast staat te lezen: “Personen en andere levende wezens die zich te lang in deze ruimte zouden ophouden worden misselijk en kunnen zelfs sterven.” Of nog: een “intimistisch interieur” waarin af en toe een voorwerp in brand schiet. “Het vuur dooft. Er is niks aan het interieur veranderd.” Aan humor ontbreekt het Copers niet in zijn gewelddadige ideeën: een brandende boemerang komt met de opmerking: “Het zal van de handigheid van de werper en de grootte van de beschreven ellips afhangen of de werper al dan niet de vingers brandt.”

Tien jaar geleden mocht Copers in het Middelheimmuseum enkele van zijn niet uitgevoerde ideeën omzetten in realiteit. De focus lag op het tijdelijke, vergankelijke karakter. En dus werd het publiek getrakteerd op vuurwerk, vuur en beheerst gevaar. Ideeën die hij begin jaren 70 op papier had gezet, maar waar toen geen budget voor was. “Deze tentoonstelling is eigenlijk de tegenhanger van die buitententoonstelling in het Middelheim. Nu krijgen we een binnenpendant van werken uit diezelfde periode.”

Beeld rv

Maar het zijn niet enkel de natuurelementen, licht en dreiging die Copers fascineren. Hij kadert zijn eigen werk ook in de kunstgeschiedenis. Zo eindigt de tentoonstelling met een op het eerste gezicht niet bijzondere reproductie van de Mona Lisa. Maar dan blijkt ze te huilen. De tranen biggelen van haar wangen. “Iedere ernstige kunstenaar heeft toch iets met haar gedaan? Duchamp, Léger, Warhol, noem maar op. Ik had dus geen keuze.” (lacht)

Tot slot een werk dat u helaas níét te zien zal krijgen. “Er was een installatie die we graag mee in de expo wilden, maar ze is spoorloos verdwenen. Het was een plexibak met water en daarin een platenspeler, waarop de 45 toerenplaat met Arthur Browns nummer 'Fire' gedraaid werd. Door het water werd het geluid sterk vertraagd en kreeg je een bevreemdend effect.” Copers begint te zingen: “I am the god of hell fire, and I bring you! Fire, I'll take you to burn. Fire, I'll take you to learn. I'll see you burn!

Van 2/6 tot 2/9 in het S.M.A.K., Gent. smak.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden