Donderdag 17/10/2019

Portret

“Rudy Vandendaele was veel meer dan Dwarskijker: hij is ook een bijzonder goede interviewer”

Rudy Vandendaele, getekend door Gijs Kast. Beeld Gijs Kast

“Tijd om me met overgave aan de edele kunst van het plaatsmaken te wijden”, schreef Rudy Vandendaele dinsdag in Humo. Willen we nog een beetje up-to-date zijn omtrent het allerslechtste op tv, zullen we opnieuw zelf moeten kijken, want (rv) stopt ermee.

De serie Transport was een Vlaams-Nederlandse coproductie over het wel en wee van de vrachtwagenchauffeur – een vak waar toen nog mee onder de mensen te komen viel. In aflevering 4 laat de jonge Ludo Busschots (Leo) zich als slechterik met nektapijt door Walter van het rivaliserende vrachtwagenbedrijf uitdagen voor een eindje spookrijden op de dan nog E10 geheten E19. Ook dat kon in die tijd allemaal nog.

Inzet van de weddenschap is Moniekske, de barmeid in het truckerscafé. Walter (Rudy Vandendaele) komt de serie binnen met deze zin: ‘Dag Moniekske, twee pintjes, schat.’ Zijn acteurscarrière is daar zo’n beetje verschrompeld, en vergeten. Tot iemand onlangs de integrale serie op YouTube gooide.

Het was in datzelfde jaar 1983, toen Transport werd uitgezonden, dat hij in het weekblad Humo een oproep opmerkte voor een ander soort uitdaging.

Guy Mortier, toen hoofdredacteur: “Ik had de gewoonte om om de zoveel tijd een poging te wagen om jong schrijvend talent op te sporen. Die keer luidde de opdracht: luister vierentwintig uur lang naar een vrije radio in je buurt en schrijf daar een stuk over. Het wemelde in Vlaanderen in die tijd van de vrije radio’s. En Rudy schreef daar een zeer goed en zeer uitvoerig stuk over, bijna van minuut tot minuut, meen ik me te herinneren, dat ik meteen gepubliceerd heb, zij het lichtjes ingekort. (lacht)

“Omdat de taalrijkdom die eruit sprak mij benieuwd had gemaakt naar de mens erachter, vroeg ik hem eens langs te komen. Hij bleek een zeer ernstig kijkende jongeman te zijn die ik meteen heel sympathiek vond. Veel is er verder niet onderhandeld, ik gaf hem een nieuwe opdracht en nog een en nog een, en toen ik eindelijk nog eens voldoende budget kreeg, trad hij in dienst als vaste redacteur.”

Dwarskijker

Rudy Vandendaele begon bij Humo op de TTT-redactie, waar hij samen met onder meer Marc Mijlemans jarenlang het mooie weer maakte, maar werd vooral bekend met de rubriek ‘Dwarskijker’, die hij in 1991 overnam van Willy Courteaux, die haar decennialang met groot succes had bestierd.

Guy Mortier: “Geen kleine schoenen om te vullen, maar die rubriek was erg snel van hem. Hij maakte er een hoogst persoonlijke, altijd schitterend geschreven, vaak zeer geestige versie van, die al snel een uithangbord voor Humo was. Rudy was trouwens veel meer dan Dwarskijker: hij is ook een bijzonder goede interviewer, die je alleen al zou lezen omwille van zijn geweldige inleidingen en de formulering van zijn vragen.”

De in 2001 bij Van Halewyck verschenen bundeling Dwarskijker 1991-1998 voert je terug naar de huiskamer van de jaren 90. Een periode waarin je dankzij (rv) jezelf nog een beetje up-to-date kon houden omtrent wat de commerciële televisie te bieden had, zonder dat je zelf hoefde te kijken.

Over Jambers, in 1993: “De hele reportage was van dien aard dat je na het slotbeeld zelfs meende te weten van welke varkens andere varkens de pest oplopen, al heb je dan geen benul van diergeneeskunde. Weldra spreidde de beer zich waaiervormig uit over je gemoed en met een schok drong het tot je door dat ook in Vlaanderen, een bleekveldje met een paar molshopen en een rijke geschiedenis, de beschaving ergens eindigt. Het ging over het verband tussen Vlaamse mannen en exotische vrouwen: er kwam dus nogal wat ondertiteling bij te pas, vooral als die Vlaamse mannen hun scheur opentrokken.”

Over Vennebos, 1997: “Een kennis bezwoer mij dat hij laatst aan het stationsloket iemand om een enkeltje Wittekerke had horen vragen.”

Over Goedele, in datzelfde jaar: “Als Goedele nu eens zou toegeven dat het haar louter om een wekelijks zottenfeest te doen is, mocht ze haar programma nu eens met een zelfgezongen versie van ‘Send in the Clowns’ beginnen, dan zou ik daar vrede mee hebben, maar altijd weer suggereert ze dat er méér aan de hand is dan alleen maar showbizz voor patjepeeërs. De première van haar nieuwe seizoen was aan rebellen gewijd. Dat waren bijvoorbeeld lui die, ongetwijfeld een hoger doel dienend, geen belastingen betaalden. Of foutparkeerders die liever de nor ingingen dan dat ze geld uitgaven aan parkeerbonnen.”

Over Alles kan beter, 1998: “Waarom maken ze zo’n programma niet zélf bij de VTM? Eigen beeldmateriaal eerst! Ook dat hoef ik eigenlijk niet meer af te vragen, maar ik doe het toch even voor de vorm.”

Datzelfde jaar: “Er komt een dag dat elke Vlaamse malloot lang en breed op de televisie is geweest. Nog even doorbijten.”

Toen Rudy Vandendaele in 2010 stopte met Dwarskijker, was dat krantennieuws. Toen hij er na een jaar toch weer mee begon, was het dat opnieuw. Paul Jambers zei: “Liever een negatieve recensie van (rv) dan door hem genegeerd worden.”

Zelf zag Vandendaele zich niet als journalist. “Dat vindt hij nu nog altijd”, zegt zijn dochter Astrid. “Ik schrijf, zegt hij. Voor een blad. Voor mij is hij vooral mijn grootste held, de grappigste mens ter wereld.”

Kluisbergen

Rudy Vandendaele kwam in 1955 ter wereld in Oudenaarde en groeide op in Kluisbergen. Daar op zijn zeventiende weggaan noemt hij nog altijd zijn redding. “Was dat niet gebeurd, waren er geen mensen geweest om hem te motiveren om in Gent te gaan studeren, dan was hij vast erg ongelukkig geworden”, denkt Astrid. “Mijn grootmoeder had in Kluisbergen een kruidenierszaak, aan de voet van de berg. Als hij daarover vertelt, zit je half in Bevergem en half in een roman van Cyriel Buysse. Er ging een wereld voor hem open toen hij The Beatles, Simon Carmiggelt en Monty Python ontdekte.”

Rudy Vandendaele maakte zijn studie Germaanse niet af, wel de daaropvolgende lerarenopleiding en de theateropleiding aan het conservatorium van Gent. Zijn rijbewijs haalde hij nooit. “Daarom is die scène in Transport voor ons zo grappig”, zegt Astrid. “Hij kan niet eens met een auto rijden, hoe zou hij dan moeten spookrijden? Het was trouwens niet vanuit een of ander ecologisch bewustzijn. Meer zo van: geen interesse.”

Bescheiden

Hoe hard het absolute schrijfplezier week na week ook van Dwarskijker leek af te spatten, collega’s bij Humo ervoeren hem eerder als mismoedig en bescheiden. In tijden waarin opiniestukjes bijna altijd gepaard gaan met foto’s of potloodtekeningen van een pienter voor zich uit starende auteur, bleef (rv) zich het comfortabelst voelen achter zijn initialen.

Guy Mortier: “Hij is gewoon zeer bescheiden. Of noem het een zeer te loven, maar echt wel overdreven gevoel van zelfrelativering. Maar dat is ook een beetje eigen aan Humo. Zonder ermee te koketteren, hè. Niet zoals de voetballer die acht keer heeft gescoord en dan voor de camera zegt dat het natuurlijk allereerst een groepsprestatie is. (lacht) Bij ons is dat gemeend. Het blad komt eerst.”

Vorige week werd (rv) 64 en pensioengerechtigd. Wat hij nu gaat doen, na 36 jaar Humo? Bepaald standvastig waren zijn vorige besluiten om er mee te stoppen niet echt. Astrid hoopt stilletjes dat dat ook deze keer zo zal zijn: “Hij beweert dat hij vooral niets gaat doen, en ook niet meer wil schrijven. Dat hij enkel nog wil lezen. We zullen wel zien.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234